Talenbeleid en globalisering: de talennota Smet?

Talenbeleid en globalisering: de talennota Smet?

maandag 30 mei 2011 14:25
Spread the love

“Tijdens deze legislatuur wil ik hoog op talen inzetten. Daartoe zal ik een ambitieus talenbeleid uitwerken. We kunnen daarvoor voortbouwen op wat in de vorige legislatuur is gerealiseerd. Ons streefdoel moet zijn dat elk kind, elke jongere uitstekend Nederlands spreekt, met daarnaast een degelijke kennis van twee of meer vreemde talen. Alleen op die manier kunnen jongeren in onze diverse, internationale en geglobaliseerde samenleving hun plek vinden” (Smet, Beleidsnota 2009-2014; blz. 29).

Elke jongere zal uitstekend Nederlands spreken, met daarnaast een degelijke kennis van twee of meer vreemde talen. Dit wordt aangeboden als de weg om een plek te vinden in een geglobaliseerde samenleving.

Nu dacht ik, dat vandaag al, en in alle geval in het onderwijssysteem zoals ik dat zelf gekend heb (en velen met mij), het secundair onderwijs verlaten wordt met een heel behoorlijke kennis van het Nederlands, Frans (al is dat recent verminderd), Engels en voor meerderen onder ons zelfs een woordje Duits… Pardon, meneer de minister, wat is nu zo ambitieus en vooruitziend aan wat u voorstelt?

Ik bedoel: in het kader van de globalisering. Was dit niet het onderwijs dat enkele van uw voorgangers voor een deel hebben laten afbouwen omdat het ‘niet voldoende aangepast’ was aan de nieuwe noden en omdat het te elitair was? Of zou het niet kunnen, dat u gewoon een zeer verengend begrip hanteert van wat globalisering vandaag betekent en dus heel wat kansen links laat liggen?

Aangezien er tot op vandaag absoluut geen zicht komt op wat de minister met globalisering bedoelt en wat bijgevolg precies de inhoud van zijn talennota zal worden,  wil ik – met kans dat ik me deerlijk vergis – vertrekken van een hypothese.

Ik veronderstel dat onze onderwijsminister met de gedachte speelt dat de toekomst van de meertaligheid ligt bij het promoten van het Engels en het Frans in ons onderwijs, waarbij sommige vakken tijdens het normale curriculum zowel in het Engels als in het Frans gegeven kunnen worden. Dat wordt dan de grote vernieuwing.

Ik veronderstel dat het zoiets moet worden, want hij moet uiteraard de leerkrachten vinden op de Belgische arbeidsmarkt om zijn project concreet te maken (dus: Mandarijns maakt minder kans) en aangezien Frans de tweede landstaal is en Engels ‘de’ onofficiële, dominante  communicatietaal geworden is in Europa, bestaat de gemakkelijkheidsoplossing bij het inkleuren van een project met een ambitieuze titel in een beroep op leerkrachten die een van die twee talen beheersen.

Men kan zich daar echter drie vragen bij stellen. Hanteert de minister hier niet een verouderde opvatting over de uitdagingen eigen aan de globalisering vandaag? Gaat hij niet voorbij aan de voordelen die inherent zijn aan een geslaagde combinatie van moedertaal en globaliseringstaal? Neemt het risico niet toe op nog meer dualisering tussen de scholen?

(1) In haar recente interpretatie leidt globalisering tot toename van diversiteit, gekoppeld aan transnationale clustering, en veelgelaagdheid van de communicatievaardigheden (nl. motiliteit) naar gelang van de plaats op de arbeidsmarkt. Zou het kunnen dat onze onderwijsminister en zijn omgeving een oudere, enigszins voorbijgestreefde  opvatting van globalisering aanhangen, waarbij men enkel oog heeft voor een vermeende ‘amerikaniserende homogenisering’? Voelt hij dan niet met zijn vingertoppen aan dat dit vandaag enigszins voorbijgestreefd is?  Ziet hij niet dat de BRIC landen en de landen die deze het dichtst benaderen niet bepaald “Engelstalige” landen zijn? En dit Engels zal dan vermoedelijk door het kabinet aangevuld worden – op zijn Belgisch – met een portie Franstaligheid.  Nu begrijpt iedereen vermoedelijk wel de logica en de rationaliteit achter zulke keuze, maar noem dat vandaag a.u.b. niet ambitieus en vooruitziend. Zelf ben ik 50 jaar geleden precies zo opgevoed, zoals de minister het vermoedelijk zal voorstellen en ik kreeg er nog Duits bovenop. Het enige verschil zal erin bestaan dat sommige lessen die geen taallessen zijn in een vreemde taal zullen gedoceerd worden. Daar is iets voor te zeggen… in middenklasse middens. Ik denk zelfs dat dit daar een stap vooruit zal zijn, echter meer in het Franstalig landsgedeelte voor wat de verwerving van het Nederlands betreft, dan in het Nederlandstalig landsgedeelte voor wat het Frans betreft. Alhoewel, kwaad zal het ook daar niet kunnen. Ik hou echter mijn hart vast in Vlaamse scholen in meer kansarme buurten met kinderen die thuis Turks of Spaans of Siciliaans spreken. Maar hoe dan ook, zal dit het ambitieuze en vooruitziende Vlaamse talenbeleid zijn waarmee we de globalisering zullen aanpakken? En is het niet godgeklaagd  dat over zulke belangrijke zaken  vandaag in het centrum van Europa niet ernstig en op transparante wijze debat gevoerd kan worden? Het gaat verdorie over de toekomst van de komende generaties.

(2) Er lijkt me een tweede probleem te zijn. Welke zijn de effecten van zulke eng begrepen globalisering voor de binding tussen ouders en school in sommige Brusselse volkswijken waar anderstaligheid dominant is? Deze ouders, die eventueel nog bij hun kinderen een moedertaal hanteren die perfect past in een vooruitziende interpretatie van de globalisering, krijgen te horen dat hun taal niet ‘belangrijk’ is of ‘niet past’ in het globaliseringsconcept van de Vlaamse regering. Hiermee worden twee opportuniteiten verkwanseld. Laat me beginnen met het Spaans. Er zijn kansarme groepen, bv Ecuadorianen en Columbianen, die Spaans perfect in een goed begrepen globaliseringsbeleid zouden kunnen integreren en voor wie het daar bovenop nog een moedertaal is, met alle voordelen die daaruit volgen. Aan dezen zegt men: “neen, neem Engels of Frans”. Nochtans, “het Spaans is momenteel de tweede meest verspreide taal in de wereld, zowel wat sprekers betreft als op vlak van de media. Het wordt gesproken door meer dan 400 miljoen mensen. In 2050 zal de taal gesproken worden door 530 miljoen mensen. Het is een officiële taal binnen de VN en haar organisaties” (- dit las ik bij een Brusselaar die het Spaans als moedertaal heeft). Wie de Turkse gemeenschappen kent, weet dat ook de Turkse taal door veel van die mensen absoluut niet als een minderheidstaal ervaren wordt. Turkije is een kandidaat EU-lid en is economisch een heel snelle groeier, nog net niet behorende tot de club van BRIC-landen. Onze Belgische banken weten momenteel heel goed dat Turkije een interessante economie heeft. Ook het Italiaans wordt als ‘cultuurtaal’ overigens niet alleen door Italiaanstaligen als een belangrijke taal ervaren. Binnen een up-to-date globaliseringsconcept zijn deze drie talen niet alleen ‘moedertalen’, maar ‘belangrijke talen’. Ze zullen eerder aan prestige winnen dan verliezen. Is de Vlaamse regering wel zo zeker dat ze vooruitziend is in haar interpretatie van de globalisering? En waarom, dan nog als Vlamingen, het belang van iemands moedertaal miskennen?
 

(3) Een laatste aandachtspunt betreft de gevolgen voor de etno-sociale stratificatie tussen de scholen te Brussel. Er zal evident een verschillende invulling komen van het Frans dat op die scholen meer nadrukkelijk aanwezig zal komen. Het is in zijn lokale variant dat het Frans, dat effectief de communicatietaal is te Brussel, in de buurtscholen dominanter aanwezig zal zijn via de speelplaats en de straat. Dit Frans zal er anders uitzien in de Woluwes en Ukkel dan in bepaalde volkswijken in St.-Joost, Schaarbeek en zelfs in Laken. Het positieve potentieel dat zat in een lokale focus bijvoorbeeld op het Italiaans in Laken, wordt teniet gedaan en zal wijken voor een Frans zoals dit ook in het Franstalig onderwijs nu al te Laken dominant is.

Is er één reden denkbaar waarom het Frans dat dan te Laken  in zulke Nederlandstalige school nadrukkelijker aanwezig zal komen op de speelplaats, van betere kwaliteit zal zijn dan het Frans dat er in het Franstalig onderwijs gesproken wordt? Dit gebeurt op een ogenblik dat iedere leerkracht in het Franstalig onderwijs in zulke scholen nu al een enorm moeilijk gevecht moet leveren om het ‘echte’ Frans aan te leren…

Is het handhaven van één Italiaans project te Laken dan datgene wat het tij had doen keren? Neen, maar een alternatief ware wel geweest om in plaats van dit éne project te schrappen, er een tweede op te starten, bijvoorbeeld aan de hand van het Roemeens, wetende dat Laken en omgeving daar binnenkort een aantrekkingspool van Oost-Europeanen zal worden omdat er op heel korte termijn een Europese school voor hen ingeplant zal worden. Heeft men daaraan gedacht? Ik betwijfel het.

Samengevat. We moeten aandachtig toekijken welke idee van globalisering in de nota van minister Smet verondersteld zal worden. We moeten ook aandachtig toekijken welke opportuniteiten op onderwijs binnen een adequaat begrepen globaliseringsconcept verkwanseld zullen worden. We moeten ook aandacht hebben voor wat de gevolgen zullen zijn op het vlak van de etno-sociale stratificatie van de scholen te Brussel. Men moet hopen dat de commissie Onderwijs in de Vlaamse regering ons op deze drie punten gerust stelt. 

In twee volgende bijdragen in de komende weken stel ik voor dat we ingaan op het verschil tussen ‘belangrijke’ talen en ‘prestigieuze’ talen en op wat men precies kan vrezen op vlak van etno-sociale stratificatie. Want ik neem aan dat dit laatste in deze reflectie nog niet geheel duidelijk is.

 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!