Studentendopen te goor? Gooi toch het Ritueel niet met het vuile water weg! (bij artikel J. De Ceulaer in De Morgen)

Studentendopen te goor? Gooi toch het Ritueel niet met het vuile water weg! (bij artikel J. De Ceulaer in De Morgen)

maandag 3 oktober 2016 13:54

In De Morgen van vandaag trof ik het stukje “Beste studenten, zeg neen tegen de doop! Een gouden raad aan eerstejaars aan hogescholen en universiteit”. Mooi geschreven door Joël De Ceulaer. En wel zo overtuigend, moet ik bijna zeggen. Al die vuile toestanden, de vernederingen, het machtsmisbruik, de sluipende training in diepe gehoorzaamheid en domme volgzaamheid… En toch… Vandaag is er in het Westen niet alleen behoefte aan klokkenluiders en mensen die radicaal alleen tegen de groep durven in gaan, tegen leiders en bazen. Er is ook behoefte aan groepsidentiteit én aan krachtige persoonlijke identiteit. Uit studie en ervaring weet ik: na een goed uitgevoerd inwijdingsritueel blijkt een mens krachtiger te staan als persoon én fungeert hij beter in de betreffende kring. Dat zeg ik ook als gewezen jager, en als vriend van Afrikanen en Chinezen, die rituelen volop inschakelen om samen goed te leven. (2045 woorden)

Die vrijheid en die zeggenschap, dat is essentieel, met dank aan de Westerse Verlichting die mij mijn vrijheid, zelfbeschikking, eigen appartementje, tijd om te lezen, PC etc in eerste en laatste instantie levert. Mijn genen, maar zeker de warme en deskundige opvoeding van moeder (die een nanny was geweest in een tiental landen voor mijn geboorte!) en de denkwereld van enkele vaderfiguren hebben mij dat meegegeven. Toen het heel zwart werd hebben alleen dat krachtige geloof in mijzelf en in mijn eigen denkvermogen mij goed laten herstellen. Immers, mijn eerste jaar universitaire studie (geschiedenis in 1982) heb ik in mei moeten onderbreken wegens het opsteken van een chaotische storm in mijn hoofd die een tijdje niet meer te temmen bleek.

Niet zonder een Sabbat jaar om tot mezelf te komen door te gaan leven in een begeleide groep en een waaier aan therapieën mee te maken, (waaronder dansen in groep, volleybal, reizen, lekker eten, tuinieren en de keuken corvee). En met de hulp van bepaalde wondere medicijnen, zoals dat “middel tegen gek zijn” uitgevonden door de Belg Janssen van de bekende gelijknamige firma, dat terecht is bejubeld door Hergé (die zelf in een bepaald levens hoofdstuk donkere dagen kende als patiënt van psychiaters) in menig Kuifje album. Toen ik in oktober terug aantrad als eerstejaars geschiedenis, was de doop wel degelijk welkom. Ik wilde het in al mijn vezels voelen, dat ik er terug bij hoorde. Bij geschiedenis zijn er nooit beestachtige toestanden genoteerd. Er was een charter, toezicht van enkele vaderlijke proffen en assistenten. En je kwam er wel door. Tegen het vooruitzicht eierdooiers tegen mijn lijf te voelen crushen, keek ik nogal op. Ik heb de twee eieren in de bh die ik voor de gelegenheid moest omdoen, dan maar discreet laten wegvallen, en mij geconcentreerd op het stukboksen van de kippe eitjes bij mijn tegenstander. Er is natuurlijk geen logisch verband, maar na vijf jaar (ik ging nog door een bisjaar) en dat jaar onderbreking, was ik historicus, met onderscheiding; mijn opponent van die avond is gestrand voor de eindmeet en werkt al twintig jaar in de horeca… God is groot…

Dat wij het onafhankelijke ik mogen waarderen, dat is diepe, harde waarheid. En toch. Wij kunnen zeker en vast veel leren door tijdig eens over het haagje te kijken, bijvoorbeeld naar het continent dat al drie eeuwen het beste stand houdt tegen de kwaadaardige, schadelijke kanten van ons systeem: diep Afrika. Daar lossen vele stammen algemeen menselijke problemen op die bij ons woekeren, zoals echtscheidingen en depressie, zoals het in balans houden van solidariteit en een stijgend peil aan egoïsme. Hoe doen zij dat: onder anderen door de rituelen van gastvrijheid, de inwijdingsrituelen in de adolescentie en de geritualiseerde gesprekken tussen koppels en familie. En wie weet beter hoe je onder grote bevolkingsdruk toch het hoofd koel houdt, en het hart warm, dan de Chinese cultuur? Al eeuwen lang telt hun populatie vele miljoenen mensen. Grote wijsgeren zoals Xunzi, onderstrepen het fenomenale effect van rituelen in het leven van een mens en worden vandaag herontdekt (zie bibliografische suggestie onderaan). Laat ons niet denken dat wij zelf uit onze puree geraken, daarvoor is zij te diep. Vandaag is het een publiek geheim dat de meeste gezondheidsproblemen mentaal zijn, niet lichamelijk, en dat het geld in onze ziekenzorgsystemen toch nog voor ongeveer 85 % naar het genezen van de body gaat. Wij leven in een crisistijd. Dat mag ik als historicus zeggen.

Bij de overgang van jongen naar man, van meisjeskind naar vrouw heeft elke mens baat bij een krachtig inwijdingsritueel. En, Joël, een krachtige persoonlijkheid, die later flink kan optreden en iets betekenen voor zijn gemeenschap, dat krijg je ook juist door zulke rituele inwijding. Waarbij je even op deskundige wijze en op onvergetelijke manier door de poort van je angsten en pijn mag geleid worden. Maar natuurlijk moet dit ritueel met een gepaste dosering van respect en uitdaging, liefde en pijn, wijsheid en goede wil uitgevoerd worden. Wat stellen de katholieke rituelen teleur! De grootste, moedigste, meest nuchtere criticus van kerk en geloofsleer ons continent kent, Roger Lenaers sj, die midden de negentig is en nog zeer vitaal, die benadrukt in zijn geschriften zoals “De droom van Nebukadnezar” dat de waarde van een ritueel recht evenredig is met de kracht van de erbij optredende emoties.

Natuurlijk is het daarnaast van groot belang dat wij weten aan wat wij “onderworpen” worden. Liefst niet aan de idee dat machines belangrijker zijn dan mensen. De geboorte laten plaatsvinden in klinieken, geleid door koele mannen in witte schorten, omringd door machines, dat is geen goed idee. Dat prent de moeders in: Uw lichaam is geen wonder. U kan niets zonder ons, medische- en pharma industrie! Technologie gaat boven Natuur!” Rituelen dus. Vandaag gaat het maatschappelijk debat vaak over wat de meerwaarde kan zijn van contact met andere culturen en religies. Wel, we kunnen gerust stellen: de eerste honderd jaar gaat Europa nooit het niveau halen van de kwalitatief hoogstaande inwijdingsrituelen in Congo, Mozambique of Kenia! Kenia, waar de Moran, de jonge mannen van de fameuze Maasai stam, man werden door alleen erop uit te gaan en met speer en schild een leeuw te doden. Ik mag dat zeggen. Ik heb jaren samen geleefd met mensen uit Diep Afrika, in verschillende contexten. Ik heb gemerkt hoe daar krachtige karakters voorkomen. Ik weet als oorgetuige hoe die mensen nog écht kunnen lachen, dat komt van diep in de buik.

En verder heb ik zelf een hert en een everzwijn gedood, na de hele Jachtopleiding te doorlopen. En vooral, nadat het verwerven van het jachtverlof na het jachtexamen in de kring van bevriende jagers en jachtmuzikanten ritueel was gevierd en in de verf gezet. Dat was in 1994, toen ik nog een redelijk bedeesde jonge man was.

Bij dat feestelijke inwijdingsritueel heb ik mijn mond aan de monding van de loop van mijn eigen kleinwild geweer moeten zetten, een Baikal juxtaposé kaliber 12. Ik kreeg een blinddoek om. Diverse vloeistoffen heb ik dan in de mond gekregen. Ik zat op een stoel en met nerveus plezier heb ik achtereenvolgens de smaak van olijfolie, Jägerthee, rode wijn… herkend. – Alle vier juist! Applaus! En deze jongen trots en blij als nooit tevoren lid te mogen zijn van onze vriendengroep met die bepaalde leefstijl.  

En ik heb die avond, bij God, zelf een duif geapporteerd. Een vers geschoten vogel, in mijn bek, op vier poten, van de ene hoek van de kamer naar de andere, waar Paul, de kapelmeester van ons gezelschap, hem in ontvangst nam. Want de jachthond is de beste medewerker van de goede jager. En ik heb vragen moeten beantwoorden, een quiz met nu en dan een humoristische lading. (Wat is het verschil tussen een haas en een vrouw? De ene schiet ge voor het klaarmaken, de andere…Welk hagelnummer zou je gebruiken voor een schot op een wilde eend en waarom?). En de gezellen van onze groep, in ons uniform van jagersmuzikanten, keken toe, applaudisseerden, lachten, en gaven bij afloop een schouderklopje, waarna we aan de feesttafel gingen, en op de foto. Ook juist daardoor heb ik later de kracht gevonden als Genodigde op de Koninklijke Jachten van Hertogenwald zes grote dieren op te zoeken, aan te spreken (te beoordelen) en in overleg om te leggen. En dat met vasthoudendheid, ondanks vele uren van harde regen, tegen de kleine zwarte vliegjes die bijten in, stappend doorheen de bijtende koude van wind en de eerste sneeuw…. En ondanks de innerlijke twijfel over mijn jagerschap, en de eeuwige angst een dier ziek te schieten (gewond). Ondanks de vele vegetariërs die op de bospaden en stoepen opdoken, en met mij volop in debat wilden gaan… Mee door dat ritueel onder vrienden is deze periode een groot feest geworden, ik schrijf aan een boek daarover.

Het zal niet makkelijk zijn, dat zie je van hier, om de kwalijke sfeer weg te halen, de onmenselijke praktijken te wieden uit de cultuur van de studenten dopen. Maar eens te meer dreigt onze gemeenschap onder invloed van de vlotte pen van een journalist te doen wat onze taal al lang weet te benoemen: het kind met het badwater weggooien. Op de nationale feestdag heb ik na enig zoeken een plekje gevonden om het Défilé van leger, brandweer, rode kruis en politie te beschouwen, tussen zo een1700 mensen aan de Warande bij het Kon. Paleis. “Hoera!” en “Bravo!” en “Mooi zo!!” riep ik daar enthousiast, dankbaar, sterk onder de indruk. Zoals ik dat in mijn jeugd heb weten doen door de burgers in Brussel. Daarmee was ik op 21 juli 2016 wel de enige man die dat deed (vrouwen zwegen trouwens ook). De mensen komen vandaag, ondanks respect en sympathie voor de getrainde militairen en politiemensen, niet verder dan een applaus. Het lijkt wel of de medemens, in deze tijd van internetfora en massamedia, hun stem, hun tong volkomen verloren zijn… Is dit niet vervreemdend?

Mag ik een voorspelling doen? Die situatie gaat waarschijnlijk niet snel verbeteren. De krachtige karakters zullen nog lang zeldzaam blijven. Ten minste, als wij collectief doorgaan met naar cd’s luisteren in plaats van zelf te zingen; naar tv-series te staren in plaats van om te gaan met onze buurman en buurvrouw (hen bij te staan in nood, en gewoon tijd te maken om samen te gekscheren, de actualiteit en het weer te bespreken); als wij verder toelaten dat vader én moeder van bij de kinderen worden weggezogen door de industrie en de administratie, in een collectieve ren naar geld, in een waan die niets anders kan zijn dan arbeidstherapie, dan een weglopen van de grote trage vragen, van ons diepe zelf… Als wij zo verder gaan ons bestaan te laten kapen door toestellen, ingenieurs & software nerds (computerspellen!), dan gaan wij in 2116 nog veel minder sterke karakters tellen in onze populatie. Met alle dramatische negatieve gevolgen van dien. Een stevig, ernstig en speels begeleid inwijdingsritueel in elk milieu waar dat kan, zal misschien nog een beetje het tij kunnen keren. En laten wij vooral de natuurlijk-essentiële zaken en taken die het menselijke leven meebrengt, weer “zelf doen”. Niet alleen koken en af en toe een kleedje maken, of met deskundige zorg je schoenen poetsen. Of zelf je broekspijpen omzomen. Ook al ziet dat er niet industrieel perfect uit. De vraag “Hoe kunnen wij beletten dat onze jongeren volgzame kuddedieren worden?” is een goede vraag. Toch verdient het nog dieper te spitten: “Hoe overtuigen wij jongeren dat er leven is voor de dood? Hoe jongens en meisjes enthousiaste, bezielde mensen helpen worden? In een cultuur landschap bezaaid met verleidelijke toestellen, bovendien, waar vader en moeder soms al te zeer onvindbaar blijken?”

Stefaan Solfrian Simanga Vojvoditz Aerts

(Ik heb verscheidene voedstervaders gekend en wil hen te eren door hun naam te voeren).

Leestips

1. De Nederlander Chris Van Orden, die zijn jeugd doorbracht in een rimboe dorp in Indonesië, is vanuit Nederland dertig jaar lang elke zomer op zoek gegaan naar krachtige karakters en boeiende cultuurgemeenschappen in de grote natuur in alle delen van Siberië. Zijn heerlijke, spannende verslag daarvan is verschenen bij Maitreya (z.d. ca 1995) onder de titel “De glans van het echte”. Met prachtige foto’s door de auteur. Dat boek kan een machtige eye opener zijn voor wie inspiratie zoekt om het goede leven meer kansen te geven in onze maatschappij.

2. “Hemel en aarde verenigen zich door rituelen. Een bloemlezing uit het werk van de Chinese wijsgeer Xunzi”. Carine Defoort & Nicolas Standaert, Pelckmans-Klement, Kapellen, 2003.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!