Molenbeek en de “Smart Cities” in België

Molenbeek en de “Smart Cities” in België

dinsdag 15 december 2015 12:16

Molenbeek en de “Smart Cities” in België, Hasselt, Namen, Leuven, Mechelen, Genk, Seraing, waarin verschillen ze, waarin gelijken ze?

Tabel Molenbeek en de Smart Cities, printbaar op 1 A4

Een trainer van de Brussels Boxing Academy vroeg me om Molenbeek eens te vergelijken met Leuven en enkele andere gemeenten van gelijke grootte; sportinfrastructuur, slaagkansen onderwijs, werkloosheid, enz. Dezelfde dag verscheen de lijst van de Smart Cities in België. Meer was er niet nodig om aan het werk te gaan. De Brussels Boxing Academy werd een week lam gelegd en mag nu nog maar 3 dagen ipv 5 dagen de accomodatie van de school gebruiken. Misschien kan deze analyse opnieuw de 5 dagen vrijmaken voor de boksclub. Zie ook interview met Tom Flachet, De Standaard  04/12/2015.

In Molenbeek is er 0,4 m2 overdekte sport- en recreatieruimte per inwoner, dat is 17 maal minder dan Namen, Leuven of Mechelen. De gemiddelde gemeentetaks is er 126€ per inwoner, in Mechelen 309€, Hasselt 329€, Seraing 201€. Het gemiddeld netto inkomen per inwoner bedraagt in Molenbeek 60% van dit in de Smart Cities. Slechts 5% van de 15-64 jarigen woont en werkt in Molenbeek, in de Smart Cities is dat 25 tot 30% of 5x meer, in Molenbeek komen dagelijks 21.755 pendelaars werken terwijl er maar 3.055 Molenbekenaars zelf in Molenbeek loonarbeid verrichten. Van alle werkenden in Molenbeek die er ook wonen is 58% zelfstandige, dit is extreem hoog, vergeleken met de 25% in de Smart Cities.

En dan zijn er nog De Gedachten: Een smart anti-terreuractie in het verkeer: 0-niveau voor alcohol en andere drugs, Is dit een grap of om te huilen: de leeftijdsverdeling van de NMBS, Wanneer stopt het ‘terroristische denken’ over Brussel?, Integratie betreft UITSLUITEND de actie van een ontvangende samenleving om nieuwkomers te onthalen, Het zal nog enkele decennia duren voor de politie het racisme zal weren, en de werkloosheid in Frankrijk, ook hier geeft het saldo op de generatiewisseling uitsluitsel.

Enkele overwegingen:

1. 0,4 m2 overdekte Sport- en Recreatie infrastructuur – nr. 8.

In Molenbeek is er 0,4 m2 overdekte sport- en recreatieruimte per inwoner, in Namen, Leuven en Mechelen is dat 17 keer meer, voor de buitenterreinen is het verschil minder groot maar soms ook extremer, zoals tav Genk. Hasselt is een gemeente met een abondance aan sport- en recreatiemogelijkheden zowel binnen als buiten. Dat een Boxclub van 600 leden met basisschool De Kleurdoos moet overeenkomen om plaats te vinden voor hun trainingen is illustratief. Dat het aantal trainingen van 5 tot 3 dagen beperkt wordt zet zowel de helft van de club of van het programma in de kou. Want ook andere klubs krijgen nu 2 dagen toegang tot de basisschool voor hun sportactiviteit. Wie maakt budgetten vrij voor een verdubbeling van de sport- en recreatie infrastructuur, of springen andere gemeenten bij?

2. 0,4 gemeentepersoneel per 1.000 inwoners actief in cultuur, sport en recreatie – Nr. 17

De gedetailleerde statistiek van het RSZ-PPO (lokale en provinciale besturen) laat toe na te gaan hoeveel gemeentepersoneel actief is voor cultuur, sport en recreatie. Musea, Archieven, Toerisme en Begraafplaatsen worden hier niet meegeteld, enkel de op de eigen bevolking gerichte culturele man/vrouwkracht. Voor Molenbeek is dit personeelskader met 0,4 per duizend inwoners, minimaal, mede allicht als gevolg van de beperkte aanwezigheid van overdekte of niet-overdekte infrastructuur. Het zou de gemeente sieren om toch meer ‘ambtenaren’ en personeel in te zetten op sport, recreatie en cultuur, en deze belangrijke segmenten, mede met het zich ontwikkelende vrijwilligerswerk (verder) te professionaliseren. Nu telt Molenbeek per inwoner 4 tot 5 x minder personele gemeentelijke krachten op het gebied van cultuur sport en recreatie dan de Smart Cities. Het zal hieronder duidelijk worden dat Molenbeek hier, in tegenstelling tot de andere gemeenten , geen budget voor heeft (zie punt 3) en ook dat de bewoners zelf niet het individueel budget hebben (zie punt 4) om hier geld aan uit te geven. Wie springt Molenbeek bij, niet in woorden maar in geld en personele man/vrouwkracht?

3.  126€ per inwoner Gemeentebelasting – nr. 7.

De gemeente Molenbeek beschikt over gemiddeld 126€ gemeentebelasting per inwoner, dat is 1/3 van het bedrag  van Leuven en 40% van dit van Hasselt, Namen en Mechelen, en 60% van dit van Seraing en Genk. Dit ultralaag gemeentelijk inkomen wordt door niets gecompenseerd.

4. Gemiddeld netto inkomen per inwoners maar 60% van de Smart-Cities – nr. 7

Een arme gemeente gaat samen met een bevolking met een laag gemiddeld inkomen per inwoner zoals in Molenbeek waar het 8.288€ bedraagt tegenover meer dan 14.000 in Hasselt en Leuven, en 13.380 in Mechelen en 13.000 in Namen. De groei van dit netto-inkomen de laatste 5 jaar ligt op minder dan de helft in Molenbeek (+4,7%), in vergelijking met de Smart-Cities (minstens +10%). Het lage inkomen, het lage gemeentebudget en een griende achterstand tav de Smart-Cities, dat is het budgettaire plaatje van Molenbeek, dat te weinig onderkend is en wordt, en dat door niemand ter hulp gesneld zijn, tot consternatie van de buitenlandse observatoren.

5. De bevolkingsevolutie- en dynamiek 3 tot 5 x hoger en dynamischer in Molenbeek – Nr. 1

De evolutie van de bevolking de laatste 15 jaar ligt 3 tot 5x hoger in Molenbeek dan in de Smart Cities. Als gekeken wordt naar de ‘nieuwkomers’ dwz de bijkomende inschrijvingen van ‘vreemdelingen in het vreemdelingenregister (immigratie, geboorten bij vreemdelingen, erkenningen asiel, regularisatie) dan ligt ook dit 5x hoger dan in de Smart Cities. Molenbeek is een doorgangsgemeente voor inkomende vreemdelingen, dwz er zijn tav het bevolkingsaantal in 1989 57% vreemdelingen komen wonen in Molenbeek. Ze zijn er niet allen gebleven, want het verhuissaldo in dezelfde periode is negatief, -36% van de bevolking van 1989 is langs binnenlandse verhuis afgenomen. Het verschil, 21% duidt op de bevolkingsstijging in deze periode, maar is dus het exponent van een extreem hoge wisseling. Niet de migratie drukt op de gemeente, maar de uitzonderlijk hoge dynamiek van buitenlandse binnenkomers en binnenlandse verhuizers naar andere gemeenten. Dit legt een extreem hoge druk op alle sociale systemen, sociale dienstverlening, onderwijs en tewerkstelling in Molenbeek. Deze dynamiek kan men niet enkel op lokaal, en zelfs niet alleen gewestelijk niveau ondervangen. Deze dynamiek is tot op vandaag volledig genegeerd. Smart Cities zijn rijkere gemeenten met een oudere bevolking die weinig wisselt. Zij kunnen daarbij, meer dan andere gemeenten zoals Molenbeek, beroep doen op andere financieringssystemen en mechanismen.

5. Extreem jonge bevolking in vergelijking met de Smart Cities – Nr. 3.

De bevolkingssamenstelling laat zich aflezen uit verschillende indexen: het aantal-15 jarigen op het aantal 65+. Bij factor 1 is dit in evenwicht, lager wijst op een oudere bevolking zoals in het algemeen in de Smart Cities, meer dan 1 op een jongere bevolking die nog decennia het beeld zullen bepalen. In Molenbeek is deze wisselfactor 2,1, dwz meer dan dubbel zoveel -15 jarigen dan 65+. Een 2de index is deze van de generatiewisseling. In Molenbeek zijn er 40% meer 10-24 jarigen dan 50-64 jarigen, dwz de komende 15 jaar zal er een continue en versterkend overschot zijn in de generatiewisseling in Molenbeek, waar dit voor België nu al -10% bedraagt en zal uitgroeien tot -20% in 2020. Hetgeen de vraag doet stellen op welke wijze kan tegemoet gekomen worden aan de tewerkstellingstebehoefte van de Molenbeekse bevolking. Ondermeer een nieuw stadsvlucht van Molenbekenaren van Vreemde Herkomst naar de kleinere steden en het platteland in het Vlaamse gewest, ondermeer om er tegemoet te komen aan de groeiende arbeidsbehoefte de komende decennia kan Molenbeek de noodzakelijke ruimte geven.

6. 81% van Molenbeek is van Vreemde Herkomst – Nr 10, 11 en 12

Enkel Genk en Seraing komen met 50% in de buurt maar dat is dan een oude immigratie. Dat bijkt ook uit de beperkte dynamiek in het % 18+ tussen 2012 en 2018, nl 2 en 5% tegenover +7% in Molenbeek. In Molenbeek zullen in 2018 80% van de bevolking van 18+ van Vreemde Herkomst zijn. Opvallend ook is dat 73% van de ‘Belgen’ in Molenbeek van vreemde Herkomst is, tegenover 49% in Genk, 39% in Seraing, 23% in Mechelen en 20% of minder in de andere vermelde Smart Cities. Bijna de helft van alle inwoners van Vreemde Herkomst is Marokkaans in Molenbeek (40%). Mede door dit hoge aantal is Molenbeek, na Sint-Joost-ten-Node de gemeente met het hoogste % moslims in België, nl 41%, daar waar het in Brussel gemiddeld 23% bedraagt.

7. Beperkte werkzaamheid bij de bevolking – Nr 13.

De werkzaamheidsgraad in  Molenbeek is 43%, hetgeen vooral voortkomt uit het extreem lage % van de 15-64+ dat in de gemeente zelf werk vindt, nl. de schamele 5%. De andere twerkstellingscijfers cijfers zijn gelijklopend in alle geobserveerde gemeenten, ook het % zelfstandigen. Maar de kernvaststelling is dat er  7x meer niet-inwoners van Molenbeek zijn, die in Molenbeek hun loon verdienen dan dat er Molenbekenaars zijn die in Molenbeek een job hebben. Er wordt dus wel degelijk een permlanente hold-up gepleegd op de jobs in Molenbeek vanuit andere gemeenten en ander gewesten. De Molenbekenaars zien elke dag 21.577 pendelaars naar Molenbeek trekken terwijl zij er zelf maar met 3.044 loontrekkend werk vinden in hun eigen gemeente. 31% heeft werk in een andere gemeente, hetgeen volledig gelijklopend is met de smart Cities en samen met 7% zelfstandigen  geeft dit in totaal 43% werkzaamheid. Het verschil schuilt dus in de ondermaatse tewerkstellingskans van Molenbekenaren in hun eigen gemeente. In de generatiewisseling, waarbij ouderen het werk verlaten ligt de enige kans voor Molenbeek om in te schuiven in het alsmaar groter aantal vrijkomende jobs als gevolg van de babyboomers die met pensioen gaan. Deze omwenteling in de geesten dient niet in eerste instantie te gebeuren bij de Molenbeekse bevolking en jongeren maar in de Keikoppen van de Wet- en andere straten.

8. Werkloosheid is hoger bij 25+ dan bij -25 jarigen – Nr. 13

Niet zozeer het aantal werkenden (20% van de jongeren) is laag bij de jongeren in vergelijking met de Smart Cities, wel het hoge aantal werklozen (14% van de jongeren)  en het hogere aantal niet-Actieven (66%). Als 5% van de jongeren in Molenbeek aan werk kan geholpen worden komt men al dicht bij het  niveau van de Smart Cities. Belangrijker evenwel is de resistente werkloosheid bij de 25+ die in Brussel en Molenbeek (zelfs 20% bij de 25+)  een goed stuk hoger ligt dan bij de -25 jarigen. Maar dat is al langer aan de orde gesteld, de jongerenwerkloosheid is vooral aanzienlijker in Wallonië waar de werkloosheid van 25+ een goed stuk lager ligt dan in Brussel. Dat zijn evident based vaststellingen waar niemand oren naar heeft, het zou de aanpak evenwel een goed stuk efficiënter maken moest men de cijfers kunnen lezen en begrijpen zoals ze zijn, zonder ideologische of ‘terroristische’ opsmuk.

9. Leefloners – teken van Beschaving – Nr. 18

Door de extreem hoge wisseling van nieuwkomers naar en verhuizers uit Molenbeek is het aantal inwoners zonder vast inkomen continue hoog. Het betreft op een jaar tijd gezien evenwel een sterk wisselende groep hetgeen een uitzonderlijke grote inspannning vraagt van gemeentelijke en OCMW-diensten. 4,0% van de bevolking doet beroep op leefloon, dat is 5 tot 10x hoger dan in de Smart Cities. Uiteraard weerspiegelt zich dat in een lagere gemeentebudget en beperkt beschikbaar inkomen voor de bewoners. Maar zoals gezegd, dit is geen statisch gegeven, waarop lineair kan ingegrepen, het is een dynamisch gegeven gekenmerkt tot een grote wisseling van publiek en van behoeftigheid. Het leefloon is een teken van beschaving, het voorkomt dat de bedelstaf veralgemeend wordt, of wil men het Shakespeariaans drama met de kreupelen, de zieken en de bedelaars aan de poorten van kerken en gemeentehuizen opnieuw werkelijkheid maken?

10. Wachtregister asiel – nr. 19

Met 16 per 1.000 inwoners neemt Molenbeek 5 tot 8x meer asielaanvragers op die op een afhandeling van hun dossier wachten, tot 16 keer meer dan Genk bv dat maar 1 per 1.000 opvangt uit het wachtregister asiel. Kan de gelijke spreiding ook eens nagegaan worden van steden die er veel opvangent naar wie er weinig opvangt?

11. In tegenstelling tot de Smart Cities grote daling criminaliteit in Molenbeek – Nr. 20

De criminaliteit is in  Molenbeek, op Seraing na, van gelijk niveau met de Smart Cities. Door de ‘specialisten’ is dat al langer geweten maar het wordt systematisch met de mantel van de onwetendheid bedekt. De criminaliteitsgraad stelt het aantal misdrijven en haar evolutie in verhouding tot de bevolking. De criminaliteitsgraad + houdt daarbij ook rekening met het toerisme, het aantal hogeschoolstudenten, de pendel en de stations. Zij worden afhankelijk van de aanwezigheid van bijkomende bezoekers of bevolking, omgezet in een Bevolkingsequivalent per gemeente zodat, samengeteld met de reguliere bevolking, de noemer vergroot om de criminaliteitsgraad te berekenen. In Molenbeek is de criminaliteitsgraad op 15 jaar vermindert met 27%, de hoogste daling in vergelijking met de Smart Cities, In vergelijking met 2010 is er ook de hoogste daling en vergeleken met 2013 is enkel in Hasselt een sterkere daling geweest. Is dat geen centje waard?

12. 1,7 agent per 1.000 inwoners woont in Molenbeek – Nr 17
  
In vergelijking met Hasselt en namen wonen er maar half zo veel lokale agenten in Molenbeek per 1.000 inwoners, 1,7 in Molenbeek tegenover 3,1 in Namen en 3,6 in Hasselt. Dat wil nog niet zegen dat deze agenten ook in Molenbeek of Brussel actief zijn, dat kan ook in andere gewesten. Afgemeten aan de gemiddelde tewerkstelling van lokale agenten per gewest, wonen er maar 33% agenten die ook in Molenbeek werken, in de Smart Cities is dat meestal de helft. Globaal wonen er in het Brusselse gewest maar 20% van de agenten die er werken.
 
13. Slotbeschouwingen

13.1. De observatiepost  ‘radicalisering’ in Molenbeek

Is het zo dat in Molenbeek gekaderd en geobserveerd door de veiligheidsdiensten een aantal ‘gasten’ hun agenda hebben mogen bedenken, opzetten en uivoeren, zodat de veiligheidsdiensten een aanknoping hadden met de werkelijkheid, iets dat Johan Leman al tot in den treure onder de aandacht gebracht heeft. Tot men er de controle, al of niet gewild, over verloor. Zoals bij de Bende Van Nijvel, Dutroux is ook nu de opbrengst aanzienlijk, 400 miljoen €. Bij een misdrijf is altijd de eerste vraag, wie heeft er voordeel bij, voor wie komt het goed uit. Maar goed dat Merkel en Hollande, na Griekenland, de vluchtelingen en de Klimaatconferentie, nu de handen vrij hebben om zich met Syrië gaan bemoeien zodat er tegen de lente 2016 een politieke oplossing voor Syrië uit de bus zal komen. En als dat aan kant is, waarom niet Palestina.
 
13.2. Over de verdubbeling Nederlandstalig onderwijsaanbod in Molenbeek.

Over slaagkansen op school hebben we geen gegevens gezocht/gevonden. Wel is het verhogen, zeg maar verdubbelen van het aanbod van het Nederlandstalig onderwijs in Molenbeek (en andere Brusselse gemeenten) de beste manier om de noodzakelijke uitstroom naar de kleinere steden en landelijke gemeenten in Vlaanderen, ook van ouderen te vergemakkelijken. Molenbeek en Brussel bieden de noodzakelijke arbeidsreserve waar het Vlaamse gewest de komende decennia nood aan heeft. Molenbeek kan hierop een kwalitatief antwoord bieden, dankzij een verder uitgebouwd Nederlandstalig onderwijs op alle niveaus. De oude politiek, om het Nederlandstalig onderwijs maar met mondjesmaat te ontwikkelen in Brussel omdat anders teveel van “de die” naar Vlaanderen zouden komen, moet noodwendig overboord, niet alleen in het belang van de Molenbekenaren maar van het Vlaams gewest. Anders zullen de Belgen in arbeidsnood, zoals nu de vluchtelingen en immigranten die zich al aan het opmaken zijn, de komende decennia naar Duitsland trekken.

13.3. Structurele declassering Molenbeek

Zeggen dat deze structurele declassering van Molenbeek voortkomt uit de laksheid van haar politieke leiding en electorale bekommernissen is blind zijn voor de eigen onverantwoordelijkheid, het gebrek aan analyse, het weigeren van hulp aan een gemeente in nood, het is schuldig verzuim van de politieke klasse tav alle inwoners van Molenbeek en Brussel. Blijkbaar is men nog altijd meer geïnteresseerd om z’n paraplu open te trekken dan om de werkelijkheid, ook van het verleden, onder ogen te zien. Het is deze vaststelling die de buitenwereld en de buitenlandse pers vooral shockeerd. Hoe kan het zijn dat men deze dynamische gemeente niet de levenskansen gegeven heeft waar zij recht op had en die voor de hand liggend waren. Hoe is het mogelijk dat geen enkele actie ondernomen wordt om hieraan tegemoet te komen en dat enkel in termen van veiligheid en repressieve aanpak gedacht wordt. Wanneer komt er een budget van 400 miljoen € voor steden in nood?

Voor verdere commentaar en de tabel, lees BuG 297 on-line 
Tabel Printbaar op 1 A4 Molenbeek en de Smart Cities

Jan Hertogen, socioloog
www.npdata.be

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!