Je bent je bril vergeten?! (970 woorden)

Je bent je bril vergeten?! (970 woorden)

woensdag 13 juli 2016 16:07

Vanmiddag trok ik na de heerlijke broodmaaltijd (sandwiches gebakken op steen, met Ierse boter, honing van de imker in de woonomgeving, sneetje Paardenfilet daarbij) naar mijn werk van de woensdagen. De bus kwam aan, en ik riep bij het binnengaan, terwijl ik hem aankijk, zoals ik steeds doe “Dag Chauffeur!”. Hij bekijkt mij, een man achter in de veertig met ringbaard en bril, en antwoordt flink: “Gij zijt ne piloot!?”. “Ja! Repliceer ik, “Gij ne chauffeur en ik ne piloot!”. Waarop hij op een lichtjes spottend toontje: “Ge hebt alleen uw Bril vergeten!”. Ik schiet in de lach.

We nemen een vierzitterplekje, Fellow en ik. Naast mij zet ik mijn lederen rugzakje van Aunts & Uncles. Ik neem mijn toestelletje, lees en antwoord op de textjes die L. mij het een na het ander laat weten. Er is een mirakel gebeurd. Ik schroom om er over te schrijven. Haar ruggengraat is op zijn plaats gesprongen. Een knelpunt is sinds gisterenavond weg, een dat ontstond toen Elise, haar beste vriendin toen, in haar woonplaats van oorsprong, op circa achtduizend mijl van hier niet ver van de Bermuda Triangle, zich uitleefde op L. om ervaring op te doen als masseuse. Ze had te hard gedrukt op de wervels. Daar had ze nog niets over geleerd. Dat is nu 37 jaar geleden. Nu zijn wij samen op pad in het Hageland, het kan verkeren. Ik verneem nog dat de druk van de wervel al die tijd vaak veel pijn heeft veroorzaakt. Ik sein terug: Wat een getuigenis! Zou dit fantastische gebeuren, (een heling die plaatsvindt zonder dat ik zelfs maar mijn handen oplegde, door de liefde op de eerste dag dat L. Mij thuis bezoekt, en wij gewoon intens in de heuvels van de Kesselse Bergen gaan wandelen… Wij namen samen een ijsjespauze in de boerderij, en werden ook door een onweer verrast. Wij zijn gezellig samen gaan schuilen en bekvechten in het halletje van mijn KBC kantoor…) Zou dit aanvaard worden als Mirakel voor de Heiligverklaring? (“Ik weet niet of ik in de medische sfeer dit soort genezingen nog vaak ga kunnen doen”, schrijf ik. “Het is geen Testimony, schrijft mijn liefste terug. Gewoon wat er is gebeurd.” Van zulke meiden houdt ik wel, die zich niet zondermeer voor mijn kar laten spannen. Rome zal moeten wachten.

Intussen zijn zowaar drie jonge meisjes bij ons komen zitten. Fellow en ik zijn helemaal omgeven. Al snel hebben zij ontdekt dat F zich dolgraag laat strelen. Zes handen strijken door zijn pels, over zijn rug, nek, kopje. Ik doe natuurlijk zelf ook even mee.

Het gesprek wordt bij zo veel openheid en dierlijke-menselijke liefdescontact, als snel wat persoonlijker. De drie blijken eveneens roots te hebben in vele landen. De meid met lang haar en bril rechts naast mij is Pools-Belgische. En zij heeft Fransen in de bloedlijn. De jonge dame tegenover mij, met het fijne hangertje boven de beperkte borsten, heeft voorouders in Frankrijk en Duitsland, en “Mijn familie woont grotendeels in de VSA”. Ik meld dat mijn vader lang in Amerika heeft geleefd. “Ja, dat is interessant, hè, zeg ik nog, dan voel je je Mens-van-de-hele-Wereld?!”  Zij knikt, kijkt diep en intens in mijn ogen. dat kan Ik hebben vandaag.

De derde jonge vrouw ziet er wat Grieks uit, met haar opgestoken haar en schroomvallige oogopslag. Ook zij spreekt van voormoeders en –vaders in meerdere landen. De vrouw tegenover mij zegt, baanbrekend positief en enthousiast als bij opbod, zoals jongeren wel kunnen reageren, als je hen aanmoedigt door een bepaalde toon en presentie: “En ik ga Japans leren”. “Ha, dat heb ik ook gedaan, echt”, zeg ik. “Ik vind dat je op die manier het gat in de muur maakt. Die cultuur en gebruiken, die mensen van dat Merkwaardige Eiland zijn zo interessant. Als je de taal niet kent, sta je voor een muur. Zij gaan op hun eigen manier om met de grote uitdagingen, liefde, pijn, ziekte, dood, kinderen, werk, huishouden…” “Ze hebben mij een lerares aangeraden, maar haar klassen waren al volzet” zegt zij. “Ik had de eerste keer les van mevrouw Cormo, antwoord ik meteen trefzeker niet veel minder dan veertig jaar na de feiten. “Maar die zal op pensioen zijn, ik was nog leerling in het secundair onderwijs toen ik die studie aanvatte, zozeer was ik gebeten om de Japanners te leren kennen in al hun doen en laten. Zij leven in groep. Zij houden van de natuur. Ik kickte vooral op de mooi stemmen. Als de vrouwen spreken…! Oef! De mannen klinken meestendeels heel anders, nogal staccato.”. De meisjes kijken mij aandachtig aan, we nemen Fellow wat dichter bij ons, er is een oude man met zijn winkelkarretje die moet passeren. Hij glundert en zegt dank als hij voorbij is. Een zestiger met een tegelijk gestudeerd en ruraal gezicht, kijkt ons wondere gezelschap heel de tijd met ingehouden plezier en verwondering aan van aan de overkant van de doorgang.

Intussen seint L. “Ik kan mij geen viering van dit mirakel permitteren”. -“Hoe vond je overigens de bessen die ik je schonk? Hoe is hun Nederlandse naam ook alweer?” “Stekelbessen” sein ik. En ik bedenkt dat ik haar kan melden dat een feest niet veel hoeft te kosten. Iets in de persoonlijke sfeer, iets intiems, kan heerlijk zijn. Zij heeft mijn rug al gezien en aangeraakt, vorige donderdag, in het gazon van het park bij het Afrikamuseum.

Wanneer ik de laatste kilometer naar kantoor te voet afleg, waar de gebruikers van rolstoelen mijn diensten mogen meemaken tot vier uur, bedenk ik wat ik een volgende keer aan de chauffeur van De Lijn ga antwoorden:

 “Ik heb geen bril nodig. Mijn lederen piloten muts is mij genoeg, (zo heerlijk donkerbruin!).  Want ik heb leren kijken met mijn hart. Daarmee zie ik helder. Het essentiële is toch onzichtbaar voor de ogen.”

Stefaan Solfrian

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!