De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Ieder mens wil het goede doen maar dit kan zich in het tegendeel keren wanneer dit “goede doen” fanatiek wordt doorgedrukt.

donderdag 25 november 2021 18:52
Spread the love

Ieder mens wil het goede doen maar dit kan zich in het tegendeel keren wanneer dit “goede doen” fanatiek wordt doorgedrukt. Onvoorstelbare wreedheid komt meestal van mensen die – vanuit hun eigen perspectief – het goede willen. Maakt het kwaad deel uit van de “aard van de mens”? Of is het onderworpen aan voorwaarden die in principe veranderlijk zijn?
Kan democratie hier iets aan veranderen?

De grote denker Hannah Arendt gaf ons stof tot nadenken hierover. Arendt gebruikt de term “het radicale kwaad” voor wreedheden die, zoals het nationaal-socialisme en het stalinisme, “niet hadden mogen gebeuren”, die “onder geen enkele omstandigheid kunnen worden aanvaard”(1)

De concrete aanleidingen of oorzaken van het kwaad worden over het algemeen beschouwd als de wil tot macht, d.w.z. de ongebreidelde wens om andere mensen of hele volkeren te overheersen, een sadistische inborst en, natuurlijk, hebzucht naar materiële rijkdom. Andere krachtige wortels van het kwaad worden echter vaak over het hoofd gezien.
Hannah Arendt is een van de filosofische denkers die zich bijzonder intensief met het kwaad heeft beziggehouden. In 1953 noteerde zij in haar “Denkdagboek”: “Er is radicaal kwaad, maar geen radicaal goed. Radicaal kwaad ontstaat altijd wanneer een ‘radicaal goed’ wordt nagestreefd”, hetgeen zij later illustreerde aan de hand van de Franse Revolutie (2).
Bijvoorbeeld ook de marxisten wilden iets – vanuit hun standpunt (!) – radicaal goeds, namelijk niets minder dan de schepping van een aards paradijs waarin geen klassen meer bestaan en alle mensen gelijk zijn. Vanuit hun Hegeliaans-dialectisch perspectief waren politiegeweld, terreur, vrijheidsberoving en interneringskampen onvermijdelijke voorlopers op de weg naar deze gelukzalige staat.

De mens als een fanatieke afgodendienaar
Misschien is dit wel de grootste fout van de mens: voortdurend het radicaal goede willen. De moderne mens mag dan goddeloos zijn, hij is toch een wezen dat in de allerhoogste mate gericht is op het absolute goede als zijn uiteindelijke bestemming/woning, waaraan hij zich kan wijden, zich kan onderwerpen, met onvoorwaardelijkheid, met grenzeloosheid.

De ontmenselijking van de mens
In navolging van Hannah Arendt moet worden vastgesteld dat het radicale kwaad sinds de 20e eeuw in ongekende omvang de kop heeft opgestoken. Deze ontwikkeling gaat gepaard met een verschijnsel dat een van de voornaamste kenmerken van de moderniteit is en dat de laatste decennia enorm is toegenomen: de ontmenselijking van de mens.
De ontmenselijking van de mens is echter geenszins van louter intrinsieke aard, maar wordt in belangrijke mate veroorzaakt door bepaalde externe factoren die kenmerkend zijn voor de moderniteit. Bovendien is er een verband tussen ontmenselijking en radicaal kwaad:
“Radicaal kwaad draagt bij tot de ontmenselijking van de mens, en de steeds meer ontmenselijkte mens heeft steeds minder remming om het kwaad dat voortkomt uit het willen van het radicaal goede te aanvaarden en uit te voeren.”
Hierin past, dat Hannah Arendt radicaal kwaad in verband brengt met het “overbodig maken van mensen als menselijke wezens”.

De ontaarding in een volmaakt functioneel wezen
Theodor W. Adorno stelt dat in de steeds meer gereguleerde wereld de mens zelf wordt getransformeerd tot een bestuursvoorwerp, een louter functioneel wezen – “potentiële werknemers van één enkel gigantisch monsterbedrijf” in die zin dat zij geneigd zijn van de in vroeger eeuwen verworven kwaliteiten alleen die eigenschappen over te houden die hen in staat stellen binnen deze administratieve/functionele machinerie vooruit te komen of te overleven, zoals “een bepaald soort efficiëntie, een snelle blik, een snelle reactie, behendigheid (…) ook een bepaald soort hardheid tegenover anderen en tegenover zichzelf”(3).
Tegelijkertijd zouden zij alle kwaliteiten verliezen die deze aanpassing in de weg staan, kwaliteiten “die wij tot op heden eigenlijk als het juist menselijke hebben beschouwd (…)”, zoals met name impulsen en hartstochten en spontaniteit.
“Men zou bijna kunnen zeggen dat de mensen verliezen wat vroeger überhaupt karakter was, de ingeprente eigenheid van hun ik, die zij uit het verleden overnemen en tot in de toekomst bewaren, omdat dit ik als het ware een ballast is die het hen alleen maar moeilijk zou kunnen maken om binnen de reusachtige sociale machine verder te komen.”

Het verlies van opvoeding en vorming van hartelijkheid.
De onderwijscatastrofe van de laatste decennia, waartoe niet in de laatste plaats de politiek correcte, neo-marxistische hersenspoeling en conformisme op school te rekenen zijn, heeft de aftakeling van het menselijke, van de spontaniteit, van de persoonlijkheid weliswaar nog verergerd.
Het dramatische verlies van de vorming van het hart, d.w.z. van een rijk en gedifferentieerd vermogen tot voelen en fijngevoeligheid, is echter nog ernstiger bij de “digitale generaties” die al van jongs af aan besmet zijn met “smartphoneitis”(4). Want “seriemensen” die grotendeels gereduceerd zijn tot het functionele en “harte-stommelingen” zullen aanzienlijk minder opgewassen zijn tegen de verleiding van het kwaad dan – tot op zekere hoogte – intacte persoonlijkheden die nog zo’n “hartewarmte” bezitten die de geestelijk gezonde mens kenmerkt.

Mensen overbodig maken als “mens”
Hannah Arendt, bracht in een brief aan de filosoof Karl Jaspers het radicale kwaad in verband met het “overbodig maken van mensen als mensen”:
“Nu weet ik niet wat radicaal kwaad werkelijk is, maar het lijkt mij dat het op de een of andere manier te maken heeft met de volgende verschijnselen: Het overbodig maken van de mens als mens (niet door hem als middel te gebruiken, wat immers zijn menselijkheid onaangetast laat en slechts zijn menselijke waardigheid aantast), maar het overbodig maken als mens. Dit gebeurt zodra men alle ‘unpredictability’ (onvoorspelbaarheid) uitschakelt, die met de spontaniteit aan de kant van de mens overeenkomt”(5).

De volledig onder toezicht staande, bezitloze en cashloze mens van de nagestreefde Nieuwe Wereldorde (Klaus Schwab/WEF) zal natuurlijk precies hieraan voldoen: Hij zal absoluut voorspelbaar zijn en daardoor als mens overbodig worden.

Volgens Arendt hebben de nationaal-socialisten in hun concentratiekampen de mensen systematisch overbodig gemaakt door hun spontaniteit en individualiteit uit te schakelen en aldus marionetten te creëren die niet meer handelden maar slechts reageerden – en op een volkomen voorspelbare manier – tot aan hun dood. Een van de methoden die Hitlers handlangers gebruikten om individualiteit te doden, was bijvoorbeeld het kaalscheren van de hoofden van de gevangenen in het concentratiekamp. Maar gezichtsmaskers zijn hier ook heel goed voor, in feite veel beter, vooral als ze worden opgedrongen aan mensen op jonge leeftijd.

Het lijdt geen twijfel dat wij thans met reuzenstappen het verreweg belangrijkste keerpunt in de geschiedenis van de mensheid naderen. Aangezien de mens in noodsituaties soms oude, vastgeroeste deugden en bekwaamheden in herinnering roept, blijft er ondanks al het gepaste, ja onvermijdelijke pessimisme een sprankje hoop over dat de Nieuwe Wereldorde die tegen de mensen, tegen het mens-zijn is gericht, toch nog zal worden verhinderd – door de menselijkheid van de mensen.

Kan democratie hier iets aan veranderen?
Het is nu juist directe democratie die de menselijkheid van de mensen onder elkaar de meeste kansen geeft. Want Democratie is het “hart” van de samenleving.
In de democratische besluitvorming wordt ons rechtvaardigheidsgevoel aangesproken en dit gevoel zetelt in ons ‘hart’. In een rechtvaardige samenleving, moeten diegenen die de gevolgen van een beslissing moeten dragen, ook mee kunnen beslissen.
Want, democratie is het maatschappelijke gesprek waarin we afspraken maken over hoe we met elkaar omgaan en welke wetten we willen in een staat waar het goed is om leven. De waakhondfunctie van het volk en een echt feedbacksysteem moet aanwezig zijn. Als de bevolking onrechtvaardigheden ervaart en ze wil rechtzetten moeten de burgers de mogelijkheid hebben om via referenda zelf hun zaken op orde te stellen. Ons politiek systeem moet verder democratiseren tot een ware democratie waar de burgers, via referenda, na een breed maatschappelijk gesprek op een vreedzame manier daadwerkelijk in staat zijn om hun samenleving zelf vorm te geven. Hierdoor krijgt het “radicale kwaad” zo goed als geen kans, immers ieder ontspoord fanatiek nastreven van het “radicaal goede” wordt door het rechtvaardigheidsgevoel van de mensen bijgestuurd. Hierbij is geen enkel mens “overbodig”!
________________________________

(1) Hannah Arendt: Denktagebuch. 1950 bis 1973, München/Berlin, Piper, 2020, Seite 7
(2) Hannah Arendt: Denktagebuch. 1950 bis 1973, München/Berlin, Piper, 2020, Seite 341.
(3) https://www.youtube.com/watch?v=89o2VYn7MJc
(4) https://www.theeuropean.de/stefan-barme/entmenschlichung-und-totalitarismus/
(5) Hannah Arendt/Karl Jaspers. Briefwechsel 1926 bis 1969. Herausgegeben von Lotte Köhler und Hans Saner, München, Piper, 1985, Seite 202.
_________________________________________________

Auteur: Marc Vanvelk, bestuurslid van Meer Democratie vzw

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!