Gelijke spreiding asielzoekers, hoeveel nog per gemeente?

Gelijke spreiding asielzoekers, hoeveel nog per gemeente?

maandag 7 september 2015 10:11

Op 01/01/2015 bevonden er zich 46.435 asielvragers in het wachtregister asiel, dwz 4 per 1.000 inwoners. Als dit zou stijgen tot 112.209 of 10 asielvragers per 1.000 inwoners (dus 1%) hoeveel asielvragers zou dan elke gemeente nog moeten opnemen om tot een gelijke spreiding te komen?Een instrument voor actie van locale verenigingen voor asielopvang.

Het antwoord in Tabel: Nog op te vangen asielvragers voor gelijke spreiding. Gemeenten met collectieve opvang door Fedasil zitten niet in dit overzicht. Tabel: Evolutie register Asiel 2012-2015 per gemeente in aantal en evolutie
 

Lijst Vlaams gemeenten in alfabetische orde,    aflopend,    oplopend      
Lijst Brusselse gemeenten in alfabetische orde                                
Lijst alle Waalse gemeenten in alfabetische orde,    aflopend,    oplopend

Of bekijk de gemeentekaarten met nog te spreiden asielzoekers per 1.000 inwoners:

Gemeentekaart huidig aantal Asielzoekers geeft beeld van de huidige opvang,    
Gemeentekaart nog op te vangen Asielzoekers om tot gelijke spreiding te komen.

En afluitend 3 Achteraffen over De Wever, Aarschot, Asiel/migratiedynamiek

Aantal nog op te vangen asielzoekers per gemeente voor gelijke spreiding

Een uur na publicatie van BuG 282 kregen we de ontbrekende gegevens toegestuurd om het aantal asielvragers in het wachtregister per gemeente op 01/01/2015 te berekenen. Meteen ging een lampje branden om te berekenen hoeveel asielzoekers elke gemeente nog diende op te nemen om tot een gelijke spreiding te komen tussen de gemeenten. De gemeenten met collectieve opvang in organisatie door Fedasil zouden buiten deze berekening blijven, alhoewel de inwoners aanvullend aan het collectieve natuurlijk ook hun deeltje moeten bijdragen. Maar wat dient de referentie te zijn, wat is het volume asielzoekers op basis waarvan de spreiding berekend kan worden.

1. Referentieaantal: 112.090 of 10 per 1.000 inwoners

Het aantal asielzoekers in het wachtregister bedroeg op 01/01/2015 46.435 of 4 per 1.000 inwoners. In 2003, het jaar met het hoogste aantal asielvragers in het wachtregister was dat in het 4de kwartaal 100.073 (telling Studiedienst Vlaamse regering) of 10 per 1.000 inwoners. Als we 10 per 1.000 als huidige referentie nemen komen we op een referentieaantal van 112.090 asielvragers in het wachtregister uit. Of het zo een vaart zal lopen valt nog af te wachten omdat een geregistreerde asielzoeker wel in het wachtregister belandt maar bij erkenning als vluchteling er ook uit verdwijnt. Gezien het zich laat aanzien dat er op korte termijn een aanzienlijk aantal erkenningen als vluchteling zullen zijn zal het aantal in het wachtregister asiel allicht maar langzaam groeien. Hiermee wordt ook de opvang langs Fedasil, collectief, langs de LOI’s en individueel ontlast, maar toch zal het aantal in het wachtregister gevoelig kunnen stijgen gezien 40% van de geregistreerde asielvragen uit niet-oorlogsgebieden komt, en voor deze groep zal de asielprocedure langer lopen. Ook bij afwijzing blijven asielvragers nog een tijdje in het wachtregister zolang hun verblijfsadres gekend is.

De referentie 10 per 1.000 inwoners in een gemeente wordt daarom gehanteerd als een referentie om de evolutie over een jaar en meer te kunnen afmeten.

2. De evolutie wachtregister asiel tussen 2012 en 2015 in de gemeenten

Zie hiervoor tabel: Asiel 2012-2015 per gemeente in aantal en evolutie met subtotalen per gewest en provincie. Voor methodologie, zie BuG 182  on-line. Voor enkele gemeenten is het verschil van de 5 registers samen en het 1ste en 2de negatief. Dat kan afhangen van het niet tijdig doorgeven van gemeentelijke gegevens aan het rijksregister. De impact hiervan is volledig marginaal op het geheel en is enkel van belang voor de betreffende gemeente. Men kan trouwens bij de gemeente zelf nagaan wat ni feite de situatie was in het wachtregister op 01/01/2015 en actueel. Wie in het Wachtregister Asiel (het 5de register) zit moet met een aparte code in het rijksregistersysteem ingebracht worden.
 
Even belangrijk als de toekomst is de evolutie in het verleden. Tussen 2004 (4de kwartaal) en 01/01/2015 is er een daling geweest in het asielregister van 100.073 tot 46.435. Tussen 2012 en 2015  ging het om een evolutie van 57.437 naar 46.315.

Maar niets is gelijk. Voor Antwerpen bedroeg deze vermindering van het aantal asielzoekers in het wachtregister van 6.553 of 13 per 1.000 inwoners (evenveel als in het Brussels gewest) naar 3.181, of 6 per 1.000 inwoners, dus meer dan een halvering. Dat is een waar kunststuk of kunstgreep op rekening van Homans en De Wever. In België is er een afname met 19%, in Vlaanderen met 30% en in Antwerpen met 52%. En Duchateau, voorzitter van het OCMW maar klagen dat Antwerpen al genoeg doet en de Wever dat 60% van de pasgeborenen niet exclusief het Nederlands als taal te horen krijgen, alsof die moeders en hun sociale omgeving in het luchtledige wonen. Kind en Gezin mag zich eens duchtig kwaad maken over zulk een misbruik van haar nauwgezette statistiek.

Wie de evolutie van het Wachtregister Asiel voor z’n gemeente wil nagaan, zie Asiel 2012-2015 per gemeente in aantal en evolutie. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de collectieve opvang van Fedasil met een correctie voor de noodopvang tot eind 2014. Want bij de noodopvang is het zo dat deze administratief ingeschreven worden in Brussel stad In de verwerkte cijfers worden deze ‘gecentraliseerde’ inschrijvingen terug verdeeld over de Fedasil-centra van feitelijk verblijf. De evolutie is dus voor alle gemeenten, ook de Brusselse, perfect vergelijkbaar.

3. Huidige asielopvang in het wachtregister gemeenten op 01/01/2015

Alle gegevens zijn samengebracht in de tabel Nog op te vangen asielvragers voor gelijke spreiding, waar op elk onderdeel in opgaande of neergaande zin kan gesorteerd worden en ook de subtotalen per gewest en provincie aanwezig zijn. En het aantal reeds opgevangen asielzoekers per 1.000 inwoners zijn uitgezet op de Gemeentekaart huidig aantal Asielzoekers.

 

4. Verschil tussen de gelijke spreiding 10 per 1.000 inwoners en de actuele situatie

Een eenvoudige wiskundige bewerking levert het resultaat per gemeente, nl de Asielvragers die nog door gemeenten kunnen/moeten opgevangen worden om tot een gelijke verdeling te komen, voortgaande op 10 Asielvrager per 1.000 inwoners in de gemeente. Bij de berekening van aantal per 1.000 worden verschillen afgerond naar 0 of 1 voortgaande op de cijfers na de komma en afrondingen. Voor het detail per gemeente zie ook de tabel Nog op te vangen asielvragers voor gelijke spreiding, waar op elk onderdeel in opgaande of neergaande zin kan gesorteerd worden en ook de subtotalen per gewest en provincie aanwezig zijn.

En ook hier een gemeentekaartje met voor elke gemeente om tot een gelijke spreiding te komen, kaartje dat kan vergroot worden zodat verschillen zichtbaarder worden. Met aanklikken van de gemeente wordt het exacte aantal nog op te vangen Asielvragers per 1.000 inwoners zichtbaar, zie Gemeentekaart huidig aantal Asielzoekers.

Vlaams gewest – Volledige lijst Vlaams gewest in alfabetische orde met ook een lijst aflopend en  oplopend. Met de aanwezigheid van Lubbeek, Maarkedal, Schilde enz. In de algemene tabel Nog op te vangen asielvragers voor gelijke spreiding kunnen de gewesten geselecteerd worden en de gemeenten gesorteerd volgens het aantal Asielzoekers nog te doen of andere elementen.

Brussels gewest
Lijst Brusselse gemeenten in alfabetische orde – Het omgekeerde beeld van hierboven. Gemeenten zonder aanduiding hebben nu reeds hun ‘quotum’ van 10 per 1.000 inwoners bereikt.  In de algemene tabel Nog op te vangen asielvragers voor gelijke spreiding kunnen de gewesten geselecteerd worden en de gemeenten gesorteerd volgens het aantal Asielzoekers nog te doen of andere elementen.

Waals gewest Lijst alle Waalse gemeenten in alfabetische orde met ook een lijst aflopend en oplopend. In de algemene tabel Nog op te vangen asielvragers voor gelijke spreiding kunnen de gewesten geselecteerd worden en de gemeenten gesorteerd volgens het aantal Asielzoekers nog te doen of andere elementen.

5. Een instrument voor actie van plaatselijke verenigingen voor Asielopvang

Het referentieaantal voor het Wachtregister asiel is in de berekening van de spreiding bepaald op 112.209 of 10 per 1.000 inwoners, of 1% van de bevolking. Voor wie dit aan de hoge kant vindt kan gemakkelijk de berekeningen maken tot 75%, hij of zij moet dan enkel 3/4 van de aantallen nemen van nog op te vangen Asielzoekers per gemeente, of als het er het dubbele zijn, gewoon x 2 doen. Zo simpel is dat.

Met deze gegevens hopen we een instrument in handen te geven van lokale verenigingen die ijveren voor asielopvang in hun gemeente. Ze kunnen zelf de telling maken en aan de gemeente vragen hoe de locale situatie is op dit ogenblik en hoe ze evolueert. Men heeft meteen een vergelijkingpunt met alle andere gemeenten. Voor verder info of berekening kan men zich altijd richten tot info@npdata.be.

6. Voor wanneer een officiële statistiek over aantal in wachtregister asiel per gemeente

En waarom stelt de overheid of de statistische diensten zoals vroeger, aan de Studiedienst van de Vlaamse regering geen kwartaalcijfers ter beschikking over het aantal asielzoekers in het wachtregister. En waarom wordt geen open informatie gegeven over aantal asielzoekers in het wachtregister per gemeente. Kan Theo Francken hier geen doorbraak forceren, het zou z’n beleid alleszins transparanter maken. Zelfs Fedasil heeft geen informatie over het aantal opgevangen asielzoekers per gemeente. Zij beschikken enkel over de informatie en regionale verdeling voor opvang die langs hen georganiseerd wordt. Maar de helft van de asielzoekers met geregistreerde aanvraag “trekken hun plan”, passeren niet langs de collectieve of individuele opvang zoals georganiseerd door Fedasil of de OCMW’s. Bij de eerste publicatie van deze overzichten in 2012 kregen we een welgemeende dankuwel van de topfunctionarissen van Fedasil.

…..
  
Ac
hteraf 1: Altijd interessant als door data en documentatie het perspectief geopend wordt dat na enkele maanden de werkelijkheid begrijpbaarder maakt. Wat moet je nu zeggen om relevant te zijn voor de toekomst, that’s the question. Beleidsvoerders en politici maken zich nogal eens druk om in het heden te zeggen wat ze in het verleden te weinig voorzien hebben, en dus altijd achter de feiten aanlopen. Naar de toekomst kan men maar kijken als het verleden voldoende begrepen wordt en bv de migratiemythes niet eindeloos herhaald. De kampioen-negationist in deze is wel Bart De Wever die in z’n eigen stad enkel vermogend blijkt om de migratie-instroom in het verleden te diskwalificeren en niet te zien als essentieel in het overleven van Antwerpen. Daarmee deprecieert hij een meerderheid van de bevolking waar hij burgemeester van is. De taalrijkdom, ook in de thuissituatie, is daarbij een belangrijke meerwaarde voor haar kosmopolitische positie waar Antwerpen zo graag mee te koop loopt. Maar in de mond van De Wever wordt het een laagbijdegronds argument om te bidden: laat deze (vluchtelingen)kelk en liefst ook komende migraties aan mij voorbijgaan. En als De Wever een scheet laat in Terzake, stinkt het  overal. En het moet altijd iemand’s schuld zijn voor deze Calimero, als  het maar niet de zijne is, in plaats van te denken in verantwoordelijkheid en burgerzin.

Achteraf 2: Duitsland heeft haar sociale- en bestaanszekerheid versterkt in het vooruitzicht van een aangekondigde asiel- en migratie-instroom. Misschien kunnen Rutten en C° daar ook eens aan denken. Het vastleggen van een gewaarborgd minimumloon in Duitsland staat daar symbool voor. Het plaatst Duitsland in de positie dat zij het meest concurrentiëel (zullen) zijn in het aantrekken van asielzoekers en migranten,en dus nieuwe werkkrachten en consumenten, en daarom ook de komende decennia het meest concurrentiëel zullen blijven in de Europese economie. Wanneer komen binnen Open-VLD wat stemmen op die een eind maken aan de Aarschotse kortzichtigheid, waarvoor nu ook in de 7de dag de blauwe lopers worden uitgerold. Rutten mag zelfs een oude zaag spannen over 4 op 10 niet-Europeanen die niet zouden werken (in een van de komende BuG’s zullen we ook eens verder op ingaan op deze statistiek van de Enquête van de ArbeidsKrachtenn onder bevoegdheid trouwens van Eurostat). In Aarschot, met 6,4% inwoners met migratieachtergrond waarvan meer dan de helft Europees, moet men blijkbaar nog het reilen en zeilen in de wereld ontdekken. Is Aarschot nog blijven leven in de tijd van de steenstampers uit de Echo-reportage.

Achteraf 3: En best niet vergeten dat asiel- en migratiestromen op gang komen wanneer begrepen wordt dat er ruimte is om zich te settelen. Het negatief saldo op de generatiewisseling de komende decennia in Europa vraagt nu een versterkte immigratie. Als daarbij woningen en appartementen vrij staan, in Duitsland voor enkele miljoenen, in België voor enkele honderd duizenden, dan versterkt de immigratie. Oorlog en honger en uitzichtloosheid zijn niet van vandaag maar hebben nooit aanleiding gegeven tot een migratiedynamiek die we nu kennen. Die is mede aangezet en krijgt een versterking door de demografische en sociogeografische situatie in Europa. Meer nog dan de West-Europese landen zullen hierdoor ook de Oost-Europese landen overstag gaan, zuiver omwille van hun eigen overleven. Zie ondermeer de analyse van de generatiewisseling in BuG 268 on-line en meer specifiek voor Duitsland in BuG 267 on-line . En als na erkenning men tot gezinshereniging zal overgaan, wanneer de bewoners van de vluchtelingenkampen in het Midden-Oosten pas goed beseffen waar zij zich kunnen naar richten, dan kan de beschikbare ruimte en migratienoodzaak in Europa verder ingevuld worden, tot ook daar een verzadiging optreedt, zoals na de immigratie in België vanaf de 60-ger jaren, die pas in 2000 de bevolkingsdaling heeft kunnen keren. Nu is er het negatief saldo op de generatiewisselingen die nog decennia zal voortduren en amper door de immigratie zal kunnen opgevangen worden. Enkel een stijgend geboortecijfer zal hierin structureel een oplossing bieden, hetgeen evenwel drie decennia tijd vraagt om ook tot een structurele bevolkingsstijging te leiden. De huidige immigratie kan dus maar binnen zulk een langere termijnvisie begrepen worden en in het denken ingepast. We zijn graag bereid om dat op het kabinet van Theo Francken eens toe te lichten.
 
Jan Hertogen,
socioloog

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!