De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Bron: Shutterstock

De multipolaire wereld van Jonathan Holslag: een wankel evenwicht

woensdag 8 december 2021 11:19
Spread the love

Politicoloog Jonathan Holslag schrijft over geopolitiek, de positie van China en Europa in de wereld. In Van muur tot muur belicht hij de wereldpolitiek van de laatste dertig jaar. De val van de Berlijnse Muur zou het einde van de geschiedenis en het begin van een periode van wereldvrede met zich meebrengen. Waarom kwam daar niets van terecht?

De bipolaire wereld

Omstreeks de jaren 80 van de vorige eeuw zag de wereldpolitiek er overzichtelijk uit: je had het Westen (de Verenigde Staten en West-Europa) en het Oosten (de Sovjet-Unie en Oost-Europa). Beide machtsblokken waren gescheiden door het IJzeren Gordijn, de hermetisch met hekken gesloten grens die dwars door Europa liep. Berlijn was het symbool van deze scheiding met een metershoge betonnen muur dwars door de stad.

De andere landen op de wereld waren bondgenoten van één van de beide machtsblokken. Landen als Japan, Zuid-Korea en Saoedi-Arabië behoorden tot het Westen, Cuba, Noord-Korea en Vietnam waren bondgenoten van het Oosten. Er was sprake van een koude oorlog, beide machtsblokken plaatsten steeds meer soldaten, tanks en kernwapens aan beide kanten van het IJzeren Gordijn. Zo ontstond de bewapeningswedloop waarbij beide machtsblokken elkaar in evenwicht hielden.

Het einde van de geschiedenis

Met de val van de Berlijnse Muur in 1989 kwam aan deze bipolaire wereld een einde en dat is het uitgangspunt van het boek Van muur tot muur van Jonathan Holslag. Hoe is de wereldpolitiek sindsdien veranderd?

Aanvankelijk was de triomf van het Westen groot: het systeem van democratie, vrije handel, vrijheid en respect voor de mensenrechten was als enige overgebleven. Er was geen alternatief maatschappelijk systeem meer, gebaseerd op solidariteit, collectiviteit en planeconomie.

De Amerikaanse politicoloog Francis Fukuyama sprak daarom van het einde van de geschiedenis. In de 21ste eeuw zou de wereld democratisch en kapitalistisch georganiseerd zijn, de bipolaire wereld zou plaatsmaken voor een mondiale, open gemeenschap en ongekende welvaart zou in het verschiet liggen. Van deze droom is volgens Holslag in de periode 1989-2019 om allerlei redenen niets terechtgekomen.

De achteruitgang van het Westen

Na de val van de Muur groeide de wereldeconomie, maar die groei is in de Westerse landen niet geïnvesteerd in een betere, duurzamere samenleving. De groei gaat naar consumptie, niet naar infrastructuur, onderwijs of gezondheidszorg. Er is geen basis voor toekomstige groei gelegd. Het aandeel van het Westen in de wereldeconomie gaat geleidelijk achteruit. Het Westen is volgens Holslag in de greep van het consumentisme, dat weliswaar welvaart suggereert, maar in het geheel geen garantie voor de toekomst biedt.

De internationale invloed van het Westen neemt af. De Westerse landen besteden steeds minder aan defensie en hun rol in de Wereldbank of het Internationaal Monetair Fonds is kleiner. De militaire interventies van het Westen in Afghanistan, Irak, de Balkan of Somalië hadden niet het beoogde resultaat, namelijk de creatie van vrije en vredige samenlevingen. De kosten van die interventies waren buitensporig en eisten een zware tol aan mensenlevens. De Amerikaanse president Donald Trump moest weinig hebben van internationale politiek: onder het motto ‘make America great again’ zegde hij internationale verdragen op en schoof iedere internationale verantwoordelijkheid van zich af.

Soms had het Westen een glansrol kunnen spelen, maar besloot het niets te doen. Er was geen steun voor de Arabische Lente, toen er in verschillende landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten opstanden uitbraken en de mensen zich wilden bevrijden van corruptie en dictatuur. Het Westen bleef dictatoriale regimes de hand boven het hoofd houden en verloor hierdoor veel van zijn geloofwaardigheid.

De geloofwaardigheid van het Westen werd er niet groter op door het optreden van sommige politici. Na hun politieke afgang kozen salonsocialisten eieren voor hun geld: Tony Blair werd lobbyist voor Saoedi-Arabië bij de Europese Unie (als Brits premier had hij de interventie in Irak gesteund) en Gerhard Schröder werd adviseur bij Gazprom (als Duits bondskanselier had hij een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland gesteund). Bertolt Brecht wist het al: ‘Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral’.

De snelle opkomst van China

China koos voor economische hervormingen, maar politieke hervormingen stonden niet ter discussie. De communistische partij behield het monopolie en de vrijheid van meningsuiting bleef beperkt. China kreeg staatskapitalisme: de overheid speelt een grote rol in investeringen in infrastructuur en tracht de belangen van bedrijven maximaal te bevorderen. De economie werd vooral exportgericht en groeide na 1989 spectaculair met zo’n 10% per jaar.

De stijging van de consumptie in het Westen heeft de economie van China groot gemaakt, te meer omdat China erin slaagde de thuismarkt af te schermen voor Westerse producten. Westerse ondernemingen droomden van de Chinese massamarkt en de lage loonkosten en Westerse politici hadden geen problemen met schendingen van de mensenrechten (de studenten op Tiananmen, de Tibetanen, de Oeigoeren). Westerse bedrijven verplaatsten hun productie naar China en investeerden er. China werd de fabriek van de wereld. Zo was de Chinese economie in 2019 de tweede in omvang na de Verenigde Staten geworden, goed voor 50% van het Aziatische BNP en groter dan die van Japan, India en Zuid-Korea samen.

China heeft zoveel kapitaal dat het een alternatief is geworden voor de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds. Het vertaalt het economische succes in een groeiende invloed in Azië en Afrika, vooral door de aanleg van spoorwegen, wegen en havens en vergroot zo zijn afzetmarkten. Ook de Nieuwe Zijderoute past in het streven naar een wereldomvattend infrastructuursysteem dat de handel van China met Centraal-Azië en Europa moet bevorderen.

China verhoogt zijn militaire uitgaven sterk en maakt aanspraak op Hong Kong en Taiwan. Er is een toenemende aanwezigheid van de Chinese marine op de Zuid-Chinese Zee en in de Stille Oceaan, waardoor de Verenigde Staten zich bedreigd voelen.

Rusland blijft sterk

Na de val van de Muur halveerde de bevolking en nam het grondgebied met een derde af. Het leidde tot een zekere demoralisatie, velen hebben heimwee naar de Sovjet-Unie. Van democratische hervormingen (glasnost en perestrojka) is weinig overgebleven sinds Vladimir Poetin aan de macht is.

Het land werd een exporteur van olie en gas, met name naar West-Europa. Rusland tracht hier minder afhankelijk van te worden door ook met China een gascontract te tekenen. De hoge exportopbrengsten stelt Rusland in staat de defensie te versterken.

Rusland heeft verschillende militaire operaties ondernomen, zoals de bezetting van de Krim en heeft een sterke militaire invloed in Oekraïne en Syrië. Van de hoop van Michael Gorbatsjov dat Europa en Rusland zich tot een vreedzaam samenwerkende gemeenschap zouden ontwikkelen is niets terechtgekomen, vooral sinds de aansluiting van Oost-Europese landen bij de Europese Unie en de NAVO.

Het Zuiden blijft achter

Afrika, Zuid-Amerika en Zuid-Azië hebben niet geprofiteerd van de opleving van de wereldeconomie. Al deze gebieden zijn sterk afhankelijk van de export van grondstoffen waarvan de prijzen gedaald zijn, zodat hun ruilvoet verslechterde. Vaak is er sprake van kapitaalvlucht: er is niet geïnvesteerd, maar de elite brengt het kapitaal onder in belastingparadijzen.

De bevolking neemt sterk toe en er is massawerkloosheid. Veel landen kunnen weinig controle en gezag uitoefenen, waardoor het Zuiden het toneel is van lokale oorlogen en geweld. Zo heeft India geen gelijke tred kunnen houden met China door aanslagen tussen moslims en hindoes en de grensincidenten met Pakistan in Kasjmir. Er is een klimaat van instabiliteit door politieke verdeeldheid, waardoor investeringen uitblijven.

Het resultaat hiervan is migratie, vluchtelingenstromen van mensen op zoek naar een beter bestaan. In plaats van de oorzaken hiervan te bestrijden en hulpprogramma’s op te zetten betaalde het Westen dictatoriale regimes om de mensen tegen te houden en plaatste hekwerken en nieuwe muren.

Een instabiele multipolaire wereld

De wereld heeft zich niet tot een soort harmonie ontwikkeld, de bipolaire wereld heeft plaatsgemaakt voor een multipolaire wereld. Het Westen verliest geleidelijk terrein, China is opgekomen als wereldmacht en Rusland behoudt een sterke positie. De landen in het Zuiden hebben niet kunnen profiteren van de opleving.

Zo’n multipolaire wereld is per definitie instabiel. Landen kiezen niet meer voor één van de twee machtsblokken, maar trachten hun voordeel te doen door meerdere mogendheden tegen elkaar uit te spelen, zijn meer pragmatisch dan loyaal. Sommige regionale mogendheden trachten van beide walletjes te eten door zowel met het Westen, China als Rusland zaken te doen (Iran, Israël, Turkije). Een multipolaire wereld is daardoor een instabiel krachtenveld en het machtsevenwicht blijft wankel.

Van muur tot muur

Holslag geeft een breed overzicht van de politieke ontwikkelingen sinds 1989, ze worden goed geïllustreerd en in hun samenhang beschreven. Onder die politieke ontwikkelingen verstaat Holslag vooral de verschuivingen in macht tussen (groepen) landen: politiek, economisch en militair. Centraal staan de bestuurlijke en economische elites. Er is minder aandacht voor alternatieve bewegingen, grote demonstraties, opstanden of revoluties. We vinden dus vrij weinig terug over bijvoorbeeld de invloed van de klimaatbeweging op de wereldpolitiek of over veranderingen in de energie- of migratiepolitiek.

Door de brede opzet is het onvermijdelijk dat bepaalde ontwikkelingen minder uitvoerig worden beschreven. Zo is het jammer dat Holslag niet meer werk maakt van de val van de Muur. Het is het vertrekpunt van zijn boek, maar wat waren de oorzaken? Denk aan de oplopende militaire kosten voor de Sovjet-Unie voor de bewapeningswedloop en de interventie in Afghanistan, de bureaucratische verstarring ingezet onder het langdurige bewind van Leonid Brezjnev of aan Michael Gorbatsjov die te veel overhoop haalde door economische en politieke hervormingen te combineren. Maar als Holslag dit uitvoerig zou willen behandelen, was het boek nog dikker geworden.

Holslag staat evenmin lang stil bij de implosie van de Sovjet-Unie na de val van de Muur, toch de belangrijkste politieke ontwikkeling in de tweede helft van de vorige eeuw. Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie geeft een verklaring voor het Russische verlangen het huidige grondgebied te behouden en niet toe te staan dat Oekraïne deel zal uitmaken van het Westen of dat de NAVO kernwapens in Oost-Europa zal installeren. De ‘rode lijn’ van Vladimir Poetin.

Ten slotte geeft Holslag weinig commentaar op mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Krijgen we in de toekomst een conflict tussen het Westen en China, ontstaat er toch weer een bipolaire wereld, gaat de fragmentatie verder of mogen we toch hopen op meer mondiale samenwerking? Maar onvoorspelbaarheid is het kenmerk van een multipolaire wereld.

Het is maar de vraag of de Chinese economie in hoog tempo blijft groeien. China kent grote binnenlandse tegenstellingen: tussen stad en platteland, tussen minderheden, tussen arm en rijk. Bij een groeiende welvaart kunnen die tegenstellingen aan de oppervlakte komen, mensen zullen meer in de welvaart willen delen en meer vrijheden eisen.

Bovendien is de Chinese economie sterk afhankelijk van de export en dus van ontwikkelingen in de rest van de wereld. De coronacrisis heeft onder andere tot lockdowns van de Chinese havens geleid, veel containers staan nu leeg in Westerse havens en geraken niet zo snel in China voor een nieuwe lading. De prijzen van containers en daardoor van de exportproducten zijn sterk gestegen en mede oorzaak van de huidige hoge inflatie. Het kan ertoe leiden dat Westerse bedrijven alternatieve leveranciers zoeken en Chinese fabrikanten zich uit de markt prijzen.

Al bij al is Holslag vrij pessimistisch over de nieuwste geschiedenis en daarin staat hij niet bepaald alleen. Volgens Samuel Huntington zullen de breuklijnen van de wereld vooral cultureel bepaald zijn, al is niet helemaal duidelijk wat we daaronder moeten verstaan. Zo signaleert hij in Botsende beschavingen (1996) de toenemende invloed van China op de omringende Aziatische landen. Hij verwacht dat Japan zich uiteindelijk op China zal richten in plaats van op het Westen omdat het er qua religie, schrift en taal mee verwant is. Deze herordening van de wereld op basis van culturele verwantschap leidt evenmin tot stabiliteit, we krijgen botsende beschavingen.

Geert Mak vindt net als Holslag dat het optimisme na de val van de Muur is verdwenen. Hij beschrijft in Grote verwachtingen (2019) dezelfde periode, maar richt zich meer op Europa. Holslag onderscheidt zich door het mondiale, niet-eurocentrische perspectief en de nadruk op macht en politiek. Mak gaat op reis en is een geboren verteller.

Van muur tot muur is een inspirerend boek dat doet nadenken over de belangrijkste politieke machtsverschuivingen in de wereld van de afgelopen 30 jaar. Het bevat vele voorbeelden en beperkt zich niet tot de feiten, maar laat ook samenhangen zien. Wat kunnen we ervan leren?

Om te beginnen moeten we voorkomen dat het Zuiden nog verder achterop raakt, want daardoor worden de tegenstellingen in de wereld nog groter, zullen conflicten ontstaan en vluchtelingenstromen toenemen. Het Westen moet het Zuiden een betere ruilvoet voor grondstoffen garanderen, duurzame ontwikkelingsprojecten opzetten en democratische bewegingen steunen. Westerse politici moeten de moraal die ze prediken in de praktijk brengen in plaats van die moraal te gebruiken ter rechtvaardiging van allerlei zakelijke belangen. Het is te hopen dat Holslags pleidooi tegen consumentisme en voor investeringen in een duurzamere samenleving weerklank vindt.

 

Wie meer wil lezen

-Svetlana Aleksijevitsj laat honderden getuigen aan het woord over hun leven tijdens en na de Sovjet-Unie. Het einde van de Rode mens: leven op de puinhopen van de Sovjet-Unie (2014) beschrijft het trauma van de Russen op zoek naar een nieuwe identiteit.

-Ryszard Kapuściński maakte verschillende reizen door de Sovjet-Unie en beschrijft in Imperium: ondergang van een wereldrijk (1993) de desintegratie van het land.

-Cees Nooteboom geeft in Berlijn (2009) een fascinerend ooggetuigenverslag met foto’s van de val van de Muur.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!