De arconauten ten hemel opgenomen

De arconauten: ten hemel opgenomen

donderdag 28 februari 2013 20:12

BOEKBESPREKING
Voordien verschenen in Beweging, jaargang 22, nr. 1 (98), maart 2006

Jef Mariën

Didier Verbruggen schreef met ‘De uitverkoop van het ACW: een verhaal van geld en idealen’ een prachtig boek. De Standaard bracht een korte recensie op vrijdag 20 januari. Wij vonden het boek en lazen het voor u.

De auteur borstelt met verve een goed portret van de industriële revolutie, de doffe ellende die daar bij hoort en de opkomst van het socialisme. Vervolgens beschrijft hij de opkomst van het syndicalisme en van de coöperatieve ondernemingen, tot aan WO I vooral een zaak van de socialisten. Anseele en de Vooruit passeren de revue. En ook de katholieke reactie natuurlijk. Daar had men het knap moeilijk met het succes van de linkse vijand. Voor de katholieken zal de encycliek Rerum Novarum van ontzettend belang zijn, maar ook aan de Gentse Anti-socialistische Katoenwerkersverbond en de eerste spaarkassen wordt aandacht besteed.

Na WO I zou de katholieke ‘muis’ tot een ‘mammoet’ uitgroeien. De beweging wordt gestructureerd en het ACV en de LCM worden gaandeweg au sérieux genomen. In 1921 wordt het ACW gesticht. In 1924 wordt de Belgische Arbeiderscoöperatie (BAC) in het leven geroepen. In 1925 zal de voorloper van Bacob het levenslicht zien: de CV Spaarbank der christelijke Werklieden. In 1929 wordt de NV Centrale Volksverzekering opgericht, de voorloper van DVV (De Volksverzekering). De Spaarbank zal in 1935 worden omgevormd tot: BAC/Centrale Depositokas. Eveneens in 1935 komt het Landelijk Verbond der Christelijke Coöperaties (LVCC, ook groep C genoemd) tot stand. Het huis met vele kamers is groot geworden en  staat op stevige fundamenten. Na WO II , aldus de auteur, ontpopt de mammoet zich geleidelijk tot ‘de mammon’.

Na WO II worden de pijlers van de welvaartstaat (en van de sociale zekerheid) opgetrokken. In 1944 sluiten patroons en vakbonden het eerste sociaal pact af. Het ACV en de LCM groeien uit tot een geweldig machtsbastion. Op het einde van de jaren vijftig laat het ACV zijn socialistische concurrent achter zich, wat volgens de auteur uniek is in de wereld. De macht van de christelijke arbeidersbeweging en de verwevenheid met het politieke machtscentrum worden uit de doeken gedaan met het onvermijdelijke Poupehan-verhaal. Maar veranderingen zijn op til. De kritiek op de verzuiling neemt toe (cfr. L. Huyse) en ook intern, zeker sinds de jaren zestig, neemt ‘de horigheid’ van de leden geleidelijk aan af. Toch zullen tot het begin van de jaren ’90 de coöperatieve werken een hoge vlucht nemen. Achtereenvolgens belicht de auteur de ontwikkelingen bij LVCC, Welvaart(de eerste traumatische ervaring van de coöperatie met de verkoop in de jaren ’80), BAC (het koninginnenstuk), DVV, Ultra Montes, SV Accent, Sofadi, Samkoburo en Het Volk.

In het begin van de jaren ’90 doet volgens de auteur ‘de nieuwe zakelijkheid’ zijn intrede in de christelijke arbeidersbeweging en zeker in de coöperatieve werking. De coöperatieve ACW-tak heet voortaan Groep Arco. LVCC wordt Arcofin. De groep Arco zou snel een 900.000 aandeelhouders tellen. Arcopar en Arcoplus zorgen voor de financiering van de groep. Arcofin en Auxipar zijn verankerd in diverse economische sectoren (o.a. BAC en DVV). De omslag van de arbeiderscoöperatie naar een proces van institutioneel beleggen is gemaakt. De gevolgen blijven niet uit. Eer we tien jaar verder zijn is de uitverkoop zo goed als compleet. In 1992 is Samko aan de beurt. De krant Het Volk en Ultra Montes volgen in 1994. In 1996 gaat het reclame- en communicatiebedrijf L&W voor de bijl. In 2000 volgen drukkerij Sofadi en de vakantiecentra Hengelhoef, Zon & Zee en Iepenbug.

Onder de titel ‘En de haan zal driemaal kraaien’ neemt de auteur de draad van zijn verhaal over BAC weer op en schetst hij op indringende manier de overgang naar Bacob en Artesia Banking om uiteindelijk bij Dexia uit te komen. Sinds 2001 beschikt de christelijke arbeidersbeweging over de grootste sociale holding van het land. Arcofin (sterkhouder van Groep Arco) keert vandaag bijvoorbeeld 70 miljoen euro aan dividenden uit. Een kleine 15% daarvan vloeit naar het ACW en zijn deelorganisaties. De ziel van de zuil staat op de beurs genoteerd, schreef de auteur in de samenvatting van zijn scriptie die aan de basis lag van dit boek. In het boek (p.253) verwoordt hij dit zo: “Net als het ACW is nu ook de coöperatie ontvleesd. De Arconouten zijn ten hemel gevaren. Ze laveren van belegging naar belegging aan het financiële firmament. Ver onder hen krioelt het gewone werkvolk. ‘Leden’ heeft ze nog wel, zeker. Meer dan 900.000 particulieren bezitten een aandeel in een betere wereld. Ze krijgen op dat aandeel een stevige return. Maar is de coöperatie voor hen meer dan een leverancier van materiële voordelen? Is ze voor hen een dam tegen het geweld van de multinationals dat de wereld overspoelt? Ik denk van niet.”

De grote verdienste van het werk is de spanningsboog tussen geschiedenis en actualiteit, tussen verleden en heden, aangevuld met heel veel concreet cijfermateriaal en getuigenissen van diegenen die een belangrijke rol hebben gespeeld in de geschetste ontwikkelingen. Soms moest ik daarbij denken aan de reacties op de recente Panorama uitzending over het voetbalgokschandaal. Ook daar kreeg je vaak te horen ‘ik heb gehoord dat’ of ‘men heeft mij gezegd dat’, waarna weer anderen zullen zeggen, ‘ik heb dat helemaal niet gehoord’ of ‘dat heeft hij tegen mij niet gezegd’. Maar dat doet niets af van de grondstroom van de ontwikkelingen die, zoals gezegd met veel cijfermateriaal, onmiskenbaar aangeduid worden. Niet onbelangrijk ook is dat het werk goed geschreven is. Het verhaal over Het Volk beschrijft niet enkel de ondergang van de krant maar legt ook de mechanismen van de pers en van de strijd tussen krantengroepen en de audiovisuele sector bloot. De auteur loodst ons ook de wereld van de haute finance in. De overname van Bacob door Dexia  is niet vlekkeloos verlopen en bevat tal van smeuïge verhalen, met uitschuivers naar Lernout-Hauspie en klachten van Deminor.

We kunnen dan ook niet anders dan het boek bijzonder warm aanbevelen. Het bevat tal van elementen die ons (en de beweging) aan het denken moeten zetten.

  • De coöperaties zijn vaak opgehemeld maar zijn nooit laboratoria geweest van arbeiderszelfbestuur. Zij zijn nooit een alternatief geweest voor het kapitalistisch ondernemerschap dat enkel op winstmaximalisatie uit was. Het principe van een democratisch beleid (en van een beperkt rendement van de aandelen) moest er al vlug aan geloven. Grote ideologische armoede ging gepaard met een even groot pragmatisme. De politieke en de syndicale vleugel werden ingezet voor ‘de sociale hervormingen’, de coöperaties werden geldschieters, vehikels om de slagkracht van de beweging te vergroten.
  • In de arbeidersbeweging is er dus altijd een spanning geweest tussen ‘het sociale en het economische’. De auteur verwijst regelmatig naar die spanning waarbij hij de moeilijke positie van de LBC in een aantal concrete dossiers vermeldt. De coöperatieve werking heeft zich ondergedompeld in de wereld van het kapitalisme, van de haute finance, de politiek en de multinationals. Eén pot nat dan ? Toogpraat, zullen de leiders zeggen. Dat belet niet dat de ACW-bedrijven tal van sluitingen, reorganisaties en herstructureringen hebben opgezet waarbij duizenden werknemers betrokken waren. Het werk is ondertussen af en dat moet gezegd, telkens met een sociaal plan dat nooit echt een sociaal bloedbad is geworden.
  • De coöperatie is eigentijds geworden besluit de auteur. Zakelijk, efficiënt en rendabeler dan ooit. Maar vraagt hij zich af (p.254) “heeft deze tijd wel behoefte aan zoveel eigentijdsheid? Of is er nood aan iets anders? Als eigentijdsheid de norm was, dan was de arbeidersbeweging nooit ontstaan. Ze ontstond juist omdat een handvol visionairen de moed hadden om tegen de tijdsgeest in te gaan. Ze slaagden erin om honderdduizenden mensen te begeesteren. En zo bogen ze samen de tijdstroom om en mondden ze uit in een meer humane samenleving.”  Als afsluiter kan dat tellen. Het moet iedereen in de christelijke arbeidersbeweging er toe aanzetten om de oorspronkelijke doelstellingen opnieuw te herdefiniëren (in een weliswaar veranderde maatschappelijke context) en vooral aan de dubbelzinnigheid rond de benadering van ‘de vrije markt’ een eind te maken.

Didier Verbruggen,  De uitverkoop van het ACW: een verhaal van geld en idealen. Roeselare: Roelarta Books, 2005, 264 p. (21,90 €)
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!