Antibiotica en antikapitalisme

Antibiotica en antikapitalisme

dinsdag 7 januari 2014 11:34

Jo Versteijnen en Wouter Snip

Antibiotica en antikapitalisme. Een cryptische combinatie? Toch hebben ze alles met elkaar te maken want een gezonde samenleving kan niet zonder beide, zoals in het nu volgende betoog zal worden verduidelijkt.

Antibiotica

Antibiotica zijn chemische stoffen uit micro-organismen uit de natuur die in de grond en in het water leven. Die stoffen bezitten ‘antibiotische’ of ‘levensverhinderende’ eigenschappen en kunnen daarmee concurrerende micro-organismen die boven de grond leven, zoals bacteriën, onschadelijk  maken. Het eerste antibioticum – penicilline – werd in 1928  bij toeval ontdekt door de Engelse arts-bacterioloog Fleming, en vanaf 1941 toegepast op mensen. Het gold destijds als ‘een wondermiddel’: de effectiviteit was en is groot, terwijl de bijwerkingen doorgaans worden beschouwd als gering. Sinds zijn toepassing hebben ontelbare mensen genezing gevonden en zijn van ziekten en een gewisse dood gered.

Antibiotica resistentie

De wetenschap is er in geslaagd om deze micro-organismen die antibiotica produceren massaal te kweken. Even massaal is antibiotica dan ook voorgeschreven aan patiënten en gebruikt in de veehouderij. Door die meer dan regelmatige blootstelling aan antibiotica hebben bacteriën resistentiemechanismen ontwikkeld, geheel volgens de natuurwet van de ‘survival of the fittest’. Het resistentieprobleem is langzaam opgang gekomen, maar neemt steeds sneller toe, zodanig dat er steeds meer bacteriën komen die bestand zijn tegen de nu bekende antibiotica. Volgens de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) bedraagt het aantal doden als gevolg daarvan in de Europese Unie alleen al ongeveer 25.000 per jaar, terwijl jaarlijks 400.000 mensen worden getroffen door resistente bacteriën. De WHO waarschuwt voor een ‘post-antibiotica tijdperk’, waarin eenvoudige en vaak voorkomende infecties weer dodelijk kunnen eindigen. Naar het schijnt is er nog maar één antibioticum waartegen zich nog geen resistente bacteriën ontwikkeld hebben.

Resistentie betekent niet  alleen een vergroot risico op ziekten en dood, zij levert ook een gevaar op  bij verschillende behandelingen van de moderne geneeskunde, zoals:

  • Zware operaties waarbij infecties dreigen.
  • Transplantaties waarbij het afweersysteem voor langere tijd zwak is.
  • Behandeling van kanker- en HIV-therapieën e.a.

Dreigende catastrofe

De wereld staat dus aan de vooravond van mogelijke catastrofale ontwikkelingen in de gezondheid, ook omdat als bacteriologische uitbraken van epidemieën en pandemieën dreigen, er nauwelijks controle op kan worden uitgeoefend. Als niet direct en voortvarend wordt ingegrepen door de ontwikkeling van nieuwe antibiotica, zijn zulke catastrofes onafwendbaar.  Gelukkigerwijs  is de ontwikkeling van die nieuwe antibiotica niet gebonden aan toeval, zoals destijds bij de ontdekking  door de bacterioloog Fleming. Die ontwikkeling is tegenwoordig technisch geen probleem  en de benodigde knowhow is voldoende aanwezig. Hier ligt  een specifieke verantwoordelijkheid voor de farmaceutische industrie.

De farmaceutische industrie op de ‘vrije’ markt

Maar…de farmaceutische industrie onderneemt niets.  Want volgens haar kan zij te weinig verdienen aan de ontwikkeling van antibiotica. Het zou anders zijn als het chronische ziekten betrof, en zij daar dus voortdurend medicijnen voor zou kunnen leveren. Maar omdat antibiotica zo effectief zijn dat één kuur vrijwel altijd volstaat, is de ontwikkeling van nieuwe antibiotica voor haar niet rendabel genoeg.  Zij laat de ontwikkelingskosten liever over aan de overheid om  er dan vervolgens zelf de verkoopwinsten van te plukken.

Deze “inzet en zorg” van de farmaceutische industrie voor de goede zaak betreft niet alleen nieuwe antibiotica. Die “inzet” bleek ook waar zij eerder  weigerde  AIDS-medicijnen te verstrekken aan HIV/aids patiënten in Afrika, die niet in staat waren daarvoor de volledige prijs op tafel te leggen die de industrie vroeg. En recentelijk nog werden we in Nederland geconfronteerd met het schandaal dat de behandeling van de ‘Pompe-ziekte’ als te duur werd beschouwd.

En wie is nog niet op de hoogte van de monopoliepositie van sommige farmaceutische giganten, en van de mogelijkheid hierdoor de prijzen op te kunnen drijven tot ver boven wat redelijk is zolang het vaak 30-jarige patent op een geneesmiddel bestaat?  Zo kostte volgens Artsen Zonder Grenzen een behandeling met aidsremmers waarop patent rustte in 2000 10.000 dollar per persoon, en nu als generiek geneesmiddel 130 dollar. Tijdens de patentperiode was het geneesmiddel dus ongeveer 77 maal duurder dan daarna, terwijl ook op die 130 dollar een winstmarge niet ontbreekt.1 Novartis bracht in 2001 het geneesmiddel imatinib tegen een dodelijke vorm van bloedkanker op de markt voor 30.000 dollar per jaar.  Het bracht Novartis jaarlijks 900 miljoen dollar in het laatje, en daarmee zouden de kosten in twee jaar tijd zijn terugverdiend, aldus de toenmalige directeur. Maar toen het middel succesvol bleek verdrievoudigde Novartis geleidelijk de prijs tot de jaaropbrengst steeg tot 4,7 miljard dollar in 2012. Sindsdien zijn er nog vier gelijksoortige anti tumormiddelen van hetzelfde bedrijf op de markt gekomen. Ze zijn allemaal duurder dan imatinib – tot 138.000 dollar per jaar – terwijl de ontwikkelingskosten veel lager waren.2 In werkelijkheid weet eigenlijk niemand wat de ontwikkeling van een medicijn precies kost. De Europese Commissie vermoedt dat farmaceutische bedrijven proberen de prijzen van hun medicijnen onwettig hoog te houden. Door bijvoorbeeld concurrenten te betalen om zo te voorkomen dat goedkopere medicijnen dan die van hen op de markt komen. Het Deense farmaceutische bedrijf Lundbeck zou daartoe zelfs voorraden medicijnen hebben vernietigd.3

En vrijwel iedereen weet van het preferentiebeleid van zorgverzekeringen als gevolg van die hoge prijzen. Preferentiebeleid wil zeggen dat de voorkeur uitgaat naar de verstrekking van geneesmiddelen die goedkoper geworden zijn omdat de patentperiode verstreken is. Dit houdt in dat doorgaans oudere geneesmiddelen worden verstrekt, en dat modernere, meer geavanceerde, betere, maar gepatenteerde en daarom ook duurdere middelen, door zorgverzekeringen buiten de voorziening gehouden worden, en  alleen diegenen bereiken die het kunnen betalen, de happy few dus, de 1%. Aan de voorkeur voor geld boven de zorg voor leven herkent met de morele kwaliteit van een samenleving.

Antikapitalisme

Het beleid van de farmaceutische industrie op de ‘vrije’ markt staat niet op zich. We voeren dit beleid hier op als illustratie van de gang van zaken bij vrijwel alle sectoren van de kapitalistische samenleving.

De ijzeren wet van het kapitalisme is winst maken, steeds meer winst, ten koste van letterlijk alles, als het moet ook van het leven. Deze mantra is de alfa en de omega van dit stelsel, waaraan alle andere waarden – sociale in de breedste zin en ecologische – moeten wijken en ondergeschikt zijn. En zo is de wereld behept met een economie die vrijwel uitsluitend in dienst staat van het kapitaal en de graaizucht, en die de mogelijkheid daartoe ontleent aan de exploitatie en uitbuiting op grote schaal van mens en natuur/milieu. De farmaceutische industrie is daar een voorbeeld van.

Dit stelsel is in zichzelf pervers en corrupt. Hoe men het ook wendt of keert, het kapitalisme lééft van de exploitatie van mens en planeet, het systeem is exploitatie, identiek aan uitbuiting, en zonder die uitbuiting zou het niet eens bestaan. Waar geen uitbuiting bestaat is er geen kapitalisme, en waar er geen kapitalisme is bestaat geen uitbuiting. Beide zijn identiek. Een treffende illustratie daarvan zien we  in de poging van de huidige wereldwijde politiek om de crisis van het systeem uit het slop te halen. De toegepaste remedie komt wereldwijd neer op maatregelen die het transport bevorderen van zoveel mogelijk geld uit de (wereld)samenleving naar de zieke kapitalistische patiënt. Het kapitalisme kan alleen uit zijn as herrijzen doordat de politiek tijdens het ziekbed van de parasiet de vitale functie van exploitatie van mens en planeet overneemt. En dat zolang tot de patiënt bij machte is om zelf de uitbuiting weer ter hand te nemen, en onvermijdelijk en noodgedwongen weer op weg gaat naar een volgende nog ernstiger crisis.  Einstein stelde eerder al vast dat een probleem zelden opgelost kan worden vanuit hetzelfde soort denken dat tot het probleem heeft geleid. En waanzin definieerde hij als: steeds opnieuw hetzelfde doen, daarbij hopend op een ander resultaat.   En dat is precies ook wat het huidige politieke beleid tracht te doen: een systeem in stand houden met dezelfde strategie als waardoor het in de problemen is geraakt, namelijk exploitatie en uitbuiting van mens en planeet.

Voor de werkelijke en definitieve oplossing van kapitalistische crises is daarom een andere, antikapitalistische economische structuur aangewezen. Een structuur die het kapitalisme effectief vervangt, niet onderhevig is aan groeidwang, daardoor is gevrijwaard van de kapitalistische mechanismen en kan opkomen en zorgen voor welvaart en welzijn van mens en planeet; een andere, antikapitalistische structuur dus die werkt als een antibioticum tegen de dodelijke bacterie die het kapitalisme is.

Ondertussen

Wat onverwijld noodzakelijk lijkt is een maatschappelijk debat dat leidt tot brede overeenstemming over zo’n antikapitalistisch alternatief.  In de opzet daarvan en in de begeleiding van het proces lijkt de aanpak van het transitiemanagement uitkomst te bieden. En een gunstige omstandigheid daarbij is dat er al een antikapitalistisch alternatief ter beschikking staat, dat als voorbeeld zou kunnen dienen hoe er heel anders over economie gedacht kan worden dan in termen van het kapitalisme en de ‘vrije’ markt, en dat op deze manier een goede voorbeeldfunctie zou kunnen vervullen in dat maatschappelijk debat. Het betreft een postkapitalistisch alternatief waarin particuliere toe-eigening van kapitaal onmogelijk is, waar geen geld meer wordt geïnvesteerd in de productieve sector, en het inkomen bestaat uit een periodiek budget dat zodanig op de waarden van goederen en diensten is afgestemd dat het een redelijk welvarend leven garandeert, dat noodzakelijk blijft binnen de draagkracht van het milieu. Tot nu toe echter komt dat alternatief onvoldoende in de aandacht  bij de politiek verantwoordelijken en economen  – in het algemeen bij personen in hoge maatschappelijke posities . In plaats van een aanzienlijke stimulans voor verandering en een alternatief treffen we hier juist een grote weerstand om te komen tot een noodzakelijk economisch alternatief, van welke aard dan ook.

Een belangrijke stimulans tot verandering zou verwacht kunnen worden van dat deel van het volk dat van de arbeid of van een uitkering leeft – hier of in ontwikkelingslanden – en al bijna geheel is uitgekleed door het kapitaal en haar dienaar de kapitalistische staat. Deze mensen hebben niets meer te verliezen en zijn de weerstand voor een alternatief al lang voorbij, zo ze dat verzet al ooit gekend hebben. Maar hoe kunnen zij worden bereikt en in het debat betrokken als er geen instantie is die hen inleidt in de noodzaak van een antikapitalistisch economisch alternatief? De massamedia zijn over het algemeen de spreekbuis van het neoliberalisme en hebben in ieder geval geen echt alternatief, zoals helaas ook de dewereldmorgen.be, hoezeer zij ook gedreven wordt en als geen ander zich geroepen voelt de neoliberale onzin door te prikken,  de vakbonden hebben hun ideologische progressieve veren afgeschud, en de politiek staat wereldwijd al jaren lang een neoliberaal beleid voor. Het heeft er de schijn van dat het volk, eenmaal door ervaring met het vernietigende kapitalisme tot inzicht gekomen in het waarom van zijn toestand, een verandering alleen nog maar op een, helaas ongewild gewelddadige manier,  kan proberen af te dwingen, zoals we zagen in de revoluties van de Arabische Lente. En als we daarbij bedenken dat het kapitaal niet zal schuwen met alle middelen, incluis de geweldsmiddelen van de staat, haar belangen te verdedigen – ook met de meest gruwelijke middelen, laat daar geen misverstand over bestaan –, dan zal het volk, de 99%, tegen deze strijd alleen maar opgewassen zijn en uiteindelijk het graf van het kapitalisme kunnen delven, als het uit eigen ervaring en eigen deskundigheid, heilig en bezield overtuigd is geraakt van een superieure vorm van voorspoed en welzijn die ligt besloten in de volgende fase van de economische geschiedenis van de mens en de planeet:  enigerlei vorm van het antikapitalisme/ postkapitalisme.

Uiteindelijk zal de 99%, de working class people, erin slagen om het postkapitalisme op deze aarde te vestigen. Daar is geen twijfel over mogelijk. En eigenlijk weten de kapitalisten en de kapitalistische staten dat ook. Dat blijkt overduidelijk uit hun angst die de aanzet vormt om het volk wereldwijd massaal en ononderbroken te wantrouwen en daarom te bespieden en af te luisteren. Het enige resultaat hiervan kan niet anders zijn dan slechts een schijnzekerheid, die resulteert in een overheid die in toenemende mate ten slachtoffer valt aan paranoia. Zo ver zijn we al gekomen met de overheid in de kapitalistische samenleving. De volgende fase is dat niet meer de armoede, maar de armen bestreden worden, geheel in de lijn van de nieuwe rechtse ideologische slogan van de ‘participatiemaatschappij’, den volken kond gedaan in een troonrede waarin de kersverse koning deze slogan met enige moeite, maar warempel toch foutloos uitsprak, doch verder niet de indruk wekte de draagwijdte ervan te begrijpen. ‘Ieder voor zich en God voor ons allen’, betekent het, Willem-Alex, wat je toen voorlas. Of nog schrijnender: ‘wie niet fit genoeg is de rat race bij te benen, die valt maar af. Jammer voor hem en haar’. Dat is wat de premier je eigenlijk voor liet lezen, maar wat je niet begreep. Maar begrijp je nou wel waarom vooral rechts en neoliberaal Nederland zo gesteld zijn op een koninklijk huis?

De ideologische slogans van de behartigers van het kapitaal zijn allemaal variaties op een en hetzelfde thema, namelijk de suggestie dat het ze begonnen is om de behartiging van het algemeen belang. Deze leuzen dienen ter camouflage van de belangen die daar werkelijk achter schuil gaan: die van het (groot)kapitaal. En zolang het kapitalisme bestaat zullen in troonredes en daarbuiten deze misleidende slagzinnen niet van de lucht zijn. Alertheid daarop is hier geboden en kan het begin zijn van heilzame verontwaardiging als een emotie die aanzet tot het noodzakelijk verzet tegen een parasitaire economie die alleen maar onheil en verderf kan brengen.

­                                                                 

  1.  www.artsenzondergrenzen.nl/over-ons/dossier/acces-campaign/vragen-en-antwoorden
  2. www.kennislink.nl/publicaties/van-winstprincipe-naar-zorgbeginsel
  3. www.tweedekamer.groenlinks.nl/node/86823

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!