Aanbod studenten verpleegkunde groter dan ooit

maandag 24 december 2012 16:43

Dit artikel bekijkt het aantal studenten verpleegkunde in de Vlaamse en Franse gemeenschap van 1980 tot 2012 en het aantal generatie-, brug-, reguliere, werkloze en werkende verpleegstudenten in de Vlaamse gemeenschap. Er is geen exit van verpleegkundigen en ook geen tekort, wel een tekort aan zorginstellingen waar zij willen werken. 24,3% van de 400 miljoen lastenverminderingen dient als dotatie te gaan naar de non-profitsector.

1.1 Basistabellen Vlaamse en Franse gemeenschap
 

Voor elke gemeenschap wordt een overzicht gegeven, op basis van de officiële door de administraties bezorgde gegevens, van het aantal studenten verpleegkunde tussen 1980/1981 en 2011/2012 voor elke leerjaar en niveau. Deze evolutie wordt ook getoond met 1980=index 100 en berekend als % tav de 18, 19 en 20 jarigen in elk van de leerjaren. Tevens worden de doorstroompercentages berekend van het 1ste naar het 2de jaar en naar het 3de jaar voor A2 verpleegkunde.

    – Verpleegstudenten Vlaamse gemeenschap 1980-2012
    – Verpleegstudenten Franse gemeenschap 1980-20121.

1.2. Vergelijking Vlaamse en Franse gemeenschap

Voor de tabellen, zie link onderaan.
 
Zowel in de Franse als de Vlaamse gemeenschap blijft de stijging van het aantal verpleegstudenten zich doorzetten, en dit op de twee niveaus. Op termijn van 6 jaar gaat het om een fenomenale stijging van 76% in de Vlaamse gemeenschap, 82% in de HB05 en 71% in de bachelortoegang. In het schooljaar 2011/2012 heeft deze groei zich aan hetzelfde ritme doorgezet in Vlaanderen.

In de Franse gemeenschap treedt er in 2011/2012 een vertraging op bij de gebrevetteerde verpleegkundigen, alhoewel ook hier een stijging te noteren valt, in tegenstelling tot de resultaten van de eigen enquête van de Fod gezondheid (zie infra). In de bachelor-toegang is in de Franse gemeenschap ook een verdere groei te zien sinds 2007/2008, ook al worden de cijfers met een jaar vertraging opgemaakt.

1.3 Vlaamse gemeenschap beent Franse gemeenschap bij in 2012

In 1995 is het aantal verpleegstudenten in de Franse gemeenschap fors gestegen, mede, zo zegt men, door het afschaffen van de A2-verpleegopleiding in Frankrijk, zodat vele Franse studenten in België de opleiding zijn komen volgen voor een volwaardig en door Europa erkend diploma van gebrevetteerd verpleegkundige. Dat in de Franse gemeenschap met niet aflatende ijver de verdwijning van de A2 verpleegkundige nagestreefd wordt is daar allicht nog altijd een ver gevolg van. Komt de mosterd uit Frankrijk?

Zie grafiek 1 en 2 hierboven
 
Doordat het slaag% in de Franse gemeenschap lager ligt is de afstand Vlaamse en Franse gemeenschap in aantallen in tegenstelling tot de 1ste jaars, voor het aantal studenten niet zo groot geweest en is de omkering later begonnen en vlugger gewisseld.
 
1.4 De aantrek blijft in beide gemeenschappen stijgen.
 
Uitgezet tegen het % 18, 19 en 20 jarigen is de aantrek in de Franse gemeenschap een goed stuk hoger, vooral door het grote aantal Franse studenten die de grens over steken om verpleegkunde te studeren in Wallonië.

Zie grafiek 3 hierboven

Duidelijk is ook dat in de Vlaamse gemeenschap de aantrek van verpleegkundestudies de laatste 3 jaar in stijgende lijn gegaan is, en dat ook wat de aantrek betreft het verschil met de Franse gemeenschap wordt verkleind.

1.5. Aandeel A2-verpleegkunde blijft in beide gemeenschappen gelijk op 40%. Wie wil deze A2-tak afkappen?

In de Vlaamse gemeenschap is er sinds 1982/1983 met de helft van al haar verpleegstudenten een grotere instroom geweest van A2-verpleegkundigen dan in de Franse gemeenschap die toen 41% bedroeg. In 2002/2003 waren er evenveel meer A2 in de Franse gemeenschap en sinds 2004/2005 is dit gelijk rond de 40%

Zie grafiek 4 hierboven
 
Wie de gebrevetteerd/gediplomeerde/HB05/A2 verpleegkunde als toegangspoort naar het verpleegkundig beroep wil sluiten is niet geïnformeerd, niet bekommerd om het zorgaanbod en van kwade wil. Hun beroep op een zogezegde Europese richtlijn die verpleegkunde maar vanaf niveau 6 (Bachelor) wil toelaten is tendentieus, misleidend en onjuist.

Het meerjarenplan verpleegkunde van Onkelinx, dat enkel het agenda van enkele dolgedraaide verpleegorganisaties vertolkt, zou evenwel roet in het eten kunnen  gooien, hardleers en onverbiddelijk worden de kanonnen weer op scherp gezet en 2014 wordt als jaar van definitieve liquidatie naar voor geschoven. Wie blokt de aanvallers nu af, nadat Walter Cornelis en later Frank Vandenbroecke (en ook Guy Tegenbos) het A2 schip sinds 1999 mee varende gehouden hebben.
  
Meerjarenplan Onkelinx blz 10: “Op termijn zal de EU de erkenning als verpleegkundige en het vrij verkeer voorbehouden worden voor bachelors (op wat is dat gebaseerd? nvdr). Ervoor zorgen dat de verworven rechten aan de huidige gebrevetteerden zullen worden toegekend. Onderzoeken van de mogelijkheid van een niet-verpleegkundige tussenkwalificatie”.

Dat laatste is de “zorgkundige” geworden die het wegvallen van HBO5/A2- verpleegkundigen in de toekomst zou moeten opvangen. De ene waanzin die de andere zou moeten compenseren, gezien de “zorgkundige” ondermeer al gezorgd heeft voor de devaluatie van het beroep van verzorgende. De zelfdestructie van de (A1) verpleegkundigen kent blijkbaar geen grenzen, hierin te weinig gestoord door de vakbonden in de gezondheidszorg.
 
1.6. Generatiestudenten Bachelor-verpleegkunde Vlaamse gemeenschap
 

Elke studierichting is uiteraard geïnteresseerd in een voldoende aantal studenten die na hun humaniora voor de richting kiezen. Na 2004/2005 en 2008/2009 is er gevoelige stijging van generatiestudenten verpleegkunde, die verder aanhoudt, vooral dank zij het aantal mannen die in 2011/2012 in de bachelor-verpleegkunde zijn begonnen.

Voor de tabellen, zie link hieronder
 
1.7. Verpleegkunde studies als werkzoekende langs de VDAB

 
Wellicht uniek in Europa (en de wereld) zijn de mogelijkheden voor vele werklozen om langs verpleegkundestudies een vast ticket tot tewerkstelling te krijgen. 2.598 in totaal in het schooljaar 2011/2012. Hiermee hapt de VDAB-Non-Profit jaarlijks een stevige hap uit het urenbudget beroepsopleiding van de VDAB, hetgeen een rem legt op de aandacht voor andere opleidingen.

Toch kan de vermindering van het aantal beginners in 2011/2012 niet genegeerd worden, -11,9% bij de Bachelors en zelfs -16,6% bij de HBO5. Op een blijkbaar schaarser worden werklozenmarkt zal een verdere vermindering aan starters zich over 2 jaar al laten voelen in het beschikbaar komen van verpleegkundig personeel.

Voor de tabel, zie link hieronder
 
1.8. Aandeel ‘gewone studenten’ verpleegkunde i.v.m. werklozen en werkenden (project 600)
 

In 2011/2012 is er een belangrijke herneming geweest van ‘reguliere’ studenten verpleegkunde HBO5 na een terugval in 2010/2011 die toen evenwel volledig gecompenseerd werd door een stijging van  werkzoekende in beroepsopleiding verpleegkunde.

Voor grafiek 5 en 6, zie hierboven

In deze grafische voorstelling wordt duidelijk dat het aandeel ‘reguliere’ studenten veel meer aanwezig is in de bachelor dan in de HB05-opleiding die werklozen en werkenden in lagere kwalificatie kan oppikken en naar verpleegkunde kan oriënteren en upgraden. Het zalmprincipe zou Tegenbos zeggen, na de cascade in het onderwijssysteem dat eerder gericht is op uitval dan op oriëntatie naar boven.

Toch is het aandeel VDAB-studenten ook bij bachelor-verpleegkunde, niet te verwaarlozen. Ook kunnen allochtonen zonder equivalente maar op zorg gerichte diploma’s behaald in het buitenland hier meer dan nu aangezocht worden, om van de gouden reserve bij vrouwen en meisjes uit de migratie nog niet te spreken.

Instorting A1 verpleegkunde na vorige liquidatiepoging van de A2-verpleegkunde

Merk ook de instorting van de A1-verpleegkunde in 1998/1999, dwz op het ogenblik dat de Nationale Raad voor verpleegkunde overtuigd was dat de A2 er aan ging, mede omdat zij de kans schoon zagen in de toenmalige Paars-Groene regering en de bezetting van kabinetsmandaten door enkele liquidatoren. Door het njet van Walter Cornelis van LBC-NVK, toen ‘per vergissing’ door LBC-NVK het licht op groen gezet was in de Nationale Raad voor Verpleegkunde, werd de ramp vermeden.

In het akkoord gezondheidszorg van 2000, met het project 600 en de brugopleiding van A2 naar A1 verpleegkunde, alsmede de harmonisering van de lonen van bejaardenhomes met deze van de ziekenhuizen en de eindeloopbaandagen 45+; werd de basis gelegd voor een alsmaar stijgende aantrek van verpleegstudenten, en dit in de beide toegangsniveau’s. Zal de huidige LBC-NVK leiding met dezelfde klem de afbraakpoging van de HBO5-verpleegkunde, als toegangspoort tot het verpleegkundig beroep, zoals in het verleden kunnen verhinderen?
 
1.9. De Brugopleiding A2 naar A1 verpleegkunde,  een vaste waarde
 

Het brugproject, een vaste maar toch afnemende waarde met 231 brugstudenten in de Vlaamse gemeenschap in 2011/2012.

Voor grafiek 7, zie hierboven.

De mogelijkheid om langs deze brug zich als verpleegkundige up te graden van HBO5 naar Bachelor zal een belangrijke strategische mogelijkheid blijven, zeker ook voor verpleegkundigen die als werkloze of werkenden het HBO5 verpleegdiploma hebben behaald.Maar ook deze upgrade mogelijkheid staat of valt uiteraard met het behoud van de HBO5 als volwaardige toegang tot het verpleegkundig beroep.
 
1.10. Het eigen onderzoek van de FOD gezondheid naar aantal verpleegstudenten
 

Zie PPS met de resultaten van het onderzoek zoals voorgesteld op de Nationale Raad voor verpleegkunde op 29/03/2012. In onderstaande tabellen wordt de gegevens samengevat en vergeleken met de officiële cijfers van de onderwijsdepartementen. De verschillen met de officiële cijfers kunnen voortkomen uit het feit dat de FOD-studie een ‘enquête’ betrof waar de scholen vrij op konden antwoorden en die in het begin van het schooljaar 2011/2012 is gebeurd. Voor de alarmerende conclusies van deze enquête voor de Franse gemeenschap is evenwel geen basis als gekeken wordt naar de cijfers van het ministerie van onderwijs van de Franse gemeenschap, gebrevetteerde verpleegkunde (zie hierboven).
 
Voor tabel, zie link hieronder.
 
Interessanter zijn de gegevens mbt de domicilie van de studenten, in België of buiten België.
 
Voor tabel, zie link hieronder.
 
Voor de studenten in de Franse gemeenschap betreft het bijna uitsluitend studenten woonachtig in Frankrijk die 28,6% vormen van de verpleegstudenten in Wallonië en 26,7% in de Franse gemeenschap. De in hoofdzaak Nederlandse verpleegstudenten in het Vlaamse gewest/gemeenschap betreffen nog geen 2% van de populatie.

Voor tabel, zie link hieronder.
 
Per provincie wordt het beeld van de studenten met domicilie in het buitenland verder gedifferentieerd: In Luxemburg en Namen bijna de helft, voor de Gebrevetteerd verpleegkundige is dit 78% in Luxemburg, 60,8% in de provincie Namen en 43,9% in Henegouwen, hetgeen de these bevestigt dat het vooral door het afschaffen van de A2 in Frankrijk is dat zulk een hoge percentages studenten met domicilie in Frankrijk geteld wordt.

Vandaar allicht ook de hoge druk op Onkelinx vanuit enkele Franstalige verpleegorganisaties om deze toegang af te snijden. Zal het NVKVV zich evenwel onderschikken aan dit onnodige, onnuttige en achterhaald agenda dat zich trouwens baseert op volledig foutieve gegevens wat tewerkstellingsgraad van verpleegkundigen betreft.?
 
En wat met Nederland, waar ook 2 toegangen tot het verpleegkunidig beroep bestaan, de HBO5 en de Bacherlortoegang. Gaat men bij afschaffing in België zich dan maassaal naar de Nederlandse scholen begeven, zoals de Fransen nu naar België. Nu zijn er 1,5% verpleegstudenten met domicilie in Nederland. Binnenkort 20% studenten in Nederland met domicilie in België?

Voor tabel, zie link hieronder.
 
Heeft Onkelinx de moed om eens en voor altijd zekerheid te geven over de toegang tot het verpleegkundig beroep met inbegrip van de HBO5. En zijn de vakbonden sterk genoeg ingeval zij hier geen oren naar heeft op te komen voor een van  de waardevolste studierichtingen van alles wat er op de onderwijs- en beroepsopleidingsmarkt te vinden is?

1.11. Demografische opluchting bij Lon en co

Het opzetten van wervingscampgnes en de al of niet geveinsde paniek over een voldoende aanbod in de zorgberoepen hadden ondermeer te maken met de demografische vooruitzichten die het Planbureau in 2008 publiceerde maar die al in 2011 werden gecorrigeerd.  En ineens klaarde de hemel op, alhoewel tot 2020 de druk op de ketel blijft. Wetende dat het planbureau de bevolkingstijging de laatste jaren nog onderschat zou de situatie rooskleuriger kunnen worden, ook tot 2020, dan men nu laat veronderstellen.

Zeker ook nu ten volle, en meer dan vroeger, ingezet wordt op het gezond blijven van de bejaarden, de zelfstandigheid en de onafhankelijkheid van de ouder wordende mens en het afzwakken van de noodzaak aan lineair verhogende zorgbehoefte, om van de keuze voor euthanasie en equivalente vormen nog te zwijgen. Kunnen Lon en co opnieuw op beide oren slapen of ze moeten misschien eens (terug) te rade gaan bij professor Jozef Pacolet.
 
Voor grafiek 7, zie hierboven.

Vooral in Vlaanderen wordt na 2020 en tot 2040 een grote demografische sprong voorwaarts gemaakt. Zo te zien zal een eventueel onafhankelijk Vlaanderen in 2030 Brussel niet (meer) nodig hebben om te voorzien in een voldoende zorgaanbod. De eigen allochtonen en de gouden reserve van vrouwen en meisjes uit de migratie zullen in het onafhankelijke Vlaanderen, en vooral in Antwerpen dan, ten volle kunnen instaan voor beste zorg.  

2. Niet wat iemand zegt maar doet is belangrijk voor onderzoek en verslaggeving

2.1. Tewerkstelling in ziekenhuizen met 6,7%, bejaardenhomes met 8% gestegen 2008-2011

Dat een kwart van de verpleegkundigen in ziekenhuizen kampt met een Burn-Out, 22% die snel binnen het jaar ander werk willen zoeken en 30% dat niet tevreden is met de job, dat baarde dit voorjaar opzien langs een artikel van Sofie Van Lommel in DM. Wetende dat het onderzoek eind 2009 werd uitgevoerd moet de vraag gesteld waarom er geen algemene crisis in de ziekenhuizen is uitgebroken en vooral hoe het te verklaren is dat er een stijging in de tewerkstelling in de ziekenhuizen gebeurd is in België (vzw- en publieke ziekenhuizen samen) van 182.084 op 31/12/2008 over 186.205 op 31/12/2009 (+ 4.121 of + 2,3%) naar 190.257 eind 2010 (+4.052 of +2,2%) en 194.249 einde 2011 (+4.102 of + 2,1%).

Op 3 jaar tijd, crisisjaar inbegrepen, is de tewerkstelling in de ziekenhuizen met 6,7% gestegen, in de bejaardenhomes met 8% tussen 31/12/2008 en 31/12/2011,zie tabel BuG 173. Als er al uitstroom was, is deze niet alleen volledig gecompenseerd, er is ook een wezenlijke groei geweest van de tewerkstelling.

Niet alleen de opinies, geventileerd in een klinische interviewsituatie is van belang, de werkelijkheid van feitelijke keuzes dient mede onder ogen genomen. Onderzoek kan dan wel de ‘intentie’ vaststellen het ziekenhuis, de sector of het beroep te verlaten, in feite is er niets gebougeerd en is iedereen (on)rustig op z’n plaats verder blijven werken en daarbij is de tewerkstelling nog fors gestegen voor een sector met een beddenstop. En dat is niet verwonderlijk.

2.2. Zoals een Labrador aan z’n baasje

Zoals Professor Pacolet al jaar en dag beweert is elke bijkomende tewerkstelling in de non-profitsector altijd al kunnen ingevuld worden. Het is de Non-Profit sector, voegt Luc Sels, decaan Economie KULeuven er aan toe, dat alle tewerkstellingsverlies, ook door de crisis, heeft opgevangen. Het is niet zoals Joep Konings meent te kunnen aantonen, dat de structurele lastenvermindering tewerkstelling heeft gecreëerd, maar de Non-Profitsectoren, met inbegrip van de in dotaties omgezette lastenverminderingen (Sociale Maribel), die de werknemers en het land mede uitzicht gegeven hebben in wat men ‘de crisis’ noemt.

Voeg daarbij dat Lon, de non-profitambassadeur eindelijk oren gehad heeft naar wat diezelfde professor Pacolet ook al jaren zegt, dat de verpleegkundigen zo trouw zijn aan hun beroep als de Labrador aan z’n baasje, iets dat Sociaal Secretariaat S enkele weken geleden nog eens extra in de verf gezet heeft.

2.3. Exit niet voor verpleegkundigen maar voor NEXT (Nurses early ExiT Studie)

Enkele jaren geleden werd een nog omvangrijker onderzoek uitgevoerd in Europa (7.049 verpleegkundigen in België), nl  NEXT ( Nurses Early Exit Study 2006) waarbij de vaststelling was dat 39% van de verpleegkundigen (ziekenhuizen, bejaardenhomes, thuiszorg) er minstens 1x het voorbije jaar aan dacht het beroep te verlaten. Op 100 verpleegkundigen die een jaar later werden bevraagd wat ze uiteindelijk gedaan hadden bleken er 93 nog op dezelfde plek te werken,  6 hadden de werkplek verlaten hadden om elders in de sector te werken of met pensioen te gaan en 1 die de sector effectief verlaten had.

De conclusie was dus dat er geen “early exit’ bestaat, enkel een intentie, en daarmee was niet het bewijs geleverd dat in de titel al als vooroordeel was ingeschreven. Hiermee geconfronteerd op het zorgsymposium 2009 verklaarden zowel de Verpleegkundig directeur van de VUB-kliniek als deze van Gasthuisberg dat het verloop bij de verpleegkundigen niet hoger lag dan 6 à 7% per jaar. Verpleegkunde als meest vasthoudende en trouwe beroepsgroep dus, maar dat is al langer geweten. Voor een korte klik op het exitonderzoek zie presentatie voor het Zorgsymposium Geen zorgen om zorgwerkers beeld 94 en 95.
 
2.4. Ziekenhuismanagement onder vuur
 
Niet dat er geen problemen zijn maar die liggen niet aan de werkdruk, het barema of premies maar volgens het RN4CAST-onderzoek en de conclusie van Koen van den Eede in Brugge in 2011 in het Belgische kwalitatieve luik aan het ziekenhuismanagement. Uit kwalitatief onderzoek bleek namelijk dat ziekenhuizen waar het personeel hoofdelijk het beleid mee kan maken en bepalen en waar de verantwoordelijken zich (nog mee) op de werkvloer begeven geen problemen hebben in het aantrekken van zorgpersoneel.

De anderen daarentegen wel. Bieden, 40 jaar na datum, de principes van de Culturele Revolutie uitzicht voor de ziekenhuizen en zorginstellingen, nl deze waar het aangenaam werken is door een beleid van rechtstreekse participatie (meebeslissen aan elke maatregel/beleid die impact heeft op de eigen werksituatie) en met een hiërarchische leiding die op een vaste wijze nog deelneemt aan het basiswerk waarvoor ze verantwoordelijk zijn. Koen van den Eede mag hierover best eens bevraagd worden en wat persflow krijgen.
 
3. Een bijkomende sociale maribel van 97 miljoen € van de voorziene 400 lastenvermindering.
 
Van de 400 miljoen € recent goedgekeurde lastenverminderingen dient 24,3% te gaan naar de non-profit sectoren, dat is dus 97 miljoen € die bijkomend naar de sociale maribelfondsen dient toegeschoven. Hiermee kunnen zonder problemen 2.300 werklozelogistieke assistenten (zie VDAB statistiek reserve social-profit 10/2012) in de zorg en culturele omgeving aangeworven worden die terwerkstellingsperspectief bieden voor jongeren en allochtonen. Van onder uit kunnen de zorg- en verpleegkunde taken daardoor opnieuw ‘just-in-job’ gemaakt worden, ieder kan dus meer bezig zijn waarvoor hij gekwalificeerd is.

Merk ook dat er op 10/2012 in Vlaanderen, buiten de 2.222 werkloze logistiek assistenten in de zorgomgeving, 483 volledig werkzoekende verpleegkundigen zijn, 3.381 werkloze gekwalificeerd verzorgenden en 2.055 volledig werkloze opvoeders klasse 1 en 2. Moeten Mr. Jossaert en Walter Cornelis terug eventjes gemobiliseerd worden om, zoals bij de opstart van de Sociale Maribel in 1999, die intussen voor meer dan 40.000 jobs gezorgd heeft, dit technisch voor mekaar te brengen?

Jan Hertogen, socioloog

Alle tabellen waarnaar verwezen wordt
http://www.npdata.be/BuG/176-Verpleegkunde/

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!