9/15 OF HOE OBELIX DE CRISIS VEROORZAAKTE
Crisis -

9/15 OF HOE OBELIX DE CRISIS VEROORZAAKTE

maandag 2 september 2013 10:07

Nine Fifteen (9/15) geldt als het symbolisch ijkpunt voor de huidige crisis. Op 15 september 2008 sloot de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers zijn deuren, want failliet. Het hilarisch voorspel is door oud-medewerker Laurence McDonald beschreven in zijn boek ‘De Ondergang van het Gezond Verstand’. Sindsdien is een bibliotheek vol gepubliceerd over de crisis, waarvan wij vandaag de dag nog altijd willens nillens de pineut zijn.

Grenzeloze hebzucht, blinde hoogmoed, teveel aan testeron, opstoot van andrenaline, opgefokte ego’s, tomeloze ambitie, niet te stillen winsthonger, coke snuivende en oversekste traders en meer van dit soort neurononsens. Je kunt het zo gek niet bedenken wat er allemaal is aangedragen als excuus voor 9/15. Er zijn evenwel andere verklaringen, leuker maar daarom niet minder interessant. Zoals in een stripverhaal uit 1976 (!)

ASTERIX BEGRIJPT ER NIKS VAN

Obelix heeft op z’n eentje weer een groep Romeinse legionairs in de pan gehakt. “Eén man die mijn troepen zo afschuwelijk vernederd! Dat kan zo niet langer”, zucht Caesar. De jonge Caius Adolescentus weet wel raad: “We moeten ervoor zorgen dat ze zich met iets anders dan vechten gaan bezighouden.” Hij ontvouwt zijn plan. Doen, zegt Caesar.

Caius koopt menhirs, eerst bij Obelix, later bij andere dorpelingen. Met hun opbrengst beginnen die zich protserig te gedragen. Voor jagen maken ze geen tijd meer. De jonge man brengt inmiddels zijn menhirs in Rome aan de man. Maar na enige tijd heeft Caius er zoveel gekocht dat hij ze niet meer kwijt kan. Bovendien zijn anderen in het gat van de markt gesprongen. Die raakt verzadigd en de prijs daalt spectaculair.

Caesar ziet het onheil naderen. Hij verbiedt Adolescentus nog langer menhirs te kopen. De Galliers zijn verschrikkelijk boos. Daar gaat hun luilekkerleventje. Na een onderlinge knokpartij besluiten ze het probleem samen aan te pakken. Het Romeinse legerkamp wordt nog eens grondig aangepakt.

“Wat nu met al dat geld?” vraagt Asterix aan Panoramix. “Niet veel”, antwoordt de oude eerbiedwaardige druïde. “Ik heb gehoord dat Rome getroffen is door een crisis. Ik weet niet hoe dat komt. Maar in ieder geval is dat geld gedevalueerd. Het is niets meer waard.” Asterix en Co laten het niet aan hun hart komen. De herwonnen vriendschap wordt gevierd met een copieuze maaltijd bij een heldere sterrenhemel.

DE GELDBOL VAN HEER BOMMEL ONTPLOFT

Een andere verklaring is van Marten Toonder, ‘De Bovenbazen’, dat oorspronkelijk dateert van 1963 (!) Het gaat zo.

De Bovenbazen zijn puissant rijk. Ze wonen nabij de Gouden Bergen en handelen uitsluitend in aandelen. Ook Olivier B. Bommel, het hoofdpersonage, is rijk. Hij wint een weddenschap met zijn vriend, de zwervende kat Tom Poes. Bommel Hij is nu zo rijk dat hij wordt toegelaten tot het selecte clubje van de Bovenbazen. Eén van hen geeft hem de aandelen van een bedrijf dat evenwel het milieu naar de verdommenis helpt. Geen nood, zegt de schenker, want de natuur is de grootste vijand van het kapitaal. Bommel is het daarmee niet eens en wil investeren ib een ander bedrijf. Zo geschiedt.

Een wetenschapper heeft inmiddels een perpetuum mobile ontworpen, een machine die eeuwig draait. De Bovenbazen voelen zich dermate in hun rijkdom bedreigt dat ze Bommel vragen zowel de machine als zijn uitvinder te vernietigen. Bommel slaat evenwel op de vlucht. Hij wil niks meer te maken hebben met de Bovenbazen. De werknemers van zijn bedrijf zijn boos, want ze krijgen geen loon mee. Ze gaan in staking.

Heer Bommel zelf wil zijn kluis leegmaken. Daarin heeft zijn kapitaal de vorm aangenomen ban een massieve geldbol. Die ontploft en het geld vliegt in het rond. Zijn werknemers rapen het geld van de straat op en gaan terug aan de slag.

Nu behoort Bommel niet langer meer tot het clubje der Bovenbazen. Hij is daar niet treurig om, integendeel. Het maakte hem alleen maar ongelukkig.

VADERTJE STAAT WEET WEL RAAD EN DAAD

“In de trusts slaat de vrije concurrentie in het monopolie om, capituleert de planloze productie van de kapitalistische maatschappij voor de planmatige productie. Weliswaar voorlopig nog ten bate van de kapitalisten. Maar hier wordt de uitbuiting zo zonneklaar dat zij ineenstorten moet. Geen volk zou met een door trusts geleide productie, met een zo onbemantelde uitbuiting van het geheel door een kleine bende couponknippers genoegen nemen.

“Op de ene of andere wijze, met of zonder trusts, tenslotte moet de officiële vertegenwoordiger van de kapitalistische maatschappij, de staat, de leiding van de productie op zich nemen.

“Deze noodzaak van omzetting in staatseigendom treedt allereerst aan de dag bij de grote verkeersinstellingen: post, telegrafie, spoorwegen.

“Onthulden de crises de onbekwaamheid van de bourgeoisie om de moderne productiekrachten nog verder te beheren, de omzetting van de grote productie- en verkeersinstellingen in maatschappijen op aandelen, trusts en staatseigendom toont aan dat de bourgeoisie voor dit doel ontbeerd kan worden. Alle maatschappelijke functies van de kapitalist worden nu door betaalde ambten waargenomen. De kapitalist heeft geen maatschappelijke bezigheid meer, behalve inkomsten opstrijken, coupons knippen en aan de beurs speculeren, waar de verschillende kapitalisten elkaar hun kapitaal afhandig maken.

“Terwijl de kapitalistische productiewijze eerst arbeiders verdrongen heeft, verdringt zij thans de kapitalisten en verwijst hen, precies als de arbeiders, naar de rijen van de overtollige bevolking, zij het voorlopig ook nog niet naar het industriële reserveleger.

“Maar noch de verandering in maatschappijen op aandelen en trusts, noch die in staatseigendom heft de kapitaaleigenschap van de productiekrachten op. Bij de maatschappijen op aandelen en trusts ligt dit voor de hand. En de moderne staat is op zijn beurt slechts de organisatie, die de burgerlijke maatschappij zich verschaft om de algemene uiterlijke geldende voorwaarden van de kapitalistische productiewijze in stand te houden tegen aanslagen zowel door de arbeiders als door afzonderlijke kapitalisten. De moderne staat is, hoe zijn vorm ook moge zijn, in wezen een kapitalistische machine, de staat van de kapitalisten, de ideële universele kapitalist.”

Dit is een fragment uit ‘De ontwikkeling van het socialisme van utopie tot wetenschap’ van Friedrich Engels, gedateerd 1880(!)

René Goscinny & Albert Uderzo, ‘Obelix & Co’, Hachette, €6,49
Marten Toonder, ‘De Bovenbazen. Een Bommelse kijk op de kredietcrisis’, De Bezige Bij, €7,95
Het boek van Friedrich Engels is te lezen op www.marxists.org.
Surf ook naar www.aftermathpoject.com over de nasleep van 9/15

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!