Image by mohamed Hassan from Pixabay
Marijn Sillis, Sociaal.net

Zelfdoding bij ouderen: ‘Het is niet normaal dat mensen uit het leven stappen’

Bij mannen boven de zeventig pieken de zelfdodingscijfers. Hoewel oudere mannen een veel hoger risico lopen om te overlijden door suïcide, is er amper aandacht voor. “Het zegt veel over hoe we naar ouderen kijken.”

vrijdag 8 juli 2022 13:58
Spread the love

Te weinig aandacht

“Natuurlijk wil ik graag meewerken aan dit artikel. Ik ben blij dat jullie er aandacht aan besteden.” Hoewel ouderenpsychiater An Haekens, medisch directeur van de Zorggroep Alexianen in Tienen, het razend druk heeft, maakt ze meteen tijd voor een gesprek. “Omdat er veel te weinig aandacht is voor het probleem.”

‘Hoe ouder mannen worden, hoe hoger het risico op zelfdoding.’

Op de dienst ouderenpsychiatrie van het Universitair Psychiatrisch Centrum in Leuven reageren psycholoog Anke Bonnewyn en psychiater Dorine Broekaert ook positief op onze vraag. Omdat ze op een crisisdienst werken, is het echter zoeken naar een vrij moment. De eerste afspraak wordt last minute afgezegd omdat het te druk is. “Ook in de ouderenpsychiatrie is de vraag vaak groter dan het aanbod. Er zijn momenten dat we met een wachtlijst moeten werken, hoewel dat natuurlijk contradictorisch is voor een crisisdienst”, stelt dokter Broekaert.

Toen Eva Dumon van het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP) ter voorbereiding van ons gesprek in onderzoek dook, viel het haar op hoe weinig recente studies er zijn rond ouderen en zelfdoding. “Als ik op jongeren zou zoeken, zou ik het niet op één dag kunnen doornemen”, aldus Dumon.

Ongelukkige ouderen

Wie de statistieken van zelfdoding erbij neemt, ziet dat de grafiek de hoogte in schiet bij mannen vanaf 70 jaar. Hoe ouder mannen worden, hoe hoger het risico op zelfdoding. Bovendien is er ook een grijze zone: het gaat om geregistreerde zelfdodingen. Ouderen die bijvoorbeeld niet langer eten of weigeren nog medicijnen te nemen, duiken niet in de statistieken op.

En toch… lijken we die cijfers te accepteren. Want ja, is ouder worden niet per definitie onaangenaam? We kunnen opa toch ook begrijpen als hij er genoeg van heeft?

“Dat idee leeft nog sterk”, zegt Anke Bonnewyn, die doctoreerde op het thema doodsgedachten bij ouderen. “Nochtans bewijst onderzoek dat de meeste mensen op een gelukkige manier ouder kunnen worden. De rol van ouderen in de maatschappij verandert, ze lijden onder verlieservaringen. Maar dat betekent allerminst dat het daarom normaal is dat ze uit het leven stappen, integendeel.”

Bonnewyn maakte voor haar doctoraat een analyse van haar interviews met ouderen die een zelfmoordpoging ondernomen hadden. “Het woord ‘dood’ kwam daar amper in voor. Mensen spraken over hoe het leven te zwaar was geworden of niet langer voldoening gaf. Dat lijkt op hetzelfde neer te komen, maar is het natuurlijk niet.”

Vrije keuze?

Ook dokter An Haekens ziet dat die vooroordelen nog steeds leven in onze samenleving. “Bij iemand van 85 die sukkelt met zijn gezondheid, lijken we zelfdoding te aanvaarden. Dan heeft men het over zelfbeschikking, vrije wil. Maar je moet je altijd de vraag stellen: hoe vrij is die keuze?”

‘Bij iemand van 85 die sukkelt met zijn gezondheid, lijken we zelfdoding te aanvaarden. Dan heeft men het over zelfbeschikking en vrije wil. Maar hoe vrij is die keuze?’

Om het met de woorden van het VLESP te zeggen: “Suïcidaal gedrag wordt bij ouderen vaker als passend bij de leeftijd geaccepteerd. Ouderen zouden een balans opmaken van hun leven en vanuit die rationele overweging beslissen om uit het leven te stappen. Dat gaat echter voorbij aan het feit dat deze mensen wel degelijk lijden en dat die ‘keuze’ vaak gedreven wordt door hopeloosheid.”

“Het artikel ‘Zorgverleners kijken alsmaar negatiever naar ouderen’ vat voor mij veel samen”, stelt Haekens. Ze verwijst ook graag naar ‘The Interpersonal Theory of Suicide’: “Een bijzonder interessante theorie, die stelt dat het risico op zelfdoding fors verhoogt, wanneer iemand een sterk gevoel heeft anderen tot last te zijn in combinatie met het gevoel er niet meer bij te horen. Laat dat nu net gevoelens zijn die ouderen in onze maatschappij sowieso ervaren.”

“Ik zie daar te weinig maatschappelijk debat rond”, vervolgt Haekens. “Natuurlijk is autonomie belangrijk, maar het woord afhankelijkheid is negatief gekleurd. Wat is het om ouder en afhankelijker te worden? Er zijn veel mensen die daar goed mee omgaan. Hoe doen ze dat, wat kunnen we van hen leren? Zijn wij – jong of oud, ziek of gezond – niet altijd afhankelijk van elkaar?”

Depressie

Er zijn verschillende risicofactoren voor ouderen. Het VLESP heeft het over fysieke klachten, zoals pijn of ziekte, en verlieservaringen. Maar ook isolatie en eenzaamheid spelen een rol. Net als depressie.

‘Depressie wordt veel minder herkend bij ouderen dan bij jongeren.’

“Depressie wordt veel minder herkend bij ouderen dan bij jongeren”, zegt Kim Van Den Berge van het VLESP. “Terwijl depressie net meer voorkomt bij ouderen”, vult dokter Broekaert aan.

“Depressie gaat vaak gepaard met fysieke symptomen, zeker op oudere leeftijd”, legt Broekaert uit. “Er is veel overlap tussen de symptomen van depressie en normale veroudering: verminderde eetlust, beperktere mobiliteit, verstoorde slaap… Bij ouderen wordt een depressie zo makkelijker over het hoofd gezien.”

Ouderenpsychiater An Haekens spreekt over ‘overdiagnose’ en ‘onderdiagnose’. “Enerzijds leeft bij psychische problemen het idee: het heeft geen zin meer om ouderen door te verwijzen voor therapie. Daardoor wordt er makkelijker naar medicatie gegrepen, terwijl dat in geval van rouw of existentiële worstelingen weinig zin heeft. Maar omgekeerd zien we helaas ook te weinig diagnoses, omdat we klachten van ouderen minimaliseren. Waardoor ze soms te lang met een depressie rondlopen en ze minder vaak doorverwezen woorden naar de geestelijke gezondheidszorg.”

Verslaving

Haekens wijst er verder op dat ook verslaving erg onderschat wordt bij ouderen. “Het is hetzelfde verhaal als depressie of angststoornissen bij ouderen: het wordt onvoldoende gezien. Het is niet altijd makkelijk op te pikken, maar er wordt ook te weinig naar gevraagd.”

‘We weten we dat veel pogingen gebeuren in combinatie met alcohol.’

“Terwijl middelengebruik net een alarmsignaal kan zijn”, zegt Broekaert. “Mensen grijpen bijvoorbeeld naar medicatie of alcohol om fysieke en psychische pijn te verdoven.”

“En helaas weten we dat veel pogingen gebeuren in combinatie met of na de inname van alcohol”, zegt Eva Dumon van het VLESP. “Ook daar hebben we nog veel werk rond bewustmaking. Omdat het gevoel leeft: gaan we daar nu, op zo’n hoge leeftijd, echt nog iets aan kunnen doen? Mogen we opa zijn glas dan niet meer gunnen?”

Impact op omgeving

Hoewel oudere mannen vaker overgaan tot zelfdoding, zien we in die leeftijdscategorie net minder pogingen. Dat is niet hoopgevend, want het betekent dat hun pogingen net gewelddadiger zijn.

‘Het is toch verschrikkelijk dat je partner, vader of grootvader op een gewelddadige manier om het leven komt.’

Wie ervan uitgaat dat iemand op oudere leeftijd het recht heeft om zijn leven te beëindigen, vergeet dat er in geval van zelfdoding een grote impact is op familie en omgeving. “Natuurlijk is een zelfdoding bij ouderen traumatisch”, zegt An Haekens stellig. “Het is toch verschrikkelijk dat je partner, vader of grootvader op een gewelddadige manier om het leven komt.”

Bovendien speelt er ook zoiets als ‘exposure’. Wie zelf psychisch kwetsbaar is, loopt meer kans om tot zelfdoding over te gaan wanneer hij blootgesteld is aan zelfdoding in de omgeving. “Er is genoeg wetenschappelijke evidentie dat elke zelfdoding sporen nalaat”, zegt Eva Dumon. “Een oudere verliezen door zelfdoding is heftig en vraagt evengoed opvang en begeleiding.”

Toch lijkt een zelfdoding bij ouderen soms als minder erg gepercipieerd te worden dan bij jongere mensen. “Misschien omdat we bij ouderen ‘minder verloren levensjaren’ zien?”, zegt Dumon. “Je merkt dat ook in de media. Wanneer een jonger iemand overlijdt door suïcide, wordt dat veel sneller opgepikt. Dat vormt ook het beeld dat zelfdoding net veel vaker voorkomt bij jongeren, wat niet zo is.”

Meer onderzoek

Helaas leeft die perceptie niet alleen bij de brede bevolking. Ook binnen onderzoek is meer aandacht nodig. “Er is een inhaalbeweging aan de gang, maar nog te vaak vanuit een eenzijdige benadering”, zegt Anke Bonnewyn. “We zien in de literatuur dat zelfmoord bij ouderen vaak benaderd wordt vanuit psychopathologisch perspectief, bijvoorbeeld met de focus op risicofactoren. Terwijl het existentiële maar ook het maatschappelijke perspectief onderbelicht blijven.”

‘Een zelfgekozen dood bij ouderen vinden we vanzelfsprekender dan bij jongeren.’

An Haekens voegt daar graag nog iets aan toe: “Ik zie de cijfers van euthanasie bij ouderen omwille van polypathologie, een opeenstapeling van ouderdomskwalen, enorm stijgen. Ik maak me daar zorgen om. Als ik naar verslagen van de Federale Controle en Evaluatiecommissie Euthanasie kijk, zie ik in de redenen voor euthanasie omwille van ouderdomskwalen veel overlap met de risicofactoren bij zelfmoord. Wat betekent dat? Wat gebeurt er in de samenleving? Hier is echt veel meer aandacht en onderzoek voor nodig.”

Haekens: “Het is een moeilijke kwestie, maar soms vraag ik me af of euthanasie omwille van polypathologie geen verkapte manier is van zelfdoding. Het feit dat die cijfers zo weinig vragen oproepen, is voor mij het bewijs dat we er als samenleving niet wakker van liggen. Een zelfgekozen dood bij ouderen vinden we vanzelfsprekender dan bij jongeren. Om niet te zeggen dat het soms als heroïsch omschreven wordt. Het gaat dan over absolute zelfbeschikking. Maar als dat de enige insteek is, vind ik het een heel arm debat.”

Er is hoop

Na al het slechte nieuws: laten we niet vergeten dat er ook hoop is. Psychiaters Dorine Broekaert en An Haekens zouden niet met ouderen werken als er niets te veranderen viel. Idem dito voor ouderenpsychologe Anke Bonnewyn, en VLESP-medewerkers Eva Dumon en Kim Van Den Berge.

‘We moeten stilstaan bij isolatie van ouderen, eenzaamheid en gebrek aan sociale netwerken.’

“Ik kan hele mooie verhalen vertellen”, zegt Haekens. “Uit ervaring weten we dat mensen, op welke leeftijd dan ook, beter kunnen worden. Dat is in de eerste plaats waardevol voor de mensen zelf, maar ook voor hun familie. Het mooie aan ouderenpsychiatrie is dat ons werk een invloed heeft op meerdere generaties. Een bijdrage leveren aan het ‘goed afronden’ van een leven, is ook van onschatbare waarde.”

“In tegenstelling tot wat mensen geloven, zijn er nog veel mogelijkheden”, zegt ook Kim Van Den Berge (VLESP). “Uiteraard zijn er behandelmogelijkheden, kunnen mensen herstellen van depressie. Er is genoeg wetenschappelijke evidentie voor bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie. Maar preventie is een opdracht voor ons allemaal: we moeten ouderen niet alleen helpen bij depressie, we moeten er ook voor zorgen dat we meer aandacht besteden aan hun welzijn. We moeten durven stilstaan bij isolatie van ouderen, eenzaamheid en gebrek aan sociale netwerken.”

Ageism

Hulpverleners moeten ook bewust zijn van hun eigen positie, zegt Anke Bonnewyn. “Vergeet niet: ouderen komen altijd tegenover hulpverleners die veel jonger zijn. Je moet beseffen hoe je kijkt naar ouderen worden, naar autonomie.”

“Je eigen waarden en normen beïnvloeden fel welke interventie je zal doen, wat je niet zal doen, welke gesprekken je al dan niet aangaat. Vaak gaan we het gesprek aan met ouderen alsof we niet meer tegenover een volwassen persoon zitten. We definiëren ouderdom vaak als optelsom van verlieservaringen, terwijl ouder worden ook met rijkdom gepaard gaat.”

Connectie maken

De behandeling van depressie kan iets trager gaan bij ouderen, geeft dokter Broekaert aan. En de gesprekken over zelfdoding en gevoelens zullen bij ouderen misschien iets anders zijn dan bij jongere mensen. Existentiële vragen komen op de voorgrond, zingeving krijgt een andere invulling. “Maar verder kunnen we voor zelfmoordpreventie bij ouderen dezelfde tips geven als bij alle andere mensen”, zeggen alle experts.

‘Praten lokt zelfdoding niet uit, het is net de beste preventie.’

Het begint altijd met: het gesprek aangaan. “Dat is voor alle leeftijden hetzelfde”, stelt An Haekens. “Wees niet bang. Praten lokt zelfdoding niet uit, het is net de beste preventie. Contact maken is ook wat hulpverleners doen. We moeten de boodschap geven: het is niet normaal en er kan iets aan gedaan worden. Het is een weegschaal: langs de ene kant de wanhoop erkennen, aan de andere kant hoop bieden. Als je mensen alleen een pilletje aanbiedt, neem je hen niet ernstig in hun lijden.”

We moeten weg van het alleen benoemen van risicofactoren, besluit Haekens, en even goed kijken naar beschermende factoren. “Wat kan kracht geven? Het klinkt haast cliché als ik het zeg, maar het antwoord is telkens hetzelfde: inzetten op verbondenheid, beweging, spiritualiteit, veerkracht verhogen, humor, leuke dingen doen.”

“Ik zeg altijd: dansen is de beste manier om ouder te worden, zowel letterlijk als in de metaforische zin. Maar we moeten ook ruimte bieden om te dansen. De manier waarop we naar ouderdom kijken, hoe we met ouderen omgaan: het is de verantwoordelijkheid van héél onze samenleving.”

Wie vragen heeft rond zelfdoding, kan terecht op de Zelfmoordlijn via het gratis nummer 1813 of op www.zelfmoord1813.be.

VLESP publiceerde praktijkrichtlijnen en een e-learning module voor zorg- en hulpverleners met betrekking tot suïcidepreventie bij ouderen. Meer info vind je hier.

Dit artikel verscheen eerder op Sociaal.net

Geen copyrightvermelding

take down
the paywall
steun ons nu!