Bron: Pikist / Public Domain
Opinie - Veronika Dolar, IPS

‘Economie is een academische veld waar je als vrouw slechter af bent dan in de techsector’

Er is geen tekort aan vakgebieden waar seksisme alom aanwezig is. Technologie, ingenieurswetenschappen en wiskunde staan erom bekend en ook de commissie die de Academy Awards uitreikt, ligt ervoor onder vuur. Als vrouw ben je echter nog slechter af als je economie studeert, constateert de Amerikaanse econoom Veronika Dolar.

donderdag 18 maart 2021 19:53
Spread the love

 

Als ik afga op mijn persoonlijke ervaring in de Verenigde Staten, de ervaring van vrouwelijke mede-economen en harde data, kan ik stellen dat economie een academische veld is waar je als vrouw slechter af bent dan in bijvoorbeeld de techsector. Niet enkel vrouwen die academisch onderzoek verrichten naar de economie en te maken hebben met seksistisch beleid en vijandig gedrag, zijn hiervan het slachtoffer. Ons overheidsbeleid zou er waarschijnlijk heel anders uitzien als er meer vrouwen betrokken waren bij het ontwerp ervan.

Cijfers liegen niet

De meeste mensen beseffen dat vrouwen ondervertegenwoordigd zijn in de exacte wetenschappen. Hoewel we in economische vakgebieden nog minder aanwezig zijn, beseffen we te weinig hoe slecht het daar gesteld is – en hoe langzaam dingen veranderen.

Het vak economie wordt gedomineerd door mannen. Dat gaat op voor zowel de faculteiten als de studenten in de VS. Er zijn disproportioneel weinig vrouwen voor te vinden. Dat geldt ook voor historisch ondervertegenwoordigde raciale en etnische minderheidsgroepen, in vergelijking met de gemiddelde bevolking en andere academische disciplines.

Minder dan 15 procent van de hoogleraren in de economie is vrouw. Bij de universitaire docenten is dat 31 procent. Slechts 22 procent van de vaste aanstellingen betreft een vrouw, blijkt uit een onderzoek dat de American Economic Association vorig jaar uitvoerde.

In veel opzichten is de genderkloof in de economie groter dan die in andere disciplines. In 2014 ging 30 procent van de doctoraten en bachelorgraden naar vrouwen – evenveel als in 1995. In de exacte wetenschappen, bedrijfskunde en sociale wetenschappen was dat 45 tot 60 procent.

In de Verenigde Staten zijn er landelijk gezien drie mannelijke economen voor elke vrouwelijke econoom. Die verhouding is al langer dan twintig jaar hetzelfde. Vrouwen zijn zelfs ondervertegenwoordigd in economische lesboeken, zowel in het echte leven als in de voorbeelden. Zowel in de techsector als de commissie die in de filmindustrie de Academy Awards uitreikt – twee groepen die in de afgelopen jaren kritiek kregen op het gebrek aan diversiteit – zijn vrouwen beter vertegenwoordigd dan in de economie.

Gebrek aan rolmodellen

Het lijkt misschien vreemd dat er zo’n genderkloof bestaat in de economie, terwijl een van de meest invloedrijke economen in de wereld, Janet Yellen, een vrouw is. Ze is momenteel minister van Financiën en was voorzitter van de Federal Reserve van 2014 tot 2018. Maar zij is een van de weinige uitzonderingen.

Slechts 8 van de 140 Fed-voorzitters die sinds 1914 werden benoemd, waren vrouwen. Slechts een vijfde van de huidige leden van het National Bureau of Economic Research – een van de meest invloedrijke denktanken in de VS – is vrouw. Dit is ook terug te zien in hoe economieprijzen verdeeld worden: sinds 1969 gingen slechts twee Nobelprijzen voor economie naar vrouwen.

Dit gebrek aan rolmodellen voor vrouwen met interesse in economie is een van de redenen waarom minder vrouwen een economiestudie volgen. Ik denk echter dat de genderkloof voornamelijk te verklaren valt door het wijdverbreide seksisme op economie-afdelingen. Daarover bestaan uitgebreide rapporten. In een onderzoek van de American Economic Association uit 2019 onder 9000 leden en ex-leden, zei dat bijna de helft van de vrouwen weleens gediscrimineerd te zijn op basis van sekse. Bovendien zouden ze conferenties en sociale events hebben vermeden om intimidatie of een mogelijke respectloze behandeling te voorkomen.

Seksuele referenties

Een team onderzoekers deed onlangs een poging om in kaart te brengen met hoeveel seksisme vrouwen te maken krijgen als ze papers en onderzoeksdata presenteren aan mede-onderzoekers. Ze constateerden dan vrouwen niet alleen meer vragen kregen dan mannen tijdens hun presentaties, maar dat deze vragen vaker vijandig of neerbuigend van aard waren. Veel van mijn vrouwelijke collega’s hebben dit uit de eerste hand ervaren.

Uit een studie uit 2018 naar posts op een populaire vacaturesite voor economen, bleek dat negen van de tien topwoorden die voorspelden of een post over een vrouw ging, expliciete seksuele referenties bevatten. Ook bleek dat in posts over vrouwen 43 procent minder academische of professionele termen voorkwamen en dat de kans 192 procent groter was dat ze termen bevatten die refereerden naar persoonlijke informatie of fysieke kenmerken.

Ondanks dit bewijs van seksisme in het vakgebied, verrast het me hoeveel mannelijke economen lijken te denken dat dit soort vijandigheid geen invloed heeft op de ondervertegenwoordiging van vrouwen in het vak. Sommigen denken zelfs dat er helemaal geen sprake is van seksisme.

Recentelijk begeleidde ik een economiestudent van een andere universiteit die genderdiscriminatie in ons vak onderzocht. Ze had me benaderd omdat ze in het geheel door mannen bestierde economiedepartement op haar universiteit niemand kon vinden die dit wilde doen. Ze had te horen gekregen dat dergelijke discriminatie nauwelijks bestond in dit vakgebied en dat het dus lastig zou zijn hier onderzoek naar te doen. De meeste van mijn vrouwelijke collega’s hebben met soortgelijke gaslighting of mentaal misbruik te maken gehad: ze kregen te horen dat ze te gevoelig waren, overreageerden of het te persoonlijk opvatten als ze de kwestie aankaartten.

Raciale diversiteit laat ook te wensen over

Thema’s zoals genderdiversiteit en andere vormen van diversiteit in de economie gaan niet alleen over politieke correctheid. Diversiteit leidt tot betere resultaten en beter beleid, doordat de groepsdynamiek en besluitvorming veranderen.

Uit tientallen jaren van onderzoek door organisatiewetenschappers, psychologen, sociologen, economen en demografen blijkt dat mensen creatiever worden en harder gaan werken als verkeren in het gezelschap van mensen die anders zijn dan zijzelf. Het gaat het niet alleen om gender, maar ook om klasse, etniciteit en seksuele oriëntatie.

Economie als vakgebied heeft niet alleen een genderprobleem. Het heeft ook een slechte reputatie als gaat om raciale diversiteit. Afro-Amerikanen maken 13 procent van de Amerikaanse bevolking uit, maar minder dan 3 procent van de doctoraatsstudenten en slechts twee procent van de hoogleraren is Afro-Amerikaans.

Dit gebrek aan raciale verscheidenheid en genderdiversiteit heeft gevolgen voor het beleid. Als het gaat om gender bijvoorbeeld, hebben vrouwelijke economen meer de neiging om te vinden dat de regulering in de VS niet excessief is, dat de inkomensverdeling gelijker moet worden en dat kansen op werk niet hetzelfde zijn voor mannen en vrouwen. Het beleid van de afgelopen jaren bevorderde in het algemeen het tegenovergestelde.

Als het uiteindelijke doel van economisch onderzoek is om blijvende inzichten te ontwikkelen en te communiceren, wijst dit erop dat de waarde en impact van het vak economie niet alleen vrouwen op dit vakgebied tekortdoet, maar iedereen.

 

Veronika Dolar is universitair docent economie aan het State University of New York College in Old Westbury.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij IPS-partner The Conversation.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!