Bron: Public Domain Pictures / CC0
Interview - Faustina Pauwels

‘Ik ben niet gelukkig, maar wel tevreden’

Maria (77) kwam in de armoede terecht toen ze twee jaar oud was. Ze woonde 15 jaar lang in een opvangtehuis, voor ze weer bij haar moeder terechtkwam. Op haar twintigste trouwde ze, maar 18 jaar later belandde haar echtgenoot in de gevangenis. Ze bleef alleen achter met vier kinderen. Maria heeft vaak voor eten en kleren moeten bedelen, maar toch behoudt ze nog haar trots. Dankzij de aflossing van haar schuld, heeft ze terug extra geld en ademruimte.

zaterdag 18 april 2020 00:45
Spread the love

 

Maria’s vader was inbreker en spendeerde een groot deel van zijn tijd in de gevangenis. Haar moeder verwaarloosde haar. Toen ze twee jaar oud was, oordeelde de jeugdrechtbank dat haar ouders niet in staat waren om voor haar te zorgen. Zo kwam ze terecht in een kindertehuis in Lanaken waar ze woonde tot ze 17 was. Er waren ongeveer dertig kinderen in dat tehuis dus Maria kreeg niet veel aandacht of affectie. Wel leerde ze om te werken en om voor zichzelf te zorgen.

Seksueel misbruik

Op de trappen van het stadhuis op de dag van Maria’s huwelijk, toen ze twintig jaar oud was, zei haar moeder: ‘Ik zie ze u liever naar het kerkhof dragen, dan dat je hier trouwt.’ Harde woorden, maar uiteindelijk bleek dat gevoel van wantrouwen wel correct, zegt Maria: ‘Na 18 jaar huwelijk ben ik gescheiden als gevolg van incest. Mijn dochter was 13 jaar toen mijn (ex-)echtgenoot haar misbruikte.’ De politie arresteerde hem en hij belandde in de gevangenis. Maria en haar vier kinderen verloren toen zijn deel van hun inkomen en moesten overleven met een bijstandsuitkering van het OCMW.

Dat leefloon van het OCMW was onvoldoende voor een gezin van vijf. Ze konden geen nieuwe kleren kopen. Als er zakken met oude kleren op de stoep stonden, ging Maria vragen of ze die mocht hebben. ‘Er is een vrouw die nog altijd haar kleren naar mij brengt. Mijn kinderen hebben zonder klachten of verwijten de afdankertjes van anderen gedragen.’

‘Ik had angst om op te staan, omdat ik niet wist wat me te wachten stond. ’s Ochtends at ik nooit zodat mijn kinderen dat wel konden. Ik woog 35 kilo en moest kleren dragen van kindermaat 164. Ik droeg de kleren die zelfs voor mijn dochter te klein waren. Als de kinderen de deur uit waren, dan huilde ik. Ik heb dagen en dagen gehuild.’

In armoede leven was erg zwaar en emotioneel, maar Maria heeft ermee leren leven. Ze probeerde er het beste van te maken, ze leerde overleven. ‘Je leert het noodzakelijke kennen, je leert waarderen wat je hebt. Het weinige dat je hebt, probeer je nog te delen. Ik ben niet gelukkig, maar wel tevreden nu. Een van mijn zonen leeft van invaliditeitsuitkering, mijn andere drie kinderen hebben elk een job. Een van mijn zonen heeft zelfs zijn eigen gezin, met twee dochters.’

Iedereen over een kam

Maria raadt dakloze jongeren aan om zo snel mogelijk hulp te zoeken.

Mensen die in armoede leven, worden vaak over één kam geschoren: ‘De eerste reactie tegenover armoede is altijd “eigen schuld, dikke bult”, maar dat is helemaal niet zo.’ Maria weet uit ervaring dat er in de samenleving een fout beeld bestaat over armoede: ‘Dat kan door echtscheiding, ziekte of internering – of incest – iemand overkomen. Dat zien mensen niet direct, ze generaliseren. Arme mensen zijn vuil, stinken en zijn afstotelijk, … Dat is ook niet het geval, er zijn mensen die echt hun fierheid willen behouden. Ik ook, ik heb ondanks alles nog altijd mijn trots.’

Maria’s grootste tip voor jongeren in armoede is dat ze hulp moeten zoeken: ‘Ga in schuldbemiddeling, zorg voor een bewindvoerder. De jongeman die tegenover mij woont, is bij mij hulp komen vragen. Hij is naar de rechtbank gegaan toen ik zei dat hij dat moest doen en wil echt geholpen worden. Sommigen aanvaarden hulp en sommigen niet, maar dan zijn de gevolgen wel voor hen.’

 

Maria is een schuilnaam. Zo wordt de privacy van de getuige gewaarborgd en eventuele problemen die zouden kunnen voortvloeien uit dit artikel vermeden.  

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!