Tjen Mampaey

Na de oorlog voerden de collaborateurs het hoge woord. Tijd voor de stem van de kinderen van het verzet

De reeks'Kinderen van het Verzet' is een lovenswaardig initiatief om moedige mensen van toen in eer te herstellen. Want zoals Bruno De Wever het in de slotaflevering correct verwoordde: ‘Achteraf beschouwd was in verzet gaan tegen de bezetter de enig juiste houding. Dat moet in herinnering worden gehouden.’

maandag 2 december 2019 12:43

De Canvas-reeks Kinderen van het Verzet geeft de verzetsmensen uit de Tweede Wereldoorlog eindelijk de aandacht en de correcte plaats waar ze recht op hebben. Alle lof voor de hele ploeg en voor historicus Koen Aerts die de reeks in de steigers zette.

De getuigenissen van de kinderen waren relevant, soms schrijnend, met gepaste trots voor het verzet van hun ouders die een dictatoriaal regime bestreden en de bezetter probeerden buiten te krijgen.

Iedere getuige had een eigen verhaal, iedereen had de gevolgen van de dood of het lijden van haar of zijn ouders in de concentratiekampen op een andere manier verwerkt. Sereen legden ze getuigenis af, zonder haat of wrok, wel met de nodige verwijzingen naar het actuele gevaar dat een nieuwe opgang van extreemrechts gedachtegoed meebrengt. En daardoor met de angst en het wrange gevoel dat het lijden van hun ouders misschien voor niks was geweest. De diepe littekens die hun gezinnen levenslang hebben getekend, zijn des te pijnlijker als je beseft dat het verzetswerk achteraf zo dikwijls werd geminimaliseerd, zelfs belachelijk werd gemaakt.

Mythe

Terecht werd in de reeks gewezen op de mythe, de valse beeldvorming die na de oorlog over het verzet werd gecreëerd. Gedurende jaren is de publieke opinie bewerkt door een ideologie die de collaborateurs als de grootste slachtoffers voorstelde. Het waren de collaborateurs die met hun woede en frustraties het hoge woord voerden in het naoorlogse Vlaanderen. Politieke partijen gebruikten hun belangen, aspiraties en verlangens in hun strijd om de politieke macht. Om hen aan te trekken als kiezers werden vele oud-collaborateurs met fluwelen handschoenen aangepakt en hun foutieve keuzes tijdens de oorlog met de mantel der liefde bedekt.

Is het normaal dat wie bestraft werd wegens collaboratie zich nogal dikwijls schaamteloos het slachtofferschap toe-eigent? En wat is de juiste verhouding tussen het aantal doden in beide kampen? Ongeveer 5.091 collaborateurs kwamen om: ca. 4000 Oostfronters, ca. 850 omgebracht door het verzet, 241 na de oorlog terechtgesteld. De joodse gemeenschap telde 29.000 slachtoffers. Ongeveer 160.000 Belgen gingen in het verzet, het aantal dat hun gevangenschap en deportatie niet overleefde, wordt momenteel geschat tussen 14.000 en 19.000. Voor een exact cijfer is uitgebreider historisch onderzoek nodig. Tegenover de 5091 uitgeschakelde collaborateurs en de uitgevoerde doodsvonnissen staan dus in totaal tussen de 43.000 en 48.000 doden bij de joodse bevolking en het verzet samen. Voor elk overlijden bij de collaboratie staan er dus 9 à 10 gedode joden en verzetsmensen, slachtoffers van het regime dat de collaboratie ondersteunde. Dat is de echte balans van het nationaalsocialisme en zijn medewerkers in België.

De reeks Kinderen van het Verzet is een lovenswaardig initiatief om moedige mensen van toen in eer te herstellen. Want zoals Bruno De Wever het in de slotaflevering correct verwoordde: ‘Achteraf beschouwd was in verzet gaan tegen de bezetter de enig juiste houding. Dat moet in herinnering worden gehouden.’

 

Tjen Mampaey is auteur van ‘De Zwarte Hand. Het verzet tegen de nazi’s in Klein-Brabant en de Rupelstreek‘.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!