Opinie -

Persoonsvolgende financiering zet dagcentra in schaduw

donderdag 4 juli 2019 07:37
In de gehandicaptenzorg moeten schaarse middelen zo goed mogelijk verdeeld worden. Dat is een moeilijke oefening. Dagcentra die werken met mensen met een niet-aangeboren hersenletsel stellen vast dat ze telkens achteraan in de rij belanden.

 

Achteraan de rij

Persoonsvolgende financiering zorgt voor een omslag in de ondersteuning voor personen met een beperking. Zij krijgen nu een budget in handen om zelf hun zorg te organiseren. Maar schaarse middelen zetten dat beloftevol principe onder druk. Als het toe- gekende budget ontoereikend of nog niet beschikbaar is, zet je weinig stappen vooruit.

‘Cliënten met zware zorgnoden krijgen prioriteit.’

Bovendien plukken sommige groepen minder vruchten. Zo stellen we vanuit onze werkpraktijk vast dat mensen met een niet-aan- geboren hersenletsel (NAH) telkens in de schaduw blijven staan. Zij worden, bijvoorbeeld na een herseninfarct of ernstig ongeval, plots geconfronteerd met een groot verlies van functies. De gevolgen op hun dagelijks functioneren en sociale relaties zijn groot.

David

Een concreet en reëel verhaal illustreert dit: David had in 2015 een motorongeluk. Daardoor liep hij een niet-aangeboren hersenlet- sel op. Bovendien was David net voor zijn ongeval gescheiden. Hij heeft twee jonge kinderen.

Na zijn ziekenhuisopname en revalidatie ging hij terug bij zijn moeder inwonen. Sinds zijn ongeval doet zijn moeder alles voor hem. Ze liet hiervoor een hele periode haar werk staan. Ze is zijn enige zorgdrager en organiseert alles voor hem. Door zijn NAH- problematiek kan David dit niet zelf. Hij zal altijd ondersteuning nodig hebben.

Sterke alliantie

Cliënten zoals David zouden al geholpen zijn met een beperkt persoonsvolgend budget. Daarmee kunnen ze zorgen voor dagbeste- ding of hulp in de thuissituatie. Dat geeft mantelzorgers de nodige zuurstof om de zorg te blijven opnemen voor partner, zoon, dochter of ouder.

Dankzij zo’n laagdrempelige en goedkope ondersteuning kan een duurdere hulpverlening vaak jarenlang worden uitgesteld. Dat is geen dagdromerij: een sterke alliantie tussen mantelzorgers en bijvoorbeeld dagcentra maakt dat dagelijks mogelijk.

Helaas: persoonsvolgende financiering zet zo’n kwaliteitsvolle werking op de helling.

Uit de boot vallen

Persoonsvolgende financiering geeft prioriteit aan cliënten met zware zorgnoden. Zij krijgen via een spoedprocedure sneller een budget toegekend. Bovendien neemt deze groep een grote hap uit het totale beschikbare budget.

‘Een beperkt persoonsvolgend budget zou David al helpen.’

Al valt voor die keuze wel wat te zeggen, ze heeft ook onvermijdelijke uitsluitingseffecten. Cliënten met minder zware zorgvragen vallen uit de boot. Zij moeten heel lang wachten op hun budget waardoor ze zonder hulp thuis moeten blijven.

Dit heeft verstrekkende gevolgen voor hun eigenwaarde, sociale inclusie en hun niveau van functioneren en revalideren. Ook hun gezin wordt getroffen. De financiële, organisatorische en emotionele gevolgen van deze extra belasting rusten op de schouders van de mantelzorgers.

Oplossingen zoeken

In die strijd om schaarse middelen, gaan cliënten zoeken naar wegen om sneller aan een budget te geraken. In de aanvraagproce- dure vergroten ze hun zorgvragen uit. Ze dienen bijvoorbeeld een oneigenlijke of te voorbarige vraag naar woonondersteuning in. Zo’n ‘missers’ in de toeleidingsprocedure vertekenen het cijfermateriaal over het aantal wachtenden.

Ook organisaties hebben hun technieken om het systeem beheersbaar te houden. Sociale diensten en multidisciplinaire teams van revalidatiecentra maken bij de voorbereiding van ontslag geen ondersteuningsplannen meer op voor cliënten met lichtere zorgvra- gen. Hun afweging: zo’n opmaak vraagt te veel moeite en heeft te weinig effect bij de toekenning van budgetten.

‘Zo’n plan vraagt veel moeite en heeft weinig effect.’

Toch blijft zo’n ondersteuningsplan de eerste en noodzakelijke stap om een persoonsvolgend budget aan te vragen. Daarom komen mensen met een niet-aangeboren hersenletsel na ontslag uit het revalidatiecentrum terecht bij hun mutualiteit of de diensten on- dersteuningsplan. Ook zij kunnen zo’n ondersteuningsplan opmaken. Probleem: ook zij worstelen met wachtlijsten.

Haaks op preventieve zorg

Veel cliënten en mantelzorgers raken gedemotiveerd door deze lange en weinig hoopgevende aanvraagprocedure. Zij komen er niet toe om de nodige stappen te zetten om een budget aan te vragen, verdwijnen onder de radar en duiken geruime tijd later weer op. Intussen zijn hun zorgvragen complexer geworden.

‘Veel cliënten raken gedemotiveerd.’

Dat staat haaks op de keuze voor meer preventieve zorg. Residentiële opnames in woonvoorzieningen moeten we maximaal voor- komen. Meteen inzetten op aangepaste zorg geeft de cliënt de kans om zoveel mogelijk thuis te leven. Zo kan je opnieuw een rol op- nemen in de samenleving.page2image3689776

Terug naar David

Het lukt David niet om zijn dagen zelfstandig in te vullen. Samen met zijn moeder klopt hij aan bij het dagcentrum. Zijn eerste proefbezoek is meteen een voltreffer. Ook voor zijn moeder is het dagcentrum een adempauze. Zij kan de zorg voor David even af- geven. De combinatie met een dagcentrum maakt dat zij de zorg voor haar zoon kan blijven opnemen.

David wil drie dagen per week naar het dagcentrum komen. Er werd een persoonsvolgend budget aangevraagd maar hij moet wachten op zijn budget omdat hij in een lagere prioriteitengroep zit. Dat is jammer, temeer er in het dagcentrum voldoende ruimte is om David te begeleiden.

Wel budget, geen zorg

De overheid nam maatregelen om die wachtperiode te overbruggen. In afwachting van een persoonsvolgend budget kunnen cliën- ten via rechtstreeks toegankelijke hulpverlening al een minimale zorg installeren. Via die weg zou David bijvoorbeeld anderhalve dag naar een dagcentrum kunnen gaan.

Probleem hierbij is dat de cliënt wel in aanmerking komt en middelen ter beschikking heeft om deze zorg te installeren, maar dat de dagcentra zelf met lange wachtlijsten zitten voor rechtstreeks toegankelijke hulpverlening. Zonder uitbreidingsbeleid kunnen ze die middelen dus niet inzetten. Op deze manier blijven cliënten niet alleen thuis zitten zonder hulp, maar zitten ze ook nog eens op een pot middelen die ze niet kunnen inzetten.

Weinig draagvlak voor grondige oplossingen

Personen met een niet-aangeboren hersenletsel botsen op vele beperkingen. Zij zijn bij uitstek het slachtoffer van systeemfouten binnen de hele persoonsvolgende financiering. Het politiek en maatschappelijk draagvlak om dat grondig aan te pakken, lijkt beperkt.

‘Zorg in dagbesteding wordt steeds verder weggedrumd.’

Zo valt het op dat bij de verdeling van het totale zorgbudget voor personen met een beperking, de zorg in dagbesteding steeds ver- der weggedrumd wordt. Bij elke transitie of besparingsronde moet deze zorgvorm met minder middelen aan evenveel mensen de- zelfde zorg verlenen.

Negatieve beeldvorming

Bovendien komen dagcentra, en ruimer voorzieningen voor personen met een beperking, vooral negatief in de pers. Ze worden bij- voorbeeld vergeleken met de townships in Zuid-Afrika. Alsof voorzieningen een soort gevangenissen zijn die mensen met een be- perking buiten de maatschappij zetten.

Er moeten nog heel wat misverstanden uit de weg geruimd worden.1 Zo is zorg op maat wel degelijk een fundament van de dag- centra. De nadruk ligt op het werken naar een zo zelfstandig mogelijk bestaan voor elke persoon met een niet-aangeboren hersen- letsel. Dagcentra hebben een duidelijke expertise ontwikkeld. Interdisciplinair werken is er realiteit.

Vanuit hun keuze voor inclusie, investeren deze voorzieningen in buurtvervlechting en sa- menwerking met scholen en dienstencentra. Allemaal initiatieven die de inbedding van ie- mand met een beperking in de samenleving mee mogelijk maken.

Dagcentra zijn ook plekken waar mensen elkaar ontmoeten die in hetzelfde schuitje zitten, plekken waar vriendschappen ontstaan, waar er begrip is voor elkaar en elkaars beperking.

Opgesloten in het eigen huis

Ook voor David is het dagcentrum cruciaal om zijn isolement te doorbreken. Door zijn niet- aangeboren hersenletsel zag David zijn sociaal netwerk van vrienden en collega’s verschrom- pelen. Nu ontmoet hij nieuwe gezichten in het dagcentrum. Met sommige mensen spreekt hij af buiten de muren van het dagcentrum om samen dingen te doen.

Zou een persoonlijk assistent voor David een betere, lees meer inclusieve, oplossing bieden? Vandaag wordt de inschakeling van persoonlijk assistenten afgeschilderd als het summum van inclusie. Toch blijft enige kritische zin noodzakelijk. We moeten blijven evalueren of we, na het zogenaamd opsluiten van mensen in voorzieningen, nu mensen met de nodige persoonlijke assistentie niet opsluiten in het eigen huis.

Zorgvoorzieningen moeten samen de juiste strijd voeren: de grootste inclusie-winst valt niet te boeken vanuit zorg, wel vanuit huis- vesting, cultuur en arbeid.

Geldwolven

Nog een perceptieprobleem waar voorzieningen en dus ook dagcentra tegenaan kijken: ze worden verweten geldwolven te zijn. Ze informeren cliënten onvoldoende zodat ze maximaal kunnen beschikken over het inzetbare zorgbudget. Ze nemen het geld van personen met een beperking af om daar dure gebouwen mee te zetten.

‘Dagcentra proberen kwaliteitsvolle zorg overeind te houden.’

Hier klopt iets niet: elke voorziening moet jaarlijks heel wat benefieten, wafelbakken en eetfestijnen organiseren om het hoofd bo- ven water te houden. Dagcentra gaan al jaren inventief aan de slag met steeds krimpende budgetten. Ze proberen kwaliteitsvolle zorg overeind te houden, zorg die streng gecontroleerd wordt door zorginspectie. Voor persoonlijk assistenten zijn die kwaliteitsei- sen er nog niet.

Nieuwe Vlaamse regering moet bijsturen

Kortom, dagcentra zijn een verantwoorde en waardevolle manier om mensen met een beperking te begeleiden in hun dagbeste- ding. Dagcentra verdienen aandacht en erkenning voor hun plaats binnen het zorglandschap.

Want als je plots een hersenletsel oploopt, dan kan je niet aan zorgplanning doen. De juiste zorg moet snel geïnstalleerd worden. De zorg in een dagcentrum maakt het voor veel cliënten en hun mantelzorgers mogelijk om hun leven op een kwaliteitsvolle manier verder te zetten.

Vermijdbare systeemfouten maken dat dit nu moeilijker is dan ooit. Die bijsturing is een belangrijke taak voor de nieuwe Vlaamse regering.

Deze tekst kwam tot stand na overleg met een aantal dagcentra die aangesloten zijn bij het provinciaal netwerkoverleg NAH Oost- Vlaanderen: De Hoop vzw, vzw Eindelijk, De Vierklaver, De Beweging, vzw Mozaïek, De Bolster vzw.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!