Monument voor de slachtoffers van de Armeense genocide in Elsene (Foto: Alta Falisa)
Opinie -

Belgische Kamer beledigt slachtoffers van Armeense genocide

Het voorstel van anti-negationismewet dat nu woensdag 24 april in de Kamer ter stemming voorligt, slaat niet op de Armeense genocide van 1915. Als de parlementsleden van plan waren de slachtoffers van deze genocide die ze zelf erkend hebben nog eens te beledigen, konden ze het niet beter aanpakken… want 24 april is de datum waarop dit historische drama jaarlijks wordt herdacht.

dinsdag 23 april 2019 21:09

De Kamer plant op 24 april een wetsvoorstel goed te keuren van de voormalige meerderheid van de regering-Michel – dus van MR, Open VLD, CD&V et N-VA. Het is de recuperatie van ontwerp van minister van Justitie Koen Geens tot hervorming van het Strafwetboek. Het bevat een nieuwe wetsbepaling in verband met de strijd tegen het negationisme; dit is de omzetting in Belgisch recht van een kaderbesluit van Raad van de Europese Unie omtrent racisme en xenofobie en van een protocol van de Raad van Europa over computercriminaliteit. Beide schrijven een verbod voor op negationisme dat aanzet tot haat en geweld.

De huidige formulering van het wetsvoorstel sluit echter het negationisme van de Armeense genocide van 1915 uit. Hoewel geen van beide Europese richtlijnen die door dit voorstel in Belgisch recht worden omgezet, uitdrukkelijk vereisen zich te beperken tot genocides die door internationale rechtbanken werden erkend, doet het Belgische wetsvoorstel dit wel: het maakt alleen het negationisme strafbaar van genocides, misdaden tegen de mensheid of oorlogsmisdaden “als dusdanig vastgesteld door een eindbeslissing van een internationaal gerecht”.

Dit is natuurlijk een politieke toegeving aan Ankara. Turkije misbruikt dit soort bepalingen om onbeperkt leugens over de historische waarheid te verspreiden. Ankara ontkent immers systematisch de gedocumenteerde genocides op de Armeniërs, op de Arameeërs en Assyriërs en op de Pontische Grieken die in 1915 en de jaren daarop op het Turkse schiereiland werden begaan. De Belgische Senaat heeft deze genocide op de Armeniërs in 1998 wel erkend en de Kamer deed hetzelfde in 2015. Ook premier Charles Michel heeft deze genocide op de Armeniërs vanop het spreekgestoelte van dezelfde Kamer erkend.

In geval van de Armeense genocide is het nogal wiedes dat er nooit een internationaal tribunaal is geweest en dat het er nooit zal komen. De misdaden van de Jonge Turken tijdens de Eerste Wereldoorlog dateren van meer dan honderd jaar geleden. Er waren wel wat nationale rechtszaken in Turkije, maar deze hebben de misdaden nooit in hun geheel als “misdaden tegen de mensheid” en nog minder als “genocide” bestempeld.

Doorgaans maakt negationisme deel uit van het discours van politieke krachten die, hoewel in de minderheid, toch uiterst gevaarlijk zijn voor de democratie en de vrede in de samenleving. Het ontkennen van de Armeense genocide daarentegen behoort tot het officiële discours van de Turkse Staan en het discours van een meerderheid binnen de Turkse diaspora. De gevolgen van dit negationisme zijn reëel.

In Turkije zelf bijvoorbeeld, worden de zeldzame Armeniërs die zich publiekelijk uitspreken geïntimideerd, met de dood bedreigd of zelfs vermoord, zoals journalist Hrant Dink in 2007. De enige Armeense volksvertegenwoordiger in Turkije, Garo Paylan, wordt permanent bedreigd omdat hij Armeniër is. Beiden toonbeelden van vredeswil, bereidheid tot dialoog en respect voor de waarheid.

In Europa wordt haat jegens Armeniërs geïmporteerd door Turkse diplomaten of door mensen die onder invloed staan van de regering in Ankara. Zo moest de vicevoorzitter van de voornaamste Turkse vereniging in Zweden in april 2016 nog ontslag nemen omdat hij tijdens een negationistische en haatdragende speech of het centrale plein van Stockholm “dood aan de Armeense honden” had geroepen. In België leidde een opstootje in Sint-Joost in 2007 bijvoorbeeld tot de vernieling van een restaurant onder kreten als “dood hem, het is een Armeniër”. Naderhand werd door de autoriteiten geen enkele vervolging ingesteld en diende de Armeense restauranthouder de buurt te verlaten en zelf in te staan voor de grote kosten die deze vernieling met zich meebracht.

Let wel: de Armeense genocide gedenken en de ontkenning ervan verbieden mag niet worden gezien als een beleid gericht tegen onze Turkse vrienden. Zei paus Franciscus niet terecht bij zijn bezoek aan Armenië in 2016: “De genocide van de Armeniërs gedenken is niet alleen goed, het is zelfs een plicht. We moeten voor zorgen dat dit lijden werkt als een verwittiging over de tijd heen: de wereld mag niet hervallen in dergelijke wreedheden. De herinnering dient om het stramien van de haat om te buigen in projecten van verzoening.”

Want inderdaad, ook in Turkije hebben de voorbije jaren steeds meer mensen begrepen dat je geen vreedzame en democratische samenleving bouwt op leugens. Zij willen niet langer vereenzelvigd worden met de misdaden van het verleden, ze willen niet langer verantwoordelijk gesteld worden voor het criminele regime van de Jonge Turken dat erop uit was de christelijke minderheden in het land uit te roeien. Wij moeten deze brede democratische verzuchting ondersteunen, niet de erfgenamen van de tirannie.

Het is in deze zin dat het Comité van Armeniërs van België de volksvertegenwoordigers met aandrang oproept het voorliggende wetsvoorstel te wijzigen.

(Nicolas Tavitian en Peter Petrossian zijn respectievelijk voorzitter en ondervoorzitter van het Comité van Armeense christenen; Benoit Lannoo is consultant in interreligieuze relaties.)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!