‘De Sociale Bureaus voor Kunstenaars zijn verantwoordelijk voor meer interimarbeid in de kunstensector’
Opinie -

‘De Sociale Bureaus voor Kunstenaars zijn verantwoordelijk voor meer interimarbeid in de kunstensector’

Volgens Robrecht Vanderbeeken van ACOD Cultuur en Johan Van Assche, gedelegeerd bestuurder bij De Acteursgilde is het hoog tijd om 'de draagwijdte van Sociale Bureaus voor Kunstenaars aan te passen en om reguliere vormen van arbeid aan te moedigen' in de kunstensector.

donderdag 11 april 2019 21:35




Begin deze maand lazen we in de kranten dat volgens het HR-dienstenbedrijf Acerta – dat ook in interimmanagement voorziet – steeds meer mensen vast en voltijds werken. Weliswaar laten ze de stijging aan uitzendarbeid en het nieuwe werken via de ‘bijkluswet’ buiten beschouwing.

In de kunstensector zien we een omgekeerde tendens: méér interimwerk vanwege een toenemend belang van de Sociale Bureaus voor Kunstenaars (SBK’s). Een negatieve evolutie, want het werkt de precariteit van de cultuurwerkers in de hand. Blijft de politiek wegkijken?

Eind 2002 kreeg uitzendarbeid een artistiek kantje. Officiële uitzendkantoren kunnen een erkenning aanvragen als ‘Sociaal Bureau voor Kunstenaars’ (SBK’s) waarna ze zich voor creatieve beroepen over twee specifieke vormen van tijdelijke arbeid mogen ontfermen: opdrachten van een opdrachtgever die geen ander personeel in dienst heeft en opdrachtgevers buiten de kunstensector.

De categorie ‘creatief beroep’ bleek gaandeweg wel rekbaar en gaat van kunstenaars en technici actief in theater, beeldende kunst en muziek tot vormgeving, journalistiek, reclame en sociaal-cultureel werk. Het Sociaal Bureau voor Kunstenaars werd als label in het leven geroepen met de intentie een kwalitatieve vorm van uitzendarbeid te creëren die voor meer rechtszekerheid zou zorgen in situaties waar het betalen van kunstenaars – hoeveel en door wie? – veel nalatigheid en ook verwaarlozing kende. Vandaag zijn er talrijke concurrentiële SBK’s actief: Amplo, De Crew, Het Interimpaleis, Interpass, Manpower Belgium, Tentoo Payroll Services…

Scheefgroei

Bijna twintig jaar later moeten we helaas concluderen dat die spin-offs van reguliere interimkantoren de tewerkstelling in de kunstensector steeds meer naar hun hand hebben gezet en daarbij ook mistoestanden in de hand werkten. Vanuit het legale motief ‘tijdelijke vermeerdering van werk’ ging men vrijwel elke creatieve activiteit verwerken waardoor uitzendarbeid niet de uitzondering maar de regel werd.

Nochtans moet rechtstreekse indienstneming wel de norm zijn en blijven. Het loopt ook mis in grote publieke instellingen: nadat de VRT van de overheid een maximumenveloppe voor eigen personeel vastgelegd kreeg, boomde het uitzendwerk waardoor de personeelswerking van de openbare zender inzake sociale rechten onder druk kwam te staan.

In vele gevallen waarin er een rechtstreekse band tussen kunstenaar en opdrachtgever aanwezig is en moet zijn, geeft men vandaag toch de voorkeur aan een contract via een SBK. Dat zorgt niet alleen voor een aanzienlijk lager nettoloon voor de cultuurwerkers, het is ook tegen de regelgeving in. SBK’s rekenen soms ook in uren in plaats van de wettelijk verplichte dagvergoedingen.

Tevens weigeren ze dikwijls anciënniteit in rekenschap te nemen en er zijn gevallen bekend waarbij ze geïnde auteursrechten vergaten over te dragen. Intussen breiden SBK’s hun activiteiten gestaag uit naar allerhande vergoedingsrelaties die in principe rechtstreeks met de opdrachtgever moeten verlopen.

Duur

Zo vloeien veel inkomsten (en subsidies) van dikwijls precaire cultuurwerkers onnodig naar deze commerciële entiteiten. Hoeveel? Daar zijn cijfers noch parlementaire vragen over. Evenmin is er transparantie inzake het aandeel dat een SBK precies voor eigen rekening neemt. Ze werken immers met een algemene multiplicator bovenop het brutoloon die commissie, sociale bijdragen en andere kosten dekt. Maar die multiplicator blijkt wel immuun voor verlagingen van werkgeversbijdragen of andere sociale kortingen.

Nog: organisaties die subsidies ontvangen zijn bij cao verplicht bepaalde loonbarema’s toe te passen. Maar SBK’s vertrekken dikwijls uit de redenering dat dit voor een tewerkstelling bij zo’n organisatie via hen niet hoeft omdat ze als sociaal secretariaat zelf geen subsidies ontvangen. Dergelijke praktijken ondergraven vanzelfsprekend de opbouw van een duurzaam en rechtvaardig werkveld via collectieve arbeidsovereenkomsten.

Onvrij

Hoe groter de expansiedrang, hoe kleiner ook de keuzevrijheid. Want het SBK evolueerde van een handig hulpmiddel voor de kunstenaar naar een niet te omzeilen partner van de opdrachtgever. Sommige SBK’s sloten deals met opdrachtgevers om hen als enigste intermediair te kiezen voor al hun cultuurwerkers. In ruil laten ze SBK-medewerkers aanschuiven op hun personeelsdienst, openen ze een kantoor in de gebouwen van de organisatie zoals dat bij de VRT het geval is of willen ze een deel van hun productiebudget financieren via uitstel van betaling aan de cultuurwerkers.

Doordat de opdrachtgever al een keuze heeft gemaakt, verliezen cultuurwerkers echter het recht om via vrije concurrentie tot een betere prijs of een meer voordelige multiplicator te komen. Ook steunpunten in de kunsten, zoals Poppunt en Danspunt, gaan niet-gekaderde samenwerkingen aan met één welbepaald SBK die via deze beleidspartner hun werking kunnen legitimeren.

De precariteit beperkt zich echter niet tot de lagere verloning. Ook de psychosociale risico’s – stress, burn-out… – liggen aanzienlijk hoger voor tijdelijke werknemers. Want bij wie kan je terecht als je ergens maar even werkt en je tevens extra kwetsbaar bent vanwege jouw afhankelijkheid van meerdere (potentiële) werkgevers?

Kortom, de bemiddelende SBK’s die zijn opgericht als remedie voor een gebrek aan veerkracht en stabiliteit bij sommige kunstenaars, werken anno 2019 vanwege hun succes actief mee aan de precarisering van de kunstwereld. De kunstensector heeft vanuit de beste bedoelingen iets in het leven geroepen dat zich intussen onmisbaar wist te maken en men heeft er het label ‘sociaal’ op geplakt. Wat nu?

Politieke verantwoordelijkheid

Het is hoog tijd dat er een aantal parlementaire vragen komen. Kan de Vlaamse regering bijvoorbeeld toelichting geven over de controles die gebeuren op SBK’s en wat men vindt over de band tussen steunpunten en één van de vele SBK’s?

Kan de federale regering aangeven wat men gaat doen aan het misbruik omtrent de bepaling ‘tijdelijke vermeerdering van werk’? Of wil men nieuwe voorwaarden onder dewelke iemand interimarbeid mag doen? Ook in andere sectoren wordt steeds meer permanente arbeid door uitzendarbeid ingevuld. Wetswijzigingen zijn nodig om de draagwijdte van Sociale Bureaus voor Kunstenaars aan te passen en om reguliere vormen van arbeid aan te moedigen.

Johan Van Assche is gedelegeerd bestuurder van De Acteursgilde

Robrecht Vanderbeeken is vakbondsverantwoordelijke voor ACOD Cultuur.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!