Analyse - Thomas Den Hert

Hoopgevend resultaat voor oppositie in Turkije

De lokale verkiezingen in Turkije van afgelopen zondag zijn uitgedraaid op een ontgoocheling voor president Erdogan. Een aanhoudende recessie en devaluering van de Turkse munt zorgde voor een afnemende populariteit bij de president.

vrijdag 5 april 2019 10:50

De partij van Erdogan, de AKP, blijft de grootste, maar moet toekijken hoe hun kandidaten in de belangrijkste steden het onderspit moeten delven tegen de kandidaat van het sociaaldemocratische CHP. Ondanks de beslissing van het AKP om in zee te gaan met het uiterst rechtse MHP, betekent het de grootste electorale nederlaag voor Erdogan in bijna twee decennia. 

Economische crisis

Het zag er al een tijdje niet goed uit in de peilingen en nu blijkt inderdaad dat Erdogan schade heeft opgelopen in de lokale verkiezingen. De krimpende economie en massale werkloosheid zorgden voor een breed ongenoegen onder de bevolking. Erdogan probeerde de opgelopen schade nog net voor de verkiezingen op te lappen door decreten op te maken die het mogelijk moesten maken om goedkoop groenten en fruit aan te bieden aan de bevolking. De economische crisis gaat echter een stuk dieper dan dat. De jaarlijkse inflatie bedraagt momenteel 20 procent. Voor consumptiegoederen ligt het percentage nog hoger.

De roots van de economische problemen gaan terug naar de tijd dat de eerste AKP-regering gevormd werd. De AKP erfde een economische herstructurering die, onder impuls van het Internationaal Monetair Fonds, besparingen (in landbouwsubsidies, overheidsbanen, enzoverder) koppelde aan privatiseringen. Dit zorgde ervoor dat Turkije uit het economisch dal kon klimmen. Privé-kapitaal kwam massaal investeren in het land en de bedrijven konden, dankzij de lage lonen voor de werknemers, hoge winstcijfers voorleggen. Het nadeel van dit beleid is dat de economie enorm afhankelijk raakt van zijn export en kapitaal uit het buitenland. Turkse werknemers hadden zelf te weinig koopkracht om hun producten te blijven consumeren, noch konden zij kapitaalinjecties geven aan bedrijven via hun spaargeld. Terwijl het loonaandeel slechts 15 procent bedroeg in 2009 konden bedrijven verder uitbreiden op krediet.

In al die jaren van economische groei bedraagt het minimumloon nog altijd slechts 340 euro per maand. De werkloosheidsgraad bedraagt officieel 13,5 procent, maar als men werkloosheid breder definieert dan zou die eerder 20 procent bedragen. Tegelijkertijd blijven de belastingen op de laagste inkomens stijgen. Om de crisis te lijf te gaan, blijft Erdogan belastinggeld in de economie pompen om privé-kapitaal te redden. Volgens experts zijn de private en de publieke economie ondertussen zo verstrengeld met elkaar dat ‘de schuld van de private sector de schuld van de 81 miljoen inwoners geworden is’.

Dit alles zorgde voor een dalende populariteit bij Erdogan, wat nu ook (deels) weerspiegeld wordt in de verkiezingsresultaten.

Verlies in grote steden

Van de 81 provinciehoofdsteden krijgen er nu minder dan de helft (39) een AKP-bestuur. Dit is een verlies van 9 steden. Ook de 2 belangrijkste steden: Ankara en Istanboel vallen na 25 jaar bestuur uit de handen van de AKP, ten voordele van het iets meer gematigde, sociaal-democratische CHP. Al is het nog wachten op bevestiging van dat laatste nu beslist werd dat in Istanboel sommige stemmen herteld zullen worden.

Ook in andere grote, economisch en politiek belangrijke steden, zoals Izmir, ging de overwinning naar de Nationale Alliantie (kartel tussen CHP en het liberale iyi). De nationale Alliantie heeft nu de controle over steden die samen 60 tot 70 procent van BBP produceren. Dit geeft hen een uitgelezen kans om de steden (en bijgevolg het land) in een meer egalitaire richting te stuwen. Of dit zal gebeuren is zeer de vraag. De nationale alliantie lijkt enkel de ruwe kantjes van het neoliberaal bewind van Erdogan eraf te willen halen.

Ondanks deze historische ommezwaai in de verkiezingen valt ook het resultaat van het ultrarechtse MHP op. Op vele plaatsen die vroeger AKP-bastions waren, stemden de mensen nu op MHP. Dit zorgt ervoor dat Erdogans toekomst meer en meer zal afhangen van deze partij. Net zoals N-VA ooit groot geworden is door in kartel te gaan met het CD&V lijkt het erop dat de MHP hier hetzelfde doet met de AKP. In 11 provinciehoofdsteden zijn zij nu al de grootste partij.

In het Oosten van het land valt vooral het sterke resultaat van het linkse HDP op. Zij behalen, ondanks herhaaldelijke intimidaties en arrestaties van hun leden, de meerderheid in 8 provinciehoofdsteden. 

Ondemocratische verkiezingen

De aanloop naar deze verkiezingen verliep zoals gewoonlijk erg gespannen. In een speech net voor de verkiezingen had Erdogan gedreigd de eventueel verkozen burgemeesters van de HDP uit hun macht te zetten. De HDP wordt door Erdogan gezien als de politieke vleugel van het militaristische PKK, iets wat zijzelf ontkennen, waardoor hij de leden van het HDP als terroisten behandelt.

Op de vooravond van de verkiezingen zaten honderden oppositiekandidaten, waaronder presidentskandidaat voor HDP Selahattin Demitras, in de cel. Daarnaast werd het HDP volkomen genegeerd door de Turkse media in aanloop naar de verkiezingen. Dat ze toch nog een belangrijke invloed hadden op de verkiezingsresultaten danken ze aan een uitgekiende strategie (in de grote steden stelden zij bijvoorbeeld geen kandidaat voor, maar riepen zij op om voor de Nationale Alliantie te stemmen, in het Zuid-Oosten kwamen ze wel op met goede resultaten tot gevolg) en door een politiek beleid voor te stellen dat linear tegenover dat van Erdogan staat: links, antipatriarchaal en bottum-up democratisch.

HDP is in 2012 ontstaan uit zowel de assen van de meer dan 28 verboden partijen in de laatste decennia als de opkomende minderheidsbewegingen. Bij de oprichting van de partij waren zo’n 37 partijen en organisaties betrokken. De partij wil ook, in tegenstelling tot de vroegere oppositiepartijen, een spreekbuis zijn voor de vele minderheden die er in Turkije zijn.

Het doel bij de oprichting was politiek autonome ruimtes te creëren die ingingen tegen de traditionele politieke hegemonie. Door het lokale middenveld te versterken konden zij een tegenwicht vormen tegen de top-down, nationale maatregelen, uitgevoerd door de AKP. Terzelfder tijd zijn zij ook actief in het parlement om aandacht te vragen voor de rechten van minderheden.

Exemplarisch hierbij is de vorming van vrouwenraden binnen HDP die hun burgemeesterkandidaten naar voren kunnen brengen. Deze vrouwenraad heeft daarnaast ook veto-recht bij beslissingen van HDP wanneer zij vinden dat deze vrouwen negatief zou beïnvloeden. Bij de lokale verkiezingen van vorige zondag werden ook evenveel vrouwen als mannen naar voren geschoven als presidentskandiaat (145 op 290). Bij de CHP (de andere meest progressieve partij was dit slechts 44 op 842). Deze keuze van HDP is ook broodnodig in een land dat zeer erbarmelijk scoort in termen van gendergelijkheid (plaats 130 op 145 landen volgens het Wereld Economisch Forum).

Alhoewel de partij voornamelijk zijn stemmen haalt in pro-koerdische gebieden wordt het ook in het Westen van het land steeds meer gezien als een belangenverdediger van de rechten van minderheden. Ze zoeken naar manieren om LGTBQ’s, vrouwen, Armeniërs, Jezidi’s en anderen in de structuren van de partij te laten participeren. Tegenover de ‘één vlag, één natie, één taal’-mantra van de overheid plaatsen zij het neologisme ‘Biz’ler’, wat zoveel betekent als ‘de vele wij’.

Ondanks de positieve rol die het speelde en het goede resultaat, kan de HDP niet tevreden zijn. Velen van hun leden zitten nog steeds in de gevangenis en daarnaast zijn er ook plaatsen, meestal ruraal, waar HDP verloor ten opzichte van AKP. De HDP wijt deze verliezen aan de militarisering van de regio, de onzekerheid en de onderfinanciering van de publieke voorzieningen in de regio. Door op Erdogan te stemmen hopen de mensen waarschijnlijk een einde te stellen aan hun benarde situatie.

“Overwinning van Turkije”

De stemuitslag is hoopgevend. De CHP heeft de kans om de corruptie en de lamentabele toestand van de politieke vrijheden aan de kaak te stellen. Zij hebben hiervoor een politiek mandaat gekregen van de Turkse kiezers. De oproep van HDP om voor CHP te stemmen zal ook voor hoge verwachtingen zorgen bij de meer linkse kiezers. De overwinningsspeeches waren op dat vlak vrij ontgoochelend en vaag.

De leiders van CHP zeiden dat ze na steden gewonnen te hebben ook het parlement voor zich willen winnen (in 2023), daarnaast beschouwden ze de overwinning als een overwinning van Turkije en beloofden ze ‘aan de slag’ te gaan. De steun van DHP werd niet vernoemd, terwijl het heel duidelijk is dat ze zonder hun stemadvies nooit de steden Istanboel (verschil van 0,25 procent) en Ankara (3,81 procent) gewonnen zouden hebben.

Erdogan reageerde dat zijn partij nog steeds op meer dan 50 procent van de stemmen kan rekenen (slechts een klein verlies in vergelijking met de parlementsverkiezingen van vorig jaar). Na zeven verkiezingen in vijf jaar staan er de komende vier en een half jaar geen verkiezingen meer op het programma. Erdogan wil zich hierbij focussen op het economisch herstel en op de buitenlandse zaken. Het ziet er dus naar uit dat hij zijn koers gewoon verder zal zetten.

Hoewel de toestand nog altijd verre van ideaal is – Erdogan houdt nog steeds alle touwtjes in handen op nationaal niveau – stond de oppositie op links nooit zo sterk. Aangestuurd door een vernieuwd vertrouwen kan het voor een nieuwe democratisch elan zorgen en een beleid voorstellen (en op lokaal niveau eventueel uitvoeren) dat oog heeft voor de verzuchtingen van de bevolking. En dan hopen dat dit een wervend effect heeft op de presidentsverkiezingen van 2023.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!