Bron: Wikimedia Commons
Analyse, Wereld, Politiek - Guy Vanthemsche

Een VS-militaire interventie in Venezuela? … Mogelijk de zoveelste episode in een lange geschiedenis

We weten dat Donald Trump geen hoge dunk heeft van shithole countries als El Salvador en Haïti (Guardian, 12.01.2018), maar toch blijven de VS hun zuidflank behandelen als een ware chasse gardée. Zogezegd om "humanitaire redenen" en "om de vrijheid en de democratie te herstellen" sluiten ze een militaire interventie in Venezuela niet langer uit. Op 25 februari jl. maakte vicepresident Mike Pence in Bogotá nogmaals duidelijk dat "all options are on the table". Klinkt bekend ...! Een overzicht van de militaire interventies van de VS in de regio.

vrijdag 1 maart 2019 14:52

“Amerika aan de Amerikanen”? 

De Verenigde Staten hadden het Britse koloniale juk definitief afgeworpen in 1783. Latijns-Amerika werd toen echter nog overheerst door Spanje en Portugal. Die onafhankelijkheidsstrijd duurde tot in de jaren 1820. Daarom liet de VS-president James Monroe in 1823 officieel weten dat de Europeanen niet mochten tussenkomen op het Amerikaanse continent (de zogenaamde Monroe-doctrine). Amerika behoorde toe aan de Amerikanen, zo luidde de stelling, en overal zouden vrijheid en vooruitgang op VS-model ingang vinden.

In realiteit dachten de VS toen echter al in hegemoniale termen: “Amerika aan de VS”. De Noord-Amerikaanse republiek dacht van zichzelf dat ze voorbestemd was om haar “superieur” geachte model en ideologie uit te voeren naar andere gebieden. Maar in de eerste helft van de 19de eeuw waren de VS nog vrij zwak, zowel economisch als militair. Dat verklaart onder meer waarom de VS tussen 1823 en 1826 vijf verschillende vragen om hulp vanwege Latijns-Amerikaanse landen afsloegen. 

De eerste VS-oorlog in Latijns-Amerika (1846-1848)

De VS waren bovendien zelf ook nog in volle territoriale opbouw. Die uitbreiding ging grotendeels ten koste van Latijns-Amerika, en meer bepaald van Mexico. Een oorlog tussen beide landen, tussen 1846 en 1848, liep uit op een catastrofe voor Mexico: het moest de helft van zijn territorium prijsgeven. Zo kwam onder meer California bij de VS. Dat was tekenend voor de stijgende zelfverzekerdheid en controledrang van de Noord-Amerikaanse republiek.

Heel Centraal-Amerika was bovendien een zwakke en instabiele regio. Zo werd Nicaragua tussen 1855 en 1857 bijvoorbeeld veroverd door een militaire avonturier uit de VS, William Walker, die zichzelf uitriep tot president. Washington liet begaan, maar de zelfverklaarde president werd in 1857 door de buurlanden van de macht verdreven.

De VS roepen zichzelf uit tot “gendarme” van de regio

Op het einde van de 19de eeuw waren de VS uitgegroeid tot een stevige militaire, economische en financiële macht. Hun zuidflank (of achtertuin) wilden ze nu stevig controleren. In 1898 vochten ze een oorlog uit met Spanje, rond de laatste grote Spaanse kolonie in de regio, namelijk Cuba.

Na een periode van bezetting werd het eiland in theorie onafhankelijk, maar eigenlijk werd het een vazalstaat van de VS. Washington legde namelijk het zogenaamde Platt-amendement op aan de Cubaanse grondwet (1901). Die tekst beperkte in aanzienlijke mate de financiële en diplomatieke autonomie van Cuba en bovendien kenden de VS zich hierdoor het recht toe om naar believen tussen te komen in het land.

Dit instrument werd uitgebreid naar gans Latijns-Amerika door de zogenaamde Roosevelt corollary (= gevolgtrekking) van de Monroe-doctrine (1904). De toenmalige republikeinse president Theodor Roosevelt liet hierdoor aan de hele wereld weten dat zijn land zich het recht toe-eigende om tussen te komen in de Amerikaanse landen die ten prooi zouden vallen aan “chronic wrongdoing or impotence“. In dergelijke gevallen mochten de VS – zo zegden ze zelf – unilateraal optreden als een ware “international police force“.

Een hele reeks militaire interventies

Die nieuwe gedragslijn werd algauw in de realiteit omgezet. Vanaf het begin van de 20ste eeuw volgden de militaire interventies van de VS elkaar op (we vermelden enkel de belangrijkste interventies; tal van kleinere operaties schuiven we terzijde):

1898-1902 Cuba / 1903-1914 Panama / 1903 Honduras / 1906-1909 Cuba / 1907 Honduras / 1910 Cuba / 1912-1925 Nicaragua / 1914 Mexico / 1915-1934 Haïti / 1916-1924 Dominicaanse Republiek / 1916-1917 Mexico / 1917-1922 Cuba / 1918-1921 Panama / 1925 Panama / 1926-1933 Nicaragua / 1965 Dominicaanse Rep. / 1983 Granada / 1989 Panama

Sommige interventies waren van korte duur; andere sleepten langer aan en kwamen zelfs neer op een jarenlange bezetting (zoals in Panama, Haïti en de Dominicaanse Republiek). Aan de basis van dit toegenomen activisme lag onder meer de explosieve groei van de VS-investeringen in de Caribische en Centraal-Amerikaanse regio, onder meer in de agrarische sector: van 225 miljoen dollar in 1897 tot 1275 miljoen dollar in 1914[1]! Die belangen moesten uiteraard gevrijwaard worden …

De kenmerken van de VS-interventies

De meeste interventies gebeurden in de eerste decennia van de 20ste eeuw, en ze waren allemaal gericht op landen rond de Caribische Zee. Toch werd die methode sporadisch ook in de tweede helft van de 20ste eeuw toegepast, zoals blijkt uit het lijstje hierboven. Dat de betrokken landen doorgaans met ernstige problemen kampten vooraleer de VS-troepen er binnentrokken, staat buiten kijf.

Maar wat hebben die interventies opgeleverd? Een vorm van “rust” keerde soms terug en de levensomstandigheden werden soms verbeterd door de hygiënische en infrastructurele ingrepen van de VS. Maar nergens heeft het militaire optreden geleid tot “democratie en welvaart”; overal bleef de bevolking uiteindelijk lijden onder dictatuur, uitbuiting en armoede. De hoofddoelstelling van de interventies was immers het installeren of handhaven van een hardhandig gezag dat de belangen van de plaatselijke elites én vooral van de VS vrijwaarde.

De top van de ijsberg

Vanaf het midden van de 20ste eeuw zijn de militaire interventies van de VS dus minder talrijk geworden. Dit betekent echter niet dat hun greep op Latijns-Amerikaanse landen verminderd is – wel integendeel. Veel talrijker zijn immers de VS-interventies in de binnenlandse aangelegenheden aldaar via andere middelen: steun aan bevriende dictators (of aan oppositionele groepen indien het heersende regime de VS niet welgevallig is); de organisatie van staatsgrepen; de uitvaardiging van economische sancties; de toekenning van “ontwikkelingshulp”; de doelbewuste creatie van chaos; of ten slotte – klap op de vuurpijl – de dreiging om militair in te grijpen, al dan niet gepaard met effectief militair machtsvertoon.

Uit bovenstaande lijst blijkt dat de VS zich nooit hebben gewaagd aan een land van de schaal van Venezuela (met uitzondering van de acties in het chaotische Mexico rond 1914-1918). Dat zou dus een fameuze primeur zijn. Maar dat alle andere middelen, buiten de invasie, nu al werden toegepast om het regime van Maduro te doen vallen, is ondertussen al een historisch feit.

Bibliografie: 

George B. CLARK, The US Military in Latin America. A History of Intervention Through 1934, Jefferson, McFarland, 2014.

Ivan MUSICANT, The Banana Wars. A History of US Military Intervention in Latin America from the Spanish-American War to the Invasion of Panama, New York, Macmillan, 1990.

Stephen G. RABE, The Killing Zone. The US Wages Cold War in Latin America, New York-Oxford, Oxford University Press, 2016.

Lars SCHOULTZ, Beneath the United State. A History of US Policy Towad Latin America, Cambridge (Mass.), Harvard UP, 1998.

Joseph SMITH, The United States and Latin America. A History of American Diplomacy 1776-2000, London-New York, Routledge, 2005.

[1] Thomas E. SKIDMORE & Peter H. SMITH, Modern Latin America, Oxford, OUP, 2001, p. 363.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!