Het onrechtvaardige sprookje van het Onvoorwaardelijk Basisinkomen

Het onrechtvaardige sprookje van het Onvoorwaardelijk Basisinkomen

dinsdag 28 maart 2017 14:45

Elke maand, voor iedereen, een bedrag van om en bij de armoedegrens krijgen, zonder dat daar enige voorwaarde is aan verbonden, en zonder dat men er iets voor hoeft te doen. Dat is wat zogenaamde zelfverklaarde ‘visionisten’ voor ogen hebben in deze snel wijzigende sociaaleconomische wereld. De optimistische voorstanders menen dat dit mensen innovatiever maakt en tot meer initiatief aanzet, terwijl de eerder realistisch denkende tegenstanders daar heel wat vragen bij stellen, en vooral de betaalbaarheid ervan sterk in twijfel trekken. Bovendien huist in de voorgestelde pistes een verholen onrechtvaardigheid waar traditiegetrouw vooral gepensioneerden en in bepaalde omstandigheden andere ‘uitkeringstrekkers’, de dupe zijn.
 
Er zijn blijkbaar hele boeken en lange column, bol staande van veronderstellingen, verwachtingen, en bedenkelijk geargumenteerde onderbouwingen, om de voordelen van een dergelijk OB aan te geven, en de zogenaamd vermeende nadelen ervan zo niet totaal te negeren, dan alleszins tot een minimum te relativeren. Wat men in de meeste ervan echter niet vindt is een duidelijke onderbouwde en allesomvattende berekening van de kosten/baten welke met de financiering ervan gepaard gaan. En in de weinige modellen waar men toch een poging daartoe aandurft doet men dat volgens de politiek-correcte wijze waarop staatsbegrotingen worden opgemaakt: overschatting van de inkomsten, onderschatting van de uitgaven, en weglating van wat het positief beoogde resultaat in de weg staat.

In het kort gezegd: er is nog nergens en door niemand een realistische, haalbare en geloofwaardige berekening gepresenteerd, welke de betaalbaarheid van het systeem aantoont, tenzij men het ober een BI heeft dat ver onder de armoedegrens ligt, en dus volledig contradictorisch is aan één van de doelstellingen ervan, nl de armoedebestrijding.
 
Voor de beter gegoeden, met een leuke baan en dito verloning, is een BI uiteraard een leuk stukje aanvulling van het zakgeld, en zal met uitzondering van een wat duurdere of tweede auto, weinig of geen wijziging brengen in hun levenswijze, laat staan invloed m.b.t. hun loopbaan. Voor de werkende middenklasse, zelfs voor de laagst verlonenden, is dit BI uiteraard ontegensprekelijk een zegen. Of het beoogde BI van om en bij de 1.100,- euro mensen tot werken aanspoort, of daarentegen hen aan de luie zetel vastpint, laat ik hierbij in het midden. Vast staat echter dat werkgevers er een reden in zien tot lagere lonen, dat er hoe dan ook hogere btw- en andere belastingen voor nodig zijn, dus dat de levensduurte in de aanvangsfase relatief sterk zal stijgen. Dat één en ander dienaangaande de waarde van het bijkomend inkomensbedrag in min of meerdere mate zal aantasten staat dan ook buiten kijf.

En ten slotte is er de discriminerende adder onder het gras. Terwijl de categorie die hun inkomen, hetzij door arbeid, hetzij door vermogensbezit verwerven, een inkomensvermeerdering in de schoot wordt geworpen, wordt dat de gepensioneerden, en andere uitkeringstrekkers welke om één of andere reden niet aan het werk raken, gewoon onthouden. Zij krijgen het basisinkomen ter vervanging van hun pensioenbedrag of werkloosheid/ziekte-uitkering, eventuele aangevuld met het verschil tussen het BI en hun vorige uitkering, en blijven aldus op hetzelfde inkomensniveau. De feitelijkheid dat de noodzakelijke btw-verhogingen om het BI te financieren, hun koopkracht zelfs vermindert verergert de overtreding tegenover het grondwetsartikel die de gelijkheid van alle belgen garandeert.
 
Maar dat zal de donkerblauwe voorstanders, en hun onnadenkende centrum- en linkse volgers, uiteraard een zorg wezen… 
RENAAT VAN POELVOORDE·DINSDAG 28 MAART 20178  

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!