Haile Gerima: Ethiopisch én Afro-Amerikaans filmmaker

Haile Gerima, icoon van de Ethiopische én Afro-Amerikaanse cinema

In de Brusselse Cinematek loopt van 8 april tot 11 mei een hommage aan Haile Gerima, een iconisch filmmaker actief in twee werelden: de Ethiopische en de Afro-Amerikaanse cinema. Naast een retrospectieve van zijn werk – met mijlpalen zoals 'Sankofa', 'Ashes and Embers' en 'Teza' – staat er een ontmoeting met de regisseur op het programma en worden enkele klassiekers van de 'Derde Cinema' vertoond die hem inspireerden. Een buitenkans om kennis te maken met, zoals hij zichzelf omschrijft, een'onafhankelijke filmmaker uit de derde wereld'.

vrijdag 24 maart 2017 15:58

Toen de in Ethiopië geboren en tijdens de late jaren zestig naar de V.S. geëmigreerde onafhankelijke filmmaker Haile Gerima (° 1946) in 1993 op eigenzinnige wijze de slavernij fileerde in Sankofa wou niet enkel geen Hollywood producent zich verbranden aan de film, bovendien voelde niemand van de traditionele filmverdelers zich geroepen om de distributie op zich te nemen. Gerima ging dan maar, samen met zijn vrouw, letterlijk de boer op om Sankofa tot bij het publiek te brengen. Met relatief succes.

 

Haile Gerima, rebel en visueel dichter

Het is er ondertussen voor onafhankelijke filmproductie en -distributie niet gemakkelijker op geworden in Amerika, zeker voor wie zoals Gerima on-Amerikaanse en rebelse films maakt, maar de iconische cineast staat wel niet meer alleen waardoor zijn werk eindelijk een ruimere verspreiding krijgt.

Zo kunnen we het absolute meesterwerk van de Afrikaanse én de wereldcinema, het zwart-wit epos Harvest: 3000 Years (1976) over de strijd van de Ethiopische boeren tegen het feodalisme, opnieuw (of eindelijk) bewonderen dankzij de restauratie van de World Cinema Foundation, de organisatie die ook Lizzie Bordens Born in Flames uit de vergetelheid haalde. Terwijl het door Ava DuVernay, de bekroonde cineaste van de Martin Luther King biopic Selma, opgerichte distributie collectief Array Gerima’s amper vertoonde Vietnamtrauma film Ashes and Embers (1982) eindelijk in roulatie brengt.

Opmerkelijk is dat ook heel wat musea en culturele centra meehelpen om underground cineasten zoals Gerima bekend te maken bij een ruimer publiek. Musea in Washington, New York en L.A. maar ook in Brussel waar Cinematek, i.s.m. het Parijse Le Jeu de Paume, uitpakt met een omvangrijke retrospectieve met veel in België nooit vertoonde films van Gerima en drie werken die volgens de auteur aanleunen bij zijn cinema: Soleil O (Med Hondo), Het bloed van de Condor (Jorge Sanjinés) en El Chacal de Nahueltoro (Miguel Littin).

 

De erfenis van de Third Cinema

Niet toevallig historisch markante films van Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse cineasten die op het voorplan traden toen eind jaren zestig en begin jaren zeventig de Argentijnse filmmaker Fernando Solanas (La hora de los hornos) in zijn ‘Manifest voor bevrijding van de Derde Wereldcinema’ het concept van Third Cinema verdedigde. Een poging om in een postkoloniaal tijdperk filmmakers uit derdewereldlanden een eigen stem te geven via films zoals Gerima’s favorieten of Xala (Ousmane Sembene). Films maken werd gezien als cruciaal voor de identiteit van mensen.

Identiteit, bewustwording en geheugen zijn ook de thema’s in het werk van Haile Gerima. Of hij nu het verhaal vertelt van zwarten in de Amerikaanse getto’s of van onderdrukte Ethiopische boeren, steevast toont Gerima daarbij de spanning tussen berusting en bewustwording, tussen geheugenverlies en het beleven van herinneringen.

De personages van Gerima heroveren bijna altijd zichzelf. Of ze nu geconfronteerd worden met ras- en klassenverbonden geweld (Harvest: 3000 Years, Bush Mama, Ashes and Embers), verdwalen in een labyrintische zoektocht naar een (verloren) identiteit (Sankofa, Teza), strijden voor burgerrechten (Wilmington 10 – USA 10,000) of vrouwenrechten (Child of Resistance); steevast voeren Gerima’s personages een bevrijdingsstrijd tegen een onderdrukkende samenleving en een verstikkende omgeving. Een strijd waarin geheugen en overlevering fungeren als wapens.

Haile Gerima maakt evenwel geen aanklachtfilms, zijn op de realiteit gebaseerde fictieverhalen draaien meer rond verzet en rebellie dan rond kritiek. Geweld is daarbij de leidraad maar de cineast focust meer op de impact en de reactie op geweld dan op het voyeuristisch tonen van geweld en het dwepen met wraak. Zoveel is duidelijk: geweld is een realiteit maar het wordt geen oplossing of abstract kwaad.

 

Ethiopische roots en Amerikaanse rebellie

Haile Gerima groeide op in Ethiopië waar zijn vader (die ook even actief was als priester en verzetsstrijder bij de Italiaanse invasie) en moeder les gaven maar ook een passie hadden voor theater. Dat zette Gerima aan om naar de Verenigde Staten te trekken en in Chicago acteerlessen te volgen. Maar dat bleek creatief weinig stimulerend en Gerima ging in Los Angeles film studeren. Hij ontmoette er de Engelse documentairemaker Basil Wright en ontwikkelde samen met Charles Burnett (Killer of Sheep), Julie Dash (The Rosa Parks Story) en Allele Sharon Larkin (The Kitchen) de groep L.A. Rebellion, een ‘school’ van geëngageerde en esthetisch vrijgevochten filmmakers.

“De historische omstandigheden waarin we ons toen bevonden dwongen ons om creatief en vernieuwend om te springen met onze productietechieken,” stelt Gerima, “om persoonlijke films te maken, om verhalen te vertellen die onze culturele accenten weerspiegelden, moesten we leren werken buiten de commerciële, platgetreden paden en de mainstream.”

Gerima had bij zijn aankomst in de VS de ongelijkheden op het vlak van ras, gender en sociale klasse vastgesteld terwijl de zwarte burgerrechtenbeweging hem de culturele rijkdom van het land dat hij had verlaten doet herontdekken. Tegelijk viel hem ook de stereotypering van zwarten in de Hollywoodcinema op. En de (dienende) bijrol waarin klassiekers zoals Casablanca en Driving Miss Daisy zwarten duwde. Dat voedde bij hem het verlangen om een eigen weg te volgen, af te stappen van de Hollywood clichés en de oppervlakkigheid van de mainstream cinema in te ruilen voor het aansnijden van sociaal-relevante onderwerpen.

 

Onafhankelijke en eigenzinnige cinema

Het conformisme van Hollywood zette hem aan om uit de klassieke filmindustrie te stappen en te gaan voor alternatieve financiering – geld uit de kunstensector of uit Europa – en filmmaken te zien als een manier om “persoonlijke verhalen te vertellen, de strijd van je voorvaderen te eren en toekomstige generaties overlevingsstrategieën aan te leveren.”

Maar het zette Gerima ook aan om een eigen ‘stem’ te ontwikkelen; een eigen filmstijl of ‘accent’ zoals hij zelf benadrukt. Met documentaire invloeden zonder in naturalisme te vervallen, bewegingsruimte voor niet-professionele acteurs, narratief experimenteren met tijd en ruimte, balanceren op de grens van droom en werkelijkheid én een spel met geheugen en herinneringen.

De cinema van Gerima is een spel van klank, kleur en licht. Zijn films drijven op nachtmerrieachtige beelden: de protagoniste met handboeien van Child of Resistance, ogen die pieren door suikerriet in Sankofa, de grotten met muurschilderingen die fungeren als schuiloord én link met het verleden in Teza, de monumenten van Washington in Ashes and Embers. Maar ook op liedjes, bespiegelende stemmen en mythologische verhalen.

Gerima startte zijn filmcarrière met twee kortfilms, opgenomen in Super 8 en 16mm, die Amerikaanse onderwerpen aansnijden. Hour Glass (1971) volgt een zwarte Amerikaanse atleet terwijl het door de filosofe en politieke activiste Angela Davis geïnspireerde Child of Resistance (1973) op surrealistische wijze het thema van de onderdrukking en (juridische) vervolging van zwarte vrouwen aansnijdt.

 

Van Amerika naar Afrika en terug

Meteen daarna vertrekt Gerima naar Ethiopië om er zijn eerste langspeelfilm te draaien. Harvest: 3000 Years (1976) vertelt over het leven (en het verzet) van een door hun landeigenaar uitgebuite Ethiopische boerenfamilie tijdens de burgeroorlog na de val van keizer Haile Selassie. Dit in wondermooi zwart-wit gefilmd epos analyseert de klassenstrijd en de postkoloniale tegenstellingen via een complex verhaal dat met zijn droomachtige sfeer meer heeft van een symbolisch sprookje dan van een realistisch drama.

Terug in de VS vertelt Gerima met Bush Mama (1979) een Amerikaanse parabel, het ditmaal met free jazz i.p.v. Ethiopische muziek ondersteunde verhaal van een arme, zwangere zwarte vrouw die leeft in het getto van Watts in LA en door de overheid tot abortus wordt gedwongen. Opnieuw is de filmstijl allerminst sociaal-realistisch maar lyrisch, surrealistisch, symbolisch en kritisch. In de documentaire Wilmington 10 – U.S.A. 10,000 (1979) en de speelfilm Ashes and Embers (1982) focust Gerima verder op de discriminatie en de rebellie van de Afro-Amerikaanse gemeenschap.

Vooral Ashes and Embers is een subjectieve trip waar ideologische discussies (“Just because you’re black doesn’t make you a nigger”, “you don’t have to be immersed in a situation to study it”) en traumatische Vietnamherinneringen (“The war is over and you are still fighting a war” zegt een tv-hersteller) verstrengeld geraken. Heel symbolisch versmelt de Amerikaanse grootmoeder met de Vietcong vrouwen die in de nachtmerries van de protagonist opduiken.

Met Sankofa (1993), de documentaire Imperfect Journey (1994) en Adwa: An African Victory (1999) keert Gerima terug naar Afrika. De titel ‘Sankofa’ betekent in de taal van het Akan volk terugkeren naar het verleden om vooruit te raken en dat is hier de missie van de cineast. In Sankofa peilt hij via de spirituele reis naar het verleden van een Afro-Amerikaans fotomodel naar de impact van slavernij, in Imperfect Journey reist hij door Ethiopië om te peilen naar de noden van de bevolking en Adwa vertelt het verhaal van de Ethiopische verzetsstrijd tegen de Italiaanse invasie van 1896.

 

Gerima’s synthesefilm Teza

Veel elementen uit deze drie films combineert Gerima in het meesterlijke, en op de festivals van Venetië en Toronto geprezen, Teza (2008). Het verhaal van de terugkeer van een Afrikaanse intellectueel vanuit Duitsland naar zijn geboorteland Ethiopië wordt versneden met een trip door het geheugen, door herinneringen en door de geschiedenis van het land.

Hoewel Teza niet autobiografisch is legt de verwijzing naar de intellectuele diaspora een persoonlijke link. Bovendien volgde volgens Gerima de structuur van het scenario “de wijze waarop mijn herinneringen naar boven kwamen drijven, de intellectueel wil vluchten in zijn jeugdherinneringen maar al snel wordt hij gegijzeld in de hedendaagse tijd door de confronterende realiteit van de junta, het leger, de oorlog”.

In Teza keert de intellectueel Anberber vanuit Duitsland terug naar zijn geboorteland Ethiopië tijdens het repressieve, totalitaire regime van Haile Marian Mengistu. “Door het geweld dat hij ervoer in Europa werd zijn geheugen aangetast,” benadrukt Gerima, “zijn herinneringen gingen verloren. Hoe dichter hij in Ethiopië bij de junta en de realiteit komt, hoe meer hij zich verschuilt. Wanneer hij te midden het berglandschap verdwijnt in de herinnering van zijn jeugd, wordt hij met zijn neus op de oorlog gedrukt en wordt hij weggevoerd. Het trekken en duwen aan hem doet hem besluiten dat hij zich niet meer in zijn jeugd kan verbergen. Maar wanneer je jeugd achterlaat heeft het systeem gewonnen, het laat je je jeugd uitdrijven om je op te sluiten in volwassenheid.”

Herinneringen en verwachtingen

Het geheugen is verankerd in de blik. “In Ethiopische mythologie wordt gezegd dat wanneer je vooruitgaat je ochtenddauw ziet en wanneer je achteruitgaat die dauw verdwenen blijkt” stelt Gerima, “wanneer je in een systeem zit ken of zie je de outsiders niet, door blind te blijven voor onderdrukking verleng je de onderdrukking. Zolang we genieten ten koste van outsiders is er iets mis met onze samenleving.”

Teza is “een beetje mijn verhaal” zegt Gerima, “iedereen wil iets van de outsider, dat merkte ik ook toen ik zelf terugkeerde. De verwachtingen creëren een conflict, outsiders voelen zich schuldig en de lokalen voelen zich gefrustreerd. Wie terugkeert moet zich de vraag stellen ‘wil ik een spectator zijn of een history maker, wil ik waarnemen of de wereld veranderen’. Het Westen heeft veel Afrikaanse intellectuelen opgenomen om hen te laten bijdragen aan de Westerse wereld, niet om hen kennis te verschaffen waarmee ze in hun thuisland aan de slag kunnen.”

Kolonialisme, discriminatie, uitbuiting en racisme blijven bestaan en slachtoffers maken in de geglobaliseerde wereld. Haile Gerima blijft er, via zijn Afrikaanse en Afro-Amerikaanse verhalen, de vinger op leggen. Met nadrukkelijk poëtische cinema. Zijn rebelse versie van verzetscinema.

Het programma ‘Haile Gerima’ loopt van 8 april tot 11 mei in CINEMATEK, Baron Hortastraat 9, 1000 Brussel. Op 9 april (om 17u) is er een gesprek met Haile Gerima waarbij hij fragmenten zal tonen uit zijn recente documentaires ‘The children of Adwa: Forty years later’ en ‘The Maroons Project”. Meer info op www.cinematek.be

TEZA: Haile Gerima; Ethiopië-D-F 2008; 133’; met Aaron Arefe, Abeye Tedla, Takelech Beyene; extra’s: 2 interviews met Gerima (in Venetië en Toronto 2008); dis. Filmfreak.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!