Opinie -

Waarom de herdenkingen rond 22/3 bitter stemmen

Exact een jaar geleden werd België opgeschrikt door bloedige aanslagen. Aanslagen die onherstelbare wonden sloegen, levens uiteen rukten en ontwrichtten, leegtes nalieten die vermoedelijk nooit meer kunnen gevuld worden. De doden verdienen het herdacht te worden, de gewonden verdienen het niet vergeten en blijvend geholpen te worden.

woensdag 22 maart 2017 12:24

En toch. Toch stemt deze herdenking ook bitter.

Daags voor de herdenking van de slachtoffers van 22 maart vond een staatssecretaris het nodig om een ngo die dagelijks mensenlevens redt, op te zadelen met de schuld voor de verdrinkingsdoden op de Middellandse Zee. Nog los van de walgelijkheid en absurditeit van die uitspraak, is het illustratief voor het politieke klimaat waarin we thans vertoeven.

Mensen die worden blootgesteld aan een hoeveelheid oorlog, terreur en wanhoop waarbij het Belgische 22 maart verbleekt, die worden als “probleem”, “last”, “gelukszoekers” of “profiteurs” bestempeld. We laten ze creperen in kampen in de Balkan en Griekenland, of laten ze gewoon verdrinken in de Middellandse Zee. De ngo’s en activisten die de moed hebben om mensen in de kampen en op zee te hulp te snellen worden beschuldigd van mensensmokkel of erger.

Blijkbaar hebben sommige mensen meer recht om slachtoffer te zijn dan andere.

Maar dat is niet alles. Enkele dagen geleden onthulde de ngo airwars dat België sinds 2014 390 luchtaanvallen uitvoerde in Syrië en Irak. De meeste aanvallen vonden plaats in Mosul en Raqqa, dichtbevolkte stedelijke gebieden waar veel burgers leven. Toch beweert België dat er in de bijna vierhonderd bombardementen geen enkel burgerslachtoffer viel. Geen enkel. Sommige slachtoffers hebben dus niet alleen minder rechten, hun bestaan wordt ook gewoon ontkend.

In de dood zijn we allemaal gelijk, zo luidt het gezegde. Maar dat klopt niet. Ook sommige doden zijn gelijker dan andere. Zij die door onze bommen en onze politiek vallen worden nooit benoemd, er worden geen herdenkingen voor georganiseerd en hun nabestaanden worden niet geïnterviewd.

Het is die hypocrisie, en niet één of ander heilig boek, die mensen doet radicaliseren tot op het punt dat ze in staat zijn zichzelf op te blazen. Een oorlog tegen terreur brengt enkel meer oorlog en terreur voort, totdat oorlog en terreur niet meer te onderscheiden zijn en de doden zich blijven opstapelen. Zolang we de oorlog zelf niet durven benoemen, zal wat terreur genoemd wordt een voedingsbodem kennen.

De oorlog tegen terreur eist trouwens niet alleen menselijke slachtoffers. Ook principes als de democratie en de rechtstaat krijgen serieuze deuken. Zelfs een herdenkingsdag als deze grijpt De Wever aan om te pleiten voor een wettelijk kader voor het afkondigen van een noodtoestand. Van cynisme gesproken. En alsof we de democratie kunnen redden door ze op te heffen.

In Frankrijk is zo’n noodtoestand reeds langer dan een jaar van kracht. Het leidde tot duizenden lukrake huiszoekingen die de politie op eigen houtje ondernam, tot de beteugeling van politieke activisten en een groeiende arrogantie van politiediensten tegenover burgers. In Frankrijk staan ook al jarenlang militairen op de straten. Maar dat heeft geen enkele aanslag kunnen vermijden. Integendeel.

Wie denkt dat met een politiek opbod, met het afbouwen van de democratie, met een internationale orde die barst van de hypocrisie, met het verder stigmatiseren van bevolkingsgroepen en overtuigingen, met nieuwe bombardementen en voortdurende oorlogen; wie denkt dat daarmee toekomstige slachtoffers vermeden kunnen worden, die dwaalt.

Helaas moeten we een jaar na de aanslagen in Brussel vaststellen dat politici meer dan ooit dwalen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!