Gouden Palm I, Daniel Blake van Ken Loach opent Gent

Film Fest Gent 2016: Volgspot op filmcultuur en engagement

Ken Loach opent met zijn Gouden Palm, het sociale drama I, Daniel Blake, op 11 oktober de 43ste editie van Film Fest Gent. Tot 21 oktober en de Belgische slotfilm Souvenir serveert het festival volgens artistiek directeur Patrick Duynslaegher “een parade van geëngageerde auteursfilms uit de hele wereld”. De organisatoren focussen niet op sterren en beroemdheden maar willen vooral “de filmcultuur in het zonnetje zetten." De rode loper wordt in Gent vooral uitgerold voor filmliefhebbers.

woensdag 28 september 2016 13:30

Film Fest Gent heeft, met dank aan de World Soundtrack Awards, internationaal een behoorlijk stevige reputatie verworven. Het niveau van Cannes, Venetië en Berlijn zal het filmfestival echter nooit halen. Gelukkig maar want die grote festivals zitten stevig in de greep van filmproducenten en marketeers. Waardoor kunstmatigheid er primeert op liefde voor de (film)kunst.

Een passie voor film

Laar die liefde voor filmkunst, die passie voor cinema, nu net de kracht en de charme van Film Fest Gent zijn. Want al is het festival in zijn 43ste editie nog steeds een showcase van reeds op andere festivals vertoonde films (op de films van eigen bodem na), het is geen lukraak samengesteld programma van toevallig net beschikbaar werk. Nee, je proeft het aanstekelijk enthousiasme van de programmatoren.

In dat kader is de voorzichtige uitbreiding van het festivalluik ‘Classics’ een hoopgevende stap. Film Fest Gent zou meer kunnen doen om filmgeschiedenis en -cultuur dichter bij nieuwe generaties festivalgangers te brengen maar via seminaries (Film Music Seminar) en colleges (academici verzorgen inleidingen en nabesprekingen) wordt toch al aan de weg getimmerd.

Daarnaast is er ook een eerbetoon aan de essayist en filmmaker Mark Rappaport met diens werk over filmiconen: Rock Hudson’s Home Movies (1992) en From the Journals of Jean Seberg (1995). En wordt filmicoon Greta Garbo (zij siert dit jaar de festivalposter) herdacht met de vertoning van Rouben Mamoulians Queen Christina, een briljant historisch drama uit 1933.

Japanse grootmeesters

Verder is er een mini-focus op de als ‘meest Japanse van alle Japanse filmers’ beschouwde Yasujirô Ozu (1903-1963); een cinematografische rebel die conventies (montage, camerastandpunt) negeerde en een eigen filmtaal ontwikkelde. De vertoning van de door de ogen van kinderen vertelde familiekroniek Gosses de Tokyo (1932) is, na de dvd-box die deze zomer uitgebracht werd door Lumière, opnieuw een uitgelezen gelegenheid om de subtiele, ingehouden en esthetisch uitgewogen filmstijl van Ozu te herontdekken.

Zijn films lijken variaties op een thema – de weinig opmerkelijke levens van de Japanse middenklasse die net zoals de Japanse traditionele familiewaarden onder druk komen te staan – maar telkens weer komt Ozu met een originele invalshoek en een nieuwe aanpak op de proppen. “Voor anderen kunnen mijn films identiek lijken,” zei Ozu, “maar voor mij is elk nieuw werk een nieuwe expressievorm voor een nieuwe prikkel. Ik ben zoals een schilder die altijd dezelfde roos schildert”.

Overigens zijn er in de klassieke Japanse cinema twee belangrijke historische breuklijnen (Wereldoorlog 2 en 1959) die de cineasten in grosso modo drie blokken indelen: de monumenten of vroege meesters (naast Ozu ook Mizoguchi en Naruse), de na-oorlogse humanisten (Kurosawa, Kobayashi, Ichikawa) en de Nouvelle Vague-auteurs (naast Imamura en Shinoda vooral Oshima). Nagisa Oshima krijgt in Gent een oververdiend eerbetoon met vijf absolute meesterwerken: Boy, The Ceremony, Death by Hanging, L’empire des Sens en de David Bowiefilm (met een onvergetelijke score van Ryuichi Sakamoto) Merry Christmas Mr. Lawrence.

Oshima was een integer en strijdbaar cineast die films maakte die vaak omstreden en steeds vernieuwend waren. Zijn motto: “een auteur kan zijn oeuvre niet bouwen op een enkel thema, zoals een mens niet heel zijn leven kan doen met slechts een idee.” Er zijn dan ook meerdere thema’s die in het werk van Oshima opduiken: misdaad en rebellie, gezin en gezag, seks en moord.

Het is geen toeval dat de filmmaker die koos voor afwisseling op het vlak van verhaal, stijl, technieken en thema’s ook een hekel had aan politiek dogmatisme. Hij militeerde in radicaal linkse bewegingen maar werd van geen enkele partij lid. Engagement was voor Oshima en zijn filmpersonages vooral een katalysator van menselijke energie. Met nu eens positieve en dan weer dramatische gevolgen. Resultaat zijn harde, levendige en vooral relevante films die het verdienen om herontdekt te worden.

Een nieuwe filmgeneratie

Film Fest Gent biedt in een ‘Spotlight Japan’ ook de kans om het werk van de huidige generatie Japanse filmmakers naast de klassiekers van Ozu en Oshima te leggen. Onder meer Kiyoshi Kurosawa (Creepy), Masato Harada (The Emperor in August), Takashi Ishii (Gonin Saga), Keisuke Yoshida (Himeanole), Yôji Yamada (Nagasaki: Memories of my Son) en Masanori Tominaga (Rolling) komen aan bod.

Ook al voor filmfijnproevers zijn er documentaires rond de thema’s muziek (Born to be blue, Eat that Question, Junction 48, Supersonic, They will have to kill us first, …) en film (Mifune: Last Samurai, Richard Linklater, Mapplethorpe, …).

Er staan meer dan 100 films op het programma in Gent wat het moeilijk maakt om alle in de competitie, de sectie Global Cinema en de galavoorstellingen vertoonde films op te lijsten, laat staan te duiden. We beperken ons tot enkele tips:

Home van Fien Troch. De vierde langspeelfilm van de Belgische cineaste werd al geprezen op de festivals van Venetië en Locarno en zou met een meer verhalende aanpak haar gestileerd en emotioneel werk bij een groter publiek moeten brengen.

Réparer les vivants van Katell Quillévéré. We kijken uit naar dit ‘verhaal van een hart’ verteld door de cineaste van het briljante melodrama Suzanne. Benieuwd hoe zij orgaandonatie en “het idee dat een gemeenschap zich inzet om een leven te verlengen” in beelden vertaalt.

 

Gevierde cineasten

King of the Belgians van Jessica Woodworth & Peter Brosens. Het regisseursduo van Khadak en Altiplano gaat met deze absurde komedie voor een gedurfde registerwissel. Hun luchtige parabel zegt echter opnieuw op een poëtische wijze iets over de stand der dingen.

Paterson van Jim Jarmusch. Nieuwe existentiële karakterstudie van de regisseur die ons reeds betoverde met Stranger than Paradise, Dead Man, Broken Flowers en Only Lovers Left Alive.

The Salesman van Asghar Farhadi. De Iraanse Oscarwinnaar (A Separation) focust in zijn moreel drama op een middenklassekoppel in Teheran dat verwikkeld raakt in een spiraal van leugens en valse dromen.

Bacalaureat van Cristian Mungiu. De cineast van 4 Months, 3 Weeks and 2 Days fileert met dit familiedrama-annex-karakterstudie andermaal de Roemeense samenleving.

 

Politiek geladen films

Neruda van Pablo Larrain. De Chileense cineast van El Club puurt een thriller uit dit verhaal van een kritische dichter (Pablo Neruda) die opgejaagd wordt door een reactionair regime.

The Birth of a Nation van Nate Parker. De stille klassieker van D.W. Griffith ging uit de bocht met de verheerlijking van de Ku Klux Klan wat debuterend cineast Parker aanzet om in zijn versie de verstrengeling van racisme en blanke dominantie met de Amerikaanse ontstaansgeschiedenis te belichten.

Shadow World van Johan Grimonprez. Na vooral artistieke documentaires kiest de Belgische filmkunstenaar voor een ontluisterende documentaire over de internationale wapenhandel, gebaseerd op Andrew Feinsteins boek ‘The Shadow World: Inside the Global Arms Trade’.

Snowden van Oliver Stone. De regisseur van Platoon en JFK neemt wanneer hij de privacyschendingen en de machtspolitiek van de Amerikaanse overheid viseert geen blad voor de mond. Met dit portret van de Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden wil hij zijn landgenoten een ander geluid laten horen.

Zero Days van Alex Gibney. Na We Steal Secrets: The Story of Wiki Leaks richt de regisseur van Enron opnieuw zijn aandacht op het online gebeuren. Hij stelt (onder meer morele) vragen bij het verhaal van het door de VS en Israël gebruikte Stuxnet-virus, gecreëerd om een Iraanse kerncentrae te saboteren.

 

Auteurscinema

Voyage of time: Life’s Journey van Terrence Malick. De regisseur van The Tree of Life liep naar eigen zeggen al 40 jaar rond met deze persoonlijke, visuele en poëtische kijk op de geschiedenis van de tijd en het universum.

Certain Women van Kelly Reichardt. Ondanks alle lof voor haar onafhankelijke films zoals de slow western Meek’s Cutoff en de ecologische thriller Night Moves staat Reichardt niet te trappelen om haar talent te verzilveren in Hollywood. “Ik maak geen mainstreamfilms,” benadrukt ze, “ik maak door personages gedreven films voor mensen die meer van cinema verwachten dan puur entertainment”. Haar nieuwste focust op drie vrouwen die elk op hun manier moeizaam overleven.

In Jackson Heights van Frederick Wiseman. De beroemde Amerikaanse documentairemaker (Basic Training, Welfare, The Store) onderzoekt de Amerikaanse ‘smeltkroes’ door verhalen op te pikken in de New Yorkse wijk Queens.

Loving van Jeff Nichols. De regisseur van de Zuiderse drama’s Take Shelter en Mud belicht de strijd van een gemengd koppel in 1958 tegen de racistische segregatiewetten in Virginia.

Sunset Song van Terence Davies. Met Distant Voices, Still Lives, The Long Day Closes en The Deep Blue Sea is de Britse cineast dé specialist van uitgepuurde, lyrische cinema. Via de adaptatie van de gelijknamige roman van Lewis Grassic Gibbon keert hij terug naar het Schotse platteland aan de vooravond van de eerste wereldoorlog.

 

Een filmisch j’accuse

I, Daniel Blake van Ken Loach. De Gouden Palm van Cannes en openingsfilm van Gent is een drama dat, zoals zo vaak bij Loach (Jimmy’s Hal, Hidden Agenda, It’s a free world…), ontstaan is uit woede.

De tragische strijd van een tijdelijk werkonbekwame 59-jarige timmerman tegen de bureaucratie en de dreigende armoede wordt in de handen van een geëngageerd cineast als Loach een snoeiharde aanklacht tegen de onmenselijke neoliberale logica. In zijn Cannes-speech trok hij die kritiek door: “Wanneer er wanhoop leeft, profiteert uiterst rechts daarvan. Wij moeten zeggen en tonen dat een andere wereld mogelijk én noodzakelijk is.” Een filmfestival zal de wereld niet veranderen maar door te openen met I, Daniel Blake maakt Film Fest Gent een sterk statement. Het kan en moet anders.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!