Opinie -

Het beste antwoord op aanslagen? Een strijd voor méér rechten, méér democratie

Deze zomer krijgen we een golf van aanslagen te verwerken. En met iedere, nieuwe aanslag neemt ook de angst toe. We vluchten weg in de vakantie of halen de schouders op. In een poging om angst en woede geen plaats te geven in ons dagelijks leven. Maar daarmee ontslaan we onszelf ook van de taak om te begrijpen wat er werkelijk gaande is. En vooral, hoe we ons kunnen weren tegen komende aanslagen.

dinsdag 26 juli 2016 18:56

Zal 2016 de geschiedenis ingaan als de zomer van de waanzin? Het lijkt er sterk op. Haast iedere dag bereikt ons het nieuws van een nieuwe schietpartij, zelfmoordaanslag of blinde moordpartij. Bijlen, messen, bommen, vrachtwagens of geweren, … ieder middel lijkt toegestaan en zowat alles wordt een doelwit.

Ook het motief staat vrij. De schutter in Orlando bleek een gefrustreerde homoseksueel te zijn, de schutter van München werd gedreven door wraak omdat hij gepest werd, de dader in Japan vermoordde geestelijk gehandicapten omdat hij vond dat die geen plaats hebben op deze wereld. Daarbovenop komen dan de gewelddaden die opgeëist worden door IS, of gepleegd worden door groepen of personen die banden hebben met IS. Bij de aanslag van vandaag in een Franse kerk is de band met IS duidelijk, bij andere aanslagen is dan weer flou of bediscussieerbaar.

Zo ontstaat er een spectrum aan motieven van waaruit aanslagen gepleegd worden: van de koele, ideologisch geïnspireerde terrorist die in nauw contact staat met een organisatie, over een lone wolf die zich vaagweg beroept op een ideologie tot en met de waanzinnige die handelt vanuit wraak, paranoïa of doorgeslagen woede. De grenzen tussen deze verschillende types zijn doorgaans niet zo makkelijk af te bakenen, en zelfs na intensief speurwerk is het soms moeilijk te achterhalen wat nu de precieze beweegredenen zijn van de verschillende daders. De daders situeren zich op een continuüm tussen waanzin en doordacht politiek geweld, en het grijs primeert op de zwart-wit schakeringen.

De vraag die we ons moeten stellen is deze: hoe komt het dat dit type van geweld – los van de concrete motieven – een zo sterke opmars kent? Hoe komt dat steeds meer individuen er uiteindelijk toe gebracht worden om over te gaan tot vormen van destructief en uiterst dodelijk geweld? Waarom is dit zo kenmerkend voor de tijd waarin we leven, en wat zegt het over de tijd waarin we leven?

Horrormedia

Uiteraard zijn er meerdere antwoorden op die vraag mogelijk. Maar er is één mogelijk antwoord waarrond het erg stil blijft: het type geweld waarvan we steeds meer getuige zijn is populair omdat het werkt. Vanuit het perspectief van de daders wordt er steeds succes geoogst, hoe pervers dat ook moge klinken. Succes, in de zin dat de daden meestal het beoogde effect sorteren: maximale aandacht creëren voor de eigen groep, missie of persoon.

Een door wraakgevoelens verteerd individu die de samenleving als geheel als schuldige aanduidt voor het persoonlijk falen, weet dat de kortste weg naar maximale wraak het viseren van onschuldige slachtoffers is. Liefst op plaatsen waar veel mensen bijeenkomen zoals scholen en massa-evenemeten of op plaatsen die een bijzondere symbolische betekenis hebben. Waar en hoe het geweld plaatsvindt, maakt zelfs niet meer veel uit. Zolang het maar dodelijk en willekeurig is. Het gaat er immers om een shock-effect uit te lokken, zo een mediastorm te creëren en de eigen naam kenbaar te maken. Een soort martelaar te worden dus, in naam van de eigen, al dan niet samenhangende zaak. Kijk naar de vele high school shooters in de VS, de dader in München en de steekpartij in Japan.

Ook een groep als IS – die vandaag weer op bijzonder drieste wijze van zich liet horen – hanteert deze strategie. Ze weten dat aanslagen met maximale horror ook maximale media-aandacht sorteren en dat hun boodschap en missie zo globale weerklank krijgt. IS voert marketing met horror en dood. En het ergste is: dat lukt hun nog ook. Hoe afgrijselijker de daad, hoe groter de exposure en hoe groter de incentive wordt om over te gaan tot nog groteskere horrordaden. Sensatie en horror verkopen nu eenmaal en zijn haast het enige dat ons nog echt prikt in een wereld waarin we constant overprikkeld worden. De aanslagen waarvan we vandaag weer getuige zijn, vormen de donkerste zijde van een samenleving die tot in haar kleinste vezels gemediatiseerd is.

al-Zarqawi

Maar er is meer. In tegenstelling tot geïsoleerde daders zonder welomschreven ideologische drijfveren, wil een groep als IS niet alleen aandacht creëren of wraak nemen. Achter de dodelijke aanslagen schuilt ook een heel duidelijke politieke strategie. Een strategie die tot nu toe op griezelig goede wijze gewerkt heeft.

Om die politieke strategie te begrijpen moeten we terugkeren naar de geschiedenis van IS. IS is eigenlijk een afsplitsing van Al Qaida die ontstond tijdens de periode dat de Amerikanen Irak bezetten. Sterkhouder van Al Qaida in Irak was de Jordaniër Abu Musab al-Zarqawi. Tijdens de Amerikaanse bezetting bestond zijn strategie erin om een sektarisch conflict tussen soenieten en sjiieten te stimuleren. De door hem georganiseerde terreuraanslagen richten zich niet enkel tegen de Amerikaanse bezetter maar ook tegen sjiieten en sjiietische gebouwen. Het doel daarachter was eenvoudig: de sjiieten zodanig bang en kwaad maken dat ze de wapens opnamen. Dat zou op zijn beurt de soenieten in de armen drijven van Al Qaida en een algehele burgeroorlog creëren. Van die burgeroorlog wou al-Zarqawi gebruik maken om grondgebied te veroveren en een Islamitische Staat in het leven te roepen. De opvolgers van al-Zarqawi volgden en perfectioneerden die strategie in Syrië en Irak en het gevolg kennen we.

Samenleving als doelwit

De strategie die IS heeft toegepast in Irak en Syrië, wordt nu geëxporteerd naar Europa. Hoewel de situatie in Europa totaal anders is dan Irak of Syrië, blijft het doel hetzelfde: het creëren of vergroten van spanningen tussen verschillende groepen in de samenleving en zo de samenleving zelf onmogelijk maken.

Dit is meteen ook het belangrijkste verschil tussen het meer klassieke terrorisme van de twintigste eeuw en het hedendaagse terrorisme. Het klassieke terrorisme van groepen als het IRA, de Rode Brigades of de ETA was er hoofdzakelijk op gericht om het functioneren van de staat te ontregelen. De uitgekozen doelwitten waren doorgaans vertegenwoordigers van de staat of de heersende orde.

Bij het terrorisme waarmee we vandaag geconfronteerd worden, is dat veel minder het geval. Het doelwit zijn burgers en de samenleving zelf. Bloedige aanslagen moeten een cyclus van geweld tussen moslims en extreem-rechts triggeren, waardoor moslims uiteindelijk verder vervreemden en aansluiting zoeken bij IS. De gijzeling in de kerk van vandaag past perfect in die strategie. Op die manier kan er een wig gedreven worden tussen geloofsgemeenschappen en wint de framing van een aan de gang zijnde godsdienstoorlog aan geloofwaardigheid.

Grip krijgen

Wat kan ons antwoord zijn op deze cynische strategie? In de eerste plaats is het belangrijk dat we de verschillende aanslagen begrijpen als provocaties, als middelen die een bepaald effect willen sorteren. Eenmaal we dat beseffen kunnen we vermijden dat we inspelen op de strategie van een groep als IS. We moeten vermijden dat we de tweedeling die IS wil creëren tussen moslims en niet-moslims voortdurend ondergraven en teniet doen. Dat kunnen we niet doen door te roepen dat we allen één moeten zijn – de roep die je meestal hoort na een aanslag.

In plaats daarvan moeten we een andere, alternatieve tweedeling ingang laten vinden. Niet een reactionaire tweedeling die vertrekt vanuit categorieën als geloof of huidskleur, maar net één tussen mensen die zich verzetten tegen deze tweedeling maken en zij die dat niet doen. Concreet: verzet tegen ieder vertoog dat poogt mensen tegen elkaar op te zetten vanuit die categorieën. Tegen extreemrechts dus, tegen IS en aanverwante groepen, tegen de overheid inzoverre die een door extreemrechtse retoriek gevoed oorlogdiscours blijft handhaven en democratische verworvendheden blijft afbouwen in naam van terreur.

Zich verzetten tegen extreemrechts racisme, tegen destructief fanatisme en tegen een oorlogszuchtige overheid betekent in praktijk zich vereenzelvigen met het discours van mensenrechten, liberale vrijheden en een sociale, inclusieve democratie. Net op het moment dat dit discours dreigt vermorzeld te worden door een spiraal van geweld en tegengeweld, moeten we het steviger dan ooit omarmen. We zullen het niet alleen moeten omarmen, we zullen er ook moeten voor strijden. Het is in en doorheen die strijd dat we opnieuw grip kunnen krijgen op wat er om ons heen gebeurt.

Inclusieve samenleving

Maar zoals aangegeven is het niet enkel IS die dodelijke aanslagen pleegt. Ook sommige mannen die zich buitengesloten, vernederd of gepest voelen, gaan soms over tot massamoorden. Het gaat bijna altijd om personen die zichzelf een ‘verliezer’ voelen, die mentale problemen hebben en een haat koesteren tegenover de samenleving of specifieke groepen binnen de samenleving.

Zij zijn het product van een maatschappij waarin steeds meer onzichtbare uitsluitingen ontstaan en waarin individuele competitie de norm is geworden. Wie die competitie verliest wordt aan zichzelf overgelaten en zoekt verweesd naar erkenning. Het zijn die honderdduizenden mensen met depressies, angststoornissen, burn outs en andere psychische pathologieën. En het zijn sommige daarvan, een kleine minderheid gelukkig, die overgaan tot gewelddadige daden. Die daad wordt dan een perverse schreeuw om erkenning, een zelfbevestiging in de eigen dood en die van anderen.

Het enige verweer dat we daar tegen hebben, is het uitbouwen van een inclusieve samenleving die op solidariteit in plaats van competitie gebaseerd is. Waarin psychische verzorging en begeleiding toegankelijk is voor iedereen en waarin mensen de capaciteiten en mogelijkheden aanleren om hun eigen leven te kunnen inrichten. Klinkt dat suffig? Misschien. Maar de honderden massamoorden door dolgedraaide individuen, zijn wel een bittere realiteit. En we kunnen die realiteit moeilijk blijven afdoen als toevalligheden of spijtige voorvallen. Als ze zo systematisch voorvallen zoals nu, dan zijn ze deel van een systeem. Ze vermijden vraagt daarom ook om een systemische verandering.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!