Opinie -

Gent op weg naar een sociaalecologische stad?

Is Gent op weg om een duurzame, veilige en sociale stad te worden? Over die vraag ging het vrijdag op een debat tijdens de Gentse Feesten. Onderzoeker Pascal Debruyne gaf er deze inleiding.

zondag 24 juli 2016 15:14

Gent is een stad die tot de verbeelding spreekt. Het is historisch een rebelse stad, met een actieve stadsbeweging vanaf de jaren ’70, een eerder geëngageerd middenveld en een politiek bestuur dat de laatste decennia meermaals de sociale en ecologische kaart trekt. Symbolisch heeft Gent de reputatie van een progressieve burcht in een naar rechts buigend Vlaanderen.

De verkiezingen starten niet toevallig erg vroeg, met de aankondiging van het kartel en lijsttrekkers, met een pre-campagne rond het Gentse mobiliteitsplan (of meer bepaald het circulatieplan), en een politieke hetze die zich ontvouwt rond ‘de Optimakwestie’. Als N-VA erin slaagt in de bestuurscoalitie in te breken, dan valt het doek over het progressieve Gent. Dat zou politiek en symbolisch voor N-VA een eclatante overwinning zijn.

Maar laat ons deze middag niet zomaar naar ‘de politiek’ kijken, als het alledaagse managen en beheer van de stad. Een engagement met ‘het politieke’, over welke toekomst we ons kunnen, willen en mogen verbeelden, is even relevant. De vraag voor deze namiddag gaat over het sociaalecologische project dat op de kaart wordt gezet, en welke toekomst we mogen verwachten. Hoever staat het engagement van dit bestuur? Wat zijn de hindernissen op de weg naar een sociaalecologische stad? Ik bespreek achtereenvolgens drie lagen van de stad: “de sociale stad”, “de ecologische stad” en “de democratische stad”.

De stad is een laboratorium voor politieke vernieuwing. Sinds 2007 woont meer dan de helft van de wereldbevolking in steden. De toekomst is op verschillende manieren aan de steden, stellen auteurs als Benjamin Barber, maar ook lokale academici als Eric Corijn, Stijn Oosterlynck of Dirk Holemans van OIKOS die steden benoemt als creatieve bijenkorven waar de toekomst van de sociaalecologische stad wordt gebricoleerd. Dat Gent zich inschakelt in stedennetwerken als de Global Compact of Mayors, Eurocities of Climate Alliance en ECCAR (het Europese stedennetwerk tegen racisme en discriminatie) toont haar engagement in deze trend naar vernieuwing vanuit de stad.

Maar de stad kan het allerminst alleen. De politieke realiteit is verweven met verschillende schaalniveaus. Tegen de achtergrond van globalisering en toenemende migratiestromen kan de stad geen eiland vormen. De hefboomfunctie van de stad, is tegelijkertijd ook een verantwoordelijkheid van hogere overheden als Vlaanderen en de federale overheid. Daarmee eindig ik straks dit betoog.

De sociale stad

Transformatie van de woonagenda en stadsvernieuwing

Gent engageert zich – beter laat dan nooit – via zijn gronden- en pandenbeleid om meer sociale woningen te realiseren. Belangrijk is de uitbreiding van het aantal sociale woningen dat boven het vereiste quotum gaat van 12 procent en vermeldt een streefcijfer van 20 procent sociale woningen. De nieuwe bestuurscoalitie realiseerde enkele honderden nieuwe sociale woningen, (361 om specifiek te zijn), waar dat in vorige legislaturen quasi nihil was. Daarnaast werd onlangs vijf miljoen euro bijkomende investeringsmiddelen gereserveerd om te helpen bij het wegwerken van de leegstand binnen de  sociale huisvesting.

Daar komt vanaf 2016 jaarlijks nog ruim een half miljoen euro bij om andere dringende uitdagingen aan te pakken. Een bedrag van 271.200 euro wordt op het budget van 2015 geheroriënteerd op urgente woonproblemen van kwetsbare gezinnen. Vanaf 2016 wordt er daarnaast jaarlijks een bijkomend half miljoen euro uitgetrokken voor ondersteuning van het sociale verhuurkantoor van het OCMW, HuurIngent vzw, de begeleiding van herhuisvesting van sociale huurders en een versterking van de woonwinkels.

Er kwam ook ruimte voor nieuw experiment voor heel wat kwetsbare groepen, waarbij ‘out of the box’ werd gedacht binnen de Stad Gent en sociale woningmaatschappij WoninGent: tijdelijke wooninitiatieven in leegstaande sociale woningen het project “leeggoed” ism CAW Oost-Vlaanderen, leegstaande sociale woningen werden ook beschikbaar gemaakt voor kunstenaars, er kwam een uitbreiding van het bestaande woonproject voor IEM (Roma)-groepen in het project “Instapwonen”, er zijn plannen voor een nieuwe nachtopvang voor gezinnen met kinderen,… en het aantal noodwoningen werd uitgebreid, naast tijdelijke woningen voor erkende vluchtelingen die worden opgezet. De woonagenda in Gent is nog nooit zo uitgebreid en gediversifieerd geweest voor diverse groepen in de stad.

Toch worden sociale woningmaatschappijen geconfronteerd met heel wat verouderde woningen en zware renovatiekosten. De beelden van gebouwen en woningen met schimmel en andere gebreken zijn schering en inslag. Niet minder dan 282 miljoen euro heeft de sociale huisvestingsmaatschappij WoninGent nodig om 3.420 sociale woningen die in slechte tot matige staat zijn te renoveren of te vervangen. Het zal een enorme uitdaging worden om op lange termijn traag maar zeker deze renovatietendens aan te houden en deze te realiseren. De financiële tekorten – het laatste jaar was dat 5 miljoen euro – die de sociale woningmaatschappij jaar op jaar boekt, verhinderen op termijn dat engagement. Vlaanderen heeft hier een enorme verantwoordelijkheid, waarop ik straks terug kom.

Niettegenstaande de woonagenda zonder meer uitbreidde, schakelt het bestuur op het vlak van stadsvernieuwing, dat verder gaat dan enkel wonen maar ook gaat over leefbaarheid en sociale projecten in de wijken, enkele versnellingen terug. De stadsvernieuwingsprojecten in de 19de eeuwse gordel in vorige legislaturen zoals Zuurstof in de Brugse Poort en Bruggen naar Rabot, worden op een minder ambitieuze manier herhaald in Muide-Meulestede en Dampoort-Sint Amandsberg. De processen zijn nog pril, maar het lijkt veel meer op een speldenprikken-aanpak dan een structurele aanpak. Het beloofde wijkontwikkelingsfonds is er niet gekomen. Ook de sociale woonproblematiek, een ambitieuze renovatieaanpak, en sociale problematieken van die wijken zijn minder urgent geworden, al werd dat beloofd in het bestuursakkoord (blz 42). De participatie van kwetsbare groepen is deze nieuwe stadsvernieuwingsprojecten minder een vertrekpunt dan in het verleden (Blz 91).

Sociaal beleid en OCMW

Als we over een sociaal Gent spreken, moeten we eveneens kijken naar het OCMW-beleid. Het activeringsbeleid is minder disciplinerend in vergelijking met vorige legislaturen, en er werd een aanvullende financiële hulp voor burgers met een leefloon gerealiseerd. Ik hou de opsomming wegens tijdstekort beperkt. Maar het Gentse OCMW wordt evengoed belast door een stijgende armoede in de stad.

Achter de gevels van de creatieve stad, worden mensen gedwongen om creatief te zijn om te kunnen overleven. In tien jaar tijd is het percentage geboorten in kansarme gezinnen in Gent verdubbeld: van 11,2 naar 22,6 procent. Een op vijf kinderen wordt geboren in een gezin dat kampt met kansarmoede. Die stijgende armoede is onder andere verbonden met een toenemende migratie uit Oost-Europa. Ook voor die laatsten werden nochtans heel wat projecten opgezet: buurtstewards, BIEM-ers (schoolstewards), trajectbegeleiding voor jongeren, Instapwonen en begeleiding naar werk via het A-Team. Botst de Stad Gent hier op zijn limieten?

Antidiscriminatiebeleid

Ik sluit dit eerste deeltje over “de sociale stad” af met een bezorgdheid inzake discriminatiebeleid. De voorwaarde om van een sociale stad te spreken, is de realisatie van gelijkheid in Gent. Dat vraagt een sterk engagement inzake antidiscriminatie. Het stadsbestuur schafte enkele jaren terug nog de woorden “allochtoon” en “autochtoon” af, om meer gelijkheid in the picture te zetten, niet om ongelijkheid te negeren. Resul Tapmaz implementeerde een antidiscriminatieplan voor woningmarkt en arbeidsmarkt. Gent toont zich als stad een voortrekker inzake diversiteit en antidiscriminatiebeleid, al kan het in eigen rangen wel betere diversiteitscijfers realiseren.

Maar het beleid gestuurd vanuit een superdiverse realiteit stopt aan de dorpel van de lokale politie van de Stad Gent. Een korte bevraging van 10 jongerenwerkers in Gent, die we deden, leert ons dat dit probleem massaal is. Het gaat om tientallen incidenten per week over de Gentse wijken heen waarbij jongeren overmatig gecontroleerd worden op identiteit, jongeren die gefouilleerd worden zonder aanleiding of jongeren die opgepakt worden voor verhoor zonder aanwijsbare reden. Onderkennen dat de omgang met superdiversiteit door de Gentse politie allerminst een geëffend pad is, lijkt ons een eerste bescheiden stap om er iets mee te doen. 

Momenteel krijgt de Gentse politie voor de omgang met superdiversiteit in onze samenleving twee dagen vorming. En dat is het argument om te tonen dat de Gentse politie superdiversiteit ernstig neemt? Dit soort politieke retoriek is een prelude voor verdere vervreemding tussen deze burgers en politiek. Dat een politieagent die burgers met migratieroots “bruine apen” noemde op Facebook, nog steeds aan de slag is, is een teken aan de wand.

De vraag is dus hoe we op het spoor van de sociale stad blijven? Wat kan de stad nog realiseren om te functioneren als emancipatorische hefboom? Hoe kunnen we gelijkheid veralgemenen in alle geledingen van de stad? En waar botst Gent op zijn grenzen en moeten we richting Vlaanderen kijken?

De ecologische stad

Dat brengt ons bij de twee laag van de stad: ‘de ecologische stad’. Ik ben me bewust van het klimaatplan van de Stad Gent, – zowel het engagement en waar het botst op zijn limieten en beperkingen omdat de Stad maar beperkt bevoegd is voor klimaat. Het feit dat staalreus Arcelor Mittal uit Gent van de Provincie een verlenging van de milieuvergunning kreeg tot 2037, is sprekend. En dat terwijl ze goed is voor driekwart van de totale Gentse CO2-uitstoot: tien keer meer dan alle Gentse woningen en het verkeer samen. De stilte vanuit het Gentse bestuur is opvallend. Er is geen concreet stappenplan met afgedwongen verbintenissen om die uitstoot te verminderen, al wordt er wel ‘beloofd’ dat er een 50 procent reductie zou komen. Maar ik focus, wegens beperkte tijd en ruimte, in deze enkel op het Gentse mobiliteitsplan.

De Gentse cijfers omtrent mobiliteit, uitstoot van fijn stof en stikstofoxides en verkeersdoden zijn dramatisch. De conclusies van de parkeerstudie vermelden dat er op piekmomenten in heel Gent 121.794 auto’s rijden. In Gent groeide het autoverkeer de voorbije tien jaar met 30 procent. The Guardian gaf Gent in 2014 een dertiende plaats op honderd als ‘most congested city’ in West-Europa en Noord-Amerika. Brussel en Antwerpen haalden het hoofdpodium met respectievelijk plaats twee en drie. De toenmalige verkeerscoördinator van de Gentse politie, Dominique Van Den Eeckhaut, zei enkele jaren terug al: “Meer verkeer kunnen we echt niet dulden, we zitten aan de grens van onze leefbaarheid” (Het Nieuwsblad 15/2/12). De ironie van de automobiele vooruitgang, waarvoor velen nog altijd pleiten, is de stilstand.

Ook de openbare ruimte kan dat toenemende autogebruik niet meer slikken. Er zijn ook ‘maar’ 121.652 parkeerplaatsen, onvoldoende om de parkeerdruk te doen dalen. Er zou in de toekomst tot 40 kilometer extra parkeerplaats nodig zijn, die er gewoon niet is. Kortom, de congestie aanpakken vraagt om het autogebruik af te remmen. Gent voert bovendien het peloton aan als het gaat over het aantal verongelukte of zwaargewonde fietsers per jaar. Om maar te zwijgen van de impact op onze gezondheid. Fijnstof kost de Vlaming tot drie gezonde levensjaren. Een recente kaart van de Amerikaanse universiteit Yale toont dat de luchtkwaliteit boven Gent abominabel is. De concentratie fijnstof zou zelfs hoger liggen dan in Londen of Parijs. (DM, 10-08-15). Hoe aanvaardbaar vinden we dat als stedelijke samenleving dat jonge kinderen dagelijks in dergelijke smog opgroeien?

Het mobiliteitsplan tracht terecht de verstikking van onze lichamen af te remmen. Het verstikkende beeld is niet ‘het nieuwe Brugge’, zoals Herman Brusselmans dat verwoordde, maar de verstikking van Gent. De machtsrelaties op mobiliteitsvlak zijn compleet scheefgetrokken. Dat de lokale overheid vanuit die feitelijke situatie de contouren aangeeft, besluiten trekt en gelijkheid garandeert, is vanzelfsprekend. Het mobiliteitsplan kentert de bestaande machtsverhoudingen en effent het pad naar een leefbare stad voor alle groepen die de publieke ruimte gebruiken. Laat ons, vanuit principes van gelijkheid en rechtvaardigheid, dit feitelijke plaatje dan ook als uitgangspunt nemen.

Het nieuwe mobiliteitsplan is véél complexer en ingrijpender dan zijn voorgangers. Dat uit 1997, uit de koker van Sas Van Rouveroij en Frank Beke, ging gepaard met heel wat rumoer en protest, tot zelfs doodsbedreigingen. In het huidige plan wil het bestuur het voetgangersgebied verdubbelen. De binnenstad wordt in zes sectoren verdeeld om doorgaand verkeer te weren. Enkele straten en buurten worden geknipt. Flankerende maatregelen moeten de doorstroming op de R4 garanderen en Park & Rides worden uitgebouwd. Daarnaast komen er wijkcirculatieplannen. En daar bovenop komt het nieuwe parkeerplan.

Dat leidt tot heel wat consternatie. N-VA slaagt erin een handtekeningactie op te zetten, om een referendum af te dwingen. Ze maakt een alliantie met ‘IntelliGent Mobiel’, zogezegd een “onafhankelijk burgerforum”, dat vooral bevolkt is door mensen van N-VA. Veel alternatief kun je niet lezen op hun website. Ongeveer alles aan dit plan is fout, maar voor de rist cijfers die ik net gaf, geeft men geen alternatief. Toch slaagt men erin het ongenoegen te mobiliseren en het gevoel onvoldoende gehoord te worden. CD&V is genuanceerder: er schort iets aan de participatie en randvoorwaarden. En dat zijn terechte bezorgdheden. De recente afkondiging van een pakket aanvullende maatregelen toont dat aan: zoals de zorgsector die meer toegang krijgt, bewoners mogen zelf tijdelijke vergunningen toekennen aan bezoekers, senioren krijgen speciale busjes, er zijn extra fietsstraten op komst, alsook 1.350 bijkomende park-and-rideplaatsen, en er wordt druk gewerkt aan de doorstroming van de ring. Daarnaast werd “along the road” een burgerkabinet opgericht en een mobiliteitsforum, alsook werd er druk overleg gepleegd met belangengroepen over het circulatieplan. Inzake participatie steekt men –beter laat dan nooit- een tandje bij.

Dat brengt me bij twee vragen? Gent wordt belast met grootschalige stadsprojecten uit het verleden die automobiliteit sterk promoten en verkeer aanzuigen naar de Stad. The Loop op Flanders Expo is een voorbeeld, naast het Ghelamco Stadion en andere (het technologiepark) die de ganse Zuidrand deden dichtslibben, maar eveneens een nieuwe grote parking aan Dok Noord op de R40 die al dichtzit. Om maar te zwijgen van de binnenstadparkings (waar gelukkig het parkeergeld werd verhoogd). Hoe kijken beleidsmakers naar die tegenstrijdigheid uit het verleden? Een tweede vraag: hoe kijken de sprekers op dit podium naar het mogelijke referendum? Participatie was tot voor kort de achillespees van dit mobiliteitsplan. Maar wat als dit referendum er komt?

De democratische stad

“Gentenaars maken samen hun straat, wijk en stad”, zegt de visietekst van het kartel. Mooi, maar het is een rocky road om de stad opnieuw in handen van politiek en burgers te brengen. Het engagement in het bestuursakkoord om laagdrempelige participatie te voorzien vanaf het begin, is allerminst behaald. Is er dan geen participatie? Allerminst: de gebiedsgerichte werking, de hoorzittingen, klankbordgroepen en vele participatieplatformen zoals het burgerkabinet en het Mobiliteitsforum van de Stad, de omkadering van ontelbare burgerinitiatieven, en kleinschalige subsidies als ‘Wijk aan Zet’ en ‘Tijdelijk Ruimtegebruik’ tonen aan dat er vertrouwen is in burgers en in wat ze ondernemen. Komt daarbij nog de onrechtstreekse participatie door expliciete keuzes en investeringen via convenanten met het opbouwwerk, jeugdwerk, armoedewerkingen en de sociaalartistieke praktijk.

Maar, de participatie en inspraak lijkt beperkt tot een deel van het beleid. Over een reeks grote stadsprojecten en vastgoedinvesteringen met zeer grote impact op de stad hebben we weinig tot niks te zeggen. Dat ze onderdeel zijn, en gestart zijn in vorige legislaturen, neemt niet weg dat ze de toekomst van de stad “hier en nu” enorm belasten. De Optima-affaire raakt de kern van deze kwestie. Elitenetwerken duiken op, waar lieden als Luc Van den Bossche, Herman Verwilst en Geert Versnick als spinnen in een web van schimmige relaties functioneren. 

Want hoewel sterke woorden als ‘graaibankier’ of ‘poenpakker’ in het rond vliegen, wordt het duidelijk dat het gaat om een beleidscultuur; één waar de ‘ons kent ons’-cultuur en belangenvermenging genormaliseerd wordt. In projecten als De Oude Dokken, Ghelamco, Gent Sint-Pieters of The Loop is het onduidelijk wie welke rol inneemt. Burgers in ‘klankbordgroepen’, burgercomités of middenveldorganisaties komen er soms recht tegenover het stadsbedrijf te staan, een Grondbank, andere bestuurlijke vehikels of bedrijven waar businessactoren en politiek verstrengeld zijn. De vastgoedboot op MIPIM, de Alter ego, gedeeld met Optima, heeft tegen die achtergrond zijn naam niet gestolen. Dit is het andere gezicht van Gent. Het paars-groene sociaalecologische project over participatie, burgerkracht en transitie wordt belaagd door dat paarse spook dat nog steeds door Gent waart.

De zakelijke banden zijn in het verleden zonder al te veel achting voor de gangbare deontologie gebeurd. Daarom werd er recent een deontologische ‘ad hoc’ commissie van Stad Gent opgericht. Maar heeft dit kans op slagen? De meerderheid moet kritisch zijn in de commissie, wetende dat het kartel SP.a-Groen volgende legislatuur een tandem vormt, en dit bestuur waarschijnlijk nog enkele jaren door moet met Open VLD? De vraag is vooral of zo’n commissie over Optima een adequaat antwoord biedt? De commissie is ongetwijfeld noodzakelijk voor het vertrouwensherstel. Maar als het beleid, en zeker het kartel SP.a-Groen, niet dringend inzet op een andere beleidscultuur, legt het een bom onder zijn eigen toekomst.

Het is overduidelijk dat deze ‘ons kent ons’-beleidscultuur en belangenvermenging allerminst het monopolie is van één partij of een kwestie van 1 persoon die in het vizier komt. Er is nood aan een andere beleidscultuur. Veel grootschalige projecten hebben een schimmige governance. Ze staan haaks op andere doelstellingen in het stadsproject zoals duurzame mobiliteit. Of willen we nog een ‘Uplace aan de Leie’ (The Loop)? Een andere beleidscultuur om elitenetwerken te counteren, vraagt concrete beleidsvoorstellen voor steden. Het is tijd dat er een reeks maatregelen komen voor meer integriteit in de politiek, en dat voor alle partijen in Gent. Laat lokale mandatarissen verantwoording afleggen voor welke belangen ze opkomen en hoe die belangen het algemeen belang dienen. Creëer een ontmoedigingsbeleid van cumuls in banken en bij private vastgoedontwikkelaars zodat er meer schotten komen. Daardoor moet duidelijk worden voor wiens belangen men opkomt en handelt.

Het kan ook transparanter op het niveau van stadsprojecten. Versterk de Gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Ordening (GECORO), door die meer publiek gewicht, macht en tools te geven. Organiseer daarnaast rond elk groot project een klankbordgroep met middenvelders. Laat dat voorzitten door de bevoegde schepen én een academische expert. Maak ook het semi-private stadsontwikkelingsbedrijf (SOB) meer publiek. Dergelijke verzelfstandigde stadsbedrijven hebben te veel de gemeenteraad als democratische actor uitgehold. 

Er is dus werk aan de winkel wat participatie, transparantie en co-creatie betreft in Gent. We staan op een kruispunt tussen twee modellen: het participatieve Gent dat burgers een rol geeft in zijn beleid, en het Gent van de elitenetwerken in grootschalige stadsprojecten waar participatie bijkomstig is en op georganiseerde obstructies botst. Welke toekomst voor Gent?

Where the fuck is the government?

Gent kan het niet alleen!

De stad mag dan een laboratorium zijn van vernieuwing en experiment, toch kan ze geen voldoende gelijkheid brengen. Zoals Stijn Oosterlynck recent aangaf, werkt een sociaal contract op het niveau van de stad niet herverdelend en solidair genoeg, omdat de welvaart in Vlaanderen sterk in de buitengebieden zit. Daarom is het Vlaanderen en de Vlaamse regering, die voldoende moet herverdelen richting steden. En de federale regering die het sociaal contract positief moet doen uitdraaien voor de armoede geconcentreerd in steden. En daar hapert het vaak. De stedelijke vernieuwing en hoopvolle praktijken die van onderuit komen, moeten opgenomen worden en geflankeerd door hogere overheden. Maar in plaats daarvan zien we vaak het tegendeel: de Vlaamse en federale regering die afwachten of helemaal niet interveniëren in het voordeel van Gent. Dat gaat zowel over de federale regering die de fiscale gunstregimes ten voordele van leasingwagens blijft aanhouden, werkeloosheidskosten op de stad en het OCMW afwentelt door ze te dumpen in de bijstand en ze structureel tot leefloners te maken, maar ook over Vlaanderen door de onderinvesteringen in mobiliteit (waar is de Verapaz brug, welke toekomst voor de fly over in Gentbrugge of die aan het Gentse Zuid, waarom desinvesteren in De Lijn wanneer steden verstikken?), in sociale zorg en armoedebestrijding, of door het niet-beantwoorden van sociale kwesties in het onderwijs waar de kinderarmoede toeneemt.

Ik keer me dan ook afsluitend tot de partijen in de Vlaamse meerderheid op dit podium: CD&V wil zich profileren als een stedelijke partij in Gent. Maar dat vraagt een coherente verdediging van de noden en behoeften van Gent, ook op Vlaams niveau. Burgemeester Somers is een van de kopstukken van VLD, die het stedelijke gezicht van de VLD vormt. Maar ook daar rest me de vraag of de lokale Open VLD op tafel klopt op andere niveaus om Gent een sociaalecologische toekomst te bieden? De sociaalecologische toekomst van Gent kan enkel slagen wanneer er voldoende sterke schouders zijn, en er op meerdere schaalniveaus verantwoordelijkheid wordt genomen voor de stad.

Hoe dan ook, uit dit betoog wordt het duidelijk dat het ideaal van de sociaalecologische stad aan de horizon ligt. Maar het is nog lang niet verwezenlijkt. Dus « encore un effort pour être vraiment progressif !»

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!