Een Griekse bedelaar verzamelt restjes uit blikken olijfolie in de vuilnisbakken om ze terug te verkopen (Bruno Tersago)

Extreme armoede bijna verdubbeld tijdens Griekse crisis

Volgens Bruno Tersago weten de ministers van financiën van de EU welke armoede ze veroorzaken voor de Griekse bevolking. Extreme armoede neemt onrustwekkend toe sinds de crisis toeslaat.

donderdag 16 juni 2016 22:52
Spread the love

Een paar dagen geleden publiceerde DiaNEOsis, een organisatie die onderzoek verricht en analyses uitvoert, een studie over de toename van de extreme armoede in Griekenland. Alweer een studie waar je niet vrolijk van wordt.

Extreme armoede heb je overal, maar Griekenland heeft te maken met dit fenomeen in een periode waarin de Grieken een derde van hun koopkracht hebben verloren en een kwart van hun inkomen. Dat alles in de laatste 5 jaar, de jaren waarin Griekenland werd gered met een bailout die, zoals Duits minister van financiën Wolfgang Schäuble onlangs beweerde in een interview in de Duitse krant Handelsblatt, de Grieken ten goede is gekomen.

Ik weet niet of de man het rapport van het studiebureau ESMT Berlin heeft gelezen, waarin staat dat de Grieken slechts 5 procent hebben gekregen van het geld dat door Europa is opgehoest om het land van het bankroet te redden. Dat is zowaar nog minder dan wat ik in mijn boek Groeten uit Griekenland schreef.

Maar ik wil het niet over de Duitse minister van Financiën hebben, maar eens te meer over de Grieken. DiaNEOsis wilde nagaan hoe de armoede in Griekenland wordt beïnvloed door de crisis. Daarvoor moest de armoede in Griekenland eerst in kaart worden gebracht. En dat was niet zo eenvoudig.

Europese statistieken hebben het over “relatieve armoede”. Dat staat gelijk aan het percentage van mensen die minder geld hebben dan een bepaalde inkomensgrens, die ook nog eens varieert. Vandaag staat die grens op 60 procent van het gemiddelde nationale inkomen. Dit is een erg artificiële manier om armoede te meten. Je komt er mee te weten hoe groot de afwijking is van de gemiddelde waarde, maar meer ook niet.

Tijdens de vette jaren voor Griekenland (1995 – 2008), stond de teller voor relatieve armoede op 20 procent. Met de crisis is dat cijfer niet beduidend gestegen: van 21,9 procent in 2011 naar 23,2 procent in 2015. Maar dat betekent niet dat de Grieken nauwelijks armer zijn geworden, toch?

Daarom is DiaNEOsis op zoek gegaan naar de extreme, totale armoede. Daarvoor is uitgegaan van de maandelijkse prijs van een winkelmandje met producten die iemand nodig heeft om een menswaardig bestaan te kunnen leiden. Daarbij werd tevens rekening gehouden met de samenstelling van een gezin en of dat gezin in een eigen huis woont of huur betaalt. In het winkelmandje zitten voedsel, kledij, huur, gemeentetaksen en rekeningen voor nutsbedrijven. De grens van absolute armoede wordt vervolgens op de volgende bedragen gezet:

  Athene andere steden platteland
Zonder huur of lening      
Gezin van één persoon 222 € 216 € 182 €
Eenoudergezin moeder + kind van 8  385 €  350 €  303 €
Koppel zonder kinderen  382 €  371 € 312 € 
Koppel met 1 kind van 8  517 €  496 €  424 €
Koppel met 2 kinderen (8 en 14)  640 €  614 €  524 €
Voor elke volwassene er bij  160 €  151 €  125 €
 Voor elke kind er bij (boven de 16)  132 €  126 €  111€
       
Met huur en lening      

Gezin van 1 persoon

395 €

381 €

249 €

Eenoudergezin (moeder + 1 kind van 8)

564 €

573 €

402 €

Koppel zonder kinderen

588 €

594 €

411 €

Koppel met 1 kind van 8

749 €

740 €

572 €

Koppel met 2 kinderen (8 en 14)

905 €

883 €

731 €

Voor elke volwassene er bij

189 €

190 €

167 €

Voor elke kind er bij (boven de 16)

162 €

160 €

158 €

De onderste grens van extreme armoede ligt op 182 euro per maand voor een gezin van 1 persoon met een eigen huis op het platteland, tot 905 euro per maand voor een koppel met twee kinderen in Athene in een huurhuis of in een huis waarvoor ze een lening moeten afbetalen.

Nu de grens is afgebakend, is het mogelijk om ‘extreme armoede’ in kaart te brengen. Je wordt er niet vrolijk van. In 2015 staat de teller van de extreme armoede op 15 armoede. In 2011 was dat nog 8,9 procent. In 2009 bedroeg het percentage nauwelijks 2,2 procent. Met andere woorden:

1.647.703 Grieken leven in extreme armoede.

DiaNEOsis heeft de extreme armoede ook nog eens opgedeeld in leeftijdscategorieën. Wat daar uit komt, is onwaardig voor een land van de EU (dat is althans mijn overtuiging, het is me ondertussen niet meer duidelijk of iedereen het daar nog mee eens is). 17,6 procent van de Griekse kinderen tussen 0 en 12 jaar en 24,4 procent van de jongeren tussen 18 en 29 jaar leeft in extreme armoede! Het percentage van 65-plussers staat voorlopig nog op 2,7 procent.

Uiteraard lopen de werklozen het meeste gevaar om in abjecte armoede verzeild te geraken. Ik moet u niet meer herhalen dat een werkloosheidsuitkering in Griekenland beperkt is in tijd en dat van de ruim 1 miljoen geregistreerde werklozen ongeveer 15 procent een dergelijke werkloosheidsuitkering krijgen.

In 2015 leefden 70 tot 75 procent van de werklozen in extreme armoede. Dat lag nog onder de 50 procent in 2011. Daar tegenover staat dat slechts 1 procent van de gezinnen van ambtenaren, werknemers van openbare nutsbedrijven en van banken in extreme armoede leven. Het percentage van gepensioneerden ligt op 3,8 procent. Dat komt omdat er in de pensioenen relatief minder is gesneden dan in andere inkomenscategorieën.

Hoe overleven mensen die in extreme armoede zijn gesukkeld?

  • Ze spreken hun laatste spaargeld aan;
  • ze betalen de rekeningen van de nutsbedrijven niet;
  • ze kopen op krediet en zuiveren hun rekening niet aan;
  • ze betalen de huur niet;
  • ze betalen de leningen voor hun niet af bij de bank (die leningen moeten nu worden verkocht aan buitenlandse “investeerders”, met huisuitzettingen tot gevolg). 

Volgens Eurostat betalen 27,1 procent van de armste 20 procent van de bevolking hun huur of lening niet, terwijl 65,4 procent van de armste 20 procent de rekeningen van de nutsbedrijven niet meer betalen.

Ik ben geen econoom, maar hoe kan de Eurogroep nu geloven dat in een dergelijk land met een dergelijke situatie de economie binnen 2 jaar een primair surplus van 3,5 procent op zijn jaarbudget kan draaien? Volgens mij weten de ministers van Financiën van de Europese Unie maar al te goed wat hier gebeurt, maar verkiezen ze om het uur van de waarheid steeds maar voor zich uit te duwen.

Wie houden ze daar mee voor de gek? Dit komt toch nooit goed?

Deze tekst verscheen oorspronkelijk op de blog van Bruno Tersago.

take down
the paywall
steun ons nu!