Opinie -

Misschien reageren we gewoon beter niet op opinies als die van Rutten

Het regent reacties op de uitlatingen van Gwendolyn Rutten over ongelijkheid. Maar in wiens voordeel spelen die reacties eigenlijk? En wiens spel spelen we?

vrijdag 10 juni 2016 13:30

Veel ophef over het opiniestuk van Gwendolyn Rutten in DeMorgen. In haar stuk verdedigt de voorzitster van de liberalen de stelling dat we eerder moeten inzetten op economische groei en individuele zelfontplooiing dan op het nastreven van die volgens haar vage notie van ‘gelijkheid’. Vooral een aantal heel provocerende en feitelijk foute passages vielen op in Ruttens jongste pennenvrucht.

Zo schreef Rutten bijvoorbeeld: “Frappant toch, dat de meeste ‘gelijkheid’ te vinden is in precies die tijdperken waar men de minste kansen aantreft. Niet alleen de geschiedenis, maar ook ideologie leert ons die les. In totalitaire landen zoals Noord-Korea is nagenoeg iedereen gelijk, want arm en onvrij.”

Zo zouden nog een aantal passages kunnen aangehaald worden. Bijvoorbeeld die ene alinea waarin Rutten stelt dat het kapitalisme ons niets anders dan vrijheid en welvaart heeft gebracht. Dat die welvaart in belangrijke mate rust op de brute en gewelddadige exploitatie van overzeese gebieden, en dat de algemene spreiding van welvaart vooral het resultaat is van meer dan honderd jaar sociale strijd wordt fijntjes achterwege gelaten.

Bij het lezen van zoveel onjuistheden en flagrante onwaarheden zou je voor minder in je pen kruipen. In geen tijd regende het dan ook reacties op het stuk van Rutten. Op de website van DeMorgen zijn, daags na het stuk al vijf opiniestukken te tellen die aan Rutten gericht zijn. Doen hun duit in het zakje: Kristof Calvo, Hugo Camps, Farid Zahnoun, Geert Schuermans en Marcel Belmans. Ongetwijfeld zal er ook nog de komende dagen duchtig gereageerd worden.

Een goede zaak, zou je nu denken. Want of je nu voor of tegen de stellingen van Rutten bent, het is goed dat er tenminste tegensprekelijk debat bestaat en dat dit debat publiekelijk gevoerd wordt. Dat is waar natuurlijk. Maar toch schuilt er achter dit tegensprekelijk debat een pervers mechanisme dat lang niet zo onschuldig is. Een mechanisme dat alles te maken heeft met hoe media, en opiniepagina’s in het bijzonder, vandaag werken.

Kringetje

Laten we eerst even een misverstand de wereld uit helpen dat nog door velen gedeeld wordt. Aan de opiniepagina’s die je in de papieren krant leest is er niet spontaans. De discussies die daar gevoerd worden zijn strikt geregisseerd. Meestal worden experten, opiniemakers of politici opgebeld om een opinie te schrijven over een bepaald onderwerp. Opinies worden dus besteld door de redactie. Dat geldt ook voor de reacties op die opinies. Respondenten worden opgebeld en gevraagd of ze willen reageren op opinie X of Y.

Zijn er uitzonderingen? Ja, als je een aanzienlijke maatschappelijke positie hebt of als bekend bent dan slaag je er mogelijks in om op eigen initiatief een opiniestuk gepubliceerd te krijgen. Maar het overgrote deel van de gepubliceerd opiniestukken is on demand geschreven. Het verklaart ook waarom je heel vaak hetzelfde kringetje van opiniemakers tot vervelens toe ziet terugkeren.

Daarnaast gaan kranten ook een andere strategie hanteren als het gaat om online opinies. Een website als Knack gaat bijvoorbeeld wel veel van de ingezonden opinies publiceren. Ook DeMorgen begeeft zich steeds meer in die richting. De reden is duidelijk: hoe meer opinies, hoe meer clicks en hoe blijer de adverteerders zijn. Een online opinie neemt geen plaats in, kost niets maar levert dankzij circulatie op sociale media mogelijks wel meer inkomsten op.

Dat wil niet zeggen dat het online debat niet geregisseerd verloopt. Ook online opiniestukken zijn vaak reacties op stukken die on demand werden geschreven en het debat wordt op die manier ook gestuurd. Zij het op een veel lossere wijze dan de stukken die in de papieren kranten verschijnen.

Verspilde energie

Voornaamste conclusie die we hieruit moeten trekken: opiniepagina’s weerspiegelen niet zozeer het maatschappelijke debat maar creëren het op artificiële wijze. Het is als een voetbalmatch waarvan het verloop reeds grotendeels vastligt. De redactie behoudt steeds de controle over wie naar wie zal passen, en wie door wie zal getackeld worden.

Om nog even in de voetbalmetafoor te blijven hangen: wie de voorzet geeft bepaalt uiteindelijk het verdere verloop van de match. Denk aan het stuk van Rutten. Door haar zeer discutabele stellingen over ongelijkheid te laten opwerpen, zijn een hoop opiniemakers dagenlang bezig met het weerleggen van de meest onzinnige en onjuiste stellingen. Je zou dat kunnen beschouwen als een vorm van verspilde energie, want het leidt natuurlijk de aandacht af van debatten die er misschien veel meer toe doen.

Reclame

Het is een belangrijke politieke les, die we misschien wat vergeten zijn: niet diegene met de beste argumenten of de scherpste retoriek wint doorgaans het maatschappelijk debat, wel diegene die het onderwerp en de krijtlijnen van het maatschappelijk debat bepaalt.

Los dus van hoe fijn en overtuigend het stuk van Rutten weerlegd wordt: ze heeft reeds lang gewonnen. Want al wie reageert reproduceert haar denkwijze door haar stellingen al serieus te nemen. Zij heeft de krijtlijnen van het debat uitgetekend en de echo van haar naam gonst dagenlang na op sociale media. Het is een politieke vertaling van het perverse moto: ‘negatieve reclame is ook reclame’.

Deze techniek wordt als sinds jaar en dag door N-VA gebezigd. De Wever of een ander kopstuk zegt op zondag iets provocerend over moslims, Walen, socialisten of vakbonden en de rest van de week volgen een hoop reacties en afwijzingen. Zo krijgen ze wel airplay en bepalen ze de politieke agenda. Overigens, inspiratie voor die tactiek heeft N-VA op zijn beurt opgedaan bij Vlaams Belang.

Geld en aandacht

Het is vanuit dat perspectief dat we de orchestratie van opinies in mainstream media nooit als onschuldig kunnen beschouwen, maar wel als een wijze van politieke agendazetting. Voor alle duidelijkheid: hierbij kan en mag er niet vervallen worden in een soort complotdenken. Iedere redactie maakt onvermijdelijk keuzes die politiek beladen zijn. Journalistiek of redactioneel werk is nooit neutraal. Maar wat we wel meer mogen belichten is het perverse huwelijk tussen de mechaniek eigen aan commerciële media en hedendaagse politiek. Hoe provocerender de stellingen, hoe meer reacties, hoe meer clicks en hoe meer shares. En dus hoe meer geld en aandacht. Zowel adverteerders als politici wrijven zich dan in handen.

Of het een goede zaak is voor de kwaliteit van het maatschappelijke debat is natuurlijk een ander paar mouwen. Was het opiniestuk van Rutten een paper dan kreeg ze gegarandeerd een ferme buis. Het was gewoon een ondermaats stuk. Spektakelwaarde wordt resoluut boven inhoud geplaatst. Het is een vorm van intellectuele sensatieberichtgeving. En net zoals bij de reguliere sensatiepers, lijkt dit soort berichtgeving vooral de rechterzijde in de kaart te spelen. Makkelijke slogans over migranten en luie walen gedijen immers beter in een dergelijk klimaat dan een degelijke analyse over, ik zeg maar wat, besparingsdrift.

Misschien moeten we in het vervolg enkel reageren op stukken die we de reactie waard achten. En goed nadenken over in wiens voordeel onze reactie werkelijk speelt.

 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!