Analyse -

Het nieuws over Belgische economie dat Bracke liever niet zou zien in het journaal

Het verslag over de prognoses van de Nationale Bank werd in het VRT-journaal van 19 uur weggedrumd door nieuws over de treinramp en de overstromingen en dat zinde parlementsvoorzitter Siegfried Bracke (N-VA) niet. Maar wat stond er eigenlijk in dat rapport en is het echt zo positief voor de regering?

woensdag 8 juni 2016 19:11

De economische vooruitblik van de Nationale Bank zat wel in het journaal van 13 uur, in dat van 18 uur en in het laatavondjournaal maar om 19u sneuvelde het item. Siegfried Bracke zag daar een ideologisch manoeuvre in. “Is er iemand die daarin GEEN politieke agenda ziet?”, tweette hij.

Het leidde tot een nieuwe schermutseling tussen de N-VA-politicus en zijn vroegere werkgever. Maar waarom vond Bracke dat het rapport van de Nationale Bank meer aandacht verdiende? N-VA zette de – in hun ogen – belangrijkste cijfers in een afbeelding die de partij deelde op sociale media.

In 2018 zouden er 140.000 nieuwe jobs bijkomen en tussen 2015 en 2018 zal de koopkracht met 5,3 procent gestegen zijn. Dat laatste cijfer is al een dichterlijke vrijheid. In het rapport van de Nationale Bank heet dat immers het ‘reëel beschikbaar inkomen van de particulieren’.

Het betekent dus niet dat de individuele koopkracht zal stijgen. Doordat de werkloosheid stilaan zal dalen tot het niveau van 2008 zullen duizenden Belgen hun uitkering, leefloon of helemaal geen inkomen (indien ze door de RVA geschorst werden) inruilen voor een loon.

Bovendien houdt de Nationale Bank er rekening mee dat de lonen in 2017 en 2018 zullen stijgen. Dat hangt natuurlijk af van het resultaat van de onderhandelingen over een nieuw interprofessioneel akkoord die in de herfst beginnen. De voorbije jaren lieten de werkgevers geen enkele ruimte voor opslag. De Nationale Bank en N-VA gaan er van uit dat de werkgevers nu wel akkoord zullen gaan met loonstijgingen van respectievelijk 0,8 en 1 procent in 2017 en 2018. We zullen zien.

Jobs, jobs, jobs?

Maar die extra banen, dat is toch mooi? Deze regering had toch beloofd ‘job, jobs, jobs’ te creëren? Volgens de prognoses van de Nationale Bank zullen die er ook komen, maar de vraag is wat het regeringsbeleid daarmee te maken heeft. Het Planbureau – nog zo’n overheidsinstelling die graag in de toekomst kijkt – voorspelde in de lente van vorig jaar al dat er de komende vijf jaar meer dan 200.000 jobs zullen bijkomen. De taxshift kwam er pas een half jaar later. Die extra jobs hadden daar dus niets mee te maken. De Nationale Bank geeft dat eigenlijk ook toe.

“Anderzijds lijkt de impact van de sterke loonkostenmatiging op de uitvoergroei vooralsnog veeleer gematigd. Andere eurolanden hebben in de recente periode grotere (toenames van de) winsten aan uitvoermarktaandelen laten optekenen. Dat kan te maken hebben met een nog onvolledige doorberekening van de lagere loonkosten in de prijzen van de exporterende ondernemingen – al lijkt het recente en verwachte verloop van de uitvoerdeflator duidelijk gematigder dan in het eurogebied als geheel – maar ook met een relatief lagere prijselasticiteit van de Belgische uitvoer. Deze bestaat immers, meer dan in de andere landen van het eurogebied, uit halffabrikaten en intermediaire inputs voor de mondiale waardeketens, waardoor de prijsgevoeligheid ervan mogelijkerwijs lager uitvalt.”

In mensentaal: de regering deed de loonkosten dalen, maar dat betekent niet dat de Belgische bedrijven het daarom beter doen op internationaal vlak. De Belgische uitvoer bestaat namelijk uit producten waarin de loonkost slechts een kleine rol speelt. Om een idee te geven, bij het ondertussen gesloten Ford Genk waren de loonkosten goed voor 5,5 procent van de totale kosten. Zelfs als je de lonen met tien procent drukt, heeft dat maar een beperkte invloed op de prijs van het eindproduct.

Bewijs

De Nationale Bank schrijft verder in de tekst wel: “De ook in vergelijking met het verloop van de bedrijvigheid krachtige werkgelegenheidsgroei kan niet los worden gezien van het beleid van loonkostenmatiging, dat de productiefactor arbeid relatief goedkoper maakt en aanwervingen stimuleert, maar evenmin van de recente arbeidsmarkthervormingen, onder meer in de werkloosheidsverzekering.” Maar daar wordt geen enkel bewijs voor aangedragen.

Vraag is bovendien ook om wat voor jobs het gaat. De Nationale Bank licht een tip van de sluier op. Uit de cijfers blijkt namelijk dat de arbeidsduur afneemt. Werknemers werken minder uren per week. Dat is, aldus de Nationale Bank, te wijten aan “structurele factoren, zoals de flexibilisering van de arbeidsmarkt, met een steeds groter aandeel van deeltijdwerk en kortetermijncontracten”.

Het aantal jobs in de industrie en bij de overheid daalt en neemt alleen in toe in de dienstensector. “Deze laatste bedrijfstakken stellen naar verhouding meer deeltijdwerkers tewerk, wat de algemene tendens van de gemiddelde arbeidsduur neerwaarts beïnvloedt”, schrijft de Nationale Bank. De regering simuleert dat trouwens door bijvoorbeeld flexijobs in te voeren in de horeca.

Rode lataarn van Europa

Professor Ive Marx merkte in De Standaard op dat de banengroei ligt aan externe factoren, zoals de lage olieprijs en de zwakke euro. In dat geval is het interessanter om te zien of België het beter doet dan de andere landen. Dat blijkt tegen te vallen. De Belgische banengroei is lager dan de omringende landen.

Dat ligt aan het feit dat België op vlak van groei niet langer koploper is. Sinds de crisis van 2008 scoorde België altijd beter dan de rest van Europa. In 2014 zaten we bijvoorbeeld bijna een half procent boven het gemiddelde van de eurozone. Door het besparingsbeleid van de regering wordt die trend omgebogen. Dit jaar duiken we 0,4 procent onder het gemiddelde en volgend jaar zullen alleen Finland en Italië minder groeien.

Dat ligt voor een groot stuk aan de dalende koopkracht. Uit de vooruitblik van de Europese Commissie bleek dat de reële inkomens van werknemers dit jaar met 0,7 procent zullen inkrimpen. België staat daarmee op een eenzame laatste plaats in de eurozone. Zelfs in Griekenland dalen de lonen dit jaar ‘maar’ met een half procent.

Als de economie slabakt, wordt het moeilijker om het gat in de begroting dicht te rijden. “Het begrotingssaldo van de gezamenlijke overheid zou in 2016 sterk verslechteren, hoewel de rentelasten fors dalen”, schrijft de Nationale Bank. Dit jaar stevenen we af op een tekort van 2,8 procent. Het oorspronkelijke begrotingstraject van de regering-Michel voorzag een tekort van 1,3 procent in 2016 om in 2018 met het begrotingsevenwicht aan te knopen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!