The one true and shortest doctrine is even on the internet!

De lessen van Hillel

Cultuurfilosoof Lieven De Cauter wijdt een 'unzeitgemässe Betrachtung' aan een vergeten Joodse rabbi. 'Don't miss it...'

maandag 8 februari 2016 11:34

Volgens Hillel moest je de Thora kunnen uitleggen staande op één been. Deze anekdote uit de Kabbala die ik jaren geleden las bij Gershom Scholem, de uitvinder van de kabbalastudies, heeft om de een of andere reden zo’n ongelofelijke indruk op mij gemaakt dat ze me na al die tijd is bij gebleven: de rabbi Hillel die labiel balancerend gauw even het alfa en omega uiteenzet. Van de context weet ik niets meer (en heb alle boeken van Scholem in mijn bezit doorbladerd, hij staat nergens in de index, dus moet hij in een boek staan zonder index, of domweg zijn vergeten). Maar dat hoeft ook niet: Hillel staat op zich, en wel op één been, en hij legt de Thora uit, de wet, de ware leer.

Als hij valt of wankelt, moet hij kunnen ophouden. Het moet al voorbij zijn, voor hij is begonnen. Dus op elk moment, met elke zin, moet zijn verhaal af zijn. Elke zin die hij uitspreekt moet zo afgerond op zich staan, dat het een mogelijk einde kan zijn. Wie het ware heeft aanschouwd en begrepen, kan kort en krachtig zijn.

Die archaïsche bondigheid die je ook bij Herakleitos vindt. Het heeft iets van Zen: beknopte perfectie, halsbrekende precisie. Eenheid van lichaam en geest ook. Een lichaam dat (en dus ook een geest die) zijn evenwichtszin bewijst door vrijwillig labiel te zijn. Aha.

Mystieke concentratie die tot bravoure leidt: boogschieten vanop een rijdend paard. Heeft mij altijd gefascineerd. Niet zozeer de bravoure, dat ook wel, maar vooral de achteloze trefzekerheid, de nonchalante volmaaktheid, de hachelijke synthese tussen ‘Less is more’ en ‘less is a bore’.  Zoiets. Of nog (zoals het nogal cryptisch wordt verwoord in Het boek der openingen): De perfecte kattebel een levenswerk.

Maar wie was Hillel? Hillel (???), zegt Wikipedia,was volgens de traditie geboren in Babylon in het jaar 110 voor Christus, en hij is gestorven in het jaar 10 in Jerusalem. Zijn leeftijd van 120 zou naar Mozes zijn gemodelleerd. Hij was “een beroemde joodse religieuze leider en een van de belangrijkste figuren uit de Joodse geschiedenis”. OK. Hij zou mede aan de basis liggen van het ontstaan van de Mishnah en de Talmud. Een aantal uitspraken van hem zijn beroemd: “Als ik niet voor mijzelf ben, wie is er dan wel voor mij? Maar als ik alleen voor mezelf ben, wat ben ik dan?”

Prachtig gewoon. Gezond verstand, maar toch scherp. Lichtjes destabiliserend ook. Een zin die ik ‘vrijwillig labiel’ zou durven noemen – om haar eigen gevoel voor evenwicht te bewijzen. (By the way, Paulus gaf het antwoord op Hillells retorische vraag: “Als ik de liefde niet heb, ben ik een schelle cimbaal”. Zonder oog voor de ander wordt de mens een holle, onuitstaanbare wanklank.)

De tweede uitspraak is pas echt Zen: “Indien niet nu, wanneer?” Dat is waarlijk minimalistisch. Daar had het evangelie later een hele zin voor nodig: “stel niet uit tot morgen wat ge vandaag doen kunt”. En dan is er ook nog, meest bekend, Hillels gouden regel: “Wat je zelf hatelijk vindt, doet dat ook uw naaste niet aan. Dat is de hele Thora. De rest is commentaar. Ga en leer.” Lap zeg.

Dat is….dat is niet alleen Christus – doe een ander niet aan wat ge zelf niet wilt aangedaan worden, of het evangelie, maar ook Kants categorische imperatief natuurlijk. Als je alles herleidt tot de essentie is dat inderdaad de hele morele wet, de hele Thora. Als je, vanuit een razend lucide vanzelfsprekendheid, twee millennia vooruitloopt op Kant, kan je de ware leer uit te leggen staande op één been. Bravo voor de oude rabbi!

Maar Hillel gaat toch ook verder dan dit gezond verstand van wederkerigheid als begin en beginsel van de moraal. Hij gaat veel verder. Bijvoorbeeld in de volgende uitspraak: “Gelijk wie die een ziel vernietigt, het zal beschouwd worden alsof hij een hele wereld vernietigde. En gelijk wie een leven redt, het zal beschouwd worden alsof hij een hele wereld redde.” Is natuurlijk samen met de vorige uitspraak, helemaal de leer van de Nazareër in een notedop.

De mateloosheid van het christendom in een joodse koan. En het waren tijdgenoten. Hillel leefde omstreeks het jaar nul. Is Hillel de uitvinder van de christelijke leer? Misschien wel: hij wordt beschouwd als een tweede Mozes, maar hij lijkt me veeleer een voorloper van Christus. Wie weet hebben die evangelisten botweg woorden van Hillel overgenomen en in de mond van Jezus gelegd? In die tijd was dat soort sampling schering en inslag, in die tijd bestond geen copyright. Wat er ook van zij: ‘wat gij voor de minsten van de mijnen hebt gedaan, hebt gij voor mij gedaan’. De Messias komt binnen langs de smalle poort: het kleinste gebaar kan de wereld redden. Daarom moet je de Thora, in tijden van gevaar, kunnen uitleggen, balancerend op één been.

Laat ons nu van Hillel de aandacht verleggen naar dat ene been uit de anektdote. Op één been, dat is behoorlijk nonchalant. ‘Dat kan ik op één been’ (of ‘hij doet dat op één been’) is een staande uitdrukking, erg courant, nauwelijks een beeldspraak, meer taalpasmunt. Op één been betekent gewoon: ‘da’s een makkie’. Maar een makkie is op één been nooit. Het blijft hinkelen. Sluit je ogen, ga op één been staan en je weet meteen hoe laat het is. Niet evident. Een moeilijke evenwichtsoefening. En ik maak me sterk dat ik een goed evenwichtsgevoel heb.

Niet alleen Hillel, maar ook mijn vrouw heeft mij een les geleerd over dat ene been. Op een dag dat ik weer eens uit mijn lood geslagen was en stevig geïntimideerd door de batterij aan taken en uitdagingen die op mij afkwamen, zei mijn vrouw doodgemoedereerd, ‘Ach, dat kan jij toch allemaal op één been.’ Ik keek haar sprakeloos aan. Ja, mijn mond viel bijna letterlijk open, als ik al niet gewoon letterlijk mijn mond liet openvallen. Uit de vanzelfsprekendheid waarmee Leen het zei, sprak een grenzeloos vertrouwen. Ik was er van ondersteboven. Helemaal beëindrückt. En toen begon ik te lachen. Een moment van inzicht. Ja, misschien wel een profane verlichting.

Ik heb haar uitspraak intussen aangenomen als een soort lijfspreuk of eerder: geadopteerd als schietgebedje. Als ik echt niet weet waar eerst gesprongen, gestresseerd of onzeker ben, prevel ik: ‘Op één been, verdomme, op één been’. Maar ja, illuminaties tanen –  alle verlichtingen zijn uitdovend – en onzekerheid, stress en zo, zijn lastige klanten. Onuitroeibaar gespuis. Dus verval ik wel eens in mijn afgrondelijke twijfels. Dat kan af en toe zelfs eens aardig in de buurt komen van paniek… Maar als de nood het hoogst is, is de redding nabij: dan zeg ik het weer als een schietgebedje: “op één been, De Cauter, op één been!” En dan denk ik altijd tegelijk aan rabbi Hillel en aan Leen. En dan… val ik om van het lachen. Of moet ik minstens glimlachen. Meestal werkt het. Op één been is de enige manier om … te dansen. Dat is natuurlijk de les van Zarathoestra: je moet geregeld van been verspringen.

Mijn ‘hillel-leense’ schietgebedje kan beschouwd worden als een lichtere variant van het bijna loodzware imperatief dat ik nogal lichtzinnig boven mijn leven heb geschreven toen mijn broer stierf op zijn tweeëndertigste: ‘leven voor twee’. Hooggegrepen begrafenisbelofte. Leven voor twee, kan je niet elke dag. Het is sowieso a daunting task, een sysifusarbeid van een titanenwerk. Om knikkende knieën van te krijgen. En toch, en toch stel ik alles in het werk om die roekeloze belofte te houden. Misschien is dat de kabbalistische wijsheid die voor mij, en wie weet ook voor de lezer, in de bondige lessen van Hillel besloten ligt: leven voor twee, kan je alleen maar als je alles aanvat op één been.

Niet iedereen moet willen leven voor twee, hoor ik een lezer denken. Less is more. Dat is waar. Maar moet niet iedereen leven voor twee? Voor zichzelf en voor een ander? Is ook dat niet een les van Hillel? ‘Als ik niet voor mijzelf ben, wie is er dan wel voor mij? Maar als ik alleen voor mezelf ben, wat ben ik dan?’ Er zit niets anders op: leven voor twee en alles doen alsof je het kan op één been.

Nu, op één been of leven voor twee of niet – dat is subjectieve levenskunst (of waaghalzerij) maar de universaliteit van Hillels principe van wederkerigheid staat als een huis. Boven alle particularisme en identiteitspolitiek. ‘Doe een ander niet aan wat je zelf niet wilt dat een ander jou aandoet’. Als we die basale universaliteit niet massaal toepassen op alle schalen, zijn we verloren. Van onze buurt – ja ik woon in Laken, hier zijn de laatste tijd nogal wat kandidaat-terroristen gearresteerd – tot de globaalste schaal. (Transitie naar ecologische rechtvaardigheid! ‘Indien niet nu, wanneer?’) Ja. Hillels wijsheid kan de wereld redden.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!