Opinie -

Hoezo geen separatistische agenda?

“Door de communautaire stilte effent N-VA het pad voor een re-Belgisering”, aldus Jean-Pierre Rondas in De Standaard vorig weekend in een luid dubbelinterview met Peter De Roover. Dit onderonsje tussen N-VA’ers, waarbij De Wever gisteren de dans vervoegde, is nochtans een mooi schot voor de boeg van een communautaire agenda die staatssecretaris Elke Sleurs (N-VA) deze week wil concretiseren via overleg tussen de kabinetten.

donderdag 14 januari 2016 13:09



@ Marc Chagall, expo-Chagall.be, KMSKB

Dit voorjaar beslist de ministerraad over haar nota waarin ze de ‘verzelfstandiging’ van de federale wetenschappelijke en culturele instellingen bepleit. Die demarche, de omslag van openbare instelling naar naamloze vennootschap van publiek recht waarbij deelstaten en private spelers aan zet zijn, maakt het mogelijk in een volgende regering het federale niveau te ontmantelen.

 

Terug van nooit weggeweest

De charge op de federale instellingen zat eraan te komen. De vraag was alleen: wanneer en hoe. Het viel te verwachten dat de communautaire oorlog tijdens het tweede deel van deze legislatuur terug boven water zou komen om in de aanloop naar de volgende verkiezingen het vuur in de Vlaamse geesten terug aan te blazen.

Voor zover de N-VA voor de verkiezingen van 2014 een cultuurpolitiek voerde, ging die over een ramkoers met het beleid van de musea in het Jubelpark en op de Kunstberg. Wat daar misliep, werd mediageniek uitvergroot omdat het zou illustreren hoe rot België toch wel is. Kritiek op crisissen in Vlaamse instellingen bleef achterwege. Voor de Gravensteengroep, een Vlaamsnationalistische denktank, was de Waalse directeur Michel Draguet kop-van-jut. Johan Swinnen koos voor de aanval op de persoon, Rondas richtte zijn pijlen op het beleid van de instellingen. Jong N-VA manifesteerde met vlag en wimpel voor de camera op de trappen van het museum. Op Knack.be deed parlementslid Cathy Coudyser haar duit in het zakje. Volgens personeelsleden was Werner Adriaensen – een conservator van het Jubelpark wiens partner Bart Suys op het kabinet van Sleurs werkt – informant van dienst voor de parlementaire vragen en opinies van N-VA mandatarissen.

Maar zijn de problemen na het vertrek van meneer Draguet als directeur ad interim van het Jubelpark opgelost? Waarom horen we die bezorgde N-VA’ers nu niet meer? Wou N-VA onze Belgische kunstinstellingen wel verbeteren als blijkt dat ze onder N-VA bestuur op een historische besparing van 20 procent botsen?

Die cultuurpolitiek van de provocatie stopte niet na de verkiezingen van 2014. Na haar aantreden en nog voor ze de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België in Brussel (KMSKB) officieel bezocht, liet Sleurs in december 2014 uitschijnen dat het Fin-de-Siècle Museum weg moest uit het KMSKB. Een museum dat één jaar na de opening weer dicht moet? Zo’n imagoschade zou in het buitenland veel ophef maken: uitstraling is een bijzonder delicaat gegeven voor dergelijke instituten die het ook van hun imago moeten hebben bij publiek, verzamelaars, critici en internationale pers.

Enkele weken later volgde een tweede incident: Sleurs verklaarde aan de media dat het Breugelhuis, een museumproject rond het geboortehuis van Pieter Breugel de Oude waar het KMSKB aan werkte, er voorlopig niet komt. De opgegeven reden: geldgebrek, iets waar Sleurs zelf over beslist. Draguet zal bijgevolg de geplande opening in 2017 niet halen. En in 2019, het Breugeljaar, zijn het alweer verkiezingen. N-VA houdt het erfgoed van deze ‘oervlaamsche’ kunstenaar liever in Vlaamse handen. Dat blijkt uit het antwoord op een vraag die ik kon stellen aan Cathy Coudyser tijdens de debatreeks 4×4 Cultuur onder een Rechts Bestuur van het cultuurtijdschrift rekto:verso in Campo Gent. De politica stelde ons gerust: het Breugelmuseum zou er wel komen via een aangepaste invulling vanuit de Vlaamse gemeenschap…

Het staat niet alleen in het regeerakkoord geschreven

De andere regeringspartijen weten niet wat er aan de hand is? Welnee. In het Vlaams regeerakkoord legde de partij van Bart De Wever vast dat er, ondanks de geplande spaarpolitiek, intensief geïnvesteerd zal worden in de Antwerpse kunstinstellingen (KMSKA, De Singel en M HKA) en in het federale regeerakkoord staat dan weer dat de federale instellingen meer ‘verzelfstandigd’ zullen worden (hoewel er tegelijk ook een sterkere controle op de werking van de instellingen komt) en dat de uitwisselingsmogelijkheid van kunstcollecties van de federale staat en de deelstaten wordt onderzocht. Op Vlaams niveau voert Sven Gatz dat uit: hij omschrijft de Antwerpse instellingen als het ‘kerninstrument’ in de geplande hertekening van het Vlaamse museale landschap. In zijn beleidsnota schrijft Gatz: “Het beeldend kunstenveld is cruciaal voor de Vlaamse profilering, het KMSKA en het M HKA zie ik als expertisecentra en motoren voor een inhaalbeweging in het Vlaamse erfgoed- en museumveld.” Eerst inzetten op de nieuwe infrastructuur in de grootste stad van Vlaanderen om in de toekomst aan de boedelscheiding van de Belgische collecties te kunnen beginnen?

Toch zingen de mandatarissen van N-VA – van Elke Sleurs tot Cathy Coudyser en Cieltje Van Achter – in koor dat ze de splitsing van de federale collecties ‘onvoorstelbaar’ vinden. Klinkt dat niet vals uit de mond van separatisten? Is het niet zoals de vos die aan de raaf herhaalt dat hij zeker de kaas niet wil? Het pleidooi voor het bijeenhouden van de collecties biedt wel de schijn van communautaire vrede en zorgt voor een handige positie in discussies met het Brusselse gewest, als dat gewest initiatief wil nemen om binnen de eigen werking alsnog een tentoonstellingsprogramma voor die federale collecties mogelijk te maken, die momenteel in de kelder zitten. Maar wil N-VA de collecties op termijn ook samenhouden? Deze vraag laat de partij nadrukkelijk open. Net zoals Sleurs, Coudyser en Van Achter verklaarde ook Peter De Roover dit weekend dat hij niet kan voorspellen wat de toekomst brengt. Werken aan ‘verzelfstandiging’ van de federale instellingen om hun collecties onder ‘gezamenlijk beheer’ te plaatsen, zodat dan het federale niveau later weg kan: dat is het schaakspel dat Sleurs vandaag wil spelen. Er is haast bij, want haar kabinet liep vertraging op door bestuurlijke problemen: na enkele maanden verdween adjunct kabinetschef Johan Swinnen, kabinetschef Greet Claes vertrok in januari 2015, haar vervanger Stijn Demars in november 2015.

Is bovenstaande een complottheorie? Aanwijzingen kregen we van vicepremier Jan Jambon die vandaag werkt in wat hij ‘het sterfhuis’ noemt: de federale regering. Heeft hij in een lezing voor het KVHV niet laten horen dat er “naast het regeerakkoord Atoma-schriftjes in de kluizen liggen van de vier regeringspartijen. Daarin staan afspraken over grondwetsartikelen die voor herziening vatbaar verklaard zullen worden. Ik denk dat we zelfs artikel 195 over de procedure van staatshervormingen zullen kunnen pakken.”

Dat artikel 195 bepaalt dat enkel die artikelen van de grondwet aangepast mogen worden die de vorige regering vatbaar voor verandering verklaarde. Het belet dus elke grondwetsherziening, tenzij de uittredende regering daar de deur voor zou opengezet hebben. Dat is het communautaire plot dat de N-VA nu voorbereidt, en de uitlating van Jambon diende om de achterban gerust te stellen dat wel degelijk een grondige nieuwe stap kan volgen in de richting van volledige autonomie. “De N-VA moet artikel 195 laten opnemen in het ‘Zweedse’ regeerakkoord”, schreef professor Bart Maddens in september 2014 tijdens de regeringsvorming in Knack, “zodat een grondwetsherziening in 2019 niet op voorhand onmogelijk wordt gemaakt. De separatistische achterban zal niet aanvaarden dat het confederalisme voor minstens 10 jaar opgeborgen blijft.” 

Of zoals Peter De Roover het dit weekend zei: “Wij stappen niet mee in de logica van staatshervormingen. We sluiten geen communautaire afspraken meer die bol staan van de compromissen. Met ons komt er geen zevende, achtste of negende staatshervorming. Op een bepaald ogenblik zal er een paradigmashift moeten plaatsvinden.” Of zoals N-VA-minister Liesbeth Homans vorige week nog zei: “Ik hoop dat België in 2025 niet meer bestaat.”

Dubbele tong

In een antwoord op de nota Het debat rond de federale wetenschappelijke instellingen (2010-2015) van historica Els Witte, beweerde Sleurs stellig dat de N-VA zeker niet uit is op de ontmanteling van de federale staat, ze wil alleen de instellingen meer beslissingsautonomie geven met het oog op efficiëntiewinst. In haar nota aan de ministerraad (8/01) opent Sleurs als volgt: “Hoewel de bevoegdheidsverdeling inzake wetenschapsbeleid na de zesde staatshervorming in grote mate ongewijzigd is gebleven, dringt een goed beheer en een daartoe aangepaste structuur op federaal niveau zich op”. Dus toch een hervorming, maar dan alleen in het belang van ‘goed bestuur’? Er zijn minstens twee redenen om dat niet geloofwaardig te vinden.

Ten eerste, voor de N-VA is het van belang dat de communautaire discussie oplaait. De N-VA-redenering is: nu wij via Michel I de politieke macht in België grotendeels in handen hebben, zullen de Franstaligen mogelijk zelf vragende partij worden voor confederalisme en dus voor het schrappen van artikel 195. Terwijl Sleurs beweert dat het haar alleen om goed bestuur te doen is, zullen partijgenoten haar overstemmen met communautaire provocaties in de hoop dat er aan Franstalige kant een draagvlak komt voor een splitsing. De PS-zwaargewichten Marcourt en Magnette staan al langer op een regionalistische lijn. De clan-Reynders binnen de MR beweegt ook en zoekt toenadering tot de PS om de confederale bocht voor te bereiden die de N-VA op tafel zal leggen zodra ze de kans ziet.

Kortom, wil N-VA slagen in de opzet die Jambon aangeeft, dan moet ze het debat rond belangrijke concrete dossiers communautariseren. Hervormingen die aansturen op privatisering van instellingen zijn voor separatisten ook wenselijk, want dan zijn ze alvast niet langer federaal. Idem voor het opstapje via de hervorming naar ‘verzelfstandiging’. Ook de aanval op de vakbonden kadert in die strijd tegen wat federaal is (zoals de NMBS en Bpost).

Ten tweede, als Elke Sleurs écht efficiëntiewinst wil, dan is haar aanpak betwistbaar. Zonder extra budget moeten tien instellingen die met zware besparingen kampen zich hergroeperen in twee nv’s, de ene met de drie Ukkelse instellingen zoals het KMI, de andere met maar liefst zeven instellingen die het kunstpatrimonium beheren. Tegelijk krijgen ze strenge resultaatsverbintenissen opgelegd. Hoeveel tijd en energie zal er moeten gaan naar die hervorming? Wat kosten die nieuwe CEO’s en bestuursraden? Door de afbouw (o.a. in de sociale bescherming van personeel) zullen instellingen af te rekenen krijgen met brain drain en personeelswissels. Waarom zou je als instelling inzetten op performantie als inkomsten binnen zo’n nv naar andere instellingen versast kunnen worden? Waarom dan niet gewoon tien afzonderlijke nv’s?

Van Bozar leren we dat privaat-publieke samenwerkingen verstorend kunnen werken. Tijdens de openingsuren moet je als tentoonstellingsbezoeker de drukte en het lawaai van een optreden er al eens bijnemen, wanneer L’Oréal er een promocampagne voert. Je moet er ook begrip voor hebben dat een paar zalen plots ontoegankelijk zijn omdat Deutsche bank een private preview organiseert. Voor ogen houdende hoezeer Bozar met handen en voeten gebonden is aan de samenwerking met de EU, houden we ons hart vast als Sleurs stelt dat het ruimtevaartbeleid zich moet openstellen voor het Creative Europe-programma. Etienne Davignon, de voorzitter van de raad van bestuur van Bozar, is de architect van die Europese dienstverlening. Met als gevolg dat Bozar vandaag bijvoorbeeld een tentoonstellingsproject van de Turkse regering moet hosten met als doel het toerisme naar Oost-Turkije aan te moedigen. Dat het momenteel om oorlogsgebied gaat, mocht het succes van deze lang geplande tentoonstelling niet doorkruisen.

Sleurs gaat er ook ten onrechte van uit dat zo’n nv-structuur per definitie beter is. Bozar zou zakelijk beter functioneren dan het KMSKB, zegt ze. De cijfers spreken dat tegen. Ondanks het moeilijke politieke klimaat en de onwil om sterke federale instellingen uit te bouwen zoals in het buitenland, gingen de eigen inkomsten van het KMSKB sinds het plan van thematische musea maal vier. Die inkomsten liggen 10 procent hoger, met de helft van de dotatie en met veel minder personeel dan Bozar.

Is het hoofddoel van Sleurs niet gewoon de afschaffing van het federale wetenschapsbeleid Belspo, om zo opportuniteiten voor federale ontmanteling te creëren? De universiteiten kunnen alvast de jacht inzetten op de realisaties van de Ukkelse instellingen. Torfs (KUL) is hier de ijverigste leerling van de klas. De handicap van Belspo is niet de centrale aanpak maar wel de gebrekkige efficiëntie, o.a. door partijpolitieke spelletjes. De huidige beperkte zelfstandigheid van de federale instellingen is overigens niet zozeer het gevolg van Belspo maar vooral van het management of distrust: de toenemende controles door de Federale Overheidsdienst Financiën, een bevoegdheid van minister Van Overtveldt (N-VA). En natuurlijk van het confederale kluwen waar alle Brusselse instellingen de dupe van zijn.

Verzelfstandiging als volksbedrog

Eén keer om de vijf jaar, als aanloop voor de nieuwe legislatuur, stelt de afdeling Planning en Statistiek van de Vlaamse regering een algemene omgevingsanalyse voor Vlaanderen op. Die omschrijft waar de regio zich de komende jaren mag aan verwachten. Een schets dus van het wereldbeeld waarop de Vlaamse regering haar beleid zal uitzetten. Het is dan ook geen toeval dat deze omgevingsanalyse de volgende trend in het vooruitzicht stelt: ‘verzelfstandiging’, wat sympathieker klinkt dan bi-communautair beheer of uitverkoop via privaat-publieke samenwerkingen. Als ‘verzelfstandiging’ de trend wordt, zo is de redenering, dan zou het toch wereldvreemd zijn daar als beleidsmaker niet naartoe te werken? Alsof het om iets onafwendbaars gaat dat zich nu eenmaal historisch voltrekt. Een ontembare kracht, zoals de omlooptijd van planeten.

‘Verzelfstandiging’ klinkt ook goed, want we zijn toch geen kleuters? Het is helaas volksbedrog. De taalkundige Noam Chomksy zou dat een staaltje van orwelliaanse doublespeak noemen, waarbij de betekenis van woorden bewust verhuld en verdraaid wordt. Zoals je een bombardement ook kan omschrijven als ‘een doelgebied bedienen’. Is het bijvoorbeeld niet paradoxaal dat ‘verzelfstandiging’ moet samengaan met zo’n intensief sturend verkavelingsbeleid met allerlei regeltjes en condities? Tegenover zo’n zelfvervullende voorspelling, ‘trend’ genoemd, is het op z’n zachtst gezegd wenselijk de aanstaande ministerraad nauwlettend in het oog te houden.

Robrecht Vanderbeeken is filosoof en lid van de toekomstgroep van ACOD cultuur. Vorige maand verscheen zijn boek Buy Buy Art. De Vermarkting van kunst en cultuur (EPO).

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!