Opinie -

De archipel van verzet

Sinds begin oktober zijn al meer dan 1200 Palestijnen gewond geraakt door Israëlische rubber- en ‘live’ kogels. 41 Palestijnen werden gedood door het Israëlische leger of burgers. 20 Israëli’s zouden gewond geraakt zijn in steekpartijen en zeven gedood door Palestijnen. Sommige media spreken over een derde Intifada en trachten de aard van het geweld te begrijpen. De context van bezetting moet het uitgangspunt zijn. Anders normaliseren we de situatie en blijft het oplaaiende geweld een duister gegeven.

maandag 19 oktober 2015 15:41

De schijnbaar dwangmatige zoektocht naar ‘een naam’ en ‘een gezicht’ voor deze nieuwe revolte,- is dit de derde intifada of niet?- doet ons al vlug de namen en gezichten vergeten die elke dag onderdrukt en gedood worden in het systeem van structureel geweld door de Staat Israël.

Kolonisator/gekoloniseerde

In de berichtgeving verdwijnen de dagelijkse vernederingen en geweldplegingen van de bezetter al te vaak naar de achtergrond. De gezichten en namen die het structureel geweld ondergaan worden naar de marges verwezen of verworden tot rekwisieten. Ankie Rechess (Ter Zake, 13/10/2015) heeft het bijvoorbeeld over de geruchten rond de Al Aqsa moskee als aanleiding van het geweld. Het feit dat religieuze Joden toegang willen tot de Haram Al-Sharif en Palestijnse Moslims de toegang willen ontzetten, zou het Palestijns geweld aangewakkerd hebben. Het conflict wordt dus herleid tot een religieuze kwestie. Kritische vragen over het geweld tegenover de Palestijnen vanuit het leger en Israëlische burgers bleven achterwege in de uitzending. De woorden bezetting of onderdrukking vielen niet. Het beeld dat het koloniaal bezettingsregime van Israël ‘normaal’ is geeft de kijker een fout beeld over het huidige geweld en de context waarin dat gepleegd wordt. Pas als we de context van de bezetting begrijpen, krijgen we vat op de aard van het verzet.

De essentie van het conflict is er een van kolonisator en gekoloniseerde, bezetter en onderdrukte. De Israëlische academica en dochter van de Israëlische majoor generaal Matti Peled, Nurid Peled-Alhanan, beschrijft de situatie als een waar Palestijns bloed straffeloos vloeit in Israël en de bezette gebieden. Het dagelijkse leven is onmogelijk geworden. Wreedheid, vernedering, uithongering, marteling en dood definiëren volgens Peled-Alhanan de machtsrelatie van Palestijnen met hun overheersers, hun bezetters en bestuurders.

Daarom heeft de gekoloniseerde of onderdrukte nog steeds, intussen al meer dan 67 jaar, het recht om zich te verzetten tegen de bezetter en bezettingspolitiek. Een recht dat overigens door de Algemene Vergadering van de VN erkend werd in meerdere resoluties. Het huidige Palestijnse verzet verbaast niet. Intifada’s zijn immers geen anomalieën als we kijken naar de geschiedenis van onderdrukte volkeren. Een Intifada is ook meer dan énkel geweld. Het is een strijd voor menselijke waardigheid, rechtvaardigheid en gelijkheid. Muziek, boycot, protestmarsen, hongerstakingen,… kunnen allemaal bijdragen tot het afschudden van het Israëlische juk en de onderdrukking. Palestijnen tonen dat ze er nog steeds leven, ondanks de onleefbare situatie: ‘existence is resistance’.

Lone wolves

Er gaat veel aandacht naar ‘de aard van het huidige verzet’. De zogenaamde “lone wolves’ plegen individuele aanslagen in een poging te revolteren tegen de Israëlische bezetter. Het verzet krijgt het symbool van een keukenmes of auto’s die inrijden op Israëli’s. Het zijn vooral jonge mensen, die niet meer geloven in de Oslo-vredesakkoorden die hebben geleid tot meer landroof, kolonies en outposts. De ruimtelijke verbrokkeling in een archipel van Palestijnse eilandjes stokt elke hoop op een toekomstige Palestijnse staat. Naast ruimtelijk-fysieke instrumenten van onderdrukking, moet een reeks wetten en regels het alledaagse leven voor Palestijnen op de Westbank en Israël, onmogelijk maken.

Saree Makdisi beschrijft in “Palestine Inside Out: An Everyday Occupation”, hoe de Israëlische bezetting een “occupation by bureaucracy” is. De hele staatsbureaucratie is een micromanagement van het alledaagse leven, op basis van allerlei papieren, identiteits- en bezitsdocumenten. De ruimtelijke barrières zoals de muur en checkpoints, naast een toenemend arsenaal aan etnisch-gestructureerde wetten, hebben daarenboven de vervreemding tussen Palestijnen en Israëli’s opgedreven. Die hele politiek dient een gericht doel: de Israëlische expansie ten koste van het Palestijns bestaansrecht. Met hun protest willen deze individuele jongeren zowel die Israëlische bezetting als de elite van de Palestijnse Autoriteit (PA) die ze zien als proxy van Israël, contesteren. Een jonge verzetsstrijder drukte zich als volgt uit tegen een reporter van het Palestijnse Ma’an news agency “we geven niet om onze leiders, we zullen zelf de leiders zijn”. Zonder politieke omkadering storten ze zich in een politieke daad gedreven door woede en wanhoop. Als kinderen en jongeren zichzelf de dood injagen als politieke droom van verzet, vertelt dat ons iets over de dagelijkse nachtmerrie van hun leven “hier en nu” onder de bezetting

Waar de vorige Intifada’s gedreven werden door collectief verzet, zorgt de doorgedreven fragmentatie van de Palestijnse maatschappij ervoor dat Palestijnen erg geïsoleerd zijn geworden. Palestijnen in Oost-Jeruzalem hebben geen enkele vertegenwoordiging. De Palestijnse Autoriteit in de West Bank neemt het niet op voor zijn eigen burgers en is al zijn geloofwaardigheid al lang verloren. In de Joodse staat zijn Palestijnen, Moslims maar ook vaak Christenen, tweederangsburgers. Vandaar dat er ook in Tel Aviv, Haifa en Nazareth verzet is en geweld uitbreekt. Het is de stem van een nieuwe generatie die streeft naar een vrij Palestina en een einde aan de bezetting en onderdrukking in Israël en de Palestijnse gebieden. Israël is er in geslaagd om individuen zodanig onder druk zetten in hun regime van oppressie dat ze overgaan tot geweld. Hoeveel vernederingen kan een mens uiteindelijk verdragen, voor hij of zij actie onderneemt?

Het Palestijns geweld is niet irrationeel: het heeft een logische oorzaak. Dat geweld veroordelen of weg moraliseren in een pleidooi voor ‘aanvaardbaar’ geweldloos verzet, drukt in het beste geval “onze” hoop uit op ander soort verzet. Maar het faalt hopeloos door de hoofdoorzaak van dat geweld niet te onderkennen en het verzet dus te begrijpen in relatie tot het Israëlisch beleid van oppressie en bevolkingskolonialisme. “Palestinians ON the GROUNDS are the best judges of their situation and how to proceed. They are the ones under the bombs and they are the ones who are most able to plan and evaluate their strategies.”, zei een Palestijnse activist in een onlinebijdrage.

 

Het onvermijdbaar verzet

Netanyahu lichtte in zijn laatste persconferentie de aanpak toe: hinderlagen, undercover soldaten, arrestaties, infiltratie in en afsluiten van Palestijnse buurten in Oost-Jeruzalem, en het vernielen van Palestijnse huizen. Meer repressie dus, meer check-points en meer arrestaties. Maar vooral meer dode Palestijnen, in letterlijke executies: “shoot to kill”. Gerechtigheid voor Palestijnen is geen optie voor de regering van Israël. De Palestijnse leider Marwan Barghouti schreef terecht: “het echte probleem is dat Israël bezetting boven vrede verkiest“. Terwijl gerechtigheid, een einde aan de bezetting, volwaardig burgerschap in een staat die hen niet discrimineert, datgene is wat veel Palestijnen, zowel in Israël en in de Palestijnse gebieden, eigenlijk echt willen.

Of de derde Intifada nu al bezig is of niet, dat er een tegenbeweging –geweldloos of niet- zal komen, staat vast. Dat leren we immers uit de geschiedenis van onderdrukte volkeren. Niemand laat zich zomaar vernederen en elke vorm van normaal leven onmogelijk maken. Palestijnen worden ruimtelijk gekooid door de bezetting, maar de geesten bezetten is onmogelijk. We moeten ons niet afvragen hoe we een Palestijnse Intifada kunnen vermijden, maar “waarom” die er in de eerste plaats eigenlijk zou (kunnen) komen. De focus op “een nieuwe cyclus van geweld”, verblindt ons voor het echte systemische, structurele en permanente geweld van de Staat Israël. En dat is meteen ook een vraag aan ‘onszelf’, die Bertrand Russel in 1970 stelde over Palestina: ““How much longer is the world willing to endure this spectacle of wanton cruelty?

 

Dorien Vanden Boer en Pascal Debruyne zijn beide onderzoekers verbonden aan MENARG (Middle East and North Africa Research Group).

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!