Robin Pronts misdaadfilm 'D'Ardennen' opent Film Fest Gent

Film Fest Gent focust op Fort Europa

Op 13 oktober 2015 starten de 42ste Gentse Filmfeesten met het geanticipeerde langspeeldebuut 'D'Ardennen' van Vlaams filmmaker Robin Pront. Daarna is het tot 24 oktober genieten van films, documentaires, kortfilms en tv-series van jonge talenten en gevestigde waarden, verbonden door een brandend actuele rode draad: de manier waarop Fort Europa vluchtelingen en asielzoekers 'welkom' heet.

dinsdag 29 september 2015 15:14

“Wanneer je een bestemming zou mogen mogen kiezen, waar zou je dan voor gaan?” vraagt een Brusselse Romeo aan zijn Julia wanneer ze in het Noordstation naar het bord met vertrekkende treinen staren en dromen van ontsnappen uit hun ruw gettobestaan, “Gent? Dat dorp? Ik Parijs!”

Dit is een scène uit Black, de tweede film van het regieduo Adil El Arbi en Bilall Fallah (van Image) die zijn Belgische première beleeft in… Gent. Voor deze aanstekelijk enthousiaste Brusselse filmmakers is dit een tussenstation richting hun droombestemming Hollywood.

In afwachting mag hun verfilming van schrijver Dirk Brackes tweeluik over straatbendes, ‘Black’ en het vervolg ‘Back’, zich meten met het werk van hun nationale en internationale collega’s tijdens Film Fest Gent, dat haar 42ste editie heeft van 13 tot 24 oktober. 

Een venster op de wereld

Het leuke aan filmfestivals is dat ze de vinger aan de pols houden van de cinema. Zeker in tijden dat iedereen beelden maakt is het boeiend om zien hoe filmmakers met beeld, geluid en montage grenzen verleggen. Hoe, ondanks de constante strijd tussen kunst en commercie, de manier waarop verhalen verteld worden blijft veranderen.

“Ik merk dat onze zintuigen constant bevraagd en beproefd worden,” stelt Nicolas Roeg, de cineast die met Bad Timing zowat voor de beste Britse film aller tijden tekende, “er zat een dialoogzin in The Man Who Fell to Earth die het perfect samenvat: ‘The world is ever changing, Mr Farnsworth, like the universe’”.

Film weerspiegelt die veranderende wereld. Creatieve geesten kijken immers verder dan de eigen navel en richten de blik op de wereld. De Franse grootmeester Jean Renoir (La Grande Illusion, La règle du jeu) verbond reeds in de jaren veertig het filmkader met een venster, een venster dat openstaat voor de wereld, dat de blik richt op die wereld.

Tijdens de voorstelling van het programma van Film Fest Gent stipte artistiek directeur Patrick Duynslaegher aan dat deze “open blik op de wereld” ervoor gezorgd heeft dat er verspreid over de verschillende secties van het festival films opduiken die op de een of andere manier bezig zijn met de brandend actuele problematiek van vluchtelingen en asielzoekers.

Niet als realistische documenten van actuele gebeurtenissen – daarvoor hebben films een te lange productiegeschiedenis – maar als artistieke bespiegelingen over precaire situaties, Kafkaiaanse toestanden en humanitaire drama’s. 

Fort Europa als rode draad

 Wanneer de problematiek gebruikt wordt als achtergrond en sfeerbeeld voor een clichématige genreoefening, zoals het geval was bij Jacques Audiards Dheepan, kan dit een vieze smaak nalaten. Zeker wanneer in dit specifieke geval vooroordelen (leugenachtige, gewelddadige vluchtelingen) samenvallen met clichés (onvermijdelijke terugkeer naar de wet van de jungle, ‘een mens is zijn omgeving’) en elke structurele, politieke duiding ontbreekt.

Gelukkig benaderen de meeste filmmakers de problematiek met meer respect dan deze Franse Gouden Palmwinnaar. Er wordt uitgekeken naar documentairemaker Manu Riches eerste fictiefilm Problemski Hotel, gebaseerd op de verhalen die Dimitri Verhulst schreef naar aanleiding van zijn ervaringen in een asielcentrum. De galavoorstelling van dit debuut wordt georganiseerd ten voordele van Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Een ander Vlaams debuut, Laurent Van Lanckers Brak, tracht ons dan weer aan het denken te zetten door een toekomst te schetsen waarin Noord-Europeanen zelf vluchtelingen worden.

Fort Europa komt verder aan bod in de tv-series 1992, Blue Eyes, Occupied), in de poëtische trilogie van slow cinema meester Miguel Gomes Arabian Nights, in Michael Winterbottoms The Emperor’s New Clothes, Visar Morina’s sociaal migratiedrama Babai, Thomas Bidegains zoektocht naar een slachtoffer van radicalisme Les Cowboys en in de politieke thriller Le Grand Jeu van Nicolas Pariser. 

Muziek in de hoofdrol

Door steevast filmmuziek ‘in the picture’ te plaatsen heeft Film Fest Gent al heel wat jaren een heel eigen gezicht. Ditmaal is er in het kader van de World Soundtrack Awards een concert van Alan Silvestri terwijl de focus op Britse film opgeluisterd wordt met een concert dat het beste uit de Britse filmmuziek zal presenteren, van John Barry over George Fenton tot Michael Nyman.

Daarnaast zal een jury onder leiding van regisseur Alan Parker (van Midnight ExpressFame en The Wall)  een markante film bekronen. Tussen de kanshebbers films die reeds tijdens andere festivals indruk maakten: The Club (Pablo Larrain), Ixanul (Jayro Bustamante), The Lobster (Yorgos Lanthimos), Madonna (Su-won Shin), Our Little Sister (Hirokazu Korreeda), Slow West (John Maclean) en Son of Saul (Laslo Nemes).

In de sectie muzikale documentaires wordt de volgspot gericht op James Brown, Seymour Bernstein en Bobbejaan Schoepen: Mr. Dynamite: The Rise of James Brown (Alex Gibney), Seymour: An Introduction (Ethan Hawke) en Bobbejaan (Benny Vandendriessche).

Cinema in beeld

Bijzonder boeiend dit jaar is de sectie ‘Artists on Film’. Honderd jaar Orson Welles (1915-1985) wordt gepast gevierd met Magician: The Astonishing Life and Work of Orson Welles (Chuck Workman). Via interviews met Welles-kenners zoals Simon Callow en Peter Bogdanovich, archiefmateriaal en filmclips wordt de theater- en filmmaker neergezet als een eigenzinnige pionier – compromisloos en onbegrepen – die pas na zijn dood de waardering kreeg die hij verdiende. Wat Welles overigens zelf met een kwinkslag voorspelde: “Mijn God, hoe zullen ze van me houden eenmaal ik dood ben!”.

Dat de weinig vernieuwende combinatie van interviews en filmclips toch een indringend portret van een cineast kan opleveren wordt geïllustreerd in By Sidney Lumet waar Nancy Buirski een gesprek met de regisseur van Serpico, Dog Day Afternoon en Prince of the City gebruikt om duidelijk te maken hoe iemand die zich vooral zag als een verhalenverteller toch steevast films-met-inhoud maakte, waarbij spiritualiteit steeds meer verbonden was met ethiek dan met didactiek.

Steve McQueen: The Man & Le Mans (Gabriel Clarke & John McKenna) toont dan weer via een combinatie van een portret en een ‘making of’ hoe ondanks ambitie en talent filmprojecten kunnen ontsporen en hoe de tragiek verbonden met een iconische figuur deze mislukte film achteraf een cultstatus kan bezorgen. De grote verdienste van deze documentaire is echter dat hij op emotionele wijze duidelijk maakt hoe fragiliteit en creativiteit verstrengeld kunnen geraken.

In 1962 trokken Alfred Hitchcock en François Truffaut zich voor een weekje terug in Hollywood om te praten over de films en de visie op cinema van de master of suspense. Dat resulteerde in een toonaangevend interviewboek. De gereputeerde schrijver en filmmaker Kent Jones peilt in de documentaire Hitchcock/Truffaut naar de filmlessen die nog steeds relevant zijn. Naast de usual suspects Martin Scorsese, Peter Bogdanovich en Paul Schrader komen ook David Fincher, James Gray, Wes Anderson, Kiyoshi Kurosawa, Arnaud Desplechin, Olivier Assayas en Richard Linklater aan het woord. 

Jonge en oude Britse cinema

 “Om het grof te stellen: bestaat er niet een zekere paradox tussen de termen ‘cinema’ en ‘Brits’?”. Met deze boutade rekende de Franse cineast François Truffaut ooit af met zijn Britse collega’s. Lichtzinnig en waarschijnlijk ingegeven door de beperkte waardering voor zijn enige Britse film Fahrenheit 451, een unheimliche sciencefiction film die vloekte met het kitchen sink-realisme.

De volledige rijkdom van het Britse filmverleden en de manier waarop typische thema’s als standenverschillen, oorlog, discriminatie, seksualiteit en imperialisme aan bod komen in films die de samenleving een spiegel voorhouden, komt niet aan bod in de Focus op Britse Cinema van Film Fest Gent. Daarvoor is het retrospectieve luik te beperkt.

Maar Black Narcissus (Michael Powell & Emeric Pressburger) en The Boy Friend (Ken Russell) zijn wel meesterlijke, visuele films over onderdrukte seksuele gevoelens terwijl de diversiteit van de Britse cinema in de jaren zestig-zeventig toch enigzins geïllustreerd wordt door de spionagethriller The Ipcress File (Sidney J. Furie), het romantische drama Far From the Madding Crowd (John Schlesinger) en het jeugddrama Kes (Ken Loach). Alan Parkers Midnight Express herinnert er ons dan weer aan dat er in Groot-Brittannië ook omstreden films gedraaid werden.

Zoals gezegd had de terugblik wat ons betreft uitgebreider gemogen. Maar we kunnen moeilijk verwachten dat festivals de leemte vullen die televisie heeft gelaten op het vlak van filmgeschiedenis. Bovendien plaatsen de vertoonde documentaires cinema ook in een historisch perspectief. Er kan dus moeilijk worden gesteld dat Film Fest Gent in het eeuwige heden vertoeft.

Wat betreft de jonge Britse cinema biedt het festival alleszins een boeiende dwarsdoorsnede, met naast de nieuwste film van de veelzijdige veelfilmer Michael Winterbottom (The Emperor’s New Clothes) ook potentiële revelaties zoals 45 Years (Andrew Haigh), The Falling (Carol Morley), London Road (Rufus Norris), A Royal Night Out (Julian Jarrold), The Violators (Helen Walsh) en You (Us) Me (Max Sobol).

Dat een film geen cinematografisch meesterwerk hoeft te zijn om ook boeiend en belangwekkend te zijn wordt bewezen door Suffragette. Dit historisch drama van Sarah Gavron vertelt het verhaal van de strijd voor vrouwenstemrecht in Groot-Brittannië. Vedette Meryl Streep vertolkt de voortvluchtige politiek activiste Emmeline Pankhurst in haar gekende karikaturale acteerstijl maar gelukkig wordt het verhaal gedragen door de met harde hand onderdrukte fabriekarbeidsters, vrouwen die duidelijk maken dat er een prijs betaald wordt voor het tonen van engagement en het verwerven van rechten. 

Films uit alle windstreken

Verspreid over het gehele festivalprogramma zijn er films uit alle windstreken. We kijken uit naar The Assassin (Hou Hsiao-Hsien), Carol (Todd Haynes), Remember (Atom Egoyan), Louder than Bombs (Joachim Trier), Rams (Grimur Hakonarson), The Forbidden Room (Guy Maddin), Mountains May Depart (Jia Zhangke), The Smell of Us (Larry Clark), Taj Mahal (Nicolas Saada), Tale of Tales (Matteo Garrone), Mistress America (Noah Baumbach) en Nahid (Ida Panahandeh).

Verscholen tussen dit alles is er ook nog Eli Roths bijzonder bloederige satirische kannibalenhorror The Green Inferno, in Frankrijk uit de bioscopen geweerd (en louter via video on demand beschikbaar) en enkel aan te raden voor ervaren genrefans met gevoel voor humor. Met een spectaculaire vliegtuigcrash en (letterlijk) bijtende kritiek op welstellende en sensatiebeluste activisten.

Voor een ruimer publiek is er Experimenter, een film over de psychologische experimenten van de Amerikaanse professor Stanley Milgram. Diens onderzoek naar de relatie tussen autoriteit en geweld in de jaren zestig is nog altijd relevant en met een filmstijl die aanleunt bij Tim Burton en David Lynch prikkelt Michael Almereyda onze verbeelding. Resultaat is een sterke film, niet de enige op dit veelbelovende festival.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!