Le nouveau SP.a en de fout van de Seefhoek

Le nouveau SP.a en de fout van de Seefhoek

zondag 20 september 2015 15:56

Le nouveau SP.a en de fout van de Seefhoek

“Niet alleen de grote lobbies of het grote geld moet het voor het zeggen hebben. Ook de gewone mens. Daar willen wij voor zorgen”, aldus John Crombez (DM 19/09/2015) bij de voorstelling van le nouveau sp.a. Luckas Vander Taelen was er al helemaal niet gerust in. In een opiniestuk ‘Leert links het een keer?’ (DS 17/09/2015) waarschuwde hij de sociaaldemocraten om niet meer dezelfde fout te maken als in de jaren negentig. Omdat links, aldus Vander Taelen, nooit heeft willen luisteren naar de reële klachten van buurtbewoners in migrantenwijken, zijn zij decennialang verantwoordelijk geweest voor de gestage groei van het Vlaams Blok. Het is volgens Vander Taelen omdat links de samenlevingsproblemen in die migrantenbuurten negeerde dat de gewone mensen zich moesten vastklampen aan ‘de ranzige sirenenzang van Dewinter.’ Het bewijs voor die vanzelfsprekendheid haalt Vander Taelen uit zijn ervaring in de Antwerpse Seefhoek, toen hij in het begin van de jaren negentig daar een TV-reportage maakte. Daar liep hij een ‘gewone man’ tegen het lijf, die de leefgewoonten van de vreemdelingen in zijn buurt aanklaagde, en waar de socialistische politici in zijn stad geen oor naar hadden.

De suggestie dat de verantwoordelijkheid voor het electoraal succes van extreem rechts vanaf de jaren negentig bij ‘links’ berust, is voor rekening van Vander Taelen. Maar die andere suggestie, dat de weerstand tegen vreemdelingen opgeheven wordt wanneer deze laatsten onze taal en onze leefgewoonten kennen, kortom, als ze goed ‘geïntegreerd’ zijn, is in de context van de huidige asielcrisis zeer problematisch. Hoe belangrijk het voor nieuwkomers ook is dat zij Nederlands leren en ingewijd raken in de Vlaamse leefgewoonten, dat zal aan de houding van de Vlamingen tegenover de vreemdelingen niet veel veranderen. De actuele hoge verwachtingen tot snelle integratie van die grote groep asielzoekers zullen niet het verhoopte resultaat opleveren.

Laten we, beter dan wat Vander Taelen doet, de situatie van de Seefhoek in de jaren negentig onder de loupe nemen, die plaats waar het Vlaams Blok op het einde van de jaren tachtig haar grote electoraal succes boekte. De Seefhoek was toen wel een broeihaard voor extreem rechts. In het vooruitzicht van de gemeenteraadsverkiezingen bezorgde de wijk de Antwerpse socialistische partij nachtmerries. Het was de Seefhoek die in Antwerpen het Vlaams Blok in het parlement had gestemd; het was daar dat extreemrechts in 1987 de sprong gemaakt had van 6,5 % naar 10,1 % van de stemmen.

Maar de reden voor die abrupte stijging van het stemmenaantal voor het Vlaams Blok was niet exclusief gelegen in de hoge aanwezigheid van zoveel migranten in de Seefhoek, ondanks het feit dat het Vlaams Blok haar succes wel te danken had aan haar racistisch verzet tegen migranten.

Er zat geen logica in de opkomst van racisme en het aantal migranten dat in die bewuste wijken woonde. Zo kregen de vroegere burgerswijken van Borgerhout of Schaarbeek in Brussel veel meer nationale belangstelling met hun ‘migrantenprobleem’, dan de arbeiderswijken waar de vreemdelingenpopulatie procentueel veel hoger lag, zoals in de Antwerpse Seefhoek of Oud-Molenbeek aan het Kanaal in Brussel. In Borgerhout, ten zuiden van de Turnhoutsebaan, waren er slechts 8 à 10 % migranten woonachtig en het was daar dat in 1988 de zwarte vlaggen buiten hingen. De aanleiding was een moskee die wilde verhuizen naar een straat die een tiental jaren eerder nog een aantrekkelijke winkelstraat was. Ineens was Borgerhout omgedoopt tot Borgerrokko. Maar de klachten van de burgers waren niet gericht tegen de Marokkanen. Ze waren gericht tegen het gemeentebestuur die niets ondernomen had om de teloorgang van een geanimeerde winkelstraat tegen te gaan nadat de middenstand daar verdwenen was. De winkels en het ‘betere cliënteel’ waren weg en er kwam slechts een moskee in de plaats.

Het was het bekende scenario dat zich daar voltrokken had: de rijkere middenstand was de stad ontvlucht naar de groene zones in de rand. De oudere en armere Belgische bevolking was achtergebleven. Zij hadden zelf niet de middelen noch de mogelijkheden om ook te vertrekken. De vrijgekomen woningen werden ingenomen door de gastarbeiders, een sociale klasse die nog lager stond dan zijzelf. Bovendien was het geïmmigreerde Marokkaans publiek zeer jong; 42 % van hen was jonger dan 18 jaar. De lokale scholen, ooit scholen met standing, werden 100% migrantenscholen. De achtergebleven ouderen zouden hun kleinkinderen daar nooit van school moeten afhalen. Voor die oudere Belgische bevolking was de teloorgang van hun wijk verbonden aan de komst van de migranten. Met hun klachten, die met de komst van een moskee als dusdanig niets te maken hadden, zijn ze luidkeels op straat gekomen, maar ze werden niet gehoord. In de Seefhoek, die een nog veel grotere concentratie van arbeiders had, was de teloorgang van de wijk nog veel erger. Het is omwille van die teloorgang, waar quasi niets aan gedaan werd, dat de Antwerpse socialisten op het einde van de jaren tachtig plots met de handen in het haar zaten.

Veel commentatoren in de jaren tachtig en negentig —maar dat is klaarblijkelijk vandaag nog zo— zijn er van uitgegaan dat slechts een welbepaalde categorie van mensen zich op naïeve wijze liet meeslepen door het racisme van extreemrechts. In een nota uit 1989, gericht aan Paula D’Hondt, toenmalig Koninklijk Commissaris voor het Migrantenbeleid, schreven een dertigtal academici dat ‘voor de kansarme Belgen de invasie van gastarbeiders in hun wijk een bevestiging is van de devaluatie van hun oorspronkelijke woonomgeving en dus van henzelf.’ Pas in 2004, toen het Vlaams Blok 24 % van de stemmen haalde en de grootste Vlaamse partij werd, was het duidelijk dat een ‘extreemrechtse’ houding tegenover migranten voor iedereen bekoorlijk was, ook voor diegenen in Vlaanderen die nog nooit met migranten iets te maken hadden.

Het is onder andere de situatie van de Seefhoek in de jaren negentig die duidelijk maakt dat het racisme daar verbonden was aan de sociaaleconomische toestand. De Marokkaanse migranten waren al naar Borgerhout gekomen in het begin van de jaren zestig. Dat is twintig jaar vroeger dan de opkomst van het Vlaams Blok. Tot zo lang was die golf van racisme uitgebleven, ondanks het feit dat de Turken en de Marokkanen van de eerste generatie geen Nederlands kenden en zich niet integreerden in de Vlaamse leefwereld. Het was pas wanneer de wijk aan het verkommeren ging en de inwoners het gevoel hadden van achtergesteld te zijn, dat de migranten de schuld kregen. Met of zonder migranten, de Seefhoek moest gerenoveerd worden. Leegstand en verkrotting moest worden tegengegaan. Er moest werk gemaakt worden van emancipatie en integratie die iedereen binnen de wijk ten goede kwam. De politici moesten luisteren naar de noden van iedereen. Het is helaas aan die uitdaging dat de Antwerpse socialisten in de jaren negentig geen gevolg gegeven hebben. Zal le nouveau sp.a die zich gisteren in Boom aankondigde het beter doen?

Paul De Roo is doctor in de Politieke Wetenschappen en promoveerde onlangs op een onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van het ‘migrantenprobleem’.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!