De Spaanse en Catalaanse vlag naast elkaar (Foto: Nathan Gibbs)
Analyse - Kevin De Laet

Catalaanse burgerbeweging in een stroomversnelling

Al enkele jaren op rij komen er op 11 september meer dan een miljoen Catalanen naar de grote manifestatie voor onafhankelijkheid in Barcelona. Dit jaar vulden ze de Via Meridiana, een van de belangrijkste verkeersaders in de stad, over een lengte van zeven kilometer met - volgens officiële cijfers - 1,4 miljoen mensen. Dat maakt het meteen een van de grootste politieke manifestaties uit de Europese geschiedenis.

dinsdag 15 september 2015 13:20

De Belgische pers lag er echter niet wakker van (misschien omdat er geen doden of gewonden vielen bij rellen). Nochtans gaat het hier om een politiek conflict dat vergaande gevolgen kan hebben voor de toekomst van de de EU.

In Catalonië zijn er weldra verkiezingen die door de druk van een grote burgerbeweging tot een referendum over onafhankelijkheid werden uitgeroepen. Madrid weigert elke onderhandeling daarover maar dat zal miljoenen Catalanen niet tegen houden: ze zijn vastberaden af te scheiden van de Spaanse staat.

Twee politieke formaties doen mee aan de verkiezingen die radicaal voor onafhankelijkheid willen gaan: er is het nieuwe kartel Junts Pel Si (een samengaan van centrum-links ERC, centrum-rechts CDC en de drie burgerbewegingen die de grote manifestaties organiseerden) en er is de links-radicale antikapitalistische CUP. Meerdere peilingen wezen reeds op een gezamenlijke meerderheid in het volgende Catalaanse parlement.

Het zou een omwenteling zonder precedent voor de EU zijn indien de Catalanen in meerderheid voor onafhankelijkheid kiezen: de institutionele orde van een van de lidstaten wordt in vraag gesteld.

Het is nog nooit eerder gezien in EU-context: een staat die uit elkaar valt.

Des te opvallend is het dan dat de reguliere pers en media er in oorverdovende stilte over zwijgen en zelfs wanneer anderhalf miljoen mensen op straat komen doet men alsof er niets aan de hand is. Eigenlijk zal dit een van de meest belangrijke gebeurtenissen van dit jaar zijn voor deze EU, een lakmoesproef om te zien hoe deze staatsunie om zal gaan met veranderingen binnen de eigen grenzen.

Het zal niemand verwonderen dat de gevestigde politieke machten in Europa niet enthousiast zijn voor het horror-scenario van een doorbreken van het status quo. Er dringt zich echter een fundamentele vraag op, die ook de Belgische en Vlaamse politiek niet meer zal kunnen negeren. Want na een eventuele onafhankelijkheidsverklaring van Catalonië zal de onvermijdelijke kwestie van erkenning op tafel komen.

Europa gaat dan moeten beslissen. En daar vreest de politieke elite voor, want wat er ook beslist wordt, de EU zal niet meer dezelfde zijn en de gevolgen gaan groot zijn.

Catalaanse beweging

Het rommelt natuurlijk al langer in de Spaanse staat: zowel in Baskenland als in Catalonië is al lang een sterke beweging voor onafhankelijkheid aanwezig, en in de rest van Spanje krijgt de gevestigde orde van het duopolie PSOE/PP verkiezing na verkiezing klappen ten voordele van Podemos en Ciudadanos, die respectievelijk ter linkerzijde en rechterzijde inbeuken op het Spaanse machtsapparaat.

De Partido Popular, rechts met één voet in de politieke Franco-erfenis, is een van de meest corrupte partijen, maar ook een van de meest “ingenestelde”, en heeft bijvoorbeeld een enorme greep op het zogenaamd “onafhankelijke” Grondwettelijk Hof van Spanje.

Steeds meer Spanjaarden zijn het PP-regime beu, en zien in “oppositiepartij” PSOE ook geen alternatief meer. In Catalonië vertaalt zich dat al langer in een sterke opmars van een onafhankelijkheidsbeweging, met de centrum-rechtse CiU, de centrum-linkse ERC en de radicaal linkse CUP als drie partijpolitieke vleugels, maar vooral een ijzersterke brede massabeweging onder de vleugels van de Assemblea Nacional de Catalunya (ANC), Òmnium en vele andere middenveldorganisaties die jaarlijks meer dan een miljoen manifestanten kunnen mobiliseren tijdens de Diada Nacional van 11 september.

Bij het door Madrid verboden referendum van vorig jaar waren het deze bewegingen, veel meer dan de partijen, die de ruggengraat vormden van de campagne. Tienduizenden vrijwilligers trokken de baan op om campagne te voeren en haast elke dag was er wel ergens een actie. Het politieke landschap in Catalonië is dan ook heel eigen: de traditionele Spaanse machtspartijen stellen er nog maar weinig voor, in quasi alle politieke families kent Catalonië eigen partijen. Al kleurt Catalonië wel sterker links.

Veel heeft natuurlijk te maken met een sterk levend taalconflict, de Spaanse regering met PP op kop doet er alles aan om de unitaire gedachte van een Spaanse natie levend te houden. Aanvallen op Catalaanstalig onderwijs zijn legio en de Catalaanstalige openbare media hebben het ook al moeten ontgelden – de PP-regering van Valencia schafte de Valenciaanse televisiezender simpelweg af.

In zo’n klimaat is het natuurlijk niet te verwonderen dat 2,3 miljoen mensen de moeite namen om te gaan stemmen bij een wettelijk verboden referendum. De arrogantie waarmee de Spaanse pers en politiek om gaan met Catalonië is groot, maar keert vaak als een boemerang teug in het gezicht.

In aanloop naar de 11-september manifestatie van dit jaar presteerde een Spaans-nationalistische krant het om trots te schrijven dat volgens een eigen peiling “slechts drie op tien Catalanen naar de betoging zal gaan”. Op twitter reageerde men al snel met de simpele berekening dat dat neerkomt op een betoging van 2.1 miljoen mensen. Het bleken er uiteindelijk “maar” 1,4 te zijn, tenminste volgens de officiële cijfers. Wat nog steeds een indrukwekkende massa is.

Belgische erkenning?

Opvallend is ook dat commentatoren in de Belgische pers de Catalaans zaak amper kunnen plaatsen omwille van een toenemende afhankelijkheid van slechts enkele bronnen. Voor berichtgeving over Catalonië (en Baskenland) hangt men vaak af van de Spaanse pers uit Madrid, omdat men de brontaal van het “perifere” Catalonië niet verstaat. Zo komt het dat een fenomeen als Podemos ruime aandacht krijgt terwijl een relatief gezien veel groter en radicaler fenomeen als CUP quasi genegeerd wordt. Deze links-radicale partij heeft in Catalonië meer verkozenen dan Podemos.

In het dankzij Ada Colau (burgemeester van Barcelona) bekende kartel “en Comú” zitten ook independisten, en de federalistisch gezinde groenen, maar het kartel staat wel bekend als “het Podemos-kartel” in onze pers, wat redelijk vreemd is aangezien Podemos daar een van de kleinere partners is. Ada Colau heeft bijvoorbeeld zelf niets met Podemos te maken – ze stemde bij het referendum overigens wel voor onafhankelijkheid en liet ook verstaan na de verkiezingen haar medewerking aan een onafhankelijkheidsproces te verlenen als er een meerderheid voor is. Dit zijn feiten die echte zelden tot “bij ons” komen, omdat ze politiek uiteraard gevoelig liggen maar ook omdat niemand blijkbaar de moeite doet om de Catalaanse pers te raadplegen.

Vandaag gaan we dus naar verkiezingen, en is er iets gebeurd dat ongezien is in de Europese politiek: de twee grootste Catalaanse partijen hebben een stap terug gezet en de burgerbewegingen het leiderschap gegeven van een nieuwe kartelpartij, Junts Pel Si. Ongezien, zelfs de president en het hoofd van de oppositie staan “slechts” op nummers vier en vijf van de lijst, de nummers één tot drie zijn voor de voormalige voorzit(s)ters van de drie grootste burgerplatformen ANC, Òmnium en AMI. Junts pel Sì voert campagne voor onafhankelijkheid, net als CUP dat niet aan het kartel mee doet maar zich wel achter het stappenplan van het kartel heeft geschaard via een afspraak met ANC.

De oppositiepartijen in het Spaanse kamp weigerden het “plebiscitaire
= ‘referendum-achtige’
” karakter van de verkiezingen te erkennen, maar zullen wel gedwongen worden: onafhankelijkheid is hét centrale thema van de debatten, of ze dat nu willen of niet. De enigen die het moeilijk lijken te hebben om hun draai te vinden zijn de partners in het kartel Catalunya Si Que Es Pot, de voortzetting van de “en Comù” formule, waar vooral de groenen van ICV de toon aangeven (Podemos is nog steeds slechts een kleinere partner).

De Catalaanse politieke partijen en bewegingen die voor onafhankelijkheid zijn hebben al een stappenplan uitgetekend om in geval van een verkiezingsoverwinning naar een (zo nodig eenzijdige) onafhankelijkheidsverklaring te gaan en een nieuwe staat uit te bouwen. Naïef zijn ze niet, ze weten dat veel zal afhangen van internationale erkenning. De Catalaanse regering is dan ook al geruime tijd bezig met internationaal lobbywerk om de Catalaanse zaak te verdedigen.

Als een uitloper daarvan werd onlangs nog een verdere samenwerking met Vlaanderen ondertekend tussen de respectieve minister-presidenten. Maar de quasi totale stilte over de onafhankelijkheidskwestie in de Vlaamse politiek is wel opvallend, niettegenstaande de grootste partij er toch juist heel gevoelig voor zou moeten zijn. Er moet uiteraard nog gestemd worden in Catalonië, maar de kans op een onafhankelijkheidsproces is reëel, toch is er in Vlaanderen schijnbaar niemand mee bezig. Net zo min in de meeste andere landen in de EU trouwens. Dat de reguliere pers er over zwijgt hoeft niet te verwonderen, dat de Vlaamse regering er over zwijgt is daarentegen toch wel bizar.

De vraag is, als over enkele maanden de nieuwe Catalaanse regering een officiële vraag tot erkenning van de nieuwe staat stuurt naar de verschillende parlementen en regeringen in België: wat gaan die doen? Wat het Waals en het Brussels parlement gaan doen is natuurlijk op zich een interessante vraag, erkennen zij de mogelijkheid dat EU-lidstaten uiteenvallen, maar vooral de houding van de federale en de Vlaamse regering gaat cruciaal zijn. Het wordt immers vooral de ultieme test voor regeringspartij N-VA. Gaat die werk maken van een officiële erkenning – of dat toch op zijn minst proberen?

Natuurlijk is dat onderworpen aan procedures: de deelstaten van België hebben wel het recht om diplomatieke betrekkingen aan te knopen met andere regio’s en landen, maar een nieuwe staat erkennen gaat wellicht niet zomaar, toch niet binnen het institutioneel kader van de Belgische staat en grondwet. Voor de federale regering zal het dus een moeilijke kwestie worden, want eerst moeten alle andere parlementen in het land akkoord gaan. Of de Kamer de onafhankelijkheid van Catalonië zal erkennen is twijfelachtig. In het Vlaams parlement bestaat die kans wel, maar de vraag is in hoeverre de Vlaamse regering kan optreden zonder buiten de grondwettelijke orde van de Belgische staat te gaan. Vooral voor de grootste Vlaamse regeringspartij N-VA kan het een moeilijke zaak worden.

Gezien de eigen partijstatuten en vooral punt 1 daarvan zou de erkenning van de Catalaanse staat toch een fundamenteel gegeven moeten zijn. Uit de Vlaamse regering is er echter nog geen officieel standpunt gekomen.

Europese gevolgen

Voor de EU gaat de kwestie een heel moeilijke worden. “Europe’s next headache“, zo omschreef de Britse krant Telegraph het. Europa heeft drie keuzes, alledrie met zeer nadelige gevolgen voor de politieke elites: erkennen en in de EU toelaten van Catalonië, erkennen maar niet toelaten, of simpelweg niet erkennen.

In het laatste geval, weigeren van een Catalaanse staat te erkennen, zou een aanfluiting zijn van de zelf geproclameerde “Europese waarden” van vrijheid, zelfbeschikking en democratie, die Europa wel wereldwijd gaat preken. En dit nadat de Europese lidstaten het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en de onafhankelijkheid van een aantal Oost-Europese staten toejuichten. Een weigering zou aantonen dat de EU in wezen een conservatieve club van 19de-eeuwse staten is, en niet om kan gaan met verandering van onderuit. De Europese politieke elites zouden kortom ontmaskerd worden als fundamenteel ondemocratisch – voor zover dat in Griekenland nog niet was gebeurd. Iets dat de Europese publieke opinie niet zal ontgaan.

Catalonië erkennen maar uit de EU houden zou ook hypocrisie blootleggen. Catalonië is immers een regio met een bevolking van 7 miljoen en een BNP in de grootteorde van Tsjechië, Roemenië en Portugal. Met een relatief goeddraaiende economie.

Het buiten sluiten van een belangrijke economische motor van de Spaanse staat – terwijl het “armlastige” Griekenland er in gehouden wordt – zou de internationale handelspartners het signaal geven dat de EU een heel pover economisch beleid voert.

Het zou vrij onbetrouwbaar overkomen als de propagandisten bij uitstek van de Vrije Wereldmarkt een meer productieve regio zouden uitsluiten en een “failliet” land er in houden.

Catalonië erkennen én in de EU toelaten – de nieuwe staat zou wellicht beter scoren op de toelatingsvoorwaarden dan een aantal eerder toegelaten landen – zou tenslotte de grootste ramp kunnen zijn voor de politieke Europese elite: het zou immers een zeer gevaarlijk precedent kunnen scheppen dat snel naar andere regio’s kan overwaaien, zoals Frankrijk, zoals het VK, zoals Duitsland, zoals België. Het zou het politieke einde betekenen van de vandaag nog steeds heilig geachte 19de eeuwse natiestaten. Geen enkele regering van geen enkele lidstaat wil daar van weten.

Vanuit het standpunt van de huidige Europese politiek is de Catalaanse kwestie dus een tikkende tijdbom. Dat verklaart dan ook waarom er regelmatig dreigementen klinken in de aard van “Catalonië zou niet overleven” en “Catalonië zou zichzelf buiten sluiten”. Dreigementen die de Catalaanse kiezers moeten afschrikken om voor onafhankelijkheid te stemmen, zodat de verschrikkelijke keuze voor de Eurocraten zich niet zal voortdoen. Want als de Catalanen wél voor onafhankelijkheid stemmen, zetten ze de hele Europese politiek op zijn kop. Voor de elites een nachtmerrie, voor de Europese bevolking de broodnodige nieuwe frisse wind na de nederlaag in Griekenland. De dynamiek die momenteel in Catalonië aan de gang is kan niet genegeerd worden door wie ernstig wil nadenken over de toekomst van een democratisch Europa.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!