Ongelijkheid: voorkomen is beter dan genezen

vrijdag 27 maart 2015 09:19

Het Global Risks 2015-rapport van het Wereld Economisch Forum is duidelijk: de groeiende ongelijkheid
binnen landen vormt een bedreiging voor onze samenlevingen. Voor dat inzicht
hebben we het WEF eigenlijk niet nodig. Sinds The Spirit Level van
Wilkinson & Picket weten we (opnieuw) dat het een maatschappelijk probleem
is en sinds Capital in the 21st Century
van Pikkety weten we dat het maar niet ophoudt met stijgen. Maar qua voortschrijdend
inzicht kan het tellen dat ze ook op de liberale hoogmis de ernst van het
ongelijkheidsprobleem inzien.

Het probleem benoemen
is één zaak, oplossingen voorstellen een ander. Het traditionele antwoord is
natuurlijk herverdeling. De overheid roomt grote inkomens af en stut de lage
inkomens via sociaal beleid. En op dat vlak doet België goed zijn best. Een
redelijk groot deel van de ongelijkheid wordt in België ongedaan gemaakt via
herverdelend beleid. Mede daarom lijkt de ongelijkheid (volgens sommige
bronnen) in België nauwelijks te stijgen.

Kunnen we op onze
lauweren rusten? Nee. Enkele EU-landen slagen er namelijk in om ongeveer
hetzelfde niveau van gelijkheid te bereiken met een veel beperkte herverdeling.
De ongelijkheid in die landen wordt met andere woorden voorkomen in plaats van geremedieerd.

Predistrubtion

Het concept predistribution (pre-verdeling of voorverdeling) verwijst naar dit idee. Het
werd gelanceerd door Jacob Hacker (Yale University) en is recent overgenomen
door het Britse Labour. Voor Labour betekent het vooral een alternatief voor de
manke derde weg. De idee om de markt
zijn ding te laten doen en de brokken erna op te kuisen, is verleden tijd. Er
moet vroeger ingegrepen worden en ongelijkheid moet dus zoveel mogelijk beperkt
worden in plaats van geremedieerd.

Hoe dat moet gebeuren?
Voor de innovatieve beleidsvoorstellen moeten we nog niet bij Labour zijn. Zij
stellen voor om in te zetten op gelijke kansen in het onderwijs, lonen te doen
stijgen, de productiviteitswinsten beter te verdelen, progressieve belastingen
te heffen enzovoort. Het zijn allemaal maatregelen waar de gemiddelde
progressief ook zonder de predistributie slogan opgekomen zou zijn.

Werken aan de toplonen

Laten we zelf twee
voorstellen doen voor mogelijk predistributief beleid. Het eerste richt zich op
de bovenkant van de loonverdeling. Toplonen waarvoor de hemel niet hoog genoeg
rijkt. De discussie hierover verloopt (zoals elke discussie over loon) nogal
emotioneel. ‘Jaloeziecultuur’ en een ‘klimaat van afgunst’ staan tegenover de ‘exhibitionistische
zelfverrijking’ en graaicultuur. De protagonisten van de vrije markt pleiten
voor een absolute autonomie van de raad van bestuur en schermen met de nood aan
toplonen om talent binnen te rijven en mensen te voorzien van de noodzakelijke
stimuli. Aan de andere kant van het spectrum wordt gedroomd van een maximumloon
voor managers en het extra belasten van mogelijke andere inkomsten.

Waar zelfverrijking als een recht en een deugd aanzien wordt, zijn er
weinig beperkingen om het te doen. Waar het als schandalig wordt
ervaren, zullen managers minder geneigd zijn zich te verrijken.

Een kleine blik op het
onderzoek rond toplonen leren ons twee dingen. Eén: toplonen zijn niet
gerelateerd aan betere prestaties van bedrijven maar vooral/enkel aan de mate
van controle die de manager uitvoert op zijn eigen loon. Kan iemand zijn eigen
loon zetten, dan zal hij zichzelf aardig bedienen. Twee: regulering is niet de
bepalende factor om toplonen te beperken. Wetten helpen, maar het verschil
wordt gemaakt door de maatschappelijke aanvaarding van toplonen. Waar
zelfverrijking als een recht en een deugd aanzien wordt, zijn er weinig
beperkingen om het te doen. Waar het als schandalig wordt ervaren, zullen managers
minder geneigd zijn zich te verrijken.

We moeten dus werken
aan de bovenbouw, erover waken dat het in België niet algemeen aanvaardt wordt
dat bedrijfsleiders zich ontiegelijk verrijken met hun activiteiten. De
publieke verontwaardiging over Offshore, Luxemburg of Swiss leaks moet met
andere woorden gecultiveerd worden.

Werken aan economische democratie

Een tweede voorstel
werkt aan de onderbouw. Ongelijkheid voorkomen kan ook door posities op de
arbeidsmarkt te veranderen. Economische democratie, of in zijn lichtere versie:
medezeggenschap. Het zal velen misschien verbazen, maar in de meerderheid van
de EU lidstaten hebben werknemers in grote bedrijven rechten om een afvaardiging
te sturen naar de raad van bestuur van een bedrijf. Naar het management. Het
Duitse systeem van mittbestimmung is welbekend,
maar ook in Zweden gaat het systeem redelijk ver en kunnen de rechten op
medebestuur geopend worden in bedrijven met amper 25 werknemers.

Bedrijven met medezeggenschap blijken meer werk aan te bieden dan
bedrijven zonder medezeggenschap. De efficientiëwinsten van het
medebeheer worden omgezet in werkgelegenheid, en niet in loon of
dividenden.

Uit enkele Duitse
studies krijgen we een beeld van de effecten van medezeggenschap die de
ongelijkheid kunnen doen dalen. Hogere lonen? Nee. In Duitsland worden de
lonen, net zoals in België sterk op sectoraal niveau bepaald en ook bedrijven
met medebestuur lijken zich daaraan te houden. Wél blijken bedrijven met
medezeggenschap meer werk aan te bieden dan bedrijven zonder medezeggenschap.
En dat betekent niet zomaar dat ze daarom te veel personeel hebben. De
efficientiëwinsten van het medebeheer worden omgezet in werkgelegenheid, en
niet in loon of dividenden. En met werk in een groot bedrijf beland je meestal
niet onderaan de looncurve. Medezeggenschap kan dus wel degelijk helpen in het
voorkomen van ongelijkheid. En een vergelijking van landen mét en zonder
systeem van medezeggenschap bevestigt dat ook. Waar werknemers betrokken zijn
in de bedrijfsvoering ligt de ongelijkheid een stuk lager.

Het klinkt wat als
newspeak, predistribution, en het mag
zeker geen excuus zijn om niet meer aan herverdeling te doen. Maar de term
nodigt alvast uit om met een andere blik op maatschappelijk beleid te kijken.
Eén die problemen voorkomt in plaats van de brokken van de markt probeert te
lijmen.

Stan De Spiegelaere in onderzoeker aan het HIVA
(KU Leuven) en actief bij de progressieve denktank Poliargus

Deze tekst verscheen eerder als column in De Gids op Maatschappelijk Gebied (maart 2015)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!