Jean-Baptiste Colbert
Analyse -

Waarom onze overheden nooit de sterkste schouders belasten

Of we eerlijker belastingen krijgen, hangt niet af van technische argumenten of de volkswil. Het belastingstelsel is altijd een weerspiegeling van de machtsverhoudingen in een land.

vrijdag 13 februari 2015 16:26

Jean-Baptiste
Colbert, de schatkistbewaarder van Lodewijk XIV (1638-1715), zou ooit
gezegd hebben: “De kunst van het belasten bestaat erin de gans zo
te plukken dat je zoveel mogelijk pluimen krijgt en zo weinig
mogelijk gesis.”
Volgens sommigen is
dat het uitgangspunt van ons belastingsysteem. “De gans die
‘arbeid’ heet, valt het makkelijkste te plukken”, schrijft
bijvoorbeeld de Nederlandse journalist Rutger Bregman.

Het zou ook de
filosofie zijn achter de voorkeur van minister van Financiën Johan
van Overtveldt voor een verhoging van de BTW als alternatief voor de
vermogenswinstbelasting. Consumenten belasten is technisch makkelijk.
Vermogens aanpakken is moeilijk, want die zijn ultramobiel en
vluchten de grens over met de klik van een muis.

Het lijkt een
aannemelijke stelling. De moeilijkheid om de hand te kunnen leggen op
vermogens in deze geglobaliseerde wereld ligt aan de basis van de
scheefgroei in ons belastingstelsel. Aangezien de vermogens
ongrijpbaar over de wereldbol surfen, richt de overheid zich dan
maar op het laaghangend fruit, op de inkomens uit arbeid en op de
consumenten.

Maar er is ook een
andere lezing mogelijk van het citaat van Jean-Baptiste Colbert.
Colbert volgde in zijn fiscale politiek één principe. De macht van
een koninkrijk komt tot uiting in de rijkdom van de koning. Hoe
overweldigender de aanblik van de Tuilerieën is, hoe machtiger
Frankrijk overkomt. De eindeloze wirwar van met goud bedekte kamers
en gangen in Versailles is het evenbeeld van de vertakkingen van
het Franse rijk.

Om dat rijk van het
nodige goud te voorzien, moesten de ganzen zo genadeloos mogelijk
geplukt worden. En het liefst met zo weinig mogelijk protest. Die
ganzen zijn de onderdanen van het koninkrijk. Het zijn de boeren, de
handelaars en de ambachtslieden die met hun noeste arbeid bijdroegen
aan de glorie van Louis XIV en de adel in zijn entourage.

Macht

Het
belastingstelsel in een land is daardoor altijd een weerspiegeling
van de machtsverhoudingen in de maatschappij van dat land. De recente
naoorlogse geschiedenis maakt dat duidelijk. Onder de Amerikaanse
president Dwight Eisenhower, de stugge republikein die regeerde tot
1961, was de hoogste marginale aanslagvoet 91 procent. Dat betekent
dat er van elke dollar boven een bepaald inkomen 91 cent afging.

Tussen de Tweede
Wereldoorlog en 1981 zakte dat tarief nooit onder de 70 procent. Die
laatste datum is natuurlijk niet toevallig. Het is het eerste jaar
van de eerste ambtstermijn van Ronald Reagan, die samen met zijn
Britse collega Margaret Thatcher zorgde voor de politieke doorbraak
van het neoliberalisme.

In 2008 was de
effectieve belastingvoet van de rijkste 1 procent in de VS al gezakt
tot 26 procent. Dat was een halvering in vijftig jaar tijd. In
diezelfde periode steeg de gemiddelde belastingvoet voor gewone
werknemers. Mitt Romney, de Republikeinse uitdager van Obama, betaalde in 2011 minder dan 14 procent op zijn inkomen dat toen zo’n
20 miljoen dollar bedroeg. Zijn eigen personeel, zelfs zijn
laagbetaalde poetshulp, betaalt meer belastingen.

België had geen
neoliberale goeroe nodig om dezelfde weg op te gaan. In 1984 werd het
roerend vermogen (alle goederen die kunnen worden verplaatst in
tegenstelling tot huizen en gronden) uit de personenbelasting gehaald
en voortaan belast aan 25 procent in plaats van aan 70,3 procent, wat
toen nog de hoogste belastingschijf was.

De hoogste schijf
van 70 procent werd daarna geleidelijk verlaagd tot 50 procent. De
laatste grote hervorming dateert van 2001, toen minister van Financiën
Didier Reynders de twee hoogste marginale aanslagvoeten van 52,5 en
55 procent schrapte. De inkomens belasting werd daardoor een stuk
minder progressief. Zelfs wie minder dan 20.000 euro verdient per
jaar, zit al aan het tweede hoogste tarief van 45 procent.

Wie een goed maar
niet uitzonderlijk loon heeft, betaalt op iedere extra euro evenveel
belasting als iemand die 2 miljoen per jaar verdient. In realiteit
zelfs meer want wie 2 miljoen verdient, laat zich uitbetalen via een
vennootschap en kan via allerlei complexe technieken de reële
belastingvoet naar beneden krijgen.

Tegenoffensief

Die langzame
afbrokkeling van de rechtvaardige fiscaliteit die in de nasleep van
de Tweede Wereldoorlog en de chaos van de jaren ’30 tot stand kwam,
is het gevolg van een machtsverschuiving. In de jaren ’80 was de
angst voor opstanden en gewelddadige confrontaties met stakers en
betogers weggeëbd. Het was tijd voor een neoliberaal tegenoffensief.

Met economische
noodzaak heeft dat niets te maken. Toen de grootste belastingvoet
meer dan 70 procent was in de VS, groeide de economie gemiddeld met
3,7 procent. Sinds het begin van de jaren ’80 geraken we gemiddeld
niet meer boven de 3 procent.

Aan de gewijzigde
mentaliteit onder de bevolking lag het ook niet. Bij De Stemtest
bleek 80,6 procent van de Walen en 74,8 procent van de Vlamingen het
eens met de stelling dat grote vermogens meer moeten worden belast.
Een enquête van Knack wees zelfs uit dat 85 procent van de Vlamingen
te vinden is voor een belasting op vermogens boven de 1 miljoen euro.

Belgen zijn geen
uitzondering in de wereld. Volgens een peiling in opdracht van Wall
Street Journal
en NBC is een meerderheid van de Amerikanen die zich
omschrijft als Republikein voorstander van hogere belastingen voor de
rijken.

Met die wijsheid in
het achterhoofd is het ook makkelijker om het debat over de op handen
staande belastinghervorming te interpreteren. Het regeerakkoord wil
een tax shift realiseren. Een verschuiving van lasten op arbeid naar
lasten op andere zaken.

De minister van
Financiën Johan Van Overtveldt kwam deze week op de proppen met het
voorstel om in de eerste plaats de inkomsten uit de BTW te verhogen.
Dat is een voorstel waar hij zich hevig tegen verzet heeft
toen hij nog journalist was. Maar nu komt het van pas. De discussie
of een hogere BTW al dan niet degressief is (dat wil zeggen: de
armsten betalen meer dan de rijken), is daarbij een nevenkwestie.
Belangrijk is vooral dat de vermogens buiten schot blijven. De
BTW-verhoging wordt gezien als een alternatief voor de
vermogens(winst)belasting.

In de komende weken
zal vaak herhaald worden dat het technisch moeilijk is om de
vermogens te belasting en dat er ook kans bestaat dat die vermogens
zich zullen verplaatsen. Dat eerste is een non-argument. Om de
sociale fraude te bestrijden werd een kruispuntbank van de
ondernemingen, een kruispuntbank van de sociale zekerheid en later
nog een kruispuntbank van de federale overheidsdiensten
opgericht. Die maken het mogelijk dat je bijna niets meer moet
invullen als je je belastingbrief online bekijkt. Die zorgen er ook
voor dat een mogelijk beroep op uitkeringen terwijl je werkt meteen
opgemerkt wordt.

Coucketaks

Om de vermogens
correct te belasten is een vermogenskadaster nodig. Volgens de
gouverneur van de Nationale Bank Luc Coene is de invoering van zo’n
kadaster “redelijk eenvoudig”. Toch komt het er in tegenstelling tot de verschillende kruispuntbanken niet. Niet omdat
de bevolking zich daartegen verzet, maar omdat het de belangen
schaadt van de toplaag van dit land.

Of neem het belasten
van meerwaarden. Marc Coucke betaalde geen cent belasting op de
meerwaarde van 1,24 miljard euro die hij boekte op de verkoop van
zijn bedrijf aan het Amerikaanse Perrigo. In de VS of het Verenigd
Koninkrijk zou dat niet gelukt zijn. Die landen hebben een stevige
meerwaardebelasting.

Dat kunnen dus geen
argumenten zijn om de belasting op vermogens of op inkomens uit
vermogens te verhogen. Blijft over het argument dat kapitaal vluchtig
is. Dat de financiële markten geliberaliseerd werden, is een gevolg
van het oprukken van de neoliberale ideologie, niet een oorzaak.

Elke keer als er een
poging ondernomen wordt om de financiële markten te beteugelen,
worden grote middelen ingezet om dat tegen te houden. De
verstrengde regels na de bankencrisis werden in de VS alleen
bekampt door drieduizend lobbyisten. Dat is vijf lobbyisten per
Congreslid en zij trokken dan ook aan het langste eind.

Dat komt overeen met
wat Louis Brandeis, rechter bij het Hooggerechtshof in de VS, ooit
zei: “Ofwel hebben we een democratie, ofwel hebben we grote rijkdom
in handen van een kleine groep. Beide samen kan niet.” Die kapitaalvlucht
wordt trouwens ook tegengesproken door de feiten. Sinds 2000
verruilden slechts 3000 rijke Fransen hun land voor een
belastingparadijs. Dat is 0,53 procent van de mensen die onderworpen
zijn aan de vermogensbelasting.

Onderzoek uit de VS
bevestigt dat. De staat New Jersey voerde in 2004 een hogere
belasting in voor inkomens van boven de 500.000 dollar. In de drie
jaar na 2004 pakten 70 rijken hun biezen. New Jersey zag daardoor
16,4 miljoen dollar door de vingers glippen. Een peulenschil in
vergelijking met de 3,77 miljard dollar die de extra belasting
opbracht.

Of de belastingen
eerlijker worden, zal dus niet afhangen van de technische
mogelijkheden of de Vlaamse grondstroom.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!