Analyse -

Hoe slim is een slimme indexsprong?

De regering-Michel I ambieert om in enkele jaren de loonkloof met onze buurlanden – de facto Duitsland – dicht te rijden. Naast een herziening van de Loonnormwet, opteert men voor een indexsprong. Voor alle loontrekkenden worden de lonen eenmalig (voor 2 procent) niet aangepast aan de gestegen levensduurte. Deze maatregel moet de kosten voor bedrijven drukken, jobs creëren en ook een besparing betekenen op de begroting. Gaat dat lukken?

donderdag 23 oktober 2014 11:24

In het
regeerakkoord staan er niet al te veel details over deze toch
controversiële maatregel. Er wordt een indexsprong aangekondigd en er
staat zwart op wit dat de index als systeem niet afgeschaft wordt. Van
wat we uit de pers te weten komen, betekent de indexsprong dat de lonen
éénmalig niet geïndexeerd worden met 2 procent. Voor de sectoren die werken met een
spilindex is dat eenvoudig: bij de volgende overschrijding wordt er geen
aanpassing toegepast. Bij de sectoren die met een jaarlijkse of
halfjaarlijkse (of andere) aanpassing van de indexsprong werken, zal gewacht
moeten worden met een dergelijke aanpassing tot de kaap van 2 procent overschreden is

In de media werd er ook veel geschreven over het
slimme of sociale karakter van deze indexsprong. Hoewel daarover niets
terug te vinden is in het regeerakkoord, lijken de meerderheidspartijen
het erover eens te zijn dat de lage lonen ontzien moeten worden. Hoe ze
ontzien zullen worden, is niet duidelijk. Ofwel worden hun lonen wel
geïndexeerd, ofwel wordt er gekeken naar een gerichte lastenverlaging
waardoor hun nettolonen een verhoging zullen kennen, zonder dat hun
brutolonen de hoogte in gaan. Enkele tussenkomsten
lijken te alluderen op deze laatste optie, en de lastenverlaging zou
gefinancierd worden met middelen uit de Welvaartsenveloppe.

Effect op werkgelegenheid

Hoe
de lage lonen ontzien worden, heeft een belangrijke weerslag op de
effectiviteit van de indexsprong. Met een indexsprong wil de regering
jobs creëren, ze hoopt daarvoor op twee effecten. Ten eerste door een
verbeterde internationale concurrentiepositie. Als de lonen in België
dalen ten opzichte van het buitenland, dalen relatief gezien de kosten
voor Belgische producten en kunnen we die producten aan een goedkopere
prijs verkopen. Dat zou leiden tot een verhoogde export en meer
arbeidsplaatsen in die sectoren. Een dergelijk effect hangt natuurlijk
sterk af van de arbeidsintensiviteit van de geëxporteerde producten. In
exportsectoren die producten verkopen waarvan de kost van de
arbeidskracht maar enkele percentages bedraagt, zal een indexsprong
weinig of niets uitmaken. Daarnaast speelt de politiek in het buitenland
natuurlijk een rol. Indien onze buurlanden ook de lonen matigen, zal
er niet veranderen aan de verhoudingen in kosten, maar wel aan het
inkomen van de werknemers natuurlijk.

De tweede manier waarop jobs
gecreëerd kunnen worden, is omdat arbeid gewoon goedkoper wordt, ook
voor bedrijven in sectoren die niet (of nauwelijks) internationaal
moeten concurreren. Doordat arbeid goedkoper wordt, kunnen
arbeidsplaatsen gecreëerd worden waarvoor de kosten nu te hoog zijn
tegenover de productiviteit van de werknemers. Neem de
horeca. Alvorens een café een ober in dienst kan nemen, moet er een
behoorlijke omzet gedraaid worden. Wordt de kost van een ober lager, dan
kan dat café misschien meer mensen in dienst nemen voor eenzelfde
omzet. Deze arbeidscreatie doet zich (bijna) enkel voor aan de onderkant
van de arbeidsmarkt, bij de zeer lage lonen. Het zullen jobs zijn die
nu net niet betaalbaar zijn die na een indexsprong net wel betaalbaar
zullen worden.

Het tweede jobcreërende effect hangt dus bijna
exclusief vast aan een verlaging van de laagste (bruto)lonen. Kiest de
regering ervoor om deze lonen niet (of half) te indexeren, dan zal er
zich op dat vlak geen jobcreatie voordoen. Kiest de regering ervoor om
deze lonen netto te laten meestijgen met de levensduurte en bruto een
indexsprong te geven, dan is hier wel een potentieel aan jobcreatie die
ook de arbeidsvoorwaarden van deze werknemers niet in het gedrang
brengt. Wel moeten we dan oppassen voor de creatie van een lageloonval,
waarbij het heel duur wordt voor werkgevers om mensen een hoger loon aan
te bieden.

In ieder geval is het geen gegeven dat er überhaupt
groei en jobs gecreëerd zullen worden door een indexsprong (zie onder
andere de volgende stukken: 1, 2 en 3). De huidige indexsprong lijkt op dat vlak een slag in het water te worden, met enkel hogere winsten en dividenden als gevolg.

Wie betaalt de rekening

Naast
de eventuele effecten op jobcreatie, moeten we kijken naar de
(her)verdelende effecten van deze indexsprong. De regering wil absoluut
vermijden dat deze indexsprong de kwetsbare werknemers met een laag
inkomen treft en dat siert hen. De laagste inkomens ontspringen dus de
dans. Maar ook de hoge inkomens zullen naar alle waarschijnlijkheid de
dans ontspringen.

In vele bedrijven en sectoren die het goed doen wordt
er nu al op allerlei wijzen gezocht naar manieren om de werknemers toch
met iets extra naar huis te sturen. En eens de loonstop wordt opgegeven, zullen de lonen daar snel de geslagen kloof dichten en op niveau komen.
Wie zal met andere woorden de rekening betalen? De middenklasse.
Werknemers met een gemiddeld loon, in de privé of in de publieke
diensten, zullen tot hun pensioen de kosten van deze indexsprong
meedragen.

En op de iets langere termijn

Daarnaast dreigt
de indexsprong een (eventuele) heropleving van de groei in de kiem
te smoren. Voor deze analyse hoef ik enkel Koen Schoors van de UGent te citeren: “En
helaas is er ook de miskleun van een indexsprong. De indexsprong zal
níets veranderen aan de concurrentiepositie van ons land omdat door de
lage inflatie de lonen nu sowieso niet stijgen. Maar omdat de mensen nu
zeggen dat ze straks minder loon krijgen, organiseren we nu al een
daling van de consumptie en dus een afkoeling van de economie”.

Inderdaad, de indexsprong zal spelen eens de inflatie weer aantrekt. Dat
zal waarschijnlijk gebeuren op het moment dat er we van enige groei
kunnen spreken. In plaats van een ondersteuning van de groei, dreigt
deze maatregel een afkoeling ervan te bewerkstelligen.

Meer zelfs,
verscheidende onderzoeken naar loonmatiging in Nederland tonen twee heel
duidelijke patronen aan: (1) een loonmatiging wordt op lange termijn
vaak ongedaan gemaakt door een snellere evolutie van de lonen en (2)
hoewel het jobs kan opleveren, dreigt het op langere termijn de echte
determinanten van de internationale competitiviteit uit te hollen:
innovatie. Jobs die enkel vanwege lage loonkosten worden gecreëerd, zijn
vaak niet duurzaam. Om de econoom Van Schaik te parafraseren: we willen toch niet het kuispersoneel van Europa worden?

Stan De Spiegelaere is onderzoeker aan het HIVA (KU Leuven) en actief bij Poliargus, een onafhankelijke denktank die ijvert voor vrijheid, democratie en solidariteit. Hij schreef eerder al over de index hier en hier over de twijfelachtige effecten van loonmatiging. Ook over de index schreef hij hier en hier.

Deze analyse werd eerder als gastbijdrage gepubliceerd op www.apache.be.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!