Een enorme bak Juncker

vrijdag 27 juni 2014 13:21

Het moet wel heel vreemd lopen wanneer Jean-Claude Juncker vandaag niet wordt voorgedragen
tot voorzitter van de Europese Commissie. Het zwaarste wapen dat de geïsoleerd
geraakte
Engelse premier David Cameron daartegen kan inzetten, is de zaak laten
komen tot een stemming die vernederend is voor de Luxemburgse oerpoliticus.

Ook een verifieerbaar gebrek aan unanimiteit zal langs diens koude
kleren afglijden. Angela Merkel stond eerst ook niet juichen bij het idee dat
Juncker zou worden aangesteld als opvolger van Barroso. Maar ze heeft inmiddels
laten weten dat het ook niet
zo heel erg is
dat de man geen democratische
legitimiteit
geniet voor de functie.

Misschien is dat nog het meest verbazingwekkend – het gemak waarmee
gekozen politici overstag gaan voor de figurant die de hoofdrol mag spelen. Het
besef wie de begunstigde is van dit gedrag, maakt de zaak nog
onverkwikkelijker. Wanneer er immers één institutie een imagoprobleem heeft, dan
is het wel de Europese Unie. Zelfs in haar meest eenduidige gedaante van
wetshandhaver weet ze verwarring te stichten over de
consequenties van haar uitspraken
.

Vacaturegewijs lijkt de activiteit “postjespakken’ kinderspel vergeleken
bij de suggestie deel uit te maken van een “banencarrousel”, hetgeen een
circulair systeem veronderstelt.

Guy Verhofstadt, een van Junckers concurrenten voor de functie, trachtte
dan weer na de verkiezingen voor zijn Europese parlementsfractie een alliantie
te sluiten met de N-VA, terwijl hij de jaren voordien die partij, en haar
nationalisme, had uitgemaakt voor alles wat vies en voos is.

Over dat soort geloofwaardigheid en procedures heeft financieel geograaf
Ewald Engelen de schaamte
afgelegd
. Lang is de kleur van rationele tegenargumenten verbleekt bij het gegeven dat
not
done 
is
tegen de EU te zijn omdat men zich zo vervoegt bij antipolitici van ongewenst
pluimage. Ook
bij deze benoemingskwestie
.

De vraag blijft wat oorzaak is en wat gevolg.

Toch is het lastig niet in de lach te schieten bij de verbale en mentale
acrobatiek die vereist lijkt om dit soort toneelstukken tot de slotakte te
kunnen opvoeren. Observaties over de niet heel erg geheime alcoholconsumptie
van de conservatieve verlegenheidskandidaat werden door de socialistische, nogal
ambitieuze
Nederlandse minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem publiekelijk
ingetrokken: “Hij heeft er veel last van gehad en dat
is gewoon heel vervelend.
Ik heb gezegd dat het me speet. Het is een ongelukkige uitspraak, te
lichtzinnig gedaan”.

Zijn baas Mark Rutte getuigde nog soepeler van voortschrijdend
inzicht
. De liberale premier kan dat als geen ander. Jaloersmakend is met name
de vrolijkheid waarmee Rutte zulke executies van zijn geweten voltrekt. De taal
die hij daarvoor nodig heeft, balanceert op het randje van de pastiche.

Bij Juncker sprak hij ditmaal over “een enorme
bak ervaring”. De benaming enorm vindt tegenwoordig een evenknie in mega
en giga, termen waarop een houdbaarheidstermijn leek te zitten na het
bereiken van de adolescentie. De kwantiteit bak wordt in de Lage Landen
normaliter ingezet voor bier of friet. Het is alsof premier Rutte wilde zeggen:
‘Ook in de politiek is het eten of gegeten
worden
.’

Dergelijke onproblematische vrolijkheid heeft schrijver K. Michel
geïnspireerd tot het lange gedicht ‘De lach van Rutte’, dat onlangs in
het culturele tijdschrift De Gids werd gepubliceerd:

En dan op een dag

(…)

schatert de premier het zó luid uit, zó breed en

gul en gretig, extatisch en spastisch

zó open en vol overgave

dat zijn lach letterlijk van zijn gezicht spat

en op de grond smakt

(…)

om dan versuft maar vrij overeind te krabbelen

en het op een lopen te zetten

ja in blinde paniek alsof zijn leven ervan afhangt de
benen te nemen

weg, weg van hier de vrijheid tegemoet

*

weg van hem die verbaasd verbijsterd

half over het katheder hangt zijn gezicht

verfomfaaid zijn mond een slappe cheeseburger

*

terwijl alle journalisten zich als één man afwenden

‘wat?’ ‘wat?’ ‘waar?’

en naar buiten stormen zwaaiend met hun microfoons

‘volg die lach’

camera’s flitsen, deuren klapperen…

*

de geluidsinstallatie bromt

de airconditioning ruist

stofjes stofjes in het spotlicht

en het rumoerige hoeftrappelende geluid dat traag in
de verte wegsterft

Eerder liet deze auteur zijn verbeelding de Hofvijver, waaraan in Den
Haag het parlement ligt, overeind zetten
. Ook hier is zijn idee geestig,
maar is het effect wat gezeglijk. Het gedicht behelst een beperkt gedachte-experiment.
Wat zou een premier kunnen uitrichten zonder lach? Alle aandacht blijft bij de
reproductiekringen.

De slotregel verwijst mogelijk naar het mythische paard Pegasus dat met
zijn poot de dichterlijke bron kon doen vloeien. Als dat klopt, biecht de
dichter vaardig een gebrek aan inspiratie op. Voor een keer toont literatuur dezelfde
kleur als politiek.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!