Stem Keynes en Kalecki!

Stem Keynes en Kalecki!

Hoewel economische materies zoals lonen, werkloosheidsuitkeringen en pensioenen de inzet van de verkiezingen vormen, bleven bij de meeste partijen expliciete en coherente interpretaties over de economie als een model op macro-schaal afwezig.

woensdag 21 mei 2014 21:05

DeWereldMorgen.be

Hoewel economische materies zoals lonen,
werkloosheidsuitkeringen en pensioenen de inzet van de verkiezingen vormen, bleven
bij de meeste partijen expliciete en coherente interpretaties over de economie
als een model op macro-schaal afwezig. De politici in kwestie staken proefballonnetjes
op over een welbepaald afzonderlijk onderwerp in de hoop snel media-aandacht te
verkrijgen, maar nergens gaven ze blijk van inzichten hoe deze proefballontjes
elkaar beïnvloeden en welk globaal resultaat dit met zich zal meebrengen. Ook
in de kiesprogramma’s was het qua onderbouwde visie armoe troef. Partij-marketeers
schudden buzzwords uit hun mouw, waarbij
de schamele inhoud niet veel meer betekent dan een kopie van de tegenstrever. Marketeers
hebben de facto de oude studiediensten vervangen.
Tekenend was dat in
een Humo-interview (6 mei) een van deze goeroes beweerde dat Meyrem Almaci “te
rationeel” is in haar manier van politiek bedrijven. De boodschap was voor de sandwichman hoegenaamd niet van tel. Een ronduit idiote
boodschap waar Almaci terecht ook niet onmiddellijk wist wat te antwoorden. 

Het economisch onderricht

Een week geleden viel in The
Guardian
(9 mei)opnieuw het
spreekwoordelijke doek over de heersende gedachten binnen de huidige departementen
economie onder de sprekende titel “University economics teaching isn’t an
education: it’s a £9,000 lobotomy”. Deze titel is geen boutade. De heersende
economische modellen, in vaktermen neoklassiek genoemd, hebben zeer veel logische
en empirische gebreken. Neoklassieke economen zijn reeds veertig  jaar geleden in het ongelijk gesteld over hun
basispremissen – de befaamde Cambridge-Cambridge debate, maar nog steeds
weigeren zij deze kritiek ter harte te nemen. Deze kritiek wordt eenvoudigweg
naast zich neergelegd. Op empirisch vlak is het niet veel beter. Neoklassieke
economen hebben zich sinds de jaren 1970 zich uitdrukkelijk opgeworpen als
beleidsadviseurs voor politici van diverse pluimage, maar de resultaten zijn
rampzalig. Het afschaffen van de gemengde economie heeft geleid tot ongeziene
instabiliteit van de markten en een snelle de-industrialisatie van de westerse
economieën. We zijn nu immers een kenniseconomie/diensteneconomie. In ons tijdvak
heerst de rentenier en het korte gewin door speculatie, en de neoklassieke
economie is de wegbereider. 

Critici zijn er genoeg. Diverse
initiatieven op wereldwijd vlak hebben tussen de 8.000 en 30.000 economen
geïnspireerd om petities en acties te starten met als doel het curriculum
inhoudelijk te wijzigen. Zonder succes. Binnen de economische departementen is
aan versneld tempo een neoklassieke talibanisering doorgevoerd, waarbij aan afvalligen
promoties en onderzoeksgelden werden geweigerd. Maar op publicatievlak voeren
de critici nu wel de toon aan. Piketty, momenteel genietend van aandacht en
succes bij het grote publiek, komt niet uit de lucht vallen. Het aantal namen
met vernieuwende en meer complexe inzichten zijn quasi eindeloos: David Harvey,
Richard Westra, Riccardo Bellofiore, Edward J. Nell, Philip Arestis, Andrew
Kliman, David Laibman, Marc Lavoie, Lance Taylor, etc. Zij worden alom gefêteerd
op talloze congressen, hun kritiek op het neoklassieke model heeft een
consensus laten ontstaan dat de huidige heersende gedachten eerder als “zombie-economics”
kunnen worden bestempeld. Het neoklassieke model is dood door haar eigen inconsistenties
en door haar mede gecreëerde economische crisis. Alleen, de neoklassieke
beleidsmakers dwalen nog steeds rond als levende doden, nog steeds wordt
krampachtig vastgehouden aan de oude gedachten. De brutale coup van het IMF
& de EU in Griekenland en Spanje zijn hier het beste voorbeeld van.
Recepten worden met ijzeren hand opgelegd, recepten die in de eerste plaats de
mondiale crisis hebben veroorzaakt.

Afwezigheid van macro-modellen in de politieke debatten

In
ons klein Belgenland wordt er elke dag wel een economisch broodje aap door het
strot van de publieke opinie geramd. Besparen, besparen, en laten we
eens origineel uit de hoek komen, besparen. Dat De Grauwe tweewekelijks in De
Morgen waarschuwt voor de irrationaliteit van deze boodschap, dat wordt
blijkbaar door quasi geen enkel politicus opgepikt. De doorsnee politicus kan
momenteel ook niet worden verdacht van het feit dat hij tussen twee flyer-acties The General Theory van Keynes of de
verzamelde werken van Michal Kalecki (Michal wie?) zit te doorgronden. Laten we
het lekker houden op een wederzijdse sadomasochistische cijferwedstrijd wie het
meest het sociale model kan ontmantelen. “Ontmantelen om te redden”, dat is de geijkte
uitdrukking bij zowel rechtse als centrum-linkse partijen. Iedereen is sociaal
op zijn manier, het tegendeel beweren is demagogie. Allen verenigd als vlijtige
boekhouders.

Tijdens
het laatste tv-debat tussen Magnette en De Wever (13 mei), ik waande mij even
op Fox-News, viel welgeteld 1 interessant feit te registreren. Iets wat de
Vlaamse gevestigde media niet oppikte, vermits zij eerder het plan had opgevat
dit non-debat te analyseren als een bokswedstrijd. Namelijk dat Magnette
fijntjes onderstreepte dat De Wever het verschil niet kende tussen inkomen uit
kapitaal en inkomen uit arbeid. De Wever bleef maar zijn oneliner spuien dat de
belastingen te hoog waren voor de hoogste inkomensgroepen, waarbij hij
refereerde naar de hoogste inkomens van werkende mensen. Voor hem bestond even,
toevallig, het inkomen uit kapitaal niet. Niet te bespeuren. Terwijl de
groeiende ongelijkheid wel wordt aangedreven door een stilaan dramatische kloof
tussen deze twee fundamentele inkomensgroepen. Maar dit was voor De Wever geen
reden om stil te staan bij het idee van fiscale maatregelen voor
kapitaalinkomens. En dit gebeurde opnieuw tijdens een interview met Gwendolyn
Rutten op het VRT-journaal (20 mei). Vol energie proclameerde zij dat de
belastingen moesten dalen, waarbij het buzzword
 5-5-5 de ether werd ingezonden. Toen
Goedele Wachters even vroeg hoe dat zat met kapitaalinkomens, mompelde
Gwendolyn verrast “ook zij … belastingsvermindering”. Blijkbaar bestond opnieuw
inkomen uit kapitaal niet voor de flitsende VLD-voorzitster. Maar de toekomst
is fantastisch voor haar. Over naar de studio.

Deze twee korte voorbeelden tonen aan dat niet gehoopt moet
worden dat politici snel een meer diepgaand debat zullen voeren hoe het
economisch model op lange termijn en op macro-schaal zal worden ingevuld. Dit
zal u, als geïnformeerde kiezer, zelf moeten doen.

Leve Keynes en Kalecki

De huidige generatie van aangehaalde kritische economen zijn
geïnspireerd door het baanbrekende werk van welgeteld zes economen: Adam Smith,
David Ricardo, Karl Marx, John Maynard Keynes, Piero Sraffa en Michal Kalecki.
Ik verkies kort enkele “weetje-datjes” de wereld in te sturen aan de hand van
het onderzoek van Keynes en Kalecki. Zij hebben zowel op beleids- als
theoretisch vlak hun stempel weten te drukken.

1. Loonmatiging. Keynes heeft gesteld dat loonmatiging een
ontoereikende maatregel vormt om uit de crisis te komen. Pech voor Bart De
Wever, maar empirisch en logisch is bewezen dat lonen moeten sneller dalen dan
prijzen om te komen tot grotere werkgelegenheid en meer investeringen.
Daarenboven moeten deze lonen ook nog sneller dalen in nominale termen dan in
reële. Dit werkt dermate ontwrichtend voor een economie dat geen enkel
historisch voorbeeld kan worden gevonden, waarin een daling van nominale lonen
resulteert in groei. In alle gevallen werkt een nominale loondaling als een
versterkende negatieve factor, vermits het desastreus is voor de effectieve
vraag van een nationale economie. Hoed u dus voor loonfetisjisten onder de
politici! En dat zijn er een pak.

2. De gemengde economie. Kalecki heeft logisch en empirisch
bewezen dat alle markten – goederen, arbeid en kapitaal – inherent instabiel
zijn. Alleen met een sterke gemengde economie kan sturing worden gegeven
naar een meer optimaal groeipad. De staat is in de eerste plaats een coördinator
over de onlosmakende verbondenheid tussen algemene vraag naar goederen, koopkracht
via actieve loonpolitiek, en het kapitaalaanbod. Laat deze factoren aan hun lot
over, en binnen de kortste tijd ontstaat een mismatch tussen spaargelden, investeringen en consumptie. Daarenboven
moet de staat niet alleen een coördinator zijn, zij moet ook een actieve
economische rol op zich nemen. De grootste groei, tussen 1945 en 1975, werd
bewerkstelligd juist omwille van het feit dat de staat een openbare bank had om
aan gunstige voorwaarden het investeringsklimaat tegemoet te komen. De staat stond
ook in voor het beheer van de nutsvoorzieningen en de productie van bepaalde
basismaterialen. Sectoren mogen plots in een moeilijke positie te komen zitten,
de staat kan als belangrijke productiespeler goedkopere grondstoffen, kapitaal
en materialen leveren. En zij zal een betrouwbare werkgever blijven. Een recept
voor succes, zo bewees de golden age of
capitalism
. Alleen PVDA+ onderschrijft het belang van het model van een
gemengde economie. Rechtse partijen geloven met een opvallende
fundamentalistische blindheid in de auto-regulering van de markten, hoewel deze
hidden hand zich met theologische
hardnekkigheid blijft verstoppen tussen de kieren van de realiteit van stervelingen. Ook Groen! en
Sp.a hebben helaas geen coherent model van de gemengde economie naar voor
geschoven, wat uiteindelijk hun achillespees blijkt te zijn tijdens debatten met
rechtse tegenstrevers. 

3. Kalecki en Keynes hebben bewezen dat er nooit een match bestaat tussen spaargelden en
investeringen. Meer dan ooit verdwijnen gigantische kapitalen uit de reële
economie om louter te functioneren als speculatief idle money (ook wel M3 genoemd bij macro-economen). Het belasten
van idle money is dringend nodig,
vermits het momenteel geen dienst doet als productief kapitaal, en dus alleen
maar de instabiliteit van de huidige economie versterkt. Groen! en PVDA+ pleiten
voor een vermogensbelasting, waarbij deze laatste partij ook benadrukt dat een
grondige fiscale hervorming moet gericht zijn op het uitbannen van idle money.

4. Linkse partijen moeten ook duidelijk pleiten voor het
sturen van de aard van de investeringen. Loonmatiging functioneert als een
hangmat voor grote bedrijven. Het is gemakkelijke winst in de pocket. Het stimuleert desinvesteringen,
omdat dan goedkope wegwerparbeid te prefereren valt boven een rationeel
investeringsbeleid gericht op technologische efficiëntie. Hoge lonen verzekeren
dus een aangehouden groei met duurzame investeringen in het machinepark, lage
lonen veroorzaken luiheid onder de grote ondernemers. Bovendien moet een
agnostisch antwoord worden gegeven op de vraag of lagere lonen een groter
kapitaalaanbod zullen veroorzaken. Dit aanbod wordt bepaald door andere factoren. Deze
uitleg geldt trouwens niet voor kleine KMO’s en de horeca, vermits hier alleen
arbeid de productiefactor is. Een sectoriële visie moet tevens aanwezig zijn,
en de gemiddelde caféhouder of slager moet actief worden ondersteund in zijn
dagdagelijkse activiteiten.

Voer voor discussie. Peter Mertens’ Hoe Durven Ze en Thomas Piketty’s Capital in the Twenty-First Century gaven reeds de aanzet. Het is
de verdienste van PVDA dat binnen links eindelijk wordt teruggekeerd naar de
essentie van de zaak: een doordachte linkse economische politiek om het goede
leven van eenieder veilig te stellen. Ik hoop dat andere linkse partijen deze lijn volgen. Met Keynes en Kalecki in de aanslag. Avanti!

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!