Afrikaanse landen betalen nog koloniale schuld aan Frankrijk
Opinie, Afrika -

Afrikaanse landen betalen nog koloniale schuld aan Frankrijk

Meer dan vijftig jaar na hun onafhankelijkheidsstrijd betalen de voormalige Franse kolonies in Afrika nog steeds 'schulden' voor het toenmalig stelen van Franse eigendom.

maandag 5 mei 2014 14:08

DeWereldMorgen.be

Toen
Sékou Touré van Guinea in 1958 als één van de eersten besloot om
uit het Franse koloniale rijk te stappen en voor de onafhankelijkheid
van zijn land te kiezen, was de Franse koloniale elite in Parijs
woedend. In een historische vlaag van razernij beval zij de Franse
administratie in Guinea alles in het land te vernietigen dat iets te maken had met wat zij beschouwden als de verworvenheden
van de Franse kolonisatie.

Drieduizend
Franse kolonialen verlieten het land. Ze namen al hun ‘eigendommen’
mee en vernietigden alles wat ze niet konden meenemen: scholen,
kinderopvang, openbare gebouwen; auto’s, boeken,
instrumenten van onderzoekinstellingen, tractoren. Paarden, koeien op boerderijen werden gedood en voedsel in de winkels werd verbrand of vergiftigd.

Het
doel van deze schandalige daad was al hun andere kolonies een
duidelijke boodschap te geven. Wie Frankrijk de rug toedraait, zal
grote gevolgen dragen.

Langzaam
verspreidde de angst zich onder de Afrikaanse elite. Geen van hen
vond na deze gebeurtenissen in Guinea nog de moed om het voorbeeld
van Sékou Touré te volgen, met zijn slogan: “Wij verkiezen
armoede in vrijheid boven rijkdom in slavernij”.

Togo

Sylvanus
Olympio
,
de eerste president van de republiek Togo, een klein land in
West-Afrika, vond een tussenoplossing met de Fransen. Hij wou niet
dat zijn land een Frans mandaatgebied bleef en weigerde het pact van
president De
Gaulle

voor de feitelijke voortzetting van de kolonisatie onder een andere
naam te ondertekenen. In de plaats daarvan ging hij akkoord met het
betalen van een jaarlijkse schuld aan Frankrijk, voor de zogenaamde
‘voordelen’ die Togo had gehaald uit de Franse kolonisatie.

Het
was de enige voorwaarde die Frankrijk stelde om het land niet te
vernietigen voor het te verlaten. Het door Frankrijk geschatte bedrag
was uiteindelijk zo groot dat de terugbetaling van de zogenaamde
‘koloniale schuld’ bijna veertig procent van de Togolese begroting van
1963 bedroeg.

De
financiële situatie van het nieuw onafhankelijk land Togo was dus
zeer instabiel. Op zoek naar enige financiële stabiliteit besloot
president Olympio zich terug te trekken uit de Franse koloniale
muntunie FCFA (Franc des Colonies françaises d’Afrique) en het land
zijn eigen munt te geven.

Op
13 januari 1963, drie dagen nadat hij de eigen munt was begonnen te drukken,
vermoordde een team ongeletterde soldaten, met steun van Frankrijk,
de allereerste verkozen president van het net onafhankelijk wordende
Afrikaanse continent. President Olympio werd vermoord door een
voormalige sergeant van het Frans Vreemdelingenlegioen, Etienne
Gnassingbe
,
die hiervoor vermoedelijk een premie van 612 dollar kreeg van de
Franse ambassade in Togo. Het was president Olympio’s droom een
onafhankelijk, zelfvoorzienend en zelfstandig land op te bouwen. De
Fransen moesten van deze droom niets weten.

Mali

Op
30 juni 1962 besloot Modiba
Keita
,
de allereerste president van de republiek Mali, zich eveneens terug
te trekken uit de Franse koloniale munteenheid FCFA, die was opgelegd aan twaalf recent onafhankelijk geworden Afrikaanse landen. De
Malinese president zag meer heil in een socialistische economie. Hij
zag het pact met Frankrijk als een val, een last voor de ontwikkeling
van het land.

President
Keita werd op 19 november 1968, net als de Togolese president Olymio,
het slachtoffer van een staatsgreep door een andere voormalig lid
van het Franse Vreemdelingenlegioen, luitenant Moussa
Traoré
.

De
anderen volgen

Tijdens
de turbulente periode waarin de Afrikanen streden om zichzelf te
bevrijden van de Europese kolonisatie, heeft Frankrijk zijn Franse
legionairs

nog meer ingezet om staatsgrepen uit te voeren tegen verkozen
presidenten:

  • op
    1 januari 1966 pleegde voormalige Franse legionair Jean-Bédel
    Bokassa

    een staatsgreep
    tegen David
    Dacko
    ,
    de eerste president van de Centraal-Afrikaanse Republiek;

  • op
    3 januari 1966 werd Maurice
    Yaméogo
    ,
    de eerste president van de republiek Opper-Volta, het huidige
    Burkina Faso, het slachtoffer van een staatsgreep door Aboubacar
    Sangoulé Lamizana
    ,
    een voormalige Franse legionair, die nog samen met het Franse leger
    had gevochten tegen de onafhankelijkheid in Indonesië en Algerije;

  • op
    26 oktober 1972 pleegde Mathieu
    Kérékou
    ,
    een veiligheidsagent van president Hubert
    Maga
    ,
    de eerste president van Republiek Benin, een staatsgreep nadat hij
    van 1968 tot 1970 de militaire school in Frankrijk had gevolgd.

De
voorbije vijftig jaar zijn er in totaal 67 staatsgrepen gepleegd in 26
landen in Afrika. Zestien van deze landen zijn Franse ex-kolonies,
wat betekent dat 61 procent van alle staatsgrepen in Afrika plaatsvond in
Franssprekend Afrika.

Zoals
deze cijfers aantonen, is Frankrijk redelijk wanhopig actief om te
allen prijze een sterke greep op zijn voormalige kolonies te
behouden. In maart 2008 zei voormalige president Jacques
Chirac
:
“Zonder
Afrika zal Frankrijk afglijden naar de status van een derderangs
(wereld)macht”. Zijn
voorganger François
Mitterrand

voorspelde al in 1957: “Frankrijk zal zonder Afrika geen
geschiedenis meer hebben in de 21ste eeuw”.

Terwijl
ik dit artikel schrijf, zijn via dit postkoloniale pact veertien Afrikaanse
landen verplicht om 85% van hun buitenlandse reserves in de Franse
centrale bank te plaatsen, onder controle van de Franse minister van
Financiën. Tot op de dag van vandaag moeten Togo en dertien andere
Afrikaanse landen ook een koloniale schuld betalen aan Frankrijk.

Postkoloniale
financiële dwangbuis

De
Afrikaanse leiders die dit weigeren te doen worden of vermoord of
worden geslachtofferd door een staatsgreep. Degenen die gehoorzamen krijgen steun van Frankrijk en worden beloond met een uitbundige
levensstijl, terwijl hun volk in extreme armoede en wanhoop leven. Het
is zo’n kwaadaardig systeem dat het zelfs door de EU wordt
veroordeeld. Frankrijk is echter niet van plan om dit koloniaal
systeem te verlaten dat over vijftig jaar ongeveer vijfhonderd miljard dollar
van Afrika naar hun schatkist heeft versast.

We
beschuldigen Afrikaanse leiders vaak van corruptie en van het dienen
van de belangen van de westerse landen, maar er is een duidelijke
verklaring voor dit soort gedrag. Ze gedragen zich juist zo omdat ze
bang zijn vermoord te worden of het slachtoffer van een staatsgreep.
Ze geven daarom de voorkeur aan een machtige bondgenoot die hen zal
steunen, indien er enige vorm van agressie of problemen zijn. In ruil
voor deze bescherming van een ‘vriendschappelijk’ land, wordt de
voorwaarde gesteld dat deze leiders afstand nemen van de belangen van
hun eigen volk of land.

Met
andere woorden, Afrikaanse leiders zouden zich inzetten voor de
belangen van hun volk indien ze niet steeds achternagezeten en gepest
werden door hun voormalige koloniale heersers.

In
1958 was de Senegalese leider Leopold
Sédar Senghor

bang voor de gevolgen, indien ze zouden kiezen voor de
onafhankelijkheid van Frankrijk: “De keuze van het Senegalese volk
is onafhankelijkheid. Zij verkiezen dat het enkel plaatsvindt in
vriendschap met Frankrijk, niet in dispuut met hen.”

Vanaf
toen aanvaardde Frankrijk enkel een “onafhankelijkheid op papier”
voor zijn kolonies en legde ze bindende “samenwerkingsakkoorden”
op. Daarin werd de aard van hun relatie met Frankrijk in detail
bepaald, in het bijzonder met de Franse koloniale muntunie FCFA, het
Franse onderwijssysteem en met de Franse militaire en commerciële
prioriteiten.

Voortzetting van kolonisatie

Hieronder
worden de elf voornaamste onderdelen van dit ‘project voor de
voortzetting van de kolonisatie’ sinds de jaren 1950 opgenoemd:

#1.
Koloniale schuld voor de voordelen van de Franse kolonisatie:

De
nieuwe ‘onafhankelijke’ landen moeten betalen voor de
infrastructuur die door Frankrijk tijdens de kolonisatie werd
gebouwd. (Ik moet nog steeds de volledige details uitpluizen over dit
bedrag, de evaluatie van de koloniale voordelen en de
betalingsvoorwaarden opgelegd aan de Afrikaanse landen, maar wij
werken eraan – help ons met informatie!)


#2.
Automatische inbeslagname van de nationale muntreserves:

De
Afrikaanse landen moeten hun nationale monetaire reserves storten op
de Franse Centrale bank. Frankrijk beheert op die manier sinds 1961
de nationale reserves van veertien Afrikaanse landen: Benin, Burkina Faso,
Guinea-Bissau, Ivoorkust, Mali, Niger, Senegal, Togo, Kameroen,
Centraal-Afrikaans Republiek, Tsjaad, Congo-Brazzaville,
Equatoriaal-Guinea en Gabon.

Dr.
Gary K. Busch

schreef hierover: “Het monetaire beleid van een zo diverse
verzameling landen is niet gecompliceerd, omdat het wordt beheerd
door de Franse schatkist zonder enige invloed van de fiscale
autoriteit van de West African Economic and Monetary Union (WAEMU) of
de Communauté économique et monétaire de l’Afrique centrale
(CEMAC). De voorwaarden van de overeenkomst die de banken van deze
landen met de FCFA hebben opgericht, verplichten de centrale banken
van elk betrokken Afrikaans land ten minste 65 procent van zijn
internationale reserves te plaatsen op een rekening beheerd door de
Franse schatkist. Hierboven komt nog twintig procent bij om de financiële
risico’s te dekken.”

“De
centrale banken van de CFA leggen ook een limiet op het krediet dat
aan elk land wordt uitgereikt. Die ligt vast op twintig procent van de
overheidsinkomsten van dat land in het voorgaande jaar. Alhoewel de
Banque des Etats de l’Afrique Centrale (BEAC) en de Banque Centrale
des Etats de l’Afrique de l’Ouest (BCEAO) een kaskrediet hebben bij
de Franse schatkist, moeten ze voor het opnemen van dat krediet de
instemming krijgen van de Franse schatkist. Het laatste woord is dus
dat van de Franse schatkist die de internationale reserves van deze
Afrikaanse landen onder zijn eigen naam heeft ingeschreven op de
beurs van Parijs.”

“Kort
samengevat, meer dan tachtig procent van de internationale reserves van
deze Afrikaanse landen wordt bewaard op rekeningen beheerd door de
Franse schatkist. De CFA-banken zijn op papier Afrikaans, maar hebben
geen eigen monetaire beleidsbevoegdheden. De landen weten dus zelf
niet hoeveel van hun internationale reserves, bewaard door de Franse
schatkist, aan hen toebehoort als groep of individueel per land. Het
wordt hun ook niet verteld.”

“De
winsten voor de Franse schatkist, geboekt op de investeringen met
deze fondsen, zouden opgeteld moeten worden bij dit geheel, maar er
wordt geen boekhouding opgemaakt voor de banken of de landen
afzonderlijk, met de details van een dergelijke aanpassing. Een
kleine groep hoge functionarissen die de Franse schatkist beheert,
weet welk bedrag er op deze rekeningen staat en waar de winst op hun
investeringen terechtkomt. Het wordt hun echter verboden deze
informatie vrij te geven aan de CFA-banken of de Afrikaanse centrale
banken.”

“Het
bedrag van de Afrikaanse landen dat Frankrijk momenteel beheert in
zijn schatkist wordt geschat op 500 miljard dollar. Frankrijk zal
echter er alles aan doen om te voorkomen dat iemand enige aandacht schenkt aan
deze donkere zijde van het oude Franse rijk. De Afrikaanse landen
kunnen zelf niet eens aan dat geld. Frankrijk geeft hun jaarlijks de
mogelijkheid om maximaal 15 procent van dit geld te gebruiken. Indien
de Afrikaanse landen meer nodig hebben, moeten ze aan commerciële rente lenen van hun eigen
65 procent geld dat beheerd wordt door de Franse schatkist.”

“Om
het nog erger te maken, legt Frankrijk een limiet op het totaalbedrag
dat de betrokken landen kunnen lenen van de reserves. Deze limiet
ligt op twintig procent van de overheidsinkomsten van het voorgaande
begrotingsjaar. Indien de landen meer moeten lenen dan deze limiet
kan Frankrijk een veto uitspreken. Voormalig president Jacques
Chirac

sprak onlangs over dit Afrikaanse geld in Franse banken. In
bijgevoegd videofragment heeft hij het over dit Franse
uitbuitingssysteem. Hij zegt daarin onder meer: “We moeten eerlijk
zijn en erkennen dat een groot deel van het geld in onze banken
afkomstig is van de uitbuiting van het Afrikaanse continent.”

[youtube]OzPITL1WLY0 [/youtube]

#3.
Recht van eerste bod op de aankoop van nieuw ontdekte natuurlijk
grondstoffen:

Frankrijk heeft
het voorrecht om als eerste alle natuurlijke grondstoffen die worden
ontdekt in zijn ex-kolonies op te kopen. Enkel nadat Frankrijk heeft gezegd
“Ik ben niet geïnteresseerd”, mogen de Afrikaanse landen andere
kandidaat-kopers zoeken.

#4.
Recht van eerste bod voor Franse bedrijven bij openbare
aanbestedingen:

Bij het toekennen
van overheidsopdrachten moeten Franse bedrijven eerst gecontacteerd
worden. Het doet er daarbij niet toe of de betrokken Afrikaanse
landen ergens anders beter waar voor hun geld kunnen krijgen. Dit
heeft tot gevolg dat de belangrijkste economische troeven van de
meeste Franse ex-kolonies in de handen zijn Franse expats.

Zo
hebben in Ivoorkust Franse bedrijven al de belangrijkste
voorzieningen – water, elektriciteit, telefonie, transport, havens,
de grootste banken – in handen. Uiteindelijk leven
Afrikanen nu op een continent dat in de handen is van de Europeanen!


#5.
Exclusief recht om militair materiaal te leveren en officieren op te
leiden:

Via een uitgekiend
systeem van studiebeurzen, subsidies en ‘defensie-overeenkomsten’
verbonden aan dit postkoloniaal pact, zijn alle Afrikaanse hoge
militairen verplicht opleidingen te volgen in Frankrijk of in een
door Frankrijk beheerd opleidingscentrum.

Zo heeft Frankrijk
tot nu honderden, zelfs duizenden verraders opgeleid en gevoed. Ze
houden zich op de achtergrond zolang ze niet nuttig zijn, maar treden
op de voorgrond zodra ze nodig zijn voor een staatsgreep of iets
anders!

#6.
Het recht van Frankrijk om troepen op te stellen en militair in te
grijpen om zijn belangen te verdedigen:

Frankrijk heeft
volgens deze ‘defensie-overeenkomsten’ in dit postkoloniaal pact het
recht om militair tussenbeide te komen in de betrokken Afrikaanse
landen, alsook om permanent militaire troepen op te stellen in
militaire bases en centrums, volledig beheerd door Frankrijk.

Franse
militaire bases in Afrika

DeWereldMorgen.be

Toen
president Laurent
Gbagbo

van Ivoorkust poogde een einde te maken aan de Franse uitbuiting van
zijn land, organiseerde Frankrijk een staatsgreep. Tijdens het lange
proces om Gbagbo af te zetten, kwamen Franse tanks,
gevechtshelikopters en speciale eenheden tussenbeide, die op burgers
schoten met talrijke doden tot gevolg.

Om
het nog erger te maken maakte Frankrijk de schatting dat de Franse
zakenwereld meerdere miljoenen dollars heeft verloren toen ze in 2006
in alle haast de hoofdstad Abidjan moesten verlaten. Tijdens deze
terugtrekking heeft het Franse leger wel 65 ongewapende burgers
afgeslacht en 1200 anderen verwond.

Nadat
Frankrijk succesvol de coup had gepleegd en de macht had doorgegeven
aan Alassane
Ouattara
,
eiste Frankrijk van Ouatara een vergoeding aan de
Franse zakenwereld om de verliezen, opgelopen tijdens de
burgeroorlog, te compenseren. De regering van Ouattara heeft dat
effectief gegaan, zelfs tweemaal meer dan het door Frankrijk
geschatte bedrag.

#7.
Verplichting om het Frans als officiële taal te gebruiken door de
overheid en in het onderwijs:

‘Francophonie’
is de organisatie die werd opgericht om de Franse taal en cultuur te
verspreiden over de Afrikaanse landen. Ze staat samen met
verscheidene satelliet- en gelieerde organisaties onder toezicht van
de Franse minister van Buitenlandse Zaken. Zoals aangetoond wordt in
dit
artikel

heb je, indien Frans de enige taal is die je spreekt, slechts toegang
tot minder dan vier procent van de kennis en ideeëngoed van de
mensheid. Dit is zeer beperkend.


#8.
Verplichting van het gebruik van de Franse koloniale munt FCFA:

Dit
is de grote melkkoe van Frankrijk, een systeem zo kwaadaardig dat het
zelfs door de EU wordt veroordeeld. Frankrijk is echter niet van plan
om dit koloniaal systeem op te geven. Het bracht tot nu ongeveer 500
miljard Afrikaanse dollars.

De
meeste EU-landen ontdekten deze Franse uitbuiting pas toen de euro
werd ingevoerd. Vooral de Scandinavische landen waren geschokt en
maanden Frankrijk aan dit systeem op te heffen, zonder enig succes.


#9.
Verplichting om jaarlijks de balans en stand van de reserve over te
maken aan Frankrijk:

Zonder
het verslag, geen geld. Hoe dan ook zijn de secretarissen van de
centrale banken van de betrokken ex-kolonies en de secretaris van de
tweejaarlijkse bijeenkomst van de ministers van Financiën altijd
personeelsleden van de Franse centrale bank of de Franse thesaurie.

#10.
Geen militair samenwerkingsverband met een ander land tenzij
toegelaten door Frankrijk:

Afrikaanse
landen hebben in het algemeen weinig of geen regionale militaire
bondgenoten. De meeste van deze landen hebben enkel militaire
samenwerkingsverbanden met hun voormalige kolonisators (grappig,
maar het is niet anders)! In het geval van de Franse ex-kolonies
verbiedt Frankrijk hen concreet om enige militaire samenwerking aan
te gaan met landen als dat niet door Frankrijk zelf werd voorgesteld.

#11. Verplichting zich aan de zijde van Frankrijk te scharen in geval van oorlog of crisis:

Meer
dan één miljoen
Afrikaanse soldaten

vochten mee tegen het nazisme en fascisme tijdens de Tweede
Wereldoorlog. Hun toenmalige bijdrage wordt meestal genegeerd of
geminimaliseerd. Als je weet dat het Duitsland slechts zes weken kostte
om Frankrijk in 1940 te verslaan, dan weet Frankrijk evengoed dat de
Afrikanen in de toekomst zeer goed van pas kunnen komen om “la
Grandeur de la France” te vrijwaren.

Conclusie

Er
is iets bijna psychopathisch aan de relatie van Frankrijk met Afrika.

Ten
eerste is Frankrijk sinds de tijden van slavernij zwaar ‘verslaafd’
aan het plunderen en uitbuiten van Afrika. Vervolgens is er het
complete gebrek aan creativiteit en inbeelding bij de Franse elite om
verder te denken dan dit verleden en deze traditie.

Ten slotte
beheert Frankrijk twee instellingen die helemaal vast zitten in het
verleden, die bewoond worden door paranoïde en psychopathische “hoge
functionarissen”. Zij verspreiden een angstbeeld van totale
ondergang als Frankrijk zou veranderen. Hun ideologische referentie
is nog steeds de negentiende-eeuwse romantiek. We hebben het hier
over het ministerie van Financiën en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Deze twee instellingen vormen niet alleen een gevaar voor
Afrika maar ook voor de Fransen zelf.

Om
even een historische vergelijking te geven, Frankrijk heeft Haïti
een bedrag van 21 miljard dollar (omgerekend naar de huidige waarde)
doen betalen tussen 1804 en 1947 (bijna anderhalve eeuw) om de
‘verliezen’ van de Franse slavenhandelaars te vergoeden voor het
afschaffen
van de slavernij

en de bevrijding van de Haïtiaanse slaven. De Afrikaanse landen zijn
nog maar vijftig jaar koloniale belasting aan het betalen. Er blijft nog
een eeuw te gaan!

Het
is aan ons, de Afrikanen, om onszelf te bevrijden, zonder hun
toestemming te vragen.

Mawuna Remarque Koutonin, hoofdredacteur SiliconAfrica.com 

© SiliconAfrica.com

Vertaling Bavo Vanoost

14 African Countries Forced by France to Pay Colonial Tax For the Benefits of Slavery and Colonization

Overname vertaling of origineel kan voor niet-commerciële doeleinden (mits toestemming van de auteur mk@linkcrafter.com). 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!