Betweterbestuur
Opinie -

Betweterbestuur

"Betweterbestuur kent drie ingrediënten: kritiek negeren, alternatieven wegredeneren en voldongen feiten creëren. De manier waarop we omgaan met bijvoorbeeld klimaatwijziging wordt erdoor getypeerd", vinden Manu Claeys en Peter Verhaeghe, voor stRaten-generaal.

zaterdag 5 april 2014 17:55

DeWereldMorgen.be

Dat soort van
bestuur leidt niet alleen tot beslissingen van het verleden in plaats
van toekomstgerichte oplossingen maar ook tot de volgende paradox:
veel mensen voelen aan dat iets niet deugt aan de beslissing, maar de
achterliggende bestuurscultuur veranderen gaat desondanks moeilijk.
Dat brengt overheden ertoe te concluderen dat ze daadkrachtig bezig
zijn. Maar dat is dus niet zo, beseffen we met zijn allen.

Op Vlaamse schaal is de beslissing
over Uplace hiervan een klassiek voorbeeld. Ondanks massale kritiek
van lokale besturen, ngo’s, Unizo en experten en ondanks
alternatieve zienswijzen aangedragen door dezelfde spelers creëerde
een Vlaamse regering in 2009 tijdens een allerlaatste ministerraad
vlak voor verkiezingen een voldongen feit in het dossier.

Sindsdien
worstelt de huidige regering met de kwestie. We weten met zijn allen
dat het bouwen van een groot shopping complex naast een overbelaste
ringweg niet verstandig is, maar toch blijft het project op de rails.

Oosterweel

Het Oosterweeldossier is in
hetzelfde bed ziek. Een nieuwe autostrade door de grootste stad van
Vlaanderen? Het buikgevoel zegt: niet goed bezig. Transporteconomen,
verkeersdeskundigen, ruimtelijke planners en actiegroepen zeggen:
niet doen. In de stad Antwerpen is er geen draagvlak voor, leerde een
recente enquête van de Gazet van Antwerpen. Wat wil je, met
de berekende vijftig procent toename van het verkeer ter hoogte van
het Sportpaleis?

Maar gisteren creëerde de Vlaamse regering
andermaal een voldongen feit in het dossier, met de goedkeuring van
het ontwerp van het ruimtelijk uitvoeringsplan voor het bouwproject.

Betekent dit dat het project er
komt? Allerminst. Er volgen nog jaren van openbare onderzoeken,
adviesrondes, voorgeschreven procedures en vergunningsaanvragen. Maar
het wordt wel weer iets moeilijker voor de volgende Vlaamse regering
om het pad van het alternatieve denken in te slaan, waardoor we tijd
verliezen bij het vinden van een duurzame oplossing met draagvlak. En
zo staat betweterbestuur op de rem van echte vooruitgang.

Het wegcommuniceren van
alternatieven gebeurde herhaaldelijk en openlijk in dit dossier. Dat
is ook in de context van dit meest recente voldongen feit het geval.
Om het ruimtelijk uitvoeringsplan te kunnen goedkeuren moet de
regering zich baseren op een milieueffectenrapport (MER). Zo’n
rapport is er sinds begin februari.

Maar er bleek een probleem: de
alternatieve tracés waren zowel op het vlak van
mobiliteitsresultaten als voor de lucht- en geluidseffecten en de
maatschappelijke kosten-baten niet op gelijkwaardige wijze onderzocht
als het overheidsproject. Actiegroepen en politieke partijen wezen
daarop en vroegen om de kennislacunes alsnog in te vullen vooraleer
het ruimtelijke uitvoeringsplan goed te keuren. Want je kunt geen
regeringsbeslissing nemen op basis van een vergelijking tussen appels
en peren.

Achter de schermen

De regeringspartijen begrepen dat
zich hier inderdaad een probleem stelde. Daarom liet de minister van
Mobiliteit achter de schermen en buiten de formele MER-procedure om
herberekeningen van de alternatieven maken door het Vlaams
Verkeerscentrum, zij het enkel voor de mobiliteit.

En hier schuilt nu
de bestuursfout. Ofwel zeg je als regering dat er inderdaad
kennislacunes zitten in het MER en laat je dat MER afkeuren door je
administratie. Ofwel zeg je dat er geen kennislacunes zijn. Maar de
politieke tussenweg van buiten de voorziene MER-procedure om zelf
bijkomende studie te laten verrichten om een regeringsbeslissing te
onderbouwen staat haaks op de MER-wetgeving die bepaalt dat een
studiebureau – in deze Antea – de opdracht krijgt om een MER tot
een goed einde te brengen.

Dat betekent dus dat dit studiebureau deze
opdracht afwerkt en niet dat een minister post-factum selectief vlug
nog wat herberekeningen laat maken ‘om van het gezaag af te zijn’.

De minister koos voor deze politieke
shortcut omdat ze de regeringsbeslissing van gisteren niet in het
gedrang wilde brengen. Immers: wanneer de administratie en het
eerder aangestelde studiebureau Antea formeel de opdracht zouden
krijgen om het milieueffectenrapport in orde te brengen, kon de
Vlaamse regering het ruimtelijk uitvoeringsplan nog niet goedkeuren.

Dan had de Vlaamse regering niet de
handen vrij om op de laatste ministerraad van deze legislatuur nog
vlug een voldongen feit te creëren. Want zo ver reikt de horizon van
betweterbestuur: tot de eerstvolgende verkiezingen.

Het is de volgende Vlaamse regering
die op de blaren zal mogen zitten, wanneer bij de Raad van State zal
worden aangevoerd dat het goedgekeurde MER aantoonbaar onvolledig
bleek.

En intussen kijken de actiegroepen
reikhalzend uit naar de resultaten van de herberekeningen op het vlak
van lucht- en geluidskwaliteit, want die zijn dan weer niet besteld
door de minister. Veelzeggend, dat laatste.

Manu Claeys en Peter Verhaeghe, voor
stRaten-generaal

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!