Nieuws, Europa, Economie, Politiek, België, Nederland, EU, Duitsland, Analyse, Openbare aanbestedingen - Phi-Rana

Duitsland en Nederland schermen eigen openbare aanbestedingen af van EU

Duitsland en Nederland behoren tot die EU-lidstaten die het strengst zijn voor andere EU-lidstaten die zich niet aan de interne marktregels van de EU houden. Nochtans blijken ze zelf zeer selectief om te gaan met die regels. Zo gaan beide landen stelselmatig zeer protectionistisch om met openbare aanbestedingen.

zaterdag 16 november 2013 20:47

De interne EU-markt voor openbare aanbestedingen[1] (‘EU-aanbestedingen) wordt verondersteld ‘open’ te staan voor alle in de EU geregistreerde bedrijven. In de praktijk blijkt dat niet te kloppen, volgens sommige bronnen is de interne EU-markt zelfs meer gesloten dan bijvoorbeeld de interne Chinese markt.

Hoewel voor de interne EU-markt in theorie dezelfde regels gelden in alle EU-lidstaten, is de transparantie over de toewijzing van openbare aanbestedingen tussen verschillende EU-lidstaten sterk verschillend. In de groep van EU-lidstaten met een significant economisch overwicht voeren vooral Duitsland en Nederland in de praktijk een zeer protectionistisch beleid, omdat deze twee landen in vergelijking met andere EU-lidstaten abnormaal weinig openbare aanbestedingen aanbieden aan de interne EU-markt buiten hun eigen grenzen. Nochtans zijn het tegelijkertijd deze twee landen die het grootste deel van EU-aanbestedingen van andere EU-lidstaten binnen halen.

België toont zich daarentegen een prima leerling door voor zijn openbare aanbestedingen meer dan het dubbele van het EU-gemiddelde aan te bieden op de interne EU-markt. Bovendien kent het van die EU-aanbestedingen ook effectief meer dan het dubbele toe aan niet-Belgische EU-bedrijven. Dat heeft tot gevolg dat België in absolute termen meer euro’s toewijst aan buitenlandse bedrijven dan Duitsland, Nederland of Spanje (elk afzonderlijk).

Indien België slechts evenveel aanbestedingen zou aanbieden op de interne EU-markt als het EU gemiddelde, zou dat 665 miljoen euro per jaar extra opdrachten betekenen voor Belgische bedrijven. Dat bedrag houdt daarenboven geen rekening met de impact op de werkgelegenheid en met de daaruit voortvloeiende koopkracht die hier behouden zou blijven.

Een volledig opengestelde EU-markt zou goed kunnen zijn en waarschijnlijk een verdere daling van de kosten van openbare aanbestedingen tot gevolg hebben, maar dat werkt alleen als alle EU-lidstaten het spel correct spelen. Dat is duidelijk niet het geval.

Het is ironisch om te zien hoe bepaalde landen nu de zuidelijke EU-lidstaten de les spellen over de vereiste begrotingsdiscipline, terwijl ze zelf reeds jaren de boel bedotten door een belangrijke voordeel te halen uit de ééngemaakte EU-markt voor openbare aanbestedingen, zonder er zelf een evenredige bijdrag aan te leveren: 5,9 miljard euro voor Duitsland en 2,3 miljard euro voor Nederland per jaar.

Korte analyse

EU-aanbestedingen zijn een belangrijk deel van de economische activiteit in de EU. Ze zijn goed voor gemiddeld 19 procent van het BNP van de EU[2]. Ongeveer 2.000 à 2.500 miljard euro wordt in de EU per jaar besteed aan openbare aanbestedingen. Zo vormen zij een belangrijke factor van economisch succes van de EU-lidstaten.

De toekenning van openbare aanbestedingen aan binnenlandse of buitenlandse ondernemingen is natuurlijk een politiek gevoelig punt, omdat elke toewijzing van een aanbesteding aan een buitenlands bedrijf een directe impact heeft op de nationale begroting, de handelsbalans en op de lokale werkgelegenheid.

De EU-markt wordt vaak aanzien als een zeer open markt die vrij toegankelijk is voor competitie. Misschien minder voor landen buiten de EU, maar hoofdzakelijk voor de EU-lidstaten onderling zou men dus een open en transparante markt verwachten. De beschikbare cijfers geven echter een ander beeld.

Ondanks de EU-richtlijn die bepaalt dat aanbestedingen boven een bepaald bedrag moeten worden aangeboden op de volledige EU-markt, wordt amper 17,4 procent (in financiële cijfers) ook effectief zo aangeboden.

Van de 17,4 procent zo aangeboden aanbestedingen wordt bovendien slechts 3,6 procent effectief ook verworven door bedrijven die niet aanwezig zijn in de betrokken EU-lidstaat. Dat betekent dat slechts 0,6 procent van alle openbare aanbestedingen echt rechtstreeks worden toegewezen aan en uitgevoerd door een buitenlands bedrijf.

Indirect grensoverschrijdende toewijzingen (via dochterondernemingen van het buitenlandse bedrijf in het aanbiedende land) zijn iets hoger. 14,9 procent van deze bedrijven wint effectief een aanbesteding. Dat is nog steeds te weinig om vermoedens van protectionisme totaal uit te sluiten. Slechts 3,2 procent van het totale openbare aanbestedingsvolume wordt immers direct of indirect uitbesteed aan buitenlandse bedrijven.

Wie biedt hoeveel aan in de EU?

DeWereldMorgen.be

(zie OECD Governments at a Glance 2011)

Het zijn vooral de sterkere economische landen zoals Duitsland en Nederland die er in slagen om significant minder aanbestedingen aan te bieden op de interne EU-markt. Met slechts 7,0 en 6,8 procent respectievelijk zitten zij beduidend onder het EU-gemiddelde van 17,4 procent van het totale aanbestedingsvolume dat door alle EU-lidstaten op de interne EU-markt wordt aangeboden. België zit met 22,4 procent boven het EU-gemiddelde.

Indien Duitsland in lijn zou zijn met het gemiddelde van alle EU-lidstaten samen (zonder Duitsland zelf mee te rekenen), zou het 54,2 miljard euro per jaar meer moeten aanbieden (en Nederland 20,6 miljard) op de interne EU-markt. Dit laag aanbod van beide landen is reeds sinds 1995 merkbaar.

Hoeveel van deze overheidscontracten wordt ook effectief toegewezen aan buitenlandse bedrijven?

Het is een eerste stap om openbare aanbestedingen aan te bieden aan bedrijven uit alle EU-lidstaten, het is nog een andere stap om die aanbestedingen ook effectief toe te wijzen aan die buitenlandse bedrijven (zie dit rapport voor meer informatie)

DeWereldMorgen.be

Zowel Duitsland als Nederland wijzen veel minder contracten toe aan buitenlandse bedrijven dan het EU-gemiddelde. Het rechtstreeks grensoverschrijdend volume (dit is aan een bedrijf zonder zetel in de betrokken EU-lidstaat) van aangeboden aanbestedingen bedraagt voor de volledige EU slechts 3,6 procent van de totale aangeboden waarde van alle openbare aanbestedingen samen. Duitsland en Nederland slagen er echter in om met 1,7 en 1,8 procent ver beneden dat gemiddelde te blijven. België daarentegen zit met 7,2 procent dubbel zo hoog als het EU-gemiddelde.

Ook onrechtstreekse grensoverschrijdende aanbiedingen (dit is aan buitenlandse bedrijven met een zetel/filiaal/vestiging in het betrokken land) blijven met 9,9 procent voor beide landen onder het EU-gemiddelde van 14,9 procent. België wijst 32,4 procent van haar op de interne EU-markt aangeboden aanbestedingen toe aan binnenlandse afdelingen van buitenlandse bedrijven in ons land, of meer dan het dubbele van het EU gemiddelde.

Het is moeilijk om rechtstreeks aan te tonen dat beide landen protectionistisch zijn in hun toewijzingen van contracten, maar objectief gezien is het verbazend dat de beschikbare aanbestedingsvolumes zo laag zijn. Duitsland en Nederland zouden respectievelijk 5,9 en 2,3 miljard euro per jaar meer toewijzen (direct en indirect) aan buitenlandse bedrijven dan nu het geval is, indien hun EU-aanbestedingsvolume gelijk zou lopen met het EU-gemiddelde (van alle EU-lidstaten samen zonder Duitsland).

België zou daarentegen 0,7 miljard euro minder toewijzen aan buitenlandse bedrijven. De impact van deze houding op de overheidsfinanciën en de lokale werkgelegenheid in eigen land zijn niet te onderschatten.

Wie wint er nu deze EU-aanbestedingen?

Bedrijven in Duitsland en Nederland zijn de grote winnaars wat betreft het verwerven van EU-aanbestedingen in andere EU-lidstaten. Duitse bedrijven verwerven 24,5 procent van alle EU-aanbestedingen, Nederlandse bedrijven 10,4 procent. Beide landen zijn echter verantwoordelijk voor slechts 4,8 en 1,8 procent van de aangeboden EU-aanbestedingen, wat beduidens beneden hun aandeel in het bnp van de EU ligt, 19,7 en 4,6 procent respectievelijk.

DeWereldMorgen.be

Belgische bedrijven verwerven ongeveer 2,6 procent van de EU-aanbestedingen, wat overeenkomt met Belgisch bnp-gewicht van 2,7 procent. België is echter goed voor 6,6 procent van alle EU aanbestedingen. In absolute termen is het Belgisch aanbod van openbare aanbestedingen op de interne EU-markt dus groter dan Duitsland, Nederland en Spanje afzonderlijk (bron: Gemiddelde voor 2007-2009, Basis Ramboll studie).

Samengevat, de grootste winnaars van openbare aanbestedingen in de EU zijn Duitsland met 14,5 miljard euro per jaar, Nederland met 6,3 miljard en Ierland met 4,6 miljard. Grootste verliezers zijn daarentegen Groot-Brittannië dat 6,9 miljard euro van zijn openbare aanbestedingen naar buitenlandse bedrijven ziet vertrekken, Italië 5,2 miljard, Frankrijk 3,2 miljard en België 2,9 miljard, allemaal bedragen die deze landen verlaten naar bedrijven in andere EU-lidstaten.

Het is heel moeilijk om exact te verklaren hoe en waarom deze situatie zich voordoet. Alhoewel beschikbare studies heel gedetailleerd zijn, ontbreken immers een aantal cruciale gegevens. Bovenstaande cijfers werden afgeleid uit meerdere studies en veronderstellingen, gevormd op basis van gecorreleerde data. Qua grootte-orde en richting zijn ze echter voldoende betrouwbaar om er duidelijke tendensen uit af te leiden.

In publicaties die de transparantie per EU-lidstaat weergeven, blijken zowel Duitsland als Nederland regelmatig in gebreke te blijven wat betreft het beschikbaar stellen van gegevens (zie OECD Library, Government at a Glance 2011: Transparency in public procurement). Ook blijkt de Duitse wetgeving ruimte te laten voor interpretatie van wat precies een ‘openbare aanbesteding’ is.

Opvallend is ook de vaststelling dat de Duitse overheid wel een hoog aantal aanbestedingen uitschrijft, maar dat de financiële waarde per aanbesteding veel lager ligt dan het EU-gemiddelde, waardoor een groot aantal Duitse aanbestedingen onder de EU-drempel blijft voor verplichte aanbieding van aanbestedingen op de interne EU-markt.

95 procent van alle Duitse overheidsaanbestedingen voor openbare werken blijken onder die financiële EU-drempel te blijven. Blijkbaar is het de gewoonte in Duitsland om aanbestedingen op te delen in kleinere entiteiten …

Voetnoten

  • [1]Openbare aanbesteding is de methode waarmee een overheid een bepaalde opdracht (dikwijls voor openbare werken, zoals de aanleg van wegen en bruggen) toewijst aan een privébedrijf. Bedrijven schrijven zich in met een bod op een aanbesteding (een offerte), waarin ze hun prijs en voorwaarden specifiëren. De overheid wijst haar opdracht dan toe aan het bedrijf dat het best beantwoordt aan de vereisten van de opdracht. In België kiest men voor dat bedrijf dat voldoet aan de vereisten en daar het goedkoopste bod voor aanbiedt. In andere landen gelden andere formules (bijvoorbeeld het bedrijf dat het dichtst het gemiddelde benadert van alle ingediende offertes).
  • [2]Het bruto ‘nationaal’ product van de EU-lidstaten samen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!