Protesten in Egypte (foto newclearvision.com).
Opinie, Nieuws, Afrika, Politiek, Geweld, Egypte, Moslimbroederschap, Arabische lente, WRI, Actieve geweldloosheid, Matt Meyer, Geweldloos verzet, Militaire staatsgreep, Mohamed Morsi -

Slechtste der tijden, beste der tijden voor revolutionair Egypte

Matt Meyer, coördinator van het War Resisters' International's Africa Support Network (WRI/ASN) in New York, is er van overtuigd dat nu meer dan ooit internationale steun moet gaan naar de revolutionaire bewegingen in Egypte.

donderdag 5 september 2013 00:15
Spread the love

Er is een reden waarom zoveel internationale activisten het moeilijk hebben om duidelijk te schrijven over Egypte sinds eind juni 2013. Er is een reden waarom in het Engels de woorden “It was the best of times, it was the worst of times”[1]zo weergalmen. De culturele breuklijnen en de politieke complexiteit van de huidige Egyptische revolutionaire gebeurtenissen laten zich immers niet zomaar vertalen in korte verklaringen of vertaalde geluidsfragmenten …

Wanneer we een verklaring zoeken, blijven we afzijdig of emotieloos over deze gebeurtenissen, ten koste van groot gevaar voor onszelf. Niets minder dan ons collectieve, eenentwintigste eeuwse begrip van termen als ‘democratie’, ‘revolutie’, en ‘geweld/geweldloosheid’ weergalmen vandaag in de straten van Egypte.

De gebeurtenissen ontwikkelen zich te snel opdat een verslag van een buitenstaander van enig nut zou kunnen zijn. Hopelijk kunnen een aantal overpeinzingen over de defintie van een aantal begrippen, vanuit het perspectief van een onafhankelijke solidariteitsactivist/academicus, enige context bieden voor verdere gesprekken en inspanningen.

De voorbije maand juli 2013 heb ik door Egypte gereisd. Dat heeft me geholpen om de volgende bedenkingen te onderbouwen, aan de hand van gesprekken met belangrijke mensen die ter plaatse strijden, van Alexandrië en Caïro tot Aswan en de zuidelijke grens met Soedan.

Terwijl we de hierboven vermelde begrippen analyseren in hun huidige Egyptische context, kunnen we samen onze bijdrage leveren voor een duurzame, humanistische en radicale sociale verandering.

Democratie

Het was te verwachten van een instelling als het weekblad Time magazine dat het zomaar zou stellen dat de massa’s Egyptenaren die eind juni op straat kwamen de “beste demonstranten ter wereld” zijn maar ook de “slechtste democraten ter wereld”.

Deze evaluatie, sprankelend op de voorpagina van 22 juli, stelde de vraag: “Kan een democratie gewonnen worden door protest?”…  men kon er bijna de roddels op de redactie van TIME bij horen.

Terwijl we ons afvragen wat de ‘founding fathers’[2]van de VS van deze vraag zouden gemaakt hebben, indien ze hen was gesteld in 1776, moeten we ons er altijd aan herinneren dat de huidige keten van gebeurtenissen in Egypte ontstond door wat de meeste waarnemers beschouwden als de grootste demonstratie ooit in de menselijke geschiedenis.

Tot 30 miljoen mensen of meer liepen toen door de straten van elke grote stad en dorp in Egypte. Of het werkelijk aantal 33 miljoen was of het meer bescheiden 17 miljoen, zoals sommigen stellen (of zelfs de helft van dat aantal!), het is onbetwistbaar dat het een enorm groot aantal was.

Een groot percentage van de bevolking verkondigde op 30 juni dat de 18 maanden van Mohammed Morsi’s presidentschap een opvallende terugval was naar de onvoltooide ongewapende revolutie van 2011. Deze aantallen in de straten gaan verder dan een eenvoudige stembusvergelijking. Ze ontzenuwen de bewering dat het om een ernstige externe opruiing ging. Een dergelijk aantal moet elke organisator een reden geven om even serieus stil te staan en na te denken.

Het doet er weinig toe dat niet alle mensen op straat een specifieke ideologie, strategie of actieplan deelden – hoewel een betere planning en organisatie, in de weken die er op volgden, de manifestaties meer succesvol en minder gewelddadig hadden gemaakt.

Wat het belangrijkste moet zijn voor respectvolle buitenlandse waarnemers is het feit dat het Egyptische volk zich mobiliseerde om actie te ondernemen, actie op zijn minst tegen dictatuur en tegen fundamentalisme. Mobilisatie op deze schaal is exact hoe democratie eruit ziet.

Staatsgreep

Er wordt nog steeds zwaar op gedrukt om de gebeurtenissen die volgden op deze massabeweging een militaire staatsgreep te noemen.  Deels is dat omdat deze term in de internationale legale context vereist dat de Amerikaanse regering haar steun aan het regime afsnijdt (wat dat ook moge betekenen, de Amerikaanse regering heeft toch de gewoonte haar eigen regels te negeren, wanneer haar dat goed uitkomt).

Er bestaat geen twijfel over dat de Egyptische Strijdkrachten (SCAF) op 3 juli 2013 tussenbeide kwamen om Morsi, die een jaar eerder verkozen was, te verwijderen. Bovendien was het na het intens geweld van 13 tot 15 augustus 2013 niet moeilijk om een petitie te ondertekenen (ook al waren er enkele grote problemen met de gebruikte terminologie) die een einde van de Amerikaanse militaire hulp aan Egypte eiste.

Gezien de democratische context zoals hierboven geschetst, zijn de gebeurtenissen in Egypte verre van wat de meeste politieke wetenschappers bedoelen wanneer ze het hebben over een traditionele staatsgreep.

Dit is niet het geval van een niet betrokken leger dat de democratische rechten van vreedzame demonstranten vertrappeld, zoals op het Tiananmenplein[3], zoals sommigen hebben gesuggereerd. Het is evenmin een interventie tegen een volksbeweging en een populistische president, zoals een bedrogen commentator opmerkte, die poogde een verband te leggen tussen het huidige leiderschap van de SCAF en Chili’s brutale Pinochet[4].

Het is eerder vergelijkbaar met Grenada in 1979, toen het onpopulaire regime van Eric Gairy werd afgezet door een massaal protest doorheen heel het land (en met de steun van het leger).Toen werd naar deze niet-electorale regeringsverandering verwezen als een ‘vreedzame revolutie’.

Een nauw met de invloedrijke culturele organistie Dar Al-Tanweer (Verlichting) op het Tahrirplein, verbonden partner merkte begin juli 2013 op dat het woord ‘staatsgreep’ amper gebruikt wordt om een situatie te beschrijven waar de afgezette president het afgelopen jaar doorbracht met het schrijven van een op eigen maat gemaakte grondwet, die hemzelf volledige soevereiniteit en overgangsmacht toekende.

Die grondwet ging zorgen voor zijn permanente institutionalisering, zonder verdere verkiezingen. Hij zette daarvoor persoonlijke milities in om ze te gebruiken tegen volksprotesten. Een grondwet ook, die radicaal rechters bedreigde en de macht van de rechtbanken inperkte.

Hoewel de uitdrukking ‘volksstaatsgreep’ reeds de ronde doet, somt de volgende commentaar verspreid door Dar Al-Tanweer veel van de gevoelens van de bevolking op:

“Morsi faalde om te regeren maar dat is niet waarom hij niet meer aan de macht is. Hij was een ernstige bedreiging voor de soevereiniteit van het land waarover hij regeerde. Het volk en de staatsinstellingen realiseerden zich dit en hebben hem en de Moslimbroederschap (MB) simpelweg van de macht verwijderd. Noem dat een staatsgreep, noem dat een revolutie, het doet er niet toe.”

Er moet echter op gewezen worden dat dit op geen enkele manier een excuus is voor het bloedbad en het geweld van de voorbije weken. Daar komt ook nog bij dat wanneer er een militarisering is van de politiek, wanneer  een leger de hoofdrol speelt in de politiek, er een onvermijdbare toename is van staatsgeweld en onderdrukking van burgers.

We moeten ook begrijpen dat er een verschil is tussen het leger en de politie. De huidige schokgolven in de straten van Caïro, met opgelegde avondklok, geven aan wat sommige activisten een ‘schrikbewind’ noemen, een angstige kalmte vol verdriet en een overweldigend gevoel van dood dat door de grotendeels verlaten lanen zweeft.

Terrorisme

Het is problematisch en zonder meer onjuist om de MB te beschouwen als een voornamelijk terroristische organisatie, in de eerste plaats ontworpen om vele vrome gelovigen van de islam bijeen te brengen voor een agenda van internationale uitbuiting door middel van gewelddadige confrontatie.

Het is even dwaas om de MB te zien als een anti-imperialistische kracht die de westerse hegemonie uitdaagt. Hoewel vrienden aan beide zijden van het debat beide beweringen hebben uitgesproken of geïnsinueerd hebben, falen ze beide om te voldoen aan de eisen van een kritisch onderzoek.

Het was de MB gelukt om succesvol een grote hoeveelheid van het Egyptische volk aan te trekken – lang niet zo veel als de oppositie in de laatste maanden, of als het aantal gemobiliseerd in 2011, maar toch nog steeds een respectabel groot deel.

Dat deden ze voornamelijk door hun engagement voor sociale programma’s. Het laatste decennium hebben hun dienstenbureaus voor het volk loyaliteit gewonnen door hun ware betrokkenheid bij het verbeteren van het leven van de mensen. Dat ging van onderwijs over gezondheidszorg tot voedseluitdeling.

Ze zijn tegelijkertijd ook sterk verbonden met een neoliberale kapitalistische economische agenda, wat gedeeltelijk de reden is waarom de Morsi-regering gesteund werd door de VS en zijn bondgenoten.

De MB is een legitieme macht in het Egyptische sociaal leven en de politiek, één met een fundamentalistische religieuze agenda en met nauwe banden met de fundamentalistische partners in andere landen (waaronder Palestina).

De MB is echter verre van de vertegenwoordiging van de meest reactionaire politieke islamieten of van de meerderheid der Egyptische moslims. Hun verspilde kansen van het afgelopen jaar hebben inderdaad geleid tot het huidige wijdverspreide wantrouwen, zoals zovele kleine, sektarische en egocentrische beleidsmaatregelen ertoe geleid hebben dat tienduizenden Egyptenaren zich slechter gingen voelen onder de regering van Morsi dan onder de vorige militaire dictatuur van Moebarak.

Eén van de meeste voorkomende opmerkingen die men de laatste paar maanden kon horen op straat, voornamelijk van personen die niet rechtstreeks actief waren in een of andere demonstratie of politieke organisatie, ging over de woede tegen Morsi en de MB. Ze hadden immers geprobeerd hun vorm van Islam op te leggen op de volledige moslimbevolking.

“Ik heb geen president nodig die mij probeert de les te spellen over mijn geloof in islam!” verklaarde een boze vriend in het midden van het vasten tijdens de ramadan. “De regering wordt verondersteld te helpen met het opbouwen van de economie, het bouwen van een vreedzame en veilige staat terwijl ze allianties aangaan met onze buren en vrienden, en van te werken voor de levensverbetering van het gewone volk”.

Bloedbaden, militarisme en geweld

Het is noodzakelijk, en het zou gemakkelijk moeten zijn, om elke daad van willekeurig geweld te veroordelen, vooral wanneer het komt van een gemilitariseerde strijdmacht die krachtiger is dan de slachtoffers.

De dood van honderden en honderden Egyptenaren, grotendeels pro-Morsi demonstranten, is ongetwijfeld een tragedie en verdient internationale aandacht en veroordeling. Wat betreft de grootschalige ‘opkuis’ van midden augustus was het echter niet volledig duidelijk of deze doden correct konden worden betiteld als slachtoffers van een bloedbad.

De militanten van de MB hadden het gevecht met de strijdkrachten gezocht. Het martelaarschap werd openlijk besproken, gepland en voorbereid. Er kan weinig twijfel bestaan over het feit ??dat de publiciteit rond deze sterfgevallen en de sympathie die er door werd veroorzaakt, het belangrijkste element was dat in juli werd gebruikt door de MB in een poging de steun terug te winnen, die eind juni tot zijn allerlaagste punt was gedaald.

Deze militanten hebben geweld gemengd met hun burgerlijke ongehoorzaamheidsbezettingsacties, een feit dat door veel mediawaarnemers werd verzwegen, maar dat de meerderheid van het Egyptische volk wel had bemerkt.

De Egyptische strijdkrachten van hun kant deden wat gewapende groepen, vooral legers, meestal doen: ze gebruikten teveel geweld, de enige methode, waarvoor ze zijn opgeleid, om om te gaan met een politiek probleem (wat de MB volgens hen was, in diskrediet gebracht en verwijderd van de macht, nog steeds aanzettend tot confrontatie en het veroorzaken van verwarring op straat).

Onze partners in de Egyptische antimilitaristische beweging ‘No to Compulsory Military Service’ (‘Neen tegen militaire dienstplicht’) begrepen van in het begin dat de gevaarlijkste gevolgen van de gebeurtenissen van juli 2013 op lange termijn een versterking kan zijn van het geloof in de militaire middelen en de strijdkrachten door de gewone Egyptenaar, die dolblij was Morsi te zien gaan.

Inderdaad, de slogan “het leger en het volk zijn één” weerklonk door de straten toen deze reporter Caïro eind juli verliet, hoewel zelfs enkelen onder de pacifisten het probleem van deze weergave der feiten begonnen in te zien.

Het meest ingewikkelde probleem is het niveau van de woede dat zovelen voelen over de richting die de ‘Egyptische Revolutie’ uitging tijdens het laatste jaar onder de regering van Morsi. Een jonge anarchistische pacifist gaf toe dat zijn voornaamste gevoel in juli een gevoel was van rechtvaardiging en opluchting (nadat hij tijdens 2012 en de eerste helft van 2013 tientallen van zijn vrienden zag worden gevangen gezet, gedood, geslagen en gehospitaliseerd) toen zij, die nu aan de ontvangende einde van het geweld waren, nog de aanvallers waren.

Iedereen met een toewijding voor rechtvaardigheid moet erkennen dat niet alle geweld gelijk was – en het geweld van een sektarische staat, net als het geweld van een leger, is anders dan stenen die worden gegooid naar tanks of traangasgranaten, die worden teruggegooid naar zij die het geweldloos protest wensen de kop in te drukken.

De in 2012 en de laatste  weken heviger geworden cyclus van staatsgeweld en het vasthouden aan militaire oplossingen voor politieke problemen – dat in Egypte reeds dateert van de jaren ’50 en de dagen van Nasser[5] – moeten vervangen worden door een nationaal project met alternatieven voor de gewelddadige, militaire en paramilitaire oplossingen, een project van verzet én verzoening.

Chaos

De hoofdtitel van de krant USA Today, die zich meestal tevreden stelt met berichtgeving over binnenlandse culturele kwesties, schreeuwde op de ochtend van 15 augustus 2013: “Egypte barst uit in chaos”.

Tijdens de staat van beleg, de duizenden strijdlustige straatprotesten en een militaire regering die niet in staat is om politieke dissidentie te aanvaarden of te beheersen en dus verre van stabiel is, is de kwestie van ‘chaos’ een bijzonder belangrijke kwestie voor buitenlanders.

Op een ogenblik dat het beleid van de Amerikaanse overheid moeilijk te vatten is, lijkt het evident dat imperialistische troepen best tevreden zouden zijn met een bepaalde soort chaos. Terwijl de VS poogde beide partijen te bespelen (wat consequent werd verworpen door zowel het leger als de pro-Morsi-aanhangers), was  ze perfect gelukkig met een sterk militair regime.

Dat regime zou wel voldoen aan haar economische en regionale geopolitieke behoeften. De VS is trouwens ook gelukkig met een fundamentalistische regering, zolang die de olie laat stromen en open en positieve relaties met hen onderhoudt.

Als deze twee opties niet haalbaar zijn en beide kanten elkaar bevechten, kan een instabiel Egypte een aanvaardbare hoewel gecompliceerde oplossing zijn, een Egypte dat geen zelfstandige invloed kan uitoefenen op de regio (als een bemiddelende pro-Palestijnse kracht, als een pan-Arabische kracht of gewoon als een lokale machthebber, die minder afhankelijk van het Amerikaanse rijk zijn dan de VS leuk zou vinden).

Er zijn aanwijzingen die doen vermoeden dat het beleid van het Internationaal Monetair Fonds tegenover Morsi en de positie van de Amerikaanse regering ten opzichte van het Egyptische leger de zogenaamde coup helemaal niet onvermijdelijk maakte.

Dat de Amerikaanse ambassadeur in Egypte, Anne Patterson, haar volledige ambtstermijn heeft doorgebracht met het ophitsen van alle actoren in het conflict – wat de Amerikaanse diplomatie in de regio op zijn best moeilijk maakt – doet vermoeden dat de huidige chaos meer dan verwacht was door de Westerse leiders en nauwelijks vermeden werd, ondanks talrijke mogelijkheden om ze te vermijden.

In dit scenario van aanvaardbare, beheerste chaos, is de ergste vijand van het imperium een gemobiliseerde Egyptische bevolking, één bevolking doordrenkt van antidictatoriale, antifundamentalistische en misschien zelfs anti-imperialistische, antimilitaristische politiek.

Er is zeker een basis voor de ontwikkeling van een dergelijke kracht, maar niemand mag illusies koesteren dat dit kan worden versneld of vooruitgeholpen worden ??door externe hulp of financiële machinaties.

Een dergelijke kracht, toch één die succesvol wil zijn, zal tijd nemen om organisch te ontstaan, en zal in dit proces dingen verknoeien, zoals alle massabewegingen. Het is echter de plicht van de internationalistische solidariteitsactivist om niet verstrikt te raken in het debat leger versus MB. Hij/zij moet de ontwikkeling van een dergelijke onafhankelijke, volkse, inheemse Egyptische kracht ondersteunen.

Revolutionaire geweldloosheid

Op een recent forum over dit onderwerp, bij de 90ste verjaardagsconferentie van de ‘War Resisters League’, merkte ik op dat nu het moment is om rekening te houden met de complexiteit, de nuances, de vermeende tweedelingen die innig met elkaar verbonden zijn, en met de dialectiek van het moment.

Amper twee dagen na mijn vertrek uit Caïro, merkte ik de angsten en vermoedens dat ‘externe opruiers’ enkele dodelijke touwtjes in handen hebben om het geweld in Egypte verder te zetten. Er kan weinig twijfel over bestaan ??dat de Amerikaanse overheid en de internationale financiële instellingen elke kans die ze kunnen krijgen zullen gebruiken om dergelijke situaties te manipuleren in hun voordeel.

Men moet er ook niet al te bezorgd over zijn dat de massabewegingen van de bevolking gemakkelijk zouden kunnen worden gemanipuleerd vanuit het buitenland. Geweldloze campagnes, als ze net zo groots zouden zijn als de degene die we net hebben meegemaakt in Egypte, vereisen diepere gevoelens in een bevolking dan wat geld kan kopen of wat buitenstaanders kunnen mobiliseren.

Zelfs de Egyptische strijdkrachten, momenteel aan de leiding van de staat, konden zoveel burgers niet mobiliseren op een door hen ondersteunde en door de staat goedgekeurde demonstratie op 26 juli, als toen ze op straat kwamen eind juni of begin juli om Morsi’s verwijdering van de macht te vieren.

Revolutionaire uitbarstingen, als ze er echt zijn om het op te nemen tegen het hart van de onderdrukkende macht en de bedoeling hebben ze te vervangen door een populaire, gedecentraliseerde, antimilitaristische, antiseksistische, anti-imperialistische en antifundamentalistische agenda, zal niet zomaar worden ondersteund door goed gefinancierde externe groeperingen.

 Daar moeten we hier geen schrik voor hebben! Gezien het verloop van de huidige gebeurtenissen in het dichtstbevolkte Arabische land, is het onwaarschijnlijk dat de komende periode, zelfs onder de beste omstandigheden en met inheemse leiders, puur geweldloos of onbetwistbaar revolutionair zal zijn.

In de echte wereld zijn er nuances en hobbels in de weg. De rol van de revolutionaire geweldloze solidariteitsactivist moet een ondersteunende en lerend zijn. Egyptenaren zijn immers al veel langer bezig geweest dan eender wie van ons met deze evenwichtsoefening voor het bouwen van een regering.

Zoals de pan-Afrikaanse pacifist Bill Sutherland ons leerde, moet men er altijd naar streven om geweldloze actie zo revolutionair mogelijk te maken en om de totale revolutie zo geweldloos mogelijk uit te voeren. De droom van een volledig Afrikaans (Zuid naar Noord) inheems netwerk van revolutionaire geweldloosheid kan een stap dichterbij zijn, dankzij de plannen voor een grote conferentie in 2014. Egyptenaren moet zeker een belangrijke rol spelen in een dergelijk inspanning, omdat ze ons ondanks de huidige crisis in dit opzicht veel te leren hebben.

De rol van de laureaat Nobelprijs voor de Vrede, Mohammed El Baradei – een man die goed thuis is in nuanceringen – is op dit vlak interessant. Pro-Morsi leden van de MB waren woedend op El Baradei om na 3 juli te snel op de voorgrond te treden, waardoor hij geloofwaardigheid gaf aan de interimregering die een aantal progressieve, democratische vertegenwoordigers bevatte.

Op 14 augustus, toen El Baradei ontslag nam wegens het aanhoudende geweld en het gebruik van geweld door het leger, werd hij bekritiseerd door de huidige leiding wegens zijn te snelle aftreding. Hij is ook bekritiseerd geweest door de beweging Tamarod (Rebel) omdat hij geen leiding gaf aan de opstand. El Baradei is slechts één heldere persoon met principes die begrijpt dat aan de noden van zijn volk niet zullen worden voldaan door de MB of het leger, door geweld of door de chaos van het Westen.

Een van mijn collega’s, een belangrijke academicus in Caïro en ook nauw betrokken bij de activistische bewegingen, heeft nuchter gesuggereerd dat de huidige angst voor aanhoudend geweld “dreigt om de politiestaat meer macht toe te kennen om mensen vast te houden, te doden en te regeren, en voor de islamieten (die even autocratisch, repressief en gewelddadig zijn) om meer terrein te winnen met meer bloedbaden”.

Deze vriend, zelf een toegewijde moslim, merkte op dat “ruimte voor het ontwikkelen van een sociaaleconomisch uitgangspunt van de reorganisatie en om terug de touwen voor een revolutionaire verandering in de handen te nemen, kan nu veel meer tijd vragen en aan een veel hogere prijs. We zouden in betere vorm zijn geweest als we hadden geweigerd het leger en de MB/islamisten de kans te geven hun verlangen te vervullen naar bloed en macht, hun wens om de revolutie te onderdrukken en controle te krijgen over de staatsmachine”.

Zelfbeschikkingsrecht

Er kan geen twijfel over bestaan ??dat dit meest fundamentele principe van de internationale solidariteit vandaag royaal moet worden toegepast bij de Egyptische ontmoetingen. Dit gezegd zijnde, het kan begrijpelijkerwijs moeilijk zijn om erachter te komen hoe men het beste steun kan geven in zo een periode van diepe verdeeldheid en verwarring.

Als men alles goed van dichtbij bekijkt, kan men echter tekenen van positieve ontwikkeling zien. Zo is er de oproep verleden maand door een deel van de MB-jongeren – in het midden van één van de meest gewelddadige momenten – om zich te ontwikkelen naar een onafhankelijke ‘Brotherhood Without Violence’.

Natuurlijk blijven heel wat Egyptische commentatoren gedurfde uitspraken doen over de aard van de huidige crisis, waaronder onafhankelijke filmmaker Philip Rizk. Die merkte op dat, ondanks de moeilijkheden, de revolutie verre van dood was.

Rizks woorden over het huidge dilemma zijn glashelder. De misbegrepen “logica van de vijanden van mijn vijand zijn mijn vrienden” schreef hij, “betekende dat ondanks hun rol in het onderdrukken van de revolutie, het leger en, nog meer verontrustend, de politie werd gevierd op het openbare podium”.

Hoewel de Egyptische revolutie die begon op 25 januari 2011 in groot gevaar is om gecoöpteerd en voortdurend onderdrukt te worden, is de mogelijkheid voor de toekomst nog goed omdat “de macht nog steeds bij de mensen ligt”.

Het is moeilijker om scherpe, ondersteunende inzichten over de mogelijkheden van deze periode te vinden bij internationale commentatoren, maar ik blijf vooral onder de indruk van het perspectief aangebracht door Shamus Cooke.

Die merkte op: “Er is reeds een brede steun voor een politiek programma dat de behoeften dient van de meerderheid van de Egyptenaren.  Zodra deze eisen goed geformuleerd zijn en doeltreffend georganiseerd, zal de situatie in Egypte fundamenteel veranderen, omdat de mensen in Egypte hun collectieve stem zullen hebben gevonden over wat ze gezamenlijk nastreven. Zo duwen ze de belemmeringen voor hun revolutie voor eens en altijd opzij”.

Kathy Kamphoefner, directrice van ‘Refugees United for Peaceful Solutions’ (Vluchtelingen Verenigd voor Vreedzame Oplossingen) schrijft ook treffend waar internationale activisten waarheidsgetrouwe, respectvolle en representatieve informatie over de populaire sociale verandering in Egypte kunnen vinden.

De macht van het volk in Egypte heeft nu evenveel potentieel als in 2011 of op 30 juni 2013, ondanks het gruwelijke geweld. Die macht hoeft, zoals Philip Rizk schrijft, zichzelf niet in een geïsoleerd vacuüm te plaatsen:

“Ondanks de verschillende contexten van Brazilië, Turkije en Chili, van Griekenland, Spanje, Portugal en de VS, komen de mensen op straat om in de weg te staan van de heerschappij van de lokale elites, voortgedreven door de elite, verbind door de permanentie van hun macht en de welvaartstoename van een minderheid. Door al deze revolutionaire gebeurtenissen te zien binnen eenzelfde kader, zijn we sociaal verplicht, met of zonder democratie, met of zonder verkiezingen, de straat op te gaan vanuit de instellingen en de overheidsgebouwen”.

Onze rol is niet alleen het steunen en onderrichten van de bewegingen in het hedendaagse Egypte. Onze rol is zonder twijfel om ons bij hen aan te sluiten.

Matt Meyer

Matt Meyer is coordinator van het War Resisters’ International’s Africa Support Network (WRI/ASN) in New York.

(Vertaling door Bavo Vanoost)

Voetnoten

  • [1]“Het was de beste der tijden, het was de slechtste der tijden”, een quote uit Charles Dickens’ boek ‘A Tale of Two Cities’, betekent zoiets als ‘nu is het daar het juiste moment voor, maar het kon net nu niet slechter vallen’ (nvdr).
  • [2]De adelijke elite die in 1776 de eerste federatie van 12 ‘verenigde staten’ oprichtte, het begin van de VS (nvdr).
  • [3]Tijdens de nacht van 3-4 juni 1989 werd op het Tienanmenplein (het ‘Plein van de Hemelse Vrede’) in de Chinese hoofdstad Beijing naar schatting enkele honderden tot duizend betogers gedood door de oproerpolitie, om zo een eind te maand aan een bezetting van het plein door politiek dissidente bewegingen, die op 15 april was begonnen (nvdr).
  • [4]Op 11 september 1973 pleegde stafchef van het leger Augusto Pinochet een staatsgreep tegen de in 1970 verkozen regering van president Salvador Allende (nvdr).
  • [5]Generaal Abdul Nasser Hoessein zette in 1956 de feodale Egyptische koning af en werd in 1956 – na een mislukte aanslag op zijn leven door de MB – zelf president van de republiek tot aan zijn dood (door een hartaanval) in 1970. Vice-president Anwar Sadat volgde hem op tot aan zijn dood door een moordaanslag van islamitische fundamentalisten in 1981, waarna Hosni Moebarak president werd tot hij zelf werd afgezet in 2011 (nvdr).

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!