De Eurofighter Typhoon, gebouwd door een consortium met Finmeccanica. Pierluigi Romagnoli is de ex-manager van Alenia-Finmeccanica en exportverantwoordelijke bij EADS, het Europese militaire consortium, waarvan de holding Finmeccanica mede-aandeelhouder is, bij de productie van de jachtbommenwerpers Eurofighter Typhoon. Romagnoli werd beschuldigd van frauduleus bankroet en witwaspraktijken. (foto: Finmeccanica).
Nieuws, Europa, Economie, Politiek, Afghanistan, NAVO, Corruptie, Italië, Libië, EADS, Defensie-industrie, Irak, Tmd, Wapenindustrie, Militaire interventies, Militair-industrieel complex, Africom, Witwaspraktijken, Finmeccanica, Analyse, Belastingontduiking, Lockheed Martin, Telecommunicatie, Pensioenfondsen, Amerikaanse leger, Eurofighter typhoon, Pier Francesco Guarguaglini, Augusta-Westlandhelikopters, Bedrijfsfusies, Gevechtsvliegtuigen, Alenia Aermacchi, Ruimtevaartsector, Principal Anti-Air Missile System (PAAMS), BAE Systems, Giampaolo Di Paola, Joint Cargo Aircraft, DRS Technologies -

Finmeccanica: een Italiaanse oorlogsholding met steeds meer Amerikaans kapitaal

In Italië is Finmeccanica, na Fiat, de grootste industriële holding. Het bedrijf is producent van onder meer vliegtuigen, helikopters, locomotieven, treinstellen, tanks, raketten, satellieten en telecommunicatiemiddelen, met een uitstekende neus om instrumenten des doods te exporteren naar elk leger in oorlog dat wapentuig nodig heeft. Sinds 2009 zit het bedrijf wereldwijd in de top tien van de militaire industrie.

vrijdag 17 mei 2013 16:50

Finmeccanica heeft partnerschappen gesloten met overzeese grootmachten, waardoor het aantal orders en medewerkers de laatste jaren vermenigvuldigd is. Een kip die gouden eieren legt voor managers en aandeelhouders, onder wie het Italiaanse ministerie van Economie en Financiën, dat 30,2 procent van de aandelen in handen heeft.

Deze machtspositie wordt onderhouden door middel van bankcontacten, door het voeden van het nationale politieke corruptiesysteem, door opdrachten strategisch te verdelen, door geldelijke steun te verlenen aan de echtgenotes, geliefden en kinderen van de heersende machthebbers die over contracten gaan.

Corruptie en belastingontduiking

De holding toont zo het corruptiesysteem aan van de ‘res publica‘ en zeker niet alleen voor wat het opbrengt voor zijn bloeddorstige vertrouwensklanten. Dankzij een complex mechanisme van buitenlandse vestigingen geniet Finmeccanica van immense fiscale voordelen, op de grens van belastingontduiking, zodanig dat het bedrijf de laatste tijd meer en meer met het gerecht in aanraking komt en het  voorwerp is geworden van onderzoek door procureurs van Midden-Italië.

Denk maar aan al die smeergeldaffaires waarbij de ENAV, de nationale instantie voor luchtverkeersleiding, betrokken is en het door Finmeccanica gecontroleerde Selex (geïntegreerde systemen), die de machtige afgevaardigde bestuurder van Finmeccanica, Pier Francesco Guarguaglini en zijn vrouw Marina Grossi (adjunct-directeur bij Selex), gedwongen heeft voortijdig de superwinstgevende opdrachten te laten vallen.

Deze zaken openen een echte beerput, zeker voor de opvolger van Guarguaglini, Giuseppe Orsi, die verdacht wordt van internationale corruptiezaken en witwaspraktijken verbonden aan de levering van 12 Augusta-Westlandhelikopters aan het Italiaanse leger. Volgens de Romeinse magistraten zou hierbij smeergeld ten bedrage van 41 miljoen euro gemoeid zijn ten gunste voor enkele ambtenaren en 10 miljoen euro voor de partij Lega Nord van Bossi.

Pierluigi Romagnoli uitgerangeerd

Ook in Rome onderzoekt het gerecht de vermeende smeergelden in verband met de verkoop aan de stad van bussen door Breda-Menarini, een dochteronderneming van Finmeccanica. Ook de ‘nutteloze’ adviezen, die zouden zijn gegeven aan de Amerikaanse Lisa Howenstein, de ex-echtgenote van Vittorio Grilli, tot voor kort Italiës minister van Economie.

Half oktober 2012, in opdracht van de Napolitaanse magistraten, werd de ex-commercieel directeur van Finmeccanica, Paolo Pozzessere, aangehouden in het kader van het onderzoek naar de vermeende smeergelden bij de verkoop van vliegtuigen en helikopters aan Panama en Rusland. En samen met Fincantieri, van de levering van oorlogsschepen aan Brazilië. In het onderzoek werd ook de naam genoemd van ex-minister voor Economische Ontwikkeling, Claudio Scajola.

Een maand eerder werd Pierluigi Romagnoli uitgerangeerd. Hij is de ex-manager van Alenia-Finmeccanica en exportverantwoordelijke bij EADS, het Europese militaire consortium, waarvan de holding Finmeccanica mede-aandeelhouder is, bij de productie van de jachtbommenwerpers Eurofighter Typhoon.

Romagnoli werd beschuldigd van frauduleus bankroet en witwaspraktijken en kwam in het vizier van de onderzoeksrechters voor zijn aandeel in de verdachte verkoop van 15 gevechtsvliegtuigen aan het Oostenrijkse leger.

Groep is verlieslatend, werkgelegenheid neemt duik en kredietwaardigheid teruggeschroefd

Het laatste jaar is een van de moeilijkste geweest in de geschiedenis van Finmeccanica, ook op economisch vlak. In 2011 zijn alle resultaten van de groep verlieslatend geweest: 2.306 miljoen euro is er verloren, tegenover nog een winst van 557 miljoen euro in 2010. De orders zijn teruggelopen met 22 procent, hetgeen overeenkomt met 17.434 miljoen en de opbrengsten zijn met 7 procent gedaald in vergelijking met het jaar voordien.

De gegevens op het vlak van werkgelegenheid zijn nog dramatischer: de laatste twee jaar is die bij Finmeccanica van 75.000 naar 69.000 werknemers gezakt. De netto schuldenlast wordt op 30 juni 2012 geschat op 4,656 miljard euro, terwijl de waarde van de aandelen gezakt is tot 3,8 euro, aandelen die 5 jaar eerder nog 21,2 euro waard waren. Om het plaatje nog zwarter te maken, heeft ratingbureau Moody’s de kredietwaardigheid van het bedrijf in 2013 drastisch teruggeschroefd.

De keuze voor de uitbreiding van de militaire afdeling, ten nadele van de afdeling civiele productie, heeft de crisis bij Finmeccanica nog versneld (volgens het Zweedse vredesonderzoeksinstituut SIPRI komt 58 procent van de omzet uit de wapenverkoop). De laatste raad van bestuur heeft ingestemd met een ‘oplevingsplan’ voor het bedrijf dat zich volledig focust op de vliegtuigsector en de militaire telecommunicatie. Andere takken zullen worden verkocht of afgestoten.

Wapenproductie en grootschalige fusies moeten oplossing bieden

Bij de doelstellingen op korte en middellangetermijn tekenen zich twee tendensen af: het opdoeken van de bedrijven die actief zijn in de energie- en transportsector (de managers hopen zo minstens 1 miljard euro te recupereren) en de toepassing van allerlei ‘besparings- en rationaliseringsmaatregelen’ zoals bijvoorbeeld het ‘wegsnijden’ van meer dan 900 banen in de luchtvaartindustrie.

Ten slotte wordt de verkoop van aandelen voorzien voor niet minder dan 750 miljoen euro, een maatregel die het verlieslatende aspect van de holding nog extra in het spotlicht zet.

Ondertussen gaan de herstructureringen en bedrijfsfusies in de militaire tak maar door. In de ruimtevaartafdeling opereren Alenia en Aermacchi nu samen: zij produceren de jachtbommenwerpers ‘Tornado’ en ‘Eurofighter’, de tactische transportvliegtuigen C-27J ‘Spartan’ en de opleidingsvliegtuigen M-346 en MB-339.

Peperdure bommenwerper met nucleaire aanvalskracht: F-35

Het bedrijf is ook de hoofdrolspeler in Italië voor de Joint Strike Fighter F-35, de peperdure bommenwerper van de laatste generatie met nucleaire aanvalskracht. Het is ook de tweede grootste deelnemer aan het Europese programma ‘Neuron’ voor de ontwikkeling van een nieuw type onbemand aanvalsvliegtuig (UCAV).

Nog in het kader van de onbemande wapensystemen, die de revolutionaire oorlogsstrategieën vormen van de 21ste eeuw, is Alenia Aermacchi aan het experimenteren met de demomodellen ‘Sky-X’ en ‘Sky-Y’.

In de sector van de militaire helikopters, rekent de holding op Augusta Westland, de producent van de modellen NH90, AW129 en Super Lynx 300 en staat op het punt het transformeerbaar vliegtuig BA609 (een hybride: half helikopter-half vliegtuig) en de helikopters Future Lynx en AW149 te commercialiseren.

Dankzij Oto Melara, controleert Finmeccanica daarenboven een deel van de internationale markt van land- en zeeartillerie, van tanks, van geblindeerde voertuigen en van antiraketsystemen.

Communicatiesystemen en ruimtevaart

Bij de Geïntegreerde Selex Systemen, Selex Communications en Selex Galileo (sinds 1 januari 2013 werken zij allemaal onder de merknaam Super Selex) heeft de groep zich gespecialiseerd in elektronica, commandosystemen, controle, communicatie en navorsing.

Finmeccanica verwerft steeds meer belang in de ruimtevaartsector. In de multinational Telespazio s.p.A. vormt Finmeccanica een joint venture met het Franse Thales. Beide behoren tot de voornaamste wereldoperatoren in het beheer van satellieten, zowel civiele als militaire.

Een andere joint venture, die van strategisch belang is, is MBDA, leider in de productie van raketsystemen, waarbij Finmeccanica betrokken is samen met de reuzen van de Europese wapenindustrie zoals BAE Systems en EADS.

Banden met NAVO en de VS sterk aangehaald

Ondanks het brede scala aan internationale klanten (inclusief landen die onder embargo staan omdat ze oorlog voeren of de mensenrechten schenden) dat Finmeccanica heeft, is in het laatste decennium de druk door het management van de holding nog opgevoerd om sterke banden aan te gaan met het Atlantische militaire bondgenootschap (NAVO) en vooral met het dominerende land, de VS. En de commerciële belangen zijn er zeker goed bij gevaren.

In april 2012 heeft Alenia Aermacchi een contract met NETMA (NATO Eurofighter and Tornado Management Agency) in de wacht kunnen slepen met een waarde van meer dan 500 miljoen euro voor de technisch-logistieke dienstverlening aan de vliegtuigen van het programma Eurofighter in vier landen: Italië, Duitsland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.

Selex Elsag, gespecialiseerd in het ontwerpen van militaire communicatiesystemen, heeft in samenwerking met de Amerikaanse industriereus Northrop Grumman een contract van 58 miljoen euro in de wacht gesleept van het NAVO-agentschap Consultation, Command and Control (NC3A), voor het ontwerpen en de toepassen van het programma Computer Incident Response Capability (NCIRC) – Full Operating Capability (FOC).

Dat programma gaat om ongeveer 50 commandosites van de Alliantie in de 28 lidstaten en wordt gefinaliseerd om op “een snelle en efficiënte manier bedreigingen en kwetsbaarheden in verband met de informaticaveiligheid (cyber security) op te merken en er een gepast antwoord op te bieden”. Bij dit programma is ook Vega betrokken, het Britse ingenieursadviesbureau in defensiemateries, dat door Finmeccanica werd verworven in 2008.

Telecommunicatie via satellieten

Nog steeds in het kader van de NAVO zal Selex Elsag het beheer in handen nemen over de modernisering van de centra voor telecommunicatie via satellieten van Kester (België), Lughezzano (Verona, Italië), Oglaganasi (Turkije) en Atalanti (Griekenland), alsmede de vorming en de opleiding van het bijbehorend militair personeel van de NAVO: de Communications & Information Systems School in het Italiaanse Borgo Piave.

In mei 2011 had het NAVO-agentschap Air Command and Control System Management Agency (NACMA) aan Selex een ander belangrijk contract toegewezen ter waarde van 30 miljoen euro, voor de levering en installatie van communicatiesystemen in Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Griekenland, Italië, Noorwegen, Nederland, Polen, Portugal, Tsjechië, Spanje, Turkije en Hongarije. Dit in het kader van het zogenaamde ‘Rete Link 16’, dat gegevensuitwisseling toelaat tussen de NAVO-lidstaten in het Europese luchtruim.

De laatste twee jaar heeft NACMA aan Selex Geïntegreerde Systemen ook installaties op NAVO-basissen in Hongarije en Noorwegen toevertrouwd. Dit contract omvat 173 banen voor operatoren van het commando- en controlesysteem en de integratie van 230 sensoren voor alle simuleringssites (ACCS) van de NAVO.

In het kader van de NAVO is Finmeccanica nog in de running voor de toewijzing van een belangrijk deel van de nieuwe commando-, telecommunicatie- en inlichtingssystemen ‘ter verdediging’ van de NAVO-kruisraketten. Tegen eind oktober, zo heeft de persdienst van de NAVO aangekondigd, wil de Alliantie klaar zijn om in de loop van daaropvolgende 18 maanden tot 2,1 miljard euro uit te geven voor de modernisering van deze systemen.

Antirakettenstructuur

Radarsystemen made in Italy voor gebruik in de antirakettenstructuur zouden met succes getest zijn van 25 tot 29 september 2012 tijdens de multinationale militaire oefeningen (Ensemble Test 2) onder leiding van NACMA. “De testen hebben de toepasbaarheid van de nieuwe Italiaanse sensoren voor de nieuwe NAVO-verdedigingsinfrastructuur tegen kruisraketten bevestigd”, aldus een verklaring van de directeur van het programma, Alessandro Pera.

Tijdens deze oefeningen werden de verdedigingssystemen tegen kruisraketten op middellange afstand uitgeprobeerd, een Frans-Italiaanse coproductie. Eveneens werd het nieuwste Principal Anti-Air Missile System (PAAMS) uitgetest, het luchtafweersysteem dat zal worden geïnstalleerd aan boord van de Europese fregatten van de generatie ‘Horizon’.

PAAMS wordt geleid door een consortium van internationale wapenbedrijven. 77 procent van het kapitaal is in handen van MBDA (met Finmeccanica als participant), terwijl bij de productie van de nieuwe systemen ook Fincantieri en Finmeccanica betrokken zijn.

Alliance Shield met BAE Systems en Lockheed Martin

De Italiaanse holding heeft zich al lange tijd voorbereid op de ontwikkeling van de antikruisraketsystemen, die de NAVO wil gaan plaatsen, ook buiten de geografische grenzen van de Alliantie. Dit voor de ‘bescherming’ van militaire NAVO-eenheden bij internationale operaties. In september 2005 is Finmeccanica betrokken geraakt bij Alliance Shield, een consortium waar onder andere BAE Systems en Lockheed Martin deel van uitmaken.

Uit dezelfde periode dateert ook de consolidatie van het partnerschap tussen Finmeccanica en de Amerikaanse wapengigant Lockheed Martin. Het akkoord dat werd getekend, omvatte de productie van kleine componenten voor de F-35-gevechtsvliegtuigen (Lockheed is de belangrijkste partner bij de ontwikkeling van jachtbommenwerpers, binnen en buiten de NAVO).

Samen met MBDA werkte Finmeccanica aan de ontwikkeling van het controversiële programma voor ‘luchtverdediging op de korte en middellange afstand’ (MEADS), dat zal worden geïnstalleerd met het oog op de vervanging van het Patriot-systeem in de VS en in Duitsland en het Nike Hercules-systeem in Italië. Lockheed Martin participeert aan MEADS voor 58 procent.

Bilaterale militaire samenwerking Italië-VS

Meer dan een analist heeft onthuld hoe scudsatellieten, F-35’s en MEADS passen in de ruimere bilaterale militaire samenwerking tussen Italië en de VS. Afgevaardigden van Finmeccanica zijn actief als medewerkers van het Pentagon, terwijl de opeenvolgende Italiaanse regeringen (centrumlinks met Prodi, centrumrechts met Berlusconi en de technocratische van Monti) hun volle medewerking hebben verleend bij het gebruik van het Italiaanse luchtruim door gevechtsvliegtuigen van Washington (Dal Molin in Vicenza; Signella de ‘wereldhoofdstad van de drones’, het US AFRICOM-commando in Vicenza en Napels; de installatie van het nieuwe satellietcommunicatiesysteem MUOS in Niscemi, waarbij uitgerekend Lockheed betrokken is als hoofdcontractor).

Luciano Bertozzi signaleerde in het februarinummer van 2007 van het maandblad Nigrizia: “De uitbreiding van de Amerikaanse basis in Vicenza doet de regering-Prodi op haar grondvesten daveren. Zij heeft tenslotte die ultieme beslissing genomen. Militaire medewerkers van het Pentagon zouden worden toegewezen aan Italiaanse bedrijven.”

“Voor het overige treedt Finmeccanica in het strijdperk voor de levering van een groot aantal militaire transportvliegtuigen aan het Amerikaanse leger. Maar het bedrijf is vooral kandidaat voor de productie van het duurste gevechtsvliegtuig uit de geschiedenis, de JSF of F-35, dat niet alleen door de VS, maar ook door talrijke andere NAVO-lidstaten zal worden aangekocht. Het is duidelijk dat dit om vele miljarden dollar gaat …”.

Onvoorwaardelijke Italiaanse steun aan interventies in Afghanistan en Irak

Medewerkers in ruil voor basissen en contracten? Dit alles werd mogelijk gemaakt door de onvoorwaardelijke Italiaanse steun aan de VS- en NAVO-interventies in Afghanistan en Irak onder het motto van internationale ‘strijd tegen het terrorisme’.

De belangrijkste militaire experts in Rome, onder wie admiraal Giampaolo Di Paola, minister van Landsverdediging in de regering-Monti, hebben de beslissing gesteund om Finmeccanica in stelling te brengen in de wedloop om de lucratieve contracten. Di Paola was – toen de beslissing werd genomen – door de overheid in de rol gepositioneerd van secretaris-generaal van Landsverdediging (nationaal directeur van Bewapening).

Nadat Di Paola die taak bekleedde (een taak die hij uitvoerde van maart 2004 tot februari 2008), kreeg Italië het verzoek van Washington om de 173ste brigade voor luchttransport van het Amerikaanse leger naar Vicenza over te brengen, MUOS en Global Hawk op Sicilië te installeren en het hele schiereiland te transformeren in een vooruitgeschoven platform voor toekomstige operaties van het Amerikaanse leger op het Afrikaanse continent.

“Italië kreeg het verzoek van Washington het hele schiereiland te transformeren in een vooruitgeschoven platform voor toekomstige operaties van het Amerikaanse leger op het Afrikaanse continent”

De nauwe verwevenheid van politieke, diplomatieke, militaire en industriële connecties werd bekroond op 21 oktober 2008. Ter gelegenheid van de top tussen het ministerie van Landsverdediging met Gnazio La Russa en de toenmalige Amerikaanse minister van Defensie, Robert M. Gates, werd een verdag ondertekend (Defense Procurement Memorandum of Understanding) op grond waarvan, zoals het Pentagon-communiqué aangeeft, “beide landen toegang hebben tot de markt van de defensie-industrie van het andere land”.

Meest opzienbarende flop uit de militaire aeronautica

“Het akkoord bevordert de standaardisering en de onderlinge uitwisselbaarheid van apparatuur voor de verdediging van de NAVO-bondgenoten”. Italië en de VS hebben voor het eerst een akkoord getekend voor samenwerking bij de productie van oorlogssystemen in 1978 en het memorandum is voor het laatst vernieuwd in 1990.

Aanvankelijk werd de deal beklonken als een zaak van 6 tot 7 miljard dollar, met name voor de levering van maximaal 145 tactische transportvliegtuigen C-27J, werd het al snel een van de meest opzienbarende flops uit de militaire aeronautica.

In 2005 werd Alenia North America verbonden met L-3 Communications Integrated Systems, Boeing, Rolls Royce en Honeywell om bij te dragen aan het programma van de Joint Cargo Aircraft voor de operaties van het Amerikaanse leger in Irak en in Afghanistan.

Twee jaar later, ter gelegenheid van het bezoek aan Italië van toenmalig president Georges W. Bush, kondigde het Pentagon aan dat de miljardenopdracht toegewezen was aan het Italo-Amerikaanse consortium, op voorwaarde dat de bouw en de assemblage van de vliegtuigen voor een groot deel zou toekomen aan de bedrijven met zetel in de States.

Na massale investeringen om de productie op te starten, zagen de bedrijven de opdracht nochtans teruglopen tot slechts 38 transportvliegtuigen. Bij de 13de bestelling in januari 2012 volgde een koude douche: Washington zou beslissen het contract op te heffen als gevolg van besparingen die door het Congress werden opgelegd.

Obama heeft de zaak opgeblazen

Door de protectionistische politiek, met als excuus het hoofd te willen bieden aan de ernstige economische en werkgelegenheidscrisis, heeft Barack Obama in 2009 eigenlijk over de annulering beslist van het programma voor de nieuwe helikopters, gebaseerd op het model AW101 van Agusta-Westland.

In januari 2005 had Finmeccanica, in joint venture met het onvermijdelijke Lockheed Martin, een contract ondertekend van 6,5 miljard dollar voor de levering van 23 toestellen. De achterban van Obama heeft de zaak opgeblazen toen er reeds 7 helikopters waren gebouwd.

Nog erger werd het in mei 2008. Toen werd DRS Technologies aangekocht, een van Amerika’s grootste leveranciers van apparatuur en programma’s voor commando, controle en communicatie. Zij levert ook computers, inlichtings- en bewakingssystemen, dataverwerkingscentra ‘Aegis’ voor de zeemacht, verschillende componenten voor Abrams-tanks en jachtbommenwerpers F-15 en F-16 voor het Amerikaanse leger.

DRS, opgericht in 1968 in Parsipanny, niet ver van New York, telt 10.000 werknemers en heeft een jaarlijkse omzet van bijna 3 miljard dollar. Om deze transactie te mogen uitvoeren, heeft Finmeccanica met het departement van Defensie een ‘speciaal veiligheidsakkoord’ moeten onderschrijven dat aan de Amerikaanse regering de bescherming garandeert van ‘gevoelige’ informatie.

Onder de koepel van het Amerikaanse veiligheidsapparaat

“Met de overname van DRS (waarvan de leiding in handen blijft van het huidige Amerikaanse management) komt Finmeccanica onder de koepel van het Amerikaanse veiligheidsapparaat terecht. Dit brengt door de wettelijke beperkingen ten overstaan van buitenlandse groepen in militaire bewapening, maar ook in de mate van toegang tot geheime of gevoelige informatie, een reële onderwerping van Italië teweeg. Met name afhankelijkheid van de strategische keuzes van de Amerikaanse regering en aan haar inlichtingendienst”, zo verklaarde expert Sergio Finardi in Il Manifesto (16 maart 2008).

We kunnen spreken van een ‘zelfmoordoperatie’, wat duidelijk wordt door het enorme geldbedrag dat Finmeccanica heeft moeten ophoesten om het bedrijf terug op de kaart te zetten (3,4 miljard euro). Dit door het opwaarderen van het aandeel naar 81 dollar, terwijl het nog maar een maand eerder op 63,74 dollar stond.

In de daarop volgende maand augustus volgde een financiële saneringsaderlating, met een kapitaalverhoging van de holding van 1,4 miljard dollar. De Italiaanse schatkist moest daarbij 250 miljoen euro ophoesten, maar heeft de eigen participatie teruggebracht van 33,7 naar 30,2 procent.

Er werd tevens één miljard euro uitgegeven aan obligaties op 5 jaar tegen een rente van 8,12 procent. Ook werd een maximum bedrag opgenomen bij het internationaal banksysteem: Finmeccanica kreeg een financiering van 3,2 miljard euro, geleidelijk te vermeerderen tot 7 miljard.

Internationale financiële crisis

“Helaas voor Finmeccanica kwam de internationale financiële crisis halverwege de verwervingsprocedure, waardoor het moeilijker werd de rekeningen van de operatie in evenwicht te brengen”, aldus IRES Toscana, die het onderzoek Finanza e Armamenti. Istituti di credito e industria militare tra mercato e responsabilità sociale (Financiën en Bewapening. Instituten voor krediet en militaire industrie in relatie tot de markt en sociale verantwoordelijkheid) (Editioni PlusPisa University Press, 2010) uitgevoerd heeft.

“Aan de ene kant zijn de verplichte uitgaven duurder geworden, terwijl nu net de terugbetaling aan de investeerders van DRS werd versneld. Aan de andere kant is de oprichting van niet-strategische vennootschappen van de groep plots minder winstgevend geworden door de verlaagde beursindexen (en bijgevolg van de beurswaarde van deze vennootschappen)”.

De onvoorwaardelijke Italiaanse trouw aan de militaire avonturen van Washington heeft hoe dan ook voor DRS Technologies nieuwe, belangrijke opdrachten opgeleverd. Eind 2008 heeft de maatschappij elektronische en biometrische gezichtsherkenningsystemen zoals JV-5 verkocht voor een waarde van 531 miljoen dollar. Deze systemen moesten worden gemonteerd op rollend materieel en rupsvoertuigen van het leger en van de marine.

“De onvoorwaardelijke Italiaanse trouw aan de militaire avonturen van Washington heeft hoe dan ook voor DRS Technologies nieuwe, belangrijke opdrachten opgeleverd”

In de zomer van 2009 werd een contract van 143,9 miljoen dollar toegewezen voor de productie van P5-toestellen voor de Amerikaanse militaire luchtvaart en marine, en van 270 aanhangwagens M1000 voor transport over de weg en over hobbelig terrein voor pantserwagens M1 ‘Abrams’. In september 2010 is er een contract gekomen van 1,9 miljard dollar voor de levering van infraroodtechnologie, die gebruikt zou worden aan boord van middelzware en zware gevechtstoestellen.

Eind 2011 komen daar nog twee belangrijke opdrachten bij. De eerste opdracht is samen met Lockheed Martin voor de levering van gevechts- en sonarsystemen voor de nucleaire duikboten type ‘Los Angeles’, ‘Seawolf’ en ‘Virginia’ (400 miljoen dollar). De tweede opdracht is voor de levering van ondersteuningsmiddelen voor de geblindeerde en bewapende voertuigen van het Amerikaanse leger (43,3 miljoen dollar).

In januari 2012 wordt het bedrijf gevraagd te zorgen voor nieuwe navigatiesystemen voor de helikopters ‘Pave Hawk HH-60G’ van de US Air Force en voor moderne elektronische systemen voor de vliegtuigen E-6B van de US Navy (totaal voor 63 miljoen dollar).

Veramerikanisering van het Italiaanse militair-industrieel complex

De voortschrijdende veramerikanisering van het Italiaanse militair-industrieel complex wordt vooral waargemaakt door de toenemende aandelen van belangrijke private VS-investeringsfondsen. Een jaar geleden, zoals het boek Armi, un affare di stato (Wapens, een staatszaak) (Chiarelettere, 2012) aanhaalt, verschenen als grootste aandeelhouders van Finmeccanica de volgende bedrijven: Tradewinds Global Investors (5,38 procent), Deutsche Bank Trust Company Americas (3,6), Black Rock (1,24) en Grantham Mayo Van Otterloo & Co (2,05).

Naast deze moeten, volgens IRES Toscana, Amerikaanse bedrijven en pensioenfondsen worden vermeld, die kleinere aandelenpakketten bezitten en hebben deelgenomen aan de vergaderingen van de aandeelhouders van Finmeccanica in 2008 en 2009.

Deze zijn: New Perspectives Fund (1,96 procent), Fundamental Investors (1,18), Capital World Growth Fund (0,64), Europacific Growth Fund (0,47), Ishares Msci Eafe Index Fund (0,28), GMO Foreign Fund (0,14), Thrivent Partner International Stock Portfolio (0,13), State Street Bank and Trust Company Investment Funds (0,12).

Alles samen zou het kapitaal uit het land van de Stars and Stripes al meer dan 18 procent van het steeds minder en minder Italiaanse Finmeccanica beheren.

De belangrijkste Italiaanse bankengroepen, als aandeelhouders en schuldeisers van Finmeccanica, hebben met een heel gamma aan flexibele en gemengde fondsen, belangrijke aandelenquota opgekocht van Amerikaanse militaire kolossen zoals Lockheed Martin, Northrop Grumman, Boeing, General Electric en L-3 Communications.

Het is opnieuw een bewijs van het globaliseringsproces van wat men ondertussen kan definiëren als een militair-financieel-industrieel complex. Het is een evolutie in de markt die in het laatste decennium het oorlogspartnership tussen Italië en de Verenigde Staten steeds meer onontwarbaar gemaakt heeft.

“Het is opnieuw een bewijs van het globaliseringsproces van wat men kan definiëren als een militair-financieel-industrieel complex. Het is een evolutie in de markt die het oorlogspartnership tussen Italië en de VS steeds meer onontwarbaar maakt”

Antonio Mazzeo

Antonio Mazzeo is een Italiaanse onderzoeksjournalist die woont en werkt in de Siciliaanse stad Messina. Hij is gespecialiseerd in militaire onderwerpen en de rol van de NAVO in conflicten.

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in ‘Guerre & Pace’ (Oorlog en vrede), nr. 169, januari 2013.

(vertaling uit het Italiaans door Maaikel Cré, geredigeerde versie door Rob Van Damme, Marisa Abarca en Jan Van Criekinge)

take down
the paywall
steun ons nu!