20 jaar Centrum: een toekomst?

20 jaar Centrum: een toekomst?

maandag 18 februari 2013 11:05

Vrijdag 15 februari vierde het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding zijn 20 jarig bestaan. Alhoewel ik er zelf sedert eind 2003 geen enkele betrokkenheid meer mee heb – ik werd zelfs niet uitgenodigd ten tijde van de grote nationale interculturele dialoog die onmiddellijk nadien georganiseerd werd onder leiding van het Centrum en van de heren Torfs , Lallemand en mevrouw Neyts (ik was toen blijkbaar melaats) – werd ik deze keer wel uitgenodigd en kon zodoende een en ander vernemen over de geplande  toekomst voor het Centrum. Hier mijn reactie. Maar eerst een overzicht over het verleden.

Geschiedenis

In haar eerste rapport van november 1989 had Paula D’hondt opgeroepen om een nationaal centrum op te richten tegen de discriminaties en voor de integratie. In 1992 stelde zich een dubbele vraag: wordt het Koninklijk Commissariaat voor het migrantenbeleid verlengd of niet? En komt er zo’n Centrum tegen discriminaties? In februari 1993 werd de knoop doorgehakt. Het federale Koninklijk Commissariaat werd niet verlengd. Reden: alles wat met integratie te maken had (onderwijs, tewerkstelling, huisvesting, taalbeleid) was bevoegdheid van de Gemeenschappen en Gewesten. Er kwam iets federaals met een dubbele naam: Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding. Dit orgaan moest tegelijk positief stimulerend en repressief zijn. Het ontstaan van die dubbele naam is een verhaal op zich, dat ik u wil besparen. Belangrijk echter: tussen 1993 en 1999 vonden nog veel interministeriële conferenties voor het migrantenbeleid plaats. Dit gebeurde onder voorzitterschap van de eerste minister, met het Centrum en met de Gemeenschappen en Gewesten. Men wou samenwerking en men wou onmiddellijke realisaties op het terrein. Ook de samenwerking met het middenveld werd toen als heel belangrijk ervaren.

Jaren 90

In 1989, bij de oprichting van het Koninklijk Commissariaat, werd een breuklijn getrokken tussen migratie-  en integratiebeleid. Een discussie over mensen zonder papieren leidde van toen af steevast tot hoog oplopende ruzies tussen het Centrum (vanaf 1993) en de Dienst Vreemdelingenzaken of het Hoog Commissariaat voor de vluchtelingen en staatlozen. Immers, waar moeide het Centrum zich mee?

Tweede vaststelling: de Islam viel onder integratiebeleid. Persoonlijk denk ik dat dit een goede zaak geweest is, maar op zich is dit evident betwistbaar. Waarom betwistbaar? Waarom vielen andere godsdiensten niet onder het integratiebeleid en de Islam als enigste wèl? Waarom een goede zaak? Omdat het toegelaten heeft om Saoudi Arabië en het wahhabitisme  buiten spel te zetten. Dit is misschien de grootste verdienste geweest van zoiets als een Moslimexecutieve.

Eind jaren 90, met de regeringen Verhofstadt, kwamen wijzigingen in het beleid. Het Centrum viel niet langer onder de eerste minister, wat de status verzwakte. De Islam viel niet langer onder integratiebeleid, maar het principe van de Moslimexecutieve was ondertussen al aanvaard.  En in 1999 werd het Centrum aangemaand zich niet meer in te laten met mensen zonder papieren, iets wat bezegeld werd in 2003 en een van de redenen was van mijn vertrek. Evenwel… het Centrum had wèl sinds 1995 een enorme vinger in de pap (en heeft dit nog steeds als het wil) op een heel belangrijk raakvlak: de mensenhandel en mensensmokkel. Mijns inziens is zijn rol hier toonaangevend geweest. Men kan dat niet genoeg onderlijnen.

Wat heeft ongetwijfeld ook een rol gespeeld in de jaren 90 in het functioneren van het Centrum? Het verschijnen in 1992 van “Ze zijn zo lief, meneer” van Chris De Stoop, en de dood van Loubna Benaïssa in het verlengde van de zaak Dutroux.

Ontwikkelingen rond 2000

Volgens heel betrouwbaar onderzoek stond de xenofobie in Vlaanderen in 1991 op  42.3  % van de bevolking, in 1999 was die xenofobie afgenomen tot ca 30%, een vermindering met een kwart.  Nadien is die xenofobie weer gaan toenemen. Waarom? “Nine eleven” (2001). Van een xenofobie omwille van “afnemen van werk” (jaren 90) werd het een xenofobie omwille van vermeend tekort aan culturele aanpassing (na “nine eleven”, eigenlijk iets vroeger: de eerste golfoorlog).

Maar ondertussen kwam er bij de mensen van vreemde herkomst, en vooral bij hun kinderen iets nieuws: burgerschap in plaats van migrant-zijn. Hun wereld was die van de globalisering en van het internet. Niet alleen wat hier gebeurt, maar ook wat elders gebeurt kan normaal en modern zijn. Late uitlopers hiervan zijn de discussies over bijvoorbeeld het gebruik van het woordje “allochtoon” en over het “wij” versus “zij” denken.

Toen de xenofobie begin 2000 niettemin weer toenam, bereidde het Centrum zijn racismeprocessen voor. Men wou grenzen stellen. Een eerste proces was gericht tegen het Front National, een tweede tegen enkele vzw’s van het VB. Let nu op de paradox. Het  Centrum heeft zijn racismezaak tegen het VB gewonnen op thema’s die eigenlijk op de jaren 90 terug gingen (het 70-punten programma), terwijl het VB die thema’s zelf aan het verlaten was en nieuwe naar voor schoof (na “nine eleven”).

Dit heeft te maken met het feit dat het tot 5 jaar in beslag kan nemen tussen het opmaken van een juridisch dossier en de uiteindelijke afhandeling door de rechter. Op het moment van de uitspraak door de rechter, was het debat een ander aan het worden. Het gaat er niet meer om of die mensen die van elders kwamen al dan niet hier zouden blijven, maar of ze zich totaal moeten ‘aanpassen’ of niet, en hoe ver dat moet gaan.  

Naar een nieuw pluralisme

Wie zegt dat de integratie mislukt is, gaat voorbij aan het feit dat alvast een eerste strijd wel degelijk gewonnen werd: dat mensen van vreemde herkomst hier leven en niet zullen terugkeren, is aanvaard. Wat niet aanvaard is, is het multiculturalisme. De hele vraag is overigens of het probleem zich wel stelt in termen van mono- versus multiculturalisme. Gaat het niet veeleer om de invulling van een nieuw pluralisme? Niemand vraagt een volledig multiculturalisme. Niemand ook vraagt een volledig monoculturalisme, want het minste pluralisme is al een bewijs van zijn onmogelijkheid. Waar de discussie vandaag dus eigenlijk over gaat, is of er een nieuw pluralisme denkbaar is dat enigszins afwijkt van het huidige. Generatie-Vlamingen (zoals professor Vermeersch) zijn geneigd om het pluralisme te blijven denken in termen van het vroeger compromis tussen zuilen. Nieuwe Vlamingen wensen dat op bepaalde punten aangevuld te zien met bijvoorbeeld Angelsaksische elementen (bv in verband met het mogen dragen van de hoofddoek). Maar die discussie is voortaan een Gemeenschapsbevoegdheid.

Wil dit zeggen dat het integratiebeleid een succes is? Neen, evident is het geen succes in die steden waar de scholing faalt. En ook de tewerkstelling is ontoereikend. Maar opnieuw, sedert begin jaren 90 is dit een bevoegdheid van de Gemeenschappen of Gewesten.
Het heeft die integratie zeker niet bevorderd, dat de overheid in de jaren 90 (en overigens ook vandaag) vooral aan besparen en vermageren moet denken..

We moeten niet in mirakelen geloven voor de komende jaren. Maar misschien is er toch wel iets, dat geen overheidsgeld kost, en dat niettemin nu al met jaren vertraging op zich laat wachten: een echt migratiebeleid.

Migratiebeleid, een must!

Er zal een herstructurering van het Centrum  komen. Terecht. Gemeenschappen en Gewesten willen vat krijgen op de invulling van het nieuwe pluralisme. Ze hebben gelijk. Voor het federale Centrum lijken de meest evidente taken te zullen worden: het bewaken van de mensenrechten bij alle mensen die bij ons leven, ook die van vreemde herkomst, de zorg voor de migranten die slachtoffer zijn van mensenhandel en mensensmokkel, het stimuleren van de een respectvolle diversiteit in federale overheidsdiensten, een platform zijn waar Gewesten en Gemeenschappen (en ook Brussel) mekaar ontmoeten om “good practices” uit te wisselen…

Maar los daarvan, lijkt een echt grote actuele uitdaging voor een overheid die het goed meent met integratie, om het  verband tussen migratiebeheersing en integratiebeleid te herdenken. In tegenstelling tot 1989 heeft het dit keer  niets te maken met terugkeerbeleid, maar het heeft alles te zien met een verstandig willen benutten van de migraties in het belang van alle betrokken partijen: de migrant, Vlaanderen en België. Een serieus migratiebeleid mag geen misplaatste stoerdoenerij zijn, maar moet  iets op zijn Canadees worden. Afwegen wat goed is voor de een en voor de ander en dit zo positief mogelijk benaderen. Wanneer komt het ervan? Ik vermoed echter dat dit best niet bij een Centrum, maar bij een politiek “cross-party” orgaan geplaatst wordt.

Tewerkstelling: de unieke nieuwe kans voor een intercommunautair Centrum

Vrijdag laatst heb ik gemerkt dat sommigen betreuren dat het Centrum van de toekomst minder federaal en meer intercommunautair zal worden. Mijns inziens vergissen ze zich. Zulk nieuw gestructureerd Centrum zou ook wel eens grote voordelen kunnen bieden. Hoogst waarschijnlijk is méér nog dan onderwijs, het wegwerken van de discriminaties in de tewerkstelling de grootste prioriteit. Ik ben zo vrij om zelf geen geloof te hechten aan het feit dat het zogenaamd prioritair wegwerken van taalachterstanden ‘als vanzelf’ de discriminaties in de tewerkstelling zal wegwerken. Ze zullen alleen maar schrijnender worden. Zulk taalbeleid heeft op zich zijn waarde, maar riskeert vooral een symboolbeleid te zullen worden, totdat de betrokkenen zullen merken dat “de keizer naakt is”… omdat de werkloosheid even onredelijk hoog blijft.  Welnu, een intercommunautair Centrum, met een sterke Gewestelijke poot, moet in principe meer dan een federaal Centrum bij machte zijn om de beleidsagenda’s op dat vlak te beïnvloeden. Voorwaarde: een stevige équipe, een stevig bestuur en een voldoende inplanting onder de respectieve minister-presidenten.

Tot slot: gelukwensen aan het Centrum bij zijn 20-jarig bestaan! En van harte een mooie toekomst toegewenst. Vanwege een oudgediende.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!