Georges Ibrahim Abdallah, na 28 jaar gevangenschap, bijna vrijgelaten uit een Franse cel.
Nieuws, Politiek, Frankrijk, Libanon, Jordanie, Analyse, Palestijnse staat, Georges Ibrahim Abdallah, Syrian Social Nationalist Party, Zwarte September, George Habash, Popular Front for the Liberation of Palestine, LARF (Lebanese Armed Revolutionary Forces), Franse geheime dienst DST, Yves Bonnet, Pro-Palestijnse militant, Alain Marsaud -

De ‘Arabische Mandela’, Georges Abdallah, na 28 jaar gevangenschap vrijgelaten uit Franse cel

Het is eindelijk zover. Georges Ibrahim Abdallah zal één der dagen worden overgevlogen naar zijn geboorteland Libanon. Hij heeft de twijfelachtige eer Frankrijks langst zittende politieke gevangene te zijn. Sommige Arabische kranten noemen hem de 'Arabische Mandela' omdat die laatste ook 27 jaar doorbracht als politieke gevangene. Abdallahs zaak bracht veel aan het licht: Libanese politieke apathie, Franse ongerechtigheid en dubieuze inlichtingendiensten.

vrijdag 11 januari 2013 16:30

Georges Ibrahim Abdallah werd in 1951 geboren in de Akkar-regio in het noorden van Libanon, de armste streek van dat land. Hij sloot zich vroeg aan bij de SSNP (Syrian Social Nationalist Party), een partij/beweging die gelooft in de natuurlijke eenheid van Groot-Syrië.

Voor veel jongeren van zijn generatie was de Zwarte September in Jordanië het keerpunt in zijn politieke leven. In die bloedige maand september van 1970 probeerden de Palestijnse fedayeen de Jordaanse monarchie omver te werpen. Dat mislukte en de Palestijnse strijders moesten gehavend Jordanië verlaten. Ze maakten van Libanon hun nieuwe thuisbasis.

Abdallah was één van de vele Libanezen die zich aansloot bij een Palestijnse verzetsbeweging. Abdallah voelde zich aangetrokken tot George Habashs PFLP (Popular Front for the Liberation of Palestine), een linkse Arabisch-nationalistische beweging die geloofde in gewapend verzet om Palestina te bevrijden. Na Fatah was de PFLP de grootste Palestijnse beweging.

Achter de vijand aan, waar die maar te vinden is

Enkele Libanese aanhangers van de PFLP onder leiding van Abdallah richtten de kleinere, maar veel radicalere LARF (Lebanese Armed Revolutionary Forces) op in 1979, één jaar na de dood van Wadi Haddad. Hij was een mede-oprichter van de PFLP, maar raakte in conlfict met de mainstream van de beweging die niet zo happig was om internationale acties uit te voeren. Haddad en Abdallah waren een andere mening toegedaan. Hun motto was: “Achter de vijand aan, waar die maar te vinden is”.

De LARF had geen nood aan veel inspiratie om erachter te komen wie de vijanden waren van het Libanese en Palestijnse volk. Abdallah zag met zijn eigen ogen hoe Israël in 1978 en later in 1982 Libanon binnenviel en bezette. Tijdens de eerste invasie raakte hij gewond toen hij streed tegen de Israëlische invasie.

De LARF zat waarschijnlijk achter de moorden in Parijs op Ya’acov Bar-Simantov, een Israëlische diplomaat, Charles Robert Ray, een Amerikaanse militaire attaché en Robert Homme, de Amerikaanse consul in Frankrijk.

De Mossad, de Israëlische geheime dienst, lichtte de Franse ordediensten in en in 1984 werd George Abdallah gearresteerd. Het bewijsmateriaal tegen hem betrof een vals Algerijns paspoort en wat propagandamateriaal van de LARF. Dat gebeurde allemaal in een periode waarin nogal wat gewapende revolutionaire groeperingen aanslagen pleegden tegen diplomaten en militaire attachés in Frankrijk en de rest van Europa.

De enige aanklacht die het Franse gerecht kon bovenbrengen, was het gebruik van een vals identiteitsbewijs. Voor dat misdrijf zou hij maar 18 maanden hebben moeten vastzitten. Hij werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar. Maar dat was zonder Amerikaanse en Israëlische druk gerekend. De Algerijnse staat aan de andere kant nam het op voor Abdallah en vroeg om zijn vrijlating. De Fransen beloofden om gehoor te geven aan die oproep, maar tevergeefs.

Een juridische samenzwering

Tijdens een tweede schertsproces in 1987 werden nieuwe aanklachten geformuleerd en werd er bewijsmateriaal aangehaald dat niet werd gebruikt tijdens het eerste proces. Zijn advocate toen sprak zelfs van een ‘juridische samenzwering’. Drie jaar na zijn arrestatie zouden er wapens zijn gevonden in geheime plekken in zijn appartement. Het verdict was voorspelbaar: een levenslange gevangenisstraf.

Yves Bonnet, het voormalige hoofd van de Franse geheime dienst DST, schreef in zijn memoires ‘Contre-Espionnage, mémoires d’un patron de la DST‘ dat zijn dienst een informant had gerekruteerd die heel dicht bij de LARF stond. Via hem zou er genoeg bewijsmateriaal tegen Abdallah zijn gevonden. En dat is een illegale daad!

De Franse wetten verbieden het om dokters, journalisten en advocaten te gebruiken als informanten of spionnen. Yves Bonnet gaf zelfs expliciet toe dat zijn geheime dienst handelde op een criminele manier en betrokken was bij een ‘illegale inlichtingensamenzwering’. Hij voegt eraan toe dat “het tijd is om mijn stem toe te voegen bij al degenen die de vrijlating vragen van Abdallah. Het is tijd om een einde te maken aan dat grote onrecht dat we hem hebben aangedaan”.

Pas in 2001 zou blijken wie die informant was. Dat was niemand minder dan Jean-Paul Mazurier, een advocaat van Abdallah! Mazurier won het vertrouwen van Abdallah door te stellen dat ook hij een pro-Palestijnse militant was.

Ondanks de illegale en moreel verwerpelijke manier waarop de Franse geheime dienst werkte, hebben de advocaten van Abdallah nooit het Franse gerecht benaderd om het verdict te annuleren, hoewel ze een grote slaagkans hadden. De reden daarvoor is nog steeds een misterie.

Alain Marsaud, nu een Frans parlementslid voor de UMP, leidde in 1982 persoonlijk de ondervragingen van Abdallah. Hij was het hoofd van de Franse antiterrorisme unit in de jaren tachtig. In 2002 publiceerde hij een boek ‘Avant de tout oublier ‘ waarin hij bekende dat Georges Abdallah werd gestraft voor iets wat hij niet heeft gedaan. De zaak-Abdallah was helemaal gefabriceerd, aldus Marsaud.

Van Franse kant klonken de stemmen steeds luider om Abdallah vrij te laten. En hoewel het duidelijk is dat hij geen eerlijk proces heeft gekregen, geniet Abdallah weinig diplomatieke steun vanuit Libanon. De voormalige premier Selim al-Hoss was de enige noemenswaardige politicus die lobbyde voor zijn vrijlating.

Zowel vader als zoon Hariri, die beiden premiers van Libanon waren, toonden geen belangstelling in Abdallahs zaak, hoewel de Hariri’s altijd pochten met hun ‘speciale’ band met Frankrijk (en vooral met de voormalige president Jacques Chirac).

Vrijlating … uitgesteld

Normaal gezien zou Abdallah in 2002 zijn maximumstraf hebben uitgezeten. Maar hij werd niet vrijgelaten. Hoewel er een hele waslijst van activisten en (ex-)functionarissen zich schaarden achter de dringende oproep om Abdallah vrij te laten, bleef hij achter slot en grendel. Nochtans werd er enkel gevraagd om de procedures te respecteren en een man die zijn gevangenisstraf heeft uitgezeten vrij te laten.

Maar de Franse medeplichtigheid in het schertsproces bleek nog maar eens duidelijk toen er een voorwaarde werd gekoppeld aan Abdallahs vrijlating: hij moest berouw tonen voor zijn daden.

Abdallah weigerde zoiets zelfs maar te overwegen. Hij zou daarmee het Franse gerecht een geweldig excuus geven om zijn proces te legitimeren en zo zijn gezicht redden. Bovendien weigerde Abdallah ook pertinent om zich te distantiëren van zijn strijd tegen het zionisme en het imperialisme.

In een van zijn laatste brieven schreef Abdallah: “De lange jaren die ik heb doorgebracht in de gevangenis eisen van nature zijn tol van mijn hart. Hoe denk je dat ik me voel na bijna drie decennia achter deze afschuwelijke tralies? Ondanks dat alles, kan ik stoutmoedig en zonder enige twijfel zeggen dat de strijd verder gaat”.

Ook hekelde hij het gebrek aan onafhankelijkheid van het Franse gerecht: “Wanneer een zaak gelinkt is met de wensen van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, dan is de schreeuw om de onafhankelijkheid van deze bourgeois-justitie ver te zoeken”.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!