Opinie, Nieuws, België -

Het vergrijzingsdebat: over keuzes en het geveinsde gebrek eraan

In mijn alma mater vond vorige week een congres plaats met als centrale thema 'Markt en Democratie'. Het is een thema dat nooit weg geweest is. Tegelijk klassiek en actueler dan ooit. Het bewijs daarvan kreeg ik eergisteren geleverd. Het vergrijzingsdebat laait opnieuw op. Dit vergrijzingsdebat is een typische uiting van het reëel bestaande spanningsveld tussen markt en democratie. Of, heel algemeen gesteld, tussen economie en politiek.

dinsdag 9 oktober 2012 17:45

Heden ten dage zijn we sterk geneigd om politiek en economie met elkaar te vereenzelvigen. Alsof het één en dezelfde sfeer betreft. Gevolg is dat politici vaak geportretteerd worden als gebonden aan economische wetmatigheden die buiten het domein van de politieke besluitvorming vallen. Maar ook dat het beleid vanuit een sterk economisch perspectief geëvalueerd wordt. Ook hierin is het vergrijzingsdebat tekenend.

Uiteraard hoeft het geen betoog dat economie en politiek twee domeinen zijn waartussen een grote, gemeenschappelijke doorsnede bestaat. Maar desalniettemin blijven politiek en economie twee verschillende domeinen. Het grootste verschil tussen deze twee is dat de economie de sfeer van de noodzakelijkheid is, terwijl de politiek die van de vrijheid is. We kunnen ons de (democratische) politiek niet voorstellen zonder de vrijheid te hebben tussen verschillende keuzes. Die keuzevrijheid is natuurlijk altijd beperkt door, onder andere een economische context, maar ze is nooit afwezig. Anders zouden we meteen de politiek zelf mogen afschaffen.

Democratisch misprijzen 

Als jongere kan ik me echter niet van de indruk ontdoen dat het pleidooi van onder andere Schoors en Peersman gericht is op de beperking van de politieke keuzemogelijkheden onder het mom van economische noodzakelijkheid. Dit gebeurt al op een heel fundamenteel niveau. In het vergrijzingsdebat is de boutade nooit veraf dat de democratische politiek wegens haar gerichtheid op korte termijn van het volgende rondje verkiezingen niet in staat is om op lange termijn beslissingen te nemen die ‘pijn’ doen. Dergelijke boutades dragen een soort misprijzen ten aanzien van de democratie in zich. Ze betekenen, indien men ze logisch doortrekt, een pleidooi voor meer technocratisch bestuur ten nadele van een meer democratisch bestuur waarin het volk tussen verschillende soorten (economisch) beleid kan kiezen.

Niemand betwist dat ons pensioenstelsel dreigt onbetaalbaar te worden. Ook ik niet. Maar wat ik wel betwist zijn de maatregelen die door onder andere Schoors en Peersman worden naar voren geschoven om die onbetaalbaarheid tegen te gaan.

Ik wil enkele van de achterliggende vooronderstellingen die de maatregelen van Schoors en Peersman plausibel maken, problematiseren. Het idee bijvoorbeeld dat we met zijn allen ouder worden en dus langer kunnen en moeten werken, is vrij kort door de bocht. Het is een redenering die enkel standhoudt wanneer men vertrekt van de stille assumptie dat de samenleving bestaat uit individuen die allen gelijk zijn. Helaas is dat niet zo. Zelfs in de dood zijn we niet elkaars gelijke: hoe lager inkomen en scholingsgraad, hoe jonger men sterft.

Levensverwachting is geen neutraal begrip. En arbeid is dat ook niet. De laaggeschoolde vuilniskarman en de hooggeschoolde CEO verrichten vormen arbeid die op geen enkele manier vergelijkbaar zijn. Stellen dat ze allebei langer moeten werken is misschien vanuit economisch opzicht misschien wensbaar, maar vanuit politiek en sociaal oogpunt erg bediscussieerbaar.

Donker toekomstbeeld

Toch lijkt het alsof ik als jongere geen keuze meer heb. Er moet en zal langer gewerkt worden. En er zal nog meer en nog harder gewerkt moeten worden. Dit zijn in wezen politieke keuzes, maar ze worden steevast voorgesteld als economische noodzakelijkheden waartegen geen verweer mogelijk is. Dit werkt frustrerend. Niet alleen omdat het geen rooskleurig toekomstbeeld is. Maar ook omdat het me als sociaal geëngageerde jongere tegen de borst stuit dat met zoveel gemak maatregelen worden voorgesteld waarbij vanuit het perspectief van sociale rechtvaardigheid en democratische betrokkenheid ernstige vraagtekens geplaatst kunnen worden.

Is dit de enige toekomst die ons dan rest? Eén waarin het gros van de bevolking opnieuw zal leven om te werken (in plaats van andersom)?

Het toekomstbeeld dat ons als jongere in het vergrijzingsdebat geschetst wordt, is niet alleen donker. Het heeft bovenal iets heel paradoxaals: er dienen sociale verworvenheden opgegeven te worden om deze te redden. Waar men ‘behoud’ zegt, zien we in de praktijk ‘afbraak’. We moeten dus meer doen, om steeds minder te krijgen. Nee, echt motiverend is dat niet. Ongetwijfeld zal het wel te maken hebben met economische noodzakelijkheden, maar bovenal ook met een gebrek aan politieke moed om besparingen (van welke soort dan ook) rechtvaardig te verdelen. Nochtans is het enkel die laatste drijfveer die ons sociaal systeem kan redden.

Thomas Decreus is als politiek filosoof verbonden aan de KULeuven

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!