Het ideologische vacuüm van een bepaald soort wetenschapsfilosofie

woensdag 21 december 2011 15:27

Heel wat wetenschapsfilosofen gaan de laatste tijd graag de strijd aan met wat zij het ondeugdelijke denken noemen (de filosofie van Slavoj Žižek, ‘de psychoanalyse’, etc.). Dat zij zich kritisch opstellen ten aanzien van ideeën en theorieën waarin zij zich niet kunnen vinden, is natuurlijk een goede zaak. De manier waarop is wel erg problematisch. In tegenstelling tot wat wordt beweerd, sturen zij niet aan op een debat ‘dat ten gronde gevoerd moet worden’ maar wel op een tribunaal waarbij zij beslissen wat het onderwerp is, volgens welke procedure de aanklacht wordt behandeld, en wie er in de jury of in de beklaagdenbank zit. Wie hiertegen protesteert, het als een provocatie ziet of kanttekeningen wil maken, wordt aan de kant gezet als ruziemaker, ordeverstoorder of zelfs als geweldenaar.

Wat echter buiten beeld blijft en echt verontrustend is: er zitten heel wat ideologische patstellingen achter deze wetenschapsfilosofische strafredes en dat maakt ze tot een gevaar voor elk kritisch en geëngageerd denken. Men doet immers alsof men objectief met wetenschap bezig is. Ideologie zou hier dus helemaal niet aan de orde zijn. Maar door dit geveinsd vacuüm zet men net de deur wagenwijd open voor heel wat ideologische implicaties en bedenkelijke manoeuvres. Het vacuüm waarin de wetenschapsfilosoof pretendeert te kunnen denken is net door de ontkenning van elke ideologie uitermate ideologisch. Enkele voorbeelden.

Wetenschap vs. literatuur

Filosofie is wetenschappen noch literatuur. Desondanks zijn er heel wat wetenschapsfilosofen die maar al te graag een opdeling maken tussen twee richtingen in de filosofie (cf. het ‘laatste woord’ van Joël De Ceulaer in het ‘debat’ over psychoanalyse in DS,17 dec). (1) Er is de filosofie die naar literatuur neigt. Die moet men met enige tolerantie wat vrij spel gunnen in hun creatief gebruik van de taal omdat het in wezen eigenlijk toch om fantasie en dus niet zozeer om iets feitelijk zou gaan. (2) Er is de filosofie die aansluiting zoekt bij de wetenschappen: streng en rechtvaardig, met de rationele deugden hoog in het vaandel, en met bekommernis om het welzijn van de bevolking. Want het gaat tenslotte om een strijd tegen gevaarlijke volksverlakkerij.

Je hoeft geen filosoof te zijn om te begrijpen dat deze opdeling erg ideologisch geladen is. In de keuze tussen ‘entertainment’ en ‘wetenschappelijkheid’ is het immers duidelijk dat alleen het tweede kamp aanspraak mag maken op de waarheid. De eerste soort filosofie is daarentegen een anachronisme dat spoedig in de plooien van de ideeëngeschiedenis zal verdwijnen. Die hoort niet langer thuis in het opgedrongen wereldbeeld waarin ‘denken’ wetenschap is, of pseudowetenschap. In afwachting van, kan men die filosofie alvast onderbrengen bij het departement literatuur. Zo wil men dus doen geloven dat het echte, relevante en actuele werk weggelegd is voor de filosoof die naar het voorbeeld van de wetenschap een strenge methodologie hanteert en nadenkt over wat wetenschap volgens hem wel en niet is.

Nochtans wordt wetenschapsfilosofie niet plotsklaps ‘wetenschap’ omdat men het over de wetenschappen heeft. Het is en blijft filosofie, hoe graag men het misschien ook anders zou willen. Het dikwijls kaduke geredeneer met het gezonde verstand, zoals dat op menig departement wetenschapsfilosofie vlijtig gebezigd wordt vanuit de zetel, ver weg van de praktijk van de wetenschappen, toont ons bovendien dat wetenschapsfilosofie dikwijls te weinig filosofie en dus pseudofilosofie is: men vergeet doorgaans zijn vooronderstellingen te bevragen, men negeert ideologische en politieke implicaties, men geeft geen of te weinig aandacht aan het mens- en wereldbeeld van waaruit men denkt, men spreekt in het luchtledige omdat men weigert na te denken ‘in naam waarvan’ men spreekt. Men spreekt in naam van, euh… de wetenschap. De echte wetenschappers daarentegen, kijken daar dikwijls raar van op. Die gekke filosofen toch… .

Op heel wat toonaangevende universiteiten in de V.S. is er overigens iets gelijkaardigs aan de gang. Daar wordt de continentale wijsbegeerte – Hegel, Nietzsche, Derrida, Deleuze, etc. – nu al tot de vakgroep geschiedenis van de wijsbegeerte gerekend. Op de vakgroep ‘philosophy’ komt dan alleen nog analytische (of Angelsaksische) filosofie, logica en wetenschapsfilosofie aan bod. Het actuele en kritische gehalte van de continentale filosofie wordt daardoor misschien onbedoeld (?) maar wel heel vakkundig monddood gemaakt.

U.S.A Import

Ook in België, of toch in Gent, gaat het helaas die richting uit. Het Amerikaans model geldt als voorbeeld en zet de norm. Men wil immers ‘internationaliseren’ omdat men moet academiseren, wat dikwijls verward wordt met imiteren van wat er in het buitenland gebeurt op lokaal niveau, zonder internationaal ook echt mee te tellen. De opleiding wijsbegeerte aan de UGent richt zich alleszins op alles wat enigszins als wetenschap verkocht kan worden, zelfs op gevulgariseerde evolutietheorie, behalve op wat doorgaans ‘wijsbegeerte’ heet. De afwijzing van heel wat filosofen op basis van leesbaarheid, subversiviteit of formalisme heeft helaas tot gevolg dat een hele generatie studenten niet alleen een introductie tot cruciale denkers wordt ontzegd, maar dat hen dit zelf wordt afgeraden!

Als voorbeeld: een recent verschenen en erg leerrijke reader samengesteld door Jon Simons (2011, Edingburgh University Press) From Agamben to Žižek. Contemporary Critical Thinkers, bespreekt een reeks filosofen die tot de belangrijkste kritische geesten van de jaren 1990 behoren: Giorgo Agamben, Alain Badiou, Zygmunt Bauman, Homi K. Bhabha, Judith Butler, Cornelius Castoriadis, Green Critical Theorists, Donna J. Haraway, Ernesto Laclau en Chantal Mouffe, Bruno Latour, Antonio Negri, Jacques Rancière, Gayatri Chakravorty Spivak, Paul Virilio en Slavoj Žižek. Als één van deze auteurs al aan bod komt in de vakgroep wijsbegeerte aan de UGent – sla er de vakinhouden van pakweg de laatste 15 jaar op na – dan is dat eerder een marginaal verschijnsel. Of het komt zijdelings aan bod als voorbeeld van intellectuele clownerie. Niet alleen blijft de geschiedenis van de filosofie sinds Hegel dus onbehandeld, maar ook de hedendaagse filosofische traditie die daarop volgt. Dit is niet alleen ‘een regelrechte schande’ om een geliefkoosde uitdrukking van Vermeersch te gebruiken. Dit heeft ook verregaande politieke gevolgen. Van studenten filosofie mag je immers verwachten dat ze in de eerste plaats een kritisch bewustzijn aangeleerd krijgen in politiek en maatschappelijk opzicht, en zeker niet alleen ten aanzien van eventuele pseudowetenschappelijkheid van theoretische of filosofische visies.

Samengevat, door te doen alsof men als wetenschapsfilosoof niet met ideologie bezig is – want men heeft het over waardevrije wetenschap – ontkent men niet alleen het ideologische krachtenveld dat onder het eigen discours werkzaam is. Tegelijk creëert men in de opleidingen een vacuüm waardoor heel wat politieke en kritische filosofen niet aan bod kunnen komen, vanwege ‘rationele ondeugdelijkheid’. In het besef dat onze wereld de volgende eeuw cruciale transities en ongekende impasses zal meemaken op ecologisch, economisch en sociaal vlak, is het gewoonweg intellectueel immoreel om een jonge generatie filosofen niet de opleiding te geven waar zij nood aan hebben. In Gent denkt men liever zelf, met alle gevolgen van dien. Om terug te keren naar de Science wars zoals die heden ten dage in de media wordt gevoerd: de vakgroep wijsbegeerte aan de UGent heeft dus een probleem, eerder dan de vakgroep psychoanalyse (spiegeltje,…).

Disclaimer: er is gelukkig nog een andere soort wetenschapsfilosofen (aan het centrum voor Logica en wetenschapsfilosofie van de UGent werken minstens 10 postdocs en 10 professoren) maar die blijven in deze discussie, die toch over de legitimiteit van hun vakgebied gaat en vooral over hoe sommigen van hun collega’s er mee omgaan, opvallend stil.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!