Deficitaire Vlaams-Brusselse democratie
Opinie, Opinie -

Deficitaire Vlaams-Brusselse democratie

Ooit waren er congressen van Brusselse Vlamingen. Die zorgden voor levendig intern debat in Brussel, dat tot aan de kern ging. Die bestaan nog, maar zijn duidelijk geëvolueerd.

dinsdag 1 maart 2011 12:24

Vroeger lag de focus voornamelijk op de verhoudingen tussen de niet-Vlamingen, de allochtonen, de Franstaligen en de taalgemengden. De plaats van de Brusselse Vlaming in het Hoofdstedelijk Gewest moest bepaald worden. De toenmalige NCC, de Nederlandstalige Cultuur Commissie, had een sterk bemiddelende en administrerende rol.

Ondertussen is er in Brussel heel wat veranderd. Opvallend is dat het debat meer “gezamenlijk Brussels” gevoerd wordt, Franstaligen en Nederlandstaligen samen. De nieuwkomer, de Engelstalige, heeft nog geen vaste plaats.

Vlaamse Brusselaars

Bij de Vlaams-Brusselse categorie heerst ook nog enige onduidelijkheid. Een aantal allochtonen die in de hoofstad zijn komen wonen, profileren zich in de Vlaamse media als “Vlaamse Brusselaars”.

Minder tot de Vlaamse Brusselaars gerekend, zijn de ouders die zelf in Brussel geboren zijn of nooit buiten Brussel hebben gewoond. Zij werden meestal Franstalig opgevoed maar plaatsen nu hun kinderen in het Nederlandstalig onderwijs. Zij vertegenwoordigen de grootste groep allochtonen die voor identificatie met Nederlandstaligheid in aanmerking komen, maar die nog niet tot de Brusselse Vlamingen gerekend worden.

Vlaamse Gemeenschapscommissie

Congressen van Brusselse Vlamingen waarin dergelijke thema’s besproken worden, bestaan echter niet meer. Geleidelijk aan is er wel een Vlaams-Brussels eenheidsdenken tot stand gekomen, gevoed door de Vlaams-Brusselse kabinetten. De VGC, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, heeft het NCC vervangen.

De VGC hoort de Vlaamse vertegenwoordiging te verzekeren. Ze schijnt echter geen nood meer te hebben aan al te veel contacten met de basis, laat staan aan Vlaams-Brusselse congressen die van daaruit gevoed worden. Het lijkt wel alsof men van “Vlaams-Brussels” naar  “Brussels” verschoven is. Dit wegvallen van Vlaams-Brusselse overlegcultuur dreigt echter het democratisch denken en handelen inzake het Vlaams-Brussels beleid in Brussel te verzwakken.

Vicieuze cirkel

De gemeenschap die zich “Vlaams-Brussels” noemt, wordt voornamelijk beheerst door dezelfde mensen, die zowel in de kabinetten als in de administratie zetelen. Als puntje bij paaltje komt eigenlijk een cirkeltje van “ons kent ons”. Zij beroepen zich op hun grote aantrekkingskracht buiten de eigen groep, die echter bij nader inzien politiek niet meetelt. Er is natuurlijk wel nog een groep, namelijk het Vlaams-Brusselse parlement… .

Op zich hoeft dit geen probleem te zijn, maar als je ziet hoe dergelijke machtsopbouw zich in de praktijk afspeelt, is er toch reden tot zorgen. Dat groepje is namelijk zo beperkt, dat aflossing van macht onbestaande dreigt te worden. In feite kan een minister in Vlaams-Brussel zonder enig probleem een carrière van drie decennia uitbouwen. Denk aan het fenomeen Chabert; Guy Vanhengel had perfect een soortgelijk parcours kunnen afleggen. Als een minister niet overgaat naar het federaal of Vlaams niveau, blijft hij in Brussel vastgebeiteld.

DIt geldt echter niet alleen voor ministers. Ook bij de kabinetsmedewerkers komt dit voor. Tien jaar kabinetswerk zou een maximum moeten zijn. Dit is nogmaals geen onoverkomelijk probleem. Het wordt echter wel bezwarend als de politieke machtsfactor en diens administratie centraal komt te staan. Hierdoor wordt de traditionele en neutrale administratiecultuur in de schaduw gesteld. De VGC dreigt zelf een politieke factor te worden, zoals het kabinet. In de eerste plaats moet de VGC, net zoals het voormalig NCC, een bemiddelaar en vertaler zijn van de klachten en krachten van het middenveld naar de overheid toe.

Dit is de vicieuze cirkel waarin Vlaams-Brussel beland is, namelijk een Vlaams-Brusselse administratie die alles in handen wil houden. Vanuit een politiek gedachtengoed zou het aan verkiezingen en wijzigingen moeten blootstaan. Dit gebeurt echter niet.

Monddood

Diezelfde mensen zien ook het zakelijk nut van pluralisme over het hoofd, het middenveld wordt beschouwd als iets dat men moet controleren. Zo wordt een immobiliserend eenheidsdenken doorgedrukt, waardoor mogelijke blunders in politiek of administratie zelfs niet gesanctioneerd worden.

Als men op een federale manier over Brussel gaat nadenken over regionalisering versus medebeheer vanuit de Gemeenschappen, is het nodig om alle pro en contra aan een democratische toets te onderwerpen. Zeker als het Vlaams Brussel betreft en handelt over  culturele – en onderwijsaspecten. Anders loopt men het risisco een situatie te creëren waar enkel nog plaats is voor eenheidsdenken en eenheidshandelen onder de Vlaamse Brusselaars.

Brussel zou in zijn geheel trouwens een veel preciezere analyse moeten ondergaan. Daarbij zou men meer haar complexe onderdelen en uitdagingen onder de loupe moeten nemen, wat nu te weinig gebeurt.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!